ECLI:NL:HR:2026:707

ECLI:NL:HR:2026:707

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 21-04-2026
Datum publicatie 17-04-2026
Zaaknummer 24/01577
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2026:310
Formele relatie: ECLI:NL:GHAMS:2024:974

Samenvatting

Ontucht met jonge vrouw die t.g.v. alcoholgebruik in staat van verminderd bewustzijn verkeert door beveiliger van campus, art. 247 (oud) Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Grondslagverlating, nu hof niet alleen “verminderd bewustzijn” heeft bewezenverklaard maar ook “niet of onvolkomen in staat zijn haar wil te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden”? 2. Bewijsklacht verminderd bewustzijn. 3. Bewijsklacht opzet op verminderd bewustzijn. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Ad 1. Hof heeft (ook blijkens zijn bewijsoverwegingen) niet onjuiste betekenis toegekend aan onderdeel van tll. Feit dat is bewezenverklaard betreft (ook) geen ander feit dan hetgeen ten laste is gelegd. Van grondslagverlating is daarom geen sprake. Ad 2. Uit wetsgeschiedenis van art. 247 (oud) Sr blijkt dat wetgever met dit bestanddeel (mede) het oog heeft gehad op situatie waarin iemand zich in roes bevindt t.g.v. innemen van alcohol. ’s Hofs oordeel dat aangeefster voorafgaand en tijdens seksuele handeling met verdachte in staat van verminderd bewustzijn verkeerde, is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Ad 3. ’s Hofs oordeel dat verdachte wist dat aangeefster in staat van verminderd bewustzijn verkeerde, is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat hof heeft vastgesteld dat aangeefster om 5:35 uur is aangekomen bij receptie van campus waar verdachte achter balie zat, dat verdachte haar ondersteunt met lopen en dat hij haar omhoog heeft moeten hijsen kennelijk omdat zij door haar benen is gezakt, en dat collega van verdachte heeft verklaard dat aangeefster “ver heen” was. Volgt verwerping.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/01577

Datum 21 april 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 8 april 2024, nummer 23-000616-23, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten J. Kuijper en S.J. van der Woude bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal P.T.C. van Kampen heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2. Beoordeling van het cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) de bewezenverklaring.

De bewezenverklaring en de bewijsvoering van het hof zijn weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.3 tot en met 2.5.

Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3 en 4.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren F. Posthumus en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 april 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?