ECLI:NL:HR:2026:690

ECLI:NL:HR:2026:690

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 21-04-2026
Datum publicatie 17-04-2026
Zaaknummer 24/04335
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2026:195

Samenvatting

Oplichting, meermalen gepleegd (art. 326.1 Sr), en verduistering, meermalen gepleegd (art. 321 Sr). Strafmotivering (gevangenisstraf van 57 maanden). Heeft hof in strijd met art. 57 en 63 Sr bij strafoplegging niet betrokken dat verdachte door hof ’s-Hertogenbosch op 9-2-2021 is veroordeeld tot gevangenisstraf van 6 maanden? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2005:AS5556 m.b.t. toepasselijk strafmaximum in geval van toepassing van art. 63 jo. art. 57 Sr. Hof heeft geoordeeld dat bij strafoplegging tot uitgangspunt moet worden genomen dat toepasselijk strafmaximum i.c. 64 maanden gevangenisstraf bedraagt. Dit oordeel is niet juist, nu uit inhoud van Uittreksel Justitiële Documentatie kan worden afgeleid dat verdachte na de in deze zaak bewezenverklaarde misdrijven is veroordeeld tot gevangenisstraf van 6 maanden voor oplichting, meermalen gepleegd. Toepasselijk strafmaximum i.c. bedroeg daarom 58 maanden gevangenisstraf. Daaraan doet niet af dat hof, na aftrek van 7 maanden gevangenisstraf wegens overschrijding van redelijke termijn, uiteindelijk gevangenisstraf onder dat strafmaximum heeft opgelegd, nu die aftrek moet plaatsvinden op de straf die zonder deze overschrijding zou zijn opgelegd (vgl. HR:2008:BD2578). HR doet zaak zelf af door gevangenisstraf op 51 maanden te bepalen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/04335

Datum 21 april 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 november 2024, nummer 20-001261-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat G.W.L.A.M. Koppen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

Namens de benadeelde partij [benadeelde] heeft de advocaat J.A.J. Hooymayers een schriftelijk stuk ingediend.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar enkel wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, en tot een zodanige beslissing als de Hoge Raad op grond van artikel 440 Sv gepast zal voorkomen en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3. Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt over de strafoplegging. Het klaagt in het bijzonder dat het hof in strijd met artikel 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) bij de strafoplegging niet heeft betrokken dat de verdachte door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch op 9 februari 2022 is veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden.

Het hof heeft de verdachte op 20 november 2024 voor, kort gezegd, meerdere gevallen van oplichting (artikel 326 lid 1 Sr) en verduistering (artikel 321 Sr), gepleegd in de periode van 24 september 2018 tot en met 7 mei 2021 – na vermindering van de op te leggen gevangenisstraf met zeven maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en in hoger beroep – onder meer veroordeeld tot een gevangenisstraf van 57 maanden.

Het hof heeft over de strafoplegging onder meer overwogen:

“Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

(...)

Naar het oordeel van het hof kan, gelet op de ernst van het bewezenverklaarde en de gevolgen daarvan voor de slachtoffers, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Het hof stelt ten aanzien van de duur van die op te leggen straf het volgende vast. Gelet op de van toepassing zijnde samenloopregeling ex artikel 57 Sr is de maximaal op te leggen straf in het geval van samenloop van feiten die als op zichzelf staande handelingen moeten worden beschouwd en meer dan één misdrijf opleveren waarop hoofdstraffen zijn gesteld niet meer dan een derde boven het hoogste maximum. De maximaal op te leggen straf voor een veroordeling van artikel 326 Sr betreft een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren. De maximaal op te leggen straf voor een veroordeling van artikel 321 Sr betreft een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren. In dit geval betreft de maximum op te leggen straf aldus een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, verhoogd met een derde, hetgeen resulteert in een maximum gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren en vier maanden (= 64 maanden). Het hof is van oordeel dat het opleggen van deze maximumstraf in beginsel passend zou zijn, en heeft daarbij de persoonlijke omstandigheden van de verdachte mede in acht genomen. De door de advocaat-generaal gevorderde straf doet naar het oordeel van het hof, niettegenstaande de vrijspraak van het onder feit 2 tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 03-217012-20, geen recht aan de ernst van het bewezenverklaarde zoals hiervoor uiteengezet. Het hof heeft daarbij acht geslagen op het bijna veertig pagina’s tellende strafblad van de verdachte en het feit dat de verdachte op verschillende manieren heeft getracht om zijn verantwoordelijkheid aan het bewezenverklaarde te ontlopen. Bovendien neemt het hof het de verdachte zeer kwalijk dat hij tijdens een schorsing van de voorlopige hechtenis verder is gegaan met het plegen van soortgelijke strafbare feiten, welke feiten uiteindelijk gevoegd zijn in deze strafzaak onder parketnummer 03-334234-21 en ook bewezen zijn verklaard door het hof. Het opleggen van een straf zoals door de raadsman verzocht kan om diezelfde redenen niet aan de orde zijn.

Het hof heeft bij het bepalen van de duur van de gevangenisstraf tevens het bepaalde in artikel 63 Sr betrokken.

Concluderend is het hof van oordeel dat in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 64 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, passend en geboden is.

Het hof stelt ten slotte voorop dat elke verdachte recht heeft op een afdoening van zijn strafzaak binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM. Deze waarborg strekt er onder meer toe te voorkomen dat een verdachte langer dan redelijk is onder de dreiging van een strafvervolging zou moeten leven.

Geconstateerd is dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM, is geschonden. Na onderzoek is het volgende gebleken:

- De verdachte is op 27 augustus 2020 in verzekering gesteld.

- Op 30 mei 2022 is door de rechtbank vonnis gewezen.

- Op 8 juni 2022 is namens de verdachte hoger beroep ingesteld tegen het vonnis.

- Op 23 oktober 2024 heeft de inhoudelijke behandeling bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch plaatsgevonden.

- Het arrest is gewezen op 20 november 2024.

Naar het oordeel van het hof betrof de redelijke termijn in eerste aanleg een periode van 16 maanden. Weliswaar is de voorlopige hechtenis van de verdachte enkele keren geschorst geweest, ten tijde van de uitspraak van het vonnis was de verdachte voorlopig gehecht. Tussen de inverzekeringstelling van de verdachte en de uitspraak van de rechtbank is een termijn van ruim 21 maanden verstreken, hetgeen niet (geheel) aan de verdachte valt toe te rekenen. Dit is een overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg met ruim 5 maanden.

Naar het oordeel van het hof betrof de redelijke termijn in hoger beroep tevens een periode van 16 maanden. Daartoe overweegt het hof dat de verdachte gedurende de procesgang in hoger beroep grotendeels gedetineerd is geweest. De voorlopige hechtenis is geschorst om een in een andere strafzaak opgelegde gevangenisstraf uit te zitten en daarnaast is de voorlopige hechtenis ook een korte periode geschorst waarna de verdachte niet teruggekeerd is naar de penitentiaire inrichting. Het hof zal echter, nu de totale duur van detentie nog niet inzichtelijk is gemaakt, uitgaan in het voordeel van de verdachte van een redelijke termijn van 16 maanden. Tussen het instellen van het hoger beroep en de uitspraak van het hof is een termijn verstreken van ruim 29 maanden, hetgeen niet (geheel) aan de verdachte valt toe te rekenen. Dit betreft een overschrijding van de redelijke termijn met 13 maanden.

Het hof heeft hiervoor overwogen dat een gevangenisstraf voor de duur van 64 maanden met aftrek van het voorarrest in beginsel passend en geboden is. Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn zal het hof echter volstaan met oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 57 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.”

Bij de stukken bevindt zich een Uittreksel Justitiële Documentatie van 29 oktober 2024 over de verdachte. Dat stuk houdt onder meer in dat de verdachte bij onherroepelijk arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 9 februari 2022 wegens oplichting, meermalen gepleegd (artikel 326 lid 1 Sr), is veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden.

De volgende bepalingen zijn van belang:

- artikel 57 Sr:

“1. Bij samenloop van feiten die als op zichzelf staande handelingen moeten worden beschouwd en meer dan één misdrijf opleveren waarop gelijksoortige hoofdstraffen zijn gesteld, wordt één straf opgelegd.2. Het maximum van deze straf is het totaal van de hoogste straffen op de feiten gesteld, doch – voor zover het gevangenisstraf of hechtenis betreft – niet meer dan een derde boven het hoogste maximum.”

- artikel 63 Sr:

“Indien iemand, nadat hem een straf is opgelegd, schuldig wordt verklaard aan een misdrijf of een overtreding voor die strafoplegging gepleegd, zijn de bepalingen van deze titel voor het geval gelijktijdig straf wordt opgelegd van toepassing.”

In zijn arrest van 19 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS5556 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat artikel 63 Sr meebrengt dat in een geval als dita) de rechter moet nagaan wat de maximaal op te leggen tijdelijke gevangenisstraf zou zijn geweest als alle feiten gevoegd zouden zijn behandeld en dus tot één rechterlijke uitspraak zouden hebben geleid, terwijlb) hij in ieder geval geen hogere straf zal mogen opleggen dan het hiervoor onder a) bedoelde maximum verminderd met de eerder opgelegde straffen enc) hij in geen geval hoger mag straffen dan het maximum van de vrijheidsstraf die is gesteld op het door hem te berechten feit.

Het hof heeft geoordeeld dat bij de strafoplegging tot uitgangspunt moet worden genomen dat het toepasselijke strafmaximum in deze zaak 64 maanden gevangenisstraf bedraagt. Dit oordeel is niet juist, nu uit de onder 3.2.3 weergegeven inhoud van het Uittreksel Justitiële Documentatie kan worden afgeleid dat de verdachte na de in deze zaak bewezenverklaarde misdrijven is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden voor oplichting, meermalen gepleegd. Het toepasselijke strafmaximum in deze zaak bedroeg daarom, gelet op wat onder 3.3 is overwogen, 58 maanden gevangenisstraf. Daaraan doet niet af dat het hof, na aftrek van 7 maanden gevangenisstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn, uiteindelijk een gevangenisstraf onder dat strafmaximum heeft opgelegd, nu die aftrek moet plaatsvinden op de straf die zonder deze overschrijding zou zijn opgelegd (vgl. HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578, rechtsoverweging 3.21).

Het cassatiemiddel slaagt.

De Hoge Raad zal de zaak zelf afdoen en de straf bepalen met inachtneming van artikel 63 in samenhang met artikel 57 Sr. Uit de strafmotivering van het hof, weergegeven onder 3.2.2, komt naar voren dat het hof de maximaal mogelijke gevangenisstraf heeft willen opleggen. Het hof heeft de overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en in hoger beroep gecompenseerd door de op te leggen gevangenisstraf met 7 maanden te verminderen. Gelet hierop zal de Hoge Raad, met vernietiging van de bestreden uitspraak in zoverre, de gevangenisstraf bepalen op 51 maanden.

4. Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de beperkte mate van overschrijding van de redelijke termijn volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de opgelegde gevangenisstraf;

- bepaalt dat deze 51 maanden beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 april 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?