ECLI:NL:HR:2026:615

ECLI:NL:HR:2026:615

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 10-04-2026
Datum publicatie 10-04-2026
Zaaknummer 24/04412
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHDHA:2024:2028

Samenvatting

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 24/04412

Datum 10 april 2026

ARREST

op het door [X] (hierna: belanghebbende), vertegenwoordigd door [A], ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 22 oktober 2024, nr. BK-23/780.

1. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 15 mei 2025 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Uit de gegevens van PostNL maakt de Hoge Raad op dat deze brief op regelmatige wijze aan het adres van de belanghebbende is aangeboden. Bij aanbieding van deze brief is niemand op het adres van belanghebbende aangetroffen, waardoor de brief niet kon worden bezorgd. De brief is vervolgens naar een afhaallocatie van PostNL gestuurd. Belanghebbende heeft de brief daar niet opgehaald. De brief is vervolgens wegens onbestelbaarheid teruggezonden aan de Hoge Raad, waarna adresverificatie heeft plaatsgevonden en het stuk bij gewone brief is verzonden naar het adres van belanghebbende. Het griffierecht is niet voldaan.

De griffier van de Hoge Raad heeft op 10 juli 2025 een bericht in het digitale dossier van belanghebbende geplaatst waarbij belanghebbende in de gelegenheid is gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet is betaald. Wat belanghebbende in zijn reactie aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest. De gevolgen van het niet-ophalen van de hiervoor in 1.1 genoemde aangetekende brief bij de afhaallocatie van PostNL, komt voor rekening en risico van de belanghebbende. Het beroep in cassatie moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

2. Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2026041021
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?