HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 25/01327
Datum 27 maart 2026
ARREST
In de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: Jonkergouw,
advocaten: P.A. Fruytier en J.P. Jas,
tegen
GASUNIE TRANSPORT SERVICES B.V.,
gevestigd te Groningen,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Gasunie,
advocaat: J.A.M.A. Sluysmans.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/18/191441/ HA ZA 19-71 van de rechtbank Noord-Nederland van 4 september 2019, 10 februari 2021, 21 april 2021, 24 augustus 2022 en 15 februari 2023;
b. het arrest in de zaak 200.330.840/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 januari 2025.
Jonkergouw heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Gasunie heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaten van Jonkergouw hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Jonkergouw in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Gasunie begroot op € 17.016,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Jonkergouw deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.R. Salomons, als voorzitter, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 27 maart 2026.