HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/03592 B
Datum 10 februari 2026
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het gerechtshof Den Haag van 6 augustus 2024, nummers AV 000877-23, AV 000884-23, AV 000882-23 en AV 000880-23, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[bank 1] ,
[bank 2] N.V.,
[bank 3] N.V.,
[bank 4] N.V.,
alle gevestigd in [plaats] (Suriname),
hierna: de klaagsters.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagsters. Namens deze hebben de advocaten A.J.F. Gonesh, A. Verbruggen, R. de Bree en F.H.H. Sijbers bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden Gonesh, Verbruggen en De Bree hebben daarop schriftelijk gereageerd.
2. Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheer T. Kooijmans als voorzitter, en de raadsheren F. Posthumus en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 februari 2026.