HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 25/01965
Datum 17 april 2026
BESCHIKKING
In de zaak van
1. [de gefailleerde],
wonende te [woonplaats],
hierna: de gefailleerde,
2. YOUTOO HOLDING B.V.,
gevestigd te Den Haag,
hierna: Youtoo,
VERZOEKERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: verzoekers,
advocaten: J. van Weerden en E.J.H. Zandbergen,
tegen
E.A.H. TEN BERGE, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [de gefailleerde],
kantoorhoudende te Naaldwijk,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de curator,
advocaten: B.I. Kraaipoel en T.E. Booms.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/09/18/96 F van de rechtbank Den Haag van 25 februari 2025.
Verzoekers hebben tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld.
De curator heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van verzoekers hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2. Uitgangspunten en feiten
De curator heeft de rechtbank verzocht een voorschot vast te stellen op zijn salaris en het bedrag van de faillissementskosten op grond van een ingediende declaratie over de periode 1 januari 2023 tot en met 24 februari 2025.
De rechtbank heeft, na de rechter-commissaris te hebben gehoord, het voorschot op het salaris van de curator vastgesteld op € 155.122,67 en het voorschot op het bedrag van de faillissementskosten op € 6.204,91.
De gefailleerde en Youtoo (die in het faillissement een vordering heeft ingediend) hebben cassatieberoep ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank.
3. Beoordeling van het middel
Het middel klaagt dat de rechtbank voorafgaand aan het nemen van de beschikking de gefailleerde en Youtoo in persoon had moeten horen, althans behoorlijk had moeten oproepen, althans in de gelegenheid had moeten stellen schriftelijk hun standpunt kenbaar te maken over de vaststelling van het voorschot op het salaris van de curator. Volgens het middel volgt uit art. 27 lid 4 van Richtlijn (EU) 2019/1023 (hierna: de Richtlijn) een verplichting voor de lidstaten om te voorzien in een geschikte procedure om eventuele geschillen over de vaststelling van het salaris van de curator te beslechten. De rechtbank had daarom art. 71 lid 3 Fw – dat aan de gefailleerde en de schuldeisers niet het recht geeft om te worden gehoord over de vaststelling van het salaris van de curator – richtlijnconform moeten uitleggen, althans art. 27 lid 4 van de Richtlijn rechtstreeks moeten toepassen, teneinde de gefailleerde en Youtoo als belanghebbenden te horen op het verzoek van de curator, aldus het middel.
Art. 27 van de Richtlijn is geplaatst in Titel IV (‘Maatregelen ter verhoging van de efficiëntie van de procedures inzake herstructurering, insolventie en kwijtschelding van schuld’) en luidt als volgt:
“Artikel 27
Toezicht op en vergoeding van deskundige
1. De lidstaten voorzien in gepaste toezichts- en regelgevingsmechanismen om het werk van deskundigen daadwerkelijk te controleren, opdat hun diensten op doeltreffende en bekwame wijze en, ten aanzien van de betrokken partijen, op onpartijdige en onafhankelijke wijze worden verstrekt. Deze mechanismen omvatten ook maatregelen met het oog op de verantwoordingsplicht van deskundigen die hun taken niet naar behoren hebben uitgevoerd.
2. De lidstaten zorgen ervoor dat de informatie over de autoriteiten of organen die toezicht uitoefenen op deskundigen publiek beschikbaar is.
3. De lidstaten kunnen het ontwikkelen van en het aansluiten bij gedragscodes door deskundigen aanmoedigen.
4. De lidstaten zorgen ervoor dat voor de vergoeding van deskundigen regels gelden die beantwoorden aan de doelstelling van een efficiënte afwikkeling van procedures.
De lidstaten zorgen ervoor dat er geschikte procedures voorhanden zijn om eventuele geschillen over vergoeding te beslechten.”
Op de gronden uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4.13-4.22 kan er redelijkerwijs geen twijfel over bestaan dat art. 27 lid 4 van de Richtlijn de lidstaten niet ertoe verplicht een procedure in het leven te roepen waarin de gefailleerde en de schuldeisers moeten worden gehoord over de vaststelling van het salaris van de curator. Voor het stellen van prejudiciële vragen hierover aan het Hof van Justitie van de Europese Unie ziet de Hoge Raad daarom geen aanleiding.
Op hetgeen hiervoor is overwogen stuit het middel in zijn geheel af.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 17 april 2026.