ECLI:NL:HR:2026:505

ECLI:NL:HR:2026:505

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 31-03-2026
Datum publicatie 26-03-2026
Zaaknummer 23/01096
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2025:1320
Formele relatie: ECLI:NL:GHSHE:2023:1067

Samenvatting

Profijtontneming, w.v.v. uit verkoop door vennootschap van niet toegelaten gewasbeschermingsmiddelen. Economische zaak. Motivering schatting w.v.v., in mindering brengen van dividendbelasting. Moet bij ontneming rekening worden gehouden met belastingheffing? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2017:2476 m.b.t. reparatoir karakter van ontnemingsmaatregel. Hof heeft geoordeeld dat betrokkene a.g.v. van verkoop door vennootschap van niet toegelaten gewasbeschermingsmiddelen wederrechtelijk voordeel heeft verkregen ter hoogte van netto-opbrengst van deze verkoop. I.v.m. verwerping van verweer van betrokkene dat, als hij voldoet aan betalingsverplichting aan staat ter hoogte van deze netto-opbrengst, er geen mogelijkheid is om afgedragen dividendbelasting terug te draaien, heeft hof vastgesteld dat door vennootschap of betrokkene i.v.m. w.v.v. geen dividendbelasting is afgedragen. Deze vaststelling kan ’s hofs oordeel dat geen aanleiding bestaat om (mogelijk) verschuldigde dividendbelasting bij schatting van het door betrokkene verkregen wederrechtelijk voordeel in mindering te brengen, zelfstandig dragen. Volgt verwerping. Samenhang met 23/01093 E en 23/01102 E.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/01096 P

Datum 31 maart 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 15 maart 2023, nummer 20-003397-16, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[betrokkene],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,

hierna: de betrokkene.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft de advocaat S.P.H. Brinkman bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsvrouw van de betrokkene heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2. Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt dat de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel ontoereikend is gemotiveerd, nu daarop geen dividendbelasting in mindering is gebracht.

In de met deze ontnemingszaak samenhangende strafzaak is de betrokkene veroordeeld voor 1. medeplegen van overtreding van artikel 20 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd, terwijl hij tot de feiten opdracht heeft gegeven en feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedragingen, 2. valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd, terwijl hij tot de feiten opdracht heeft gegeven en feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedragingen en 3. medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd. Ook de door de betrokkene bestuurde rechtspersoon [medeverdachte] B.V. is in verband met deze strafbare feiten veroordeeld.

Het hof heeft over de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel van de betrokkene overwogen:

“De wettelijke grondslag

Het hof ontleent aan de inhoud van de hiervoor bedoelde bewijsmiddelen het oordeel dat de betrokkene feitelijk leiding heeft gegeven aan de verkoop en aflevering van de niet toegelaten gewasbeschermingsmiddelen Bitoxybacillin (onder de naam bladvoeding) in 2009 en 2010 en Lepidocide (onder de naam bladglans) in 2010.

Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel

Opbrengst

Uit de administratie van [A] B.V. blijkt dat [medeverdachte] BV in de periode van 1 april 2009 tot en met februari 2011 afgerond 20.500 kilogram Bitoxybacillin en 1.000 kilogram Lepidocide heeft verkocht. Uit de verkoopfacturen blijkt dat de Bitoxybacillin is verkocht voor een prijs van € 50,00 tot € 55,00 per kilogram en de Lepidocide is verkocht voor een prijs van € 70,00 per kilogram. Het hof gaat gelet op het vorenstaande uit van een opbrengst van:

Bitoxybacillin

2009 (...) € 67.361,92

2010 (...) € 918.465,69

2011 (...) € 98.738,30”

Lepidocide

2010 (...) € 69.884,50

De verkoopopbrengst bedraagt in totaal (€ 67.361,92 + € 918.465,69 + € 98.738,30 + € 69.884,50) = € 1.154.450,41

Aftrek niet betaalde vorderingen

(...)

Nu een bedrag aan vorderingen van in totaal € 69.875,05 door betrokkene niet is ontvangen en deze vorderingen gelet op hun aard niet inbaar zijn ([medeverdachte] B.V. heeft immers illegale gewasbeschermingsmiddelen geleverd), ziet het hof aanleiding het volledige bedrag in mindering te brengen op de opbrengst. Het hof gaat derhalve uit van een verkoopopbrengst van (€ 1.154,450,41 - € 69.875,05) = € 1.084.575,36.

Kosten

Alleen redelijke kosten die in een directe relatie staan tot de voltooiing van het delict kunnen in mindering worden gebracht.

Inkoopprijs

In het rapport wederrechtelijk verkregen voordeel van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit wordt een gemiddelde inkoopprijs van de Bitoxybacillin en de Lepidocide aangehouden van € 17,50 per kilogram. Nu dit bedrag in het rapport voldoende is onderbouwd, zal het hof dit bedrag ook aanhouden.

Bitoxybacillin 20.493,90 kilogram x € 17,50 = € 358.643,25

Lepidocide 1.000 kilogram x € 17,50 = € 17.500,00

€ 376.143,25

Creditfactuur

(...)

Nu het dossier geen rekeningafschriften met factuurbedragen bevat, gaat het hof uit van de uitgeschreven facturen en ziet het hof aanleiding het bedrag van de creditfactuur in mindering te brengen op de inkoopprijs. Het hof gaat derhalve uit van een inkoop van (€ 376.143,25 - € 7.000,00) = € 369.143,25.

Overige kosten

(...)

Het hof is van oordeel dat de verdediging onvoldoende gemotiveerd en onderbouwd heeft aangegeven met welke kosten rekening zou moeten worden gehouden, naast de kosten die door de advocaat-generaal reeds zijn benoemd. Nu de verdediging niet nader heeft gespecificeerd welke organisatiekosten daadwerkelijk in relatie staan tot de onderhavige strafbare feiten, gaat het hof aan dit verweer voorbij. Het hof gaat derhalve uit van kosten van (€ 369.143,25 + € 15.388,81) = € 384.532,06.

Vennootschapsbelasting

Zowel de advocaat-generaal als de verdediging stellen zich op het standpunt dat op het door [medeverdachte] B.V. verkregen wederrechtelijk voordeel vennootschapsbelasting in mindering moet worden gebracht.

[medeverdachte] B.V. is inderdaad gehouden om over dit bedrag vennootschapsbelasting af te dragen. (…)

Het bedrag dat [medeverdachte] B.V. aan vennootschapsbelasting over € 700.043,30 diende te voldoen bedraagt dus € 167.510,97. Het hof zal het wederrechtelijk verkregen voordeel derhalve verminderen met voornoemd bedrag.

Conclusie

Het hof stelt het door [medeverdachte] B.V. verkregen wederrechtelijk verkregen voordeel derhalve vast op een bedrag van (€ 1.084.575,36 - € 384.532,06 - € 167.510,97) = € 532.532,33.

Toerekening aan betrokkene

De mogelijkheid van hoofdelijke toerekening is pas sinds 1 juli 2011 in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht opgenomen. De strafbare feiten die aan de ontnemingsvordering ten grondslag liggen zijn gepleegd in de periode van 1 april 2009 tot en met 31 december 2010. Bij de beoordeling van de vordering dient te worden uitgegaan van het recht zoals dat in de pleegperiode van toepassing was.

Het hof dient derhalve te beoordelen of het wederrechtelijk behaalde voordeel door [medeverdachte] B.V. (de rechtspersoon) of door betrokkene (de natuurlijke persoon) is genoten dan wel door beiden is genoten en aan wie het voordeel kan worden toegerekend. In een geval als dit, waarin sprake is van meerdere daders, te weten betrokkene en [medeverdachte] B.V., is het niet altijd mogelijk de omvang van het voordeel van elk van die daders aanstonds te kunnen vaststellen. Het hof zal op basis van alle omstandigheden van het geval, zoals de rol die de onderscheiden daders hebben gespeeld en het aantreffen van het voordeel bij een of meer van hen moeten bepalen welk deel van het totale voordeel aan elk van hen moet worden toegerekend. Indien de omstandigheden van het geval onvoldoende aanknopingspunten bieden voor een andere toerekening, kan dit ertoe leiden dat het voordeel pondspondsgewijze wordt toegerekend. Dit betekent niet dat het hof, in het geval er sprake is van meerdere daders, verplicht is tot een verdeling te komen en evenmin dat pondspondsgewijze toerekening, in het geval dat het hof wel tot een verdeling komt, dan op zichzelf het uitgangspunt dient te vormen. De omstandigheden van het geval zijn beslissend. Voor het antwoord op de vraag in hoeverre het hof tot een nadere motivering van zijn oordeel is gehouden, komt bovendien gewicht toe aan de procesopstelling van de betrokkene (vgl. o.a. HR 7 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AQ8491; HR 9 december 2008, ECLI:NL:HR:2008:1667 en HR 21 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:77).

Voor de vaststelling of een natuurlijk persoon wederrechtelijk voordeel heeft genoten uit het handelen van een rechtspersoon volstaat vast te stellen dat:

1. De natuurlijke persoon volledig dan wel in belangrijke mate zeggenschap heeft over die rechtspersoon;

2. Hij over het vermogen van die rechtspersoon kon beschikken;

3. Het voordeel heeft kunnen strekken tot voordeel van die natuurlijke persoon, welk voordeel de natuurlijke persoon kan worden toegerekend.

(vgl. o.a. HR 4 oktober 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT7294 en HR 6 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ4672 (Jacobs arrest).

Betrokkene was in de desbetreffende periode enig bestuurder van [medeverdachte] B.V. Daarnaast was hij toen enig bestuurder en 100% aandeelhouder van [medeverdachte] Holding B.V. Deze holding was weer 100% aandeelhouder van [medeverdachte] B.V. Betrokkene had dus volledige zeggenschap en was in die positie steeds in de gelegenheid en in de positie om te besluiten dit voordeel op elk gewenst moment naar zich toe te halen of te laten bij [medeverdachte] B.V.

Betrokkene is bij arrest van 15 maart 2023 veroordeeld voor het feitelijk leidinggeven aan de eerder genoemde strafbare feiten.

Het hof stelt vast dat het genoten voordeel, zowel in het geval dat het aan [medeverdachte] B.V. wordt toegerekend als in het geval het aan betrokkene wordt toegerekend, uiteindelijk in het (privé)vermogen van betrokkene valt. Betrokkene heeft als enig aandeelhouder immers als enige profijt van een waardevermeerdering van [medeverdachte] B.V. Voor een pondspondsgewijze toerekening van het genoten voordeel ziet het hof derhalve geen aanleiding.

Gelet hierop is het hof van oordeel dat het wederrechtelijk verkregen voordeel uit de verkoop van illegale gewasbeschermingsmiddelen in de periode van 1 april 2009 tot en met 31 december 2010 volledig aan betrokkene moet worden toegerekend.

Dividendbelasting

Zowel de advocaat-generaal als de verdediging stellen zich op het standpunt dat op het door [medeverdachte] B.V. verkregen en aan betrokkene toe te rekenen wederrechtelijk voordeel, dividendbelasting in mindering dient te worden gebracht.

Het hof overweegt als volgt.

Bij de bepaling van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel kunnen slechts de kosten die in directe relatie staan tot het delict, gelden als kosten die voor aftrek in aanmerking komen (vgl. HR 30 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB3200, NJ 2002/124). Het hof stelt daarnaast dat volgens bestendige jurisprudentie de strafrechter bij de bepaling van het als wederrechtelijk verkregen voordeel in aanmerking te nemen bedrag in beginsel geen rekening houdt met de belastingheffing (vgl. HR 17 februari 1998, ECLl:NL:HR:1998:ZD0947 en HR 12 januari 2021, ECLI:NL:HR:2021:1). Dit uitgangspunt berust op de veronderstelling dat het bedrag dat de betrokkene als wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden ontnomen, ook bij die betrokkene in de belastingheffing is, of kan worden, betrokken.

In de onderhavige zaak is door de verdediging aangevoerd dat betrokkene geen mogelijkheid heeft om na terugbetaling van het vastgestelde wederrechtelijk verkregen voordeel de afgedragen dividendbelasting terug te draaien, omdat de dividendbelasting niet een belasting is die bij betrokkene in de heffing is of kan worden betrokken. Daarmee wordt de toepasselijkheid van het hiervoor geschetste ‘fiscale mechanisme’ in casu verworpen. Door de dividendbelasting niet als kosten mee te wegen bij het bepalen van het wederrechtelijk verkregen voordeel zou betrokkene meer betalen dan hij daadwerkelijk zou hebben verkregen, hetgeen in strijd is met het reparatoire karakter van de ontnemingsmaatregel.

Voor het in mindering brengen van dividendbelasting ziet het hof echter geen aanleiding nu niet is gebleken dat aan betrokkene als aandeelhouder enige via wederrechtelijk verkregen voordeel behaalde winst is uitgekeerd en dus daadwerkelijk aan het vermogen van [medeverdachte] B.V. is onttrokken. Het moet er dus voor worden gehouden dat er in de desbetreffende periode dienaangaande geen dividendbelasting is afgedragen. Daarnaast merkt het hof op dat de mogelijkheid dat [medeverdachte] B.V. dividendbelasting verschuldigd zou zijn en een uitkering aan de betrokkene tot belastingheffing bij betrokkene zou hebben kunnen leiden, in dat geval irrelevant is voor de omvang van het door de betrokkene wederrechtelijk met de voltooiing van de bewezenverklaarde feiten verkregen voordeel. Voor zover die belastingschulden (zijn) ontstaan, is dat in dit geval het gevolg van de keuze van de betrokkene om de aan hem gedane giften te laten uitbetalen via de bankrekening van de B.V. (vgl. HR 14 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:840).

Het hof wijst er ten slotte in dit kader op dat voor zover op een later tijdstip mocht blijken dat betrokkene dividendbelasting dient te betalen over het bedrag van de opgelegde verplichting tot betaling omdat betrokkene (alsnog) onderstaand bedrag (deels) aan [medeverdachte] B.V. heeft onttrokken, de mogelijkheid bestaat om een gemotiveerd verzoek in te dienen op basis van artikel 6:6:26 Wetboek van Strafvordering om de ontneming van het vastgestelde bedrag te verminderen dan wel kwijt te schelden.

Conclusie

Het hof stelt op grond van het voorliggende dossier en het onderzoek ter terechtzitting, gelet op alle omstandigheden van het geval, waaronder het verhandelde ter terechtzitting, het financieel rapport, de vordering en de inhoud van overige stukken van het geding, het bedrag waarop het door betrokkene verkregen wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vast op € 532.532,00.

(...)

Op te leggen betalingsverplichting

(...)

Gijzeling

(...)

Toepasselijke wettelijke voorschriften

(...)

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Stelt het bedrag waarop het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 532.532,00 (vijfhonderd en tweeëndertigduizend en vijfhonderd en tweeëndertig euro).

Legt de betrokkene de verplichting op tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 505.000,00 (vijfhonderd en vijf duizend euro).

Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 1080 dagen.”

Bij de bepaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel moet, mede gelet op het reparatoire karakter van de maatregel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, worden uitgegaan van het voordeel dat de betrokkene in de concrete omstandigheden van het geval daadwerkelijk heeft behaald. (Vgl. HR 26 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2476.)

Het hof heeft geoordeeld dat de betrokkene als gevolg van de verkoop door [medeverdachte] B.V. van niet toegelaten gewasbeschermingsmiddelen wederrechtelijk voordeel heeft verkregen ter hoogte van de netto-opbrengst van deze verkoop. In verband met de verwerping van het verweer van de betrokkene dat, als hij voldoet aan een betalingsverplichting aan de staat ter hoogte van deze netto-opbrengst, er geen mogelijkheid is om afgedragen dividendbelasting terug te draaien, heeft het hof vastgesteld dat er door de vennootschap of de betrokkene in verband met het wederrechtelijk verkregen voordeel geen dividendbelasting is afgedragen. Deze vaststelling kan het oordeel van het hof dat geen aanleiding bestaat om (mogelijk) verschuldigde dividendbelasting bij de schatting van het door de betrokkene verkregen wederrechtelijk voordeel in mindering te brengen, zelfstandig dragen. Het cassatiemiddel stuit hierop af.

3. Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

4. Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Tot cassatie behoeft dit echter niet te leiden. Ook in de strafzaak die met deze ontnemingszaak samenhangt en die bij de Hoge Raad aanhangig is onder nummer 23/01102 E, is de redelijke termijn in de cassatiefase overschreden. In de strafzaak zal worden beoordeeld of deze overschrijding tot compensatie moet leiden. Gelet daarop volstaat de Hoge Raad in deze ontnemingszaak met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden. (Vgl. HR 19 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BJ3575.)

5. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 maart 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?