ECLI:NL:HR:2026:708

ECLI:NL:HR:2026:708

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 21-04-2026
Datum publicatie 17-04-2026
Zaaknummer 24/01948
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2026:307

Samenvatting

Rijden terwijl verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Dubbel verstek. Hof (rolzitting enkelvoudige kamer) heeft verdachte n-o verklaard in zijn hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld, art. 408.1.a Sv. Ontvankelijkheid hoger beroep en betwisting dat dagvaarding in eerste aanleg in persoon aan verdachte is uitgereikt. Kon hof vaststellen dat dagvaarding in e.a. in persoon aan verdachte is uitgereikt, nu akte van uitreiking inhoudt dat dagvaarding aan huisgenoot van verdachte is uitgereikt? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt klacht. CAG: Uit akte van uitreiking bij dagvaarding in e.a. blijkt dat dagvaarding niet is uitgereikt aan verdachte zelf maar aan huisgenoot van verdachte. Deze persoon heeft akte van uitreiking ook ondertekend. ‘s Hofs vaststelling dat dagvaarding in e.a. in persoon is betekend, is dus niet begrijpelijk. Op art. 408.1.a Sv gebaseerde niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in h.b. is daarom eveneens niet begrijpelijk. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/01948

Datum 21 april 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 7 mei 2024, nummer 23-000217-24, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat D.W.H.M. Wolters bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal P.T.C. van Kampen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt onder meer over het oordeel van het hof dat het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat het te laat is ingesteld.

Het cassatiemiddel slaagt in zoverre. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het restant van het cassatiemiddel niet nodig.

3. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 april 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?