HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/02890
Datum 19 mei 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 25 juli 2024, nummer 23-000005-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat C. Crince Le Roy bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van de onder 2 ten laste gelegde feiten en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak in zoverre opnieuw wordt berecht en afgedaan en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het vierde cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat de bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde niet uit de gebruikte bewijsvoering kan worden afgeleid.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
“1.
hij in de periode van 1 juni 2018 tot en met 28 oktober 2018 te Amsterdam, opzettelijk heeft geteeld (in een pand aan de [a-straat 1] ) 144 hennepplanten;
2.
hij in de periode van 1 juni 2018 tot en met 28 oktober 2018 te Amsterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (uit een pand aan de [a-straat 1] ) een hoeveelheid elektriciteit, toebehorende aan Liander N.V., waarbij verdachte die weg te nemen elektriciteit onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.”
Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
“1. Een proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij van 29 oktober 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [doorgenummerde pagina 24].
Dit proces-verbaal houdt in, als mededeling van verbalisanten (of één of meer van hen):
Op maandag 29 oktober 2018 omstreeks 16:30 uur stelden wij naar aanleiding van
- een MMA melding, d.d. 28 oktober 2018, hennep knippen in [plaats] . Op zondag 28 oktober 2018, rond 13.00 uur, wordt er hennep geknipt in de woning aan de [a-straat 1] in [plaats] . De planten staan in de huiskamer van de woning. De woning staat op naam van een Turkse vrouw. Ze heeft de woning onderverhuurd aan haar neef;
- De huurster van de woning wilde de woning weer in, maar die kennis stelde steeds de datum uit. Zij had nu zelf een sleutelsmid geregeld en de woning open laten maken. Zij trof vervolgens een hennepkwekerij aan zonder planten en heeft vervolgens de politie gebeld;
een onderzoek in op het adres de [a-straat 1] , [plaats] , vanwege een verdenking van overtreding van de Opiumwet.
Na het binnentreden zagen wij het volgende: In de “woonkamer” was een zogenaamde henneptent geplaatst. In deze tent waren 9 assimilatielampen opgehangen. Verder was er een koolstoffilter en ventilatoren afwezig. De stroom was illegaal afgetapt. In deze ruimte was een groepen/schakelkast opgehangen. Op de bodem van de tent waren afdrukken te zien van (in totaal) 144 potten.
Alle hennepplanten werden door middel van een irrigatiesysteem van een vloeistof voorzien.
In de kweekruimte bevonden zich 2 koolstoffilters.
De luchtverversing en luchtafvoer werd geregeld door een aan- en afzuiginstallatie.
Stroomvoorziening
De stroomvoorziening van de hennepkwekerij is onderzocht door een piket monteur van netwerkbeheerder Liander, in aanwezigheid van ons, verbalisanten. Hierbij werd geconstateerd dat de stroomvoorziening ten behoeve van de hennepkwekerij illegaal werd afgenomen. Het bleek dat, vanaf de meterkast was aan de achterzijde een dikke stroomkabel gemonteerd, die naar de kweekruimte liep.
Beslag
In beslag genomen:
9 assimilatielampen
1 schakelbord
2 snelheidsregelaars
1 tuinschakelaar
4 transformatoren koper
5 transformatoren aluminium
2 koolstoffilters
3 slakkenhuizen
1 dompelpomp
4 cans groeimiddelen
1 hygro/thermometer
1 weegschaal
4 droogrekken.
2. Een proces-verbaal van bevindingen van 30 oktober 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [doorgenummerde pagina’s 47-48].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, een als mededeling van verbalisant:
Op maandag 29 oktober 2018, omstreeks 10:00 uur, heb ik naar aanleiding van een anonieme melding van 28 oktober 2018, een onderzoek ingesteld. De inhoud van de melding was dat er in de woning gelegen aan de [a-straat 1] hennep geknipt zou worden en dat de planten in de woonkamer zouden staan.
Volgens de Gemeentelijke basis administratie (gba) bleek dat er op [a-straat 1] te [plaats] een (1) persoon ingeschreven te staan, namelijk:
*** [getuige 1] geboren op [geboortedatum] 1978 te [plaats] ***
Op maandag 29 oktober 2018, omstreeks 15.45 uur, werd ik gebeld door [getuige 1] , met de mededeling dat zij met een sleutelsmid voor de woning ( [a-straat 1] ) stond en graag politieassistentie wil hebben. Kort hierna hoorde ik dat de sleutelsmid de deur had geopend en dat er in de woning een hennepkwekerij aanwezig was.
3. Een proces-verbaal van verhoor getuige van 14 juli 2023, opgemaakt door de raadsheer-commissaris belast met de behandeling van strafzaken van dit hof.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op voornoemde datum tegenover de raadsheer-commissaris afgelegde verklaring van getuige [getuige 1] :
U vraagt mij aan wie ik mijn woning heb onderverhuurd. Aan de man die ik ken als [verdachte] .
4. Een proces-verbaal van bevindingen van 29 oktober 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [doorgenummerde pagina’s 27-28].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisanten (of één of meer van hen);
Op 29 oktober 2018, omstreeks 16.40 uur, waren wij ter plaatse bij de woning op de [a-straat 1] , [plaats] . Wij zagen in de woonkamer een kweektent staan, waarin alle aanwezige apparatuur aanwezig was voor het in stand houden van een hennepkwekerij. Wij zagen aan afdrukken op de vloer dat er 144 potten hebben gestaan. Wij zagen onder andere 9 assimilatielampen, 2 koolstoffilters, aarde, waterpompinstallatie, vaten met plantenvoeding en diverse elektrische componenten.
Wij zagen dat er vanaf de woonkamer, een dikke stroomkabel liep door de muur naar de naastgelegen slaapkamer en dat de kabel daar weer door de muur liep naar de meterkast. In de meterkast was deze kabel niet zichtbaar. Wij zagen dat de kabel onder de elektriciteitsmeter uit zou moeten komen nabij de hoofdzekeringskast. Hierdoor kregen wij het vermoeden dat de stroom werd afgetapt voor de meter.
Ruimte B WC/douche: filter, slakkenhuis, doorvoer slangen naar buiten via achtergevel, watervoorraad in vuilcontainer met slangen en dompelpomp.
5. Een proces-verbaal berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij van 23 oktober 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar (digitale pagina 7-8 van het ontnemingsdossier).
Dit proces-verbaal houdt in, als mededeling van verbalisant:
Kalkafzetting
In de kweekruimte bevond zich kalkafzetting op het zeil op de plaatsen waar eerder de plantenpotten hebben gestaan. Op het grondzeil van de kweekruimte werden 144 afdrukken aangetroffen van plantenpotten die naast elkaar waren opgesteld. Op het grondzeil werd in en rond de afdrukken kalkafzetting aangetroffen, wat er op duidt dat er sprake is geweest van een eerdere oogst.
Stof op koolstoffilters
De aangetroffen koolstoffilters waren in de kwekerij bevestigd middels spanbanden. Het filterdoek van de koolstoffilters was vervuild. Bij het verplaatsen van de bevestiging bleek dat op de plaats(en) waar deze was aangebracht, het filterdoek een aanzienlijk lichtere kleur vertoonde ten opzichte van de kleur van het overige filterdoek. Het is aannemelijk dat de vervuiling van het filterdoek in de kwekerij is opgetreden nadat de koolstoffilters in de kwekerij waren bevestigd. De vervuiling van het filterdoek treedt pas na langere tijd op en wordt veroorzaakt door kleine stofdeeltjes, voornamelijk afkomstig van het droge kweekmedium waarin hennepplanten worden gekweekt. Door de sterke afzuiging van de afgewerkte lucht in de kwekerij, komen deze stofdeeltjes op het filterdoek terecht.
Verpakkingsmaterialen
In de badkamer werden jerrycans aangetroffen waarin groeimiddel heeft gezeten ter bevordering van de groei van onder andere hennepplanten.
6. Een proces-verbaal van aangifte namens Liander door [aangever] van 5 april 2019, opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [doorgenummerde pagina’s 3-5].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Op 29 oktober 2018 is door Liander een onderzoek ingesteld naar de aansluiting in het perceel op de [a-straat 1] .
De monteur zag dat de zegels van de hoofdaansluitkast waren verbroken. Nadat hij het deksel van de aansluitkast had verwijderd, zag hij dat aan de bovenzijde van de zekeringhouders een illegale elektriciteitsaansluiting was gemaakt en dat deze aansluiting buiten de elektriciteitsmeter om liep naar de hennepplantage en deze voorzag van elektriciteit. Door de manipulatie werd de afgenomen elektriciteit ten behoeve van de hennepplantage niet via de elektriciteitsmeter geregistreerd.
Uit het door Liander N.V. ingestelde onderzoek is gebleken dat er een hennepplantage was ingericht in bovengenoemd perceel in ieder geval in de periode van 19 augustus 2018 tot 29 oktober 2018.
Naar aanleiding van deze inventarisatie en het door Liander N.V. ingestelde onderzoek is door mij een berekening gemaakt waaruit blijkt dat er minimaal 4.516 kWh illegaal is afgenomen (weggenomen) ten behoeve van de hennepplantage (zie bijlage “berekening energieverbruik”).
7. Een proces-verbaal van verhoor getuige van 15 augustus 2023, opgemaakt door de raadsheer-commissaris belast met de behandeling van strafzaken van dit hof.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op voornoemde datum tegenover de raadsheer-commissaris afgelegde verklaring van getuige [getuige 2] :
U vraagt mij of ik het pand heb gehuurd of ik contact met [getuige 1] daarover heb gehad. Nee, helemaal niet. U vraagt mij of ik wel eens in het pand kwam. Ja, ik kwam wel eens op bezoek bij mijn broer. Ik ben alleen in de woning geweest toen mijn broer daar woonde. U vraagt mij hoelang mijn broer in de woning is geweest, nadat ik voor het laatst op bezoek was. Mijn broer kreeg zijn eerste kind, en daardoor moest hij een grotere woning zoeken. Het kindje was onderweg. In die tijd, toen ik er voor het laatst kwam, was zijn vrouw hoogzwanger en zij zou binnen twee maanden ongeveer bevallen. In die tijd hadden zij al een andere woning. U vraagt mij of de conclusie juist is dat mijn broer kort nadat ik voor het laatst in de woning was, naar een andere woning is gegaan. Ja, dat klopt.
8. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 28 juni 2024.
Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Mijn eerste kind is geboren in [...] 2018.
9. Een proces-verbaal van bevindingen whatsapp gesprek van 25 september 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar (digitale pagina’s 19-20 van het ontnemingsdossier).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, Whatsapp berichten tussen [getuige 1] en de verdachte van 31 mei 2018 tot en met 18 september 2018:
Ik zag dat het eerste aan mij getoonde whatsapp gesprek tussen [getuige 1] en [verdachte] een aanvang had op 7 mei 2018 te 21:19 uur. Ik zag dat er diverse gesprekken waren gevoerd in de maanden juni, juli, september en oktober 2018. Ik zag onder meer dat [verdachte] over de whatsapp aan [getuige 1] mededeelde dat er iemand geweest was voor de meter en dat er een andere afspraak moest worden gemaakt voor het nakijken van de gasleiding.
Bij het bestuderen van de betreffende whatsapp gesprekken, zag ik dat de verdachte [verdachte] op 18 september 2018 te 16:52 een foto van de watermeter van de woning door stuurde met daarop de meterstand. Deze meterstand werd namelijk opgevraagd door Waternet. Daarbij zag ik dat de betreffende foto vanaf de mobiele telefoon van [verdachte] naar het mobiele nummer van [getuige 1] was verzonden.”
Het hof heeft over de bewezenverklaring verder overwogen:
“Standpunt verdediging
De raadsman heeft ter terechtzitting van het hof bepleit dat de verdachte van het hem onder 1 en 2 ten laste gelegde moet worden vrijgesproken. Niet kan worden vastgesteld dat in de woning daadwerkelijk hennep is geteeld, nu geen hennepplanten of hennepresten zijn aangetroffen. Bovendien woonde de verdachte sinds november 2017 niet meer in de betreffende woning. De raadsman heeft ook naar voren gebracht dat de verklaringen van getuige [getuige 1] ongeloofwaardig en onbetrouwbaar zijn en van het bewijs moeten worden uitgesloten.
Het hof overweegt het volgende.
Bij de politie is op 28 oktober 2018 een anonieme melding binnengekomen dat er diezelfde dag om 13.00 uur in de woning aan de [a-straat 1] in [plaats] hennep wordt geknipt. Volgens deze melding staan de planten in de woonkamer van een woning op naam van een Turkse vrouw die de woning heeft onderverhuurd aan haar neef. De anonieme melder heeft gezien dat twee jonge mannen henneptoppen aan het knippen waren in de woonkamer van die woning. Naar aanleiding van die melding is de politie diezelfde dag bij voornoemde woning gaan kijken, maar trof daar - van buitenaf bekeken - geen verdachte omstandigheden aan.
Op maandag 29 oktober 2018 om 10.00 uur heeft de politie naar aanleiding van voornoemde melding een nader onderzoek ingesteld. Uit een controle in de Basisregistratie Personen bleek dat [getuige 1] daar ingeschreven stond. [getuige 1] heeft later bij de politie en de rechter-commissaris als getuige verklaard dat zij de woning heeft onderverhuurd aan de verdachte.
Diezelfde dag omstreeks 16.00 uur is [getuige 1] met behulp van een slotenmaker de woning binnen gegaan en trof een kweekruimte aan. Zij heeft vervolgens de politie ingelicht. De politie trof in de woning het volgende aan. In een opgestelde tent hingen 9 assimilatielampen en twee koolstoffilters. De luchtverversing en luchtafvoer werd geregeld door een aan- en afzuiginstallatie. Op de bodem van de tent waren afdrukken te zien van (in totaal) 144 potten die in rijen stonden opgesteld. In de badkamer waren het waterreservoir en de dompelpomp aanwezig die de ruimte van de benodigde vloeistof konden voorzien. In die badkamer werden 4 gebruikte jerrycans met groeimiddel aangetroffen. In de woning waren een hygro/thermometer, een weegschaal en 4 droogrekken voorhanden. Door een medewerker van de firma Liander NV werd na onderzoek geconstateerd dat elektriciteit illegaal werd afgenomen. Hiertoe was de verzegeling van het deksel van de hoofdaansluitkast verbroken. Vanaf de bovenzijde van de zekeringhouders die zich in de aansluitkast bevonden was een illegale elektriciteitsaansluiting gemaakt. Als een zichtbare stroomkabel liep die aansluiting middels gaten in de muren naar een in de woonkamer geplaatste schakelbord dat de kweekattributen van de benodigde stroom voorzag.
Hoewel geen plantenpotten en (resten van) hennepplanten zijn aangetroffen, gaat het hof er van uit dat in de ten laste gelegde periode in de woning hennep is geteeld. Het hof leidt dit af uit de constatering van de politie dat sprake is van een zogenaamde henneptent en een kweekruimte die is ingericht met hennepattributen, waaronder droogrekken en een weegschaal, en gericht is op het telen van hennepplanten.
Dat ook daadwerkelijk hennep is geteeld maakt het hof op uit het volgende. Op het grondzeil van de henneptent werden 144 afdrukken van plantenpotten aangetroffen. In en rond deze afdrukken was kalkafzetting waarneembaar, wat er volgens de verbalisant erop duidt dat er sprake is geweest van één oogst. Ook was het filterdoek van de koolstoffilters vervuild. Die vervuiling treedt volgens de verbalisant pas na langere tijd op en wordt veroorzaakt door kleine stofdeeltjes afkomstig van het droge kweekmedium waarin hennepplanten worden gekweekt. Bovendien blijkt uit het dossier dat het groeimiddel in de aangetroffen jerrycans is opgebruikt. Ten slotte weegt het hof mee dat een anonieme melder op 28 oktober 2018 heeft gezien dat de toppen van hennepplanten werden afgeknipt in de woonkamer van voornoemde woning.
De door de raadsman opgeworpen mogelijkheid dat sprake kan zijn geweest van de kweek van andere soorten planten of stekken, of dat de aanwezige kwekerij uit tweedehands spullen bestond waarmee in deze woning nog geen planten waren gekweekt, wordt, gelet op wat hiervoor is vermeld, door het hof verworpen.
Alternatief scenario
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat niet hijzelf, maar een persoon genaamd [betrokkene 1] de woning in de ten laste gelegde periode heeft gehuurd en dat [betrokkene 1] dan ook de hennepkwekerij moet hebben aangelegd en geëxploiteerd. De verdachte was wel onderhuurder van de woning, maar zou naar eigen zeggen de woning voor het laatst in november 2017 hebben bewoond en betreden. Nadien zou zijn broer in de woning hebben verbleven, die op zijn beurt vanaf maart 2018 de woning aan [betrokkene 1] zou hebben verhuurd. [betrokkene 1] zou de huur middels zijn broer aan de verdachte hebben betaald die vervolgens de huur aan [getuige 1] voldeed. De verdachte heeft verklaard dat hij sinds november 2017 niet meer over een sleutel van de woning beschikte.
Deze lezing van de verdachte is naar het oordeel van het hof niet aannemelijk geworden. De verdachte heeft geen gegevens van [betrokkene 1] . De broer van de verdachte heeft als getuige bij de raadsheer-commissaris ontkend de woning te hebben bewoond en onderverhuurd. Hij heeft verklaard dat hij de woning alleen heeft bezocht toen de verdachte daar woonde en zijn laatste bezoek aan de woning was toen de vrouw van de verdachte hoogzwanger was en binnen twee maanden zou bevallen van hun eerste kind. Kort daarna is de verdachte naar een andere woning verhuisd. Ter zitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat zijn eerste kind in [...] 2018 is geboren.
Ook bevat het dossier een aantal tussen de verdachte en [getuige 1] uitgewisselde WhatsApp-berichten in de periode van eind mei tot en met september 2018. Deze berichten, die kennelijk betrekking hebben op afspraken in verband met de gas- en elektriciteitsmeter van de woning, wijzen erop dat de verdachte in die periode nog wel in de woning was. Op 13 mei 2018 bericht hij [getuige 1] ‘(..) ik had gebelt ze zijn niet langs geweest ik was wel thuis’. Op 18 september 2018 stuurt hij [getuige 1] een foto van de watermeterstand in de woning.
Gelet op het voorgaande en de bewijsmiddelen, in samenhang bezien, is het hof van oordeel dat de verdachte gedurende de ten laste gelegde periode de onderhuurder en gebruiker was van de woning en de hennepkwekerij exploiteerde. Tevens volgt uit bewijsmiddelen dat ten behoeve van het telen van de hennepplanten de stroom op evident zichtbare wijze illegaal werd afgenomen.”
In een geval als dit, waarin het aantreffen van een hennepkwekerij gepaard gaat met het aantreffen van aanwijzingen dat de elektriciteit die wordt gebruikt voor die kwekerij, kort gezegd, ‘buiten de meter om’ wordt afgenomen, en de verdachte op die grond (ook) de diefstal van elektriciteit (met verbreking) wordt verweten, verdient die diefstal zelfstandige aandacht in de bewijsvoering. De betrokkenheid van de verdachte bij de teelt van hennep brengt immers op zichzelf nog niet mee dat hij zich ook schuldig maakt aan het opzettelijk wegnemen van de daarbij gebruikte elektriciteit. Bij die bewijsvoering kan onder meer het volgende van belang zijn. Onder ‘wegnemen’ van een goed als bedoeld in artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht moet worden verstaan het zich verschaffen van de feitelijke heerschappij over het goed dan wel het aan de feitelijke heerschappij van de rechthebbende onttrekken van dat goed. Elektriciteit wordt in deze zin pas ‘weggenomen’ door het verbruik ervan door apparaten of installaties die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet. Dat als algemeen uitgangspunt kan gelden dat een rechthebbende weet wat zich in zijn pand bevindt dan wel wat zich daar afspeelt, volstaat doorgaans niet voor het bewijs van het opzettelijk wegnemen van de elektriciteit. Wel kunnen concrete gedragingen van de verdachte waaruit zijn betrokkenheid bij die teelt blijkt en de omstandigheden waaronder die teelt plaatsvond, meebrengen dat (het niet anders kan zijn dan dat) de verdachte zich ook heeft schuldig gemaakt aan het wegnemen van de daarbij gebruikte elektriciteit. (Vgl. HR 20 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:511.)
De vaststellingen van het hof houden onder meer het volgende in. In de woning aan de [a-straat 1] in [plaats] is een ruimte aangetroffen die, gelet op de inrichting van die ruimte en de daar aangetroffen voorwerpen, is gebruikt voor het telen van hennep. Bij onderzoek naar de afname van elektriciteit is geconstateerd dat de zegels van het deksel van de hoofdaansluitkast waren verbroken. Er was een illegale elektriciteitsaansluiting gemaakt vanaf de bovenzijde van de zekeringhouders, waarbij een stroomkabel zichtbaar door gaten in de muren naar een in de woonkamer geplaatst schakelbord liep. Dat schakelbord voorzag de kweekattributen van de benodigde stroom. Verder heeft het hof vastgesteld dat de verdachte de onderhuurder en de gebruiker was van de woning en de hennepkwekerij exploiteerde. Het standpunt van de verdachte, dat erop neerkomt dat niet hij, maar een derde, de hennepkwekerij in zijn woning zou hebben ingericht en geëxploiteerd, is door het hof niet aannemelijk geoordeeld.
Mede op grond hiervan heeft het hof geoordeeld dat de verdachte zich – als pleger – schuldig heeft gemaakt aan, kort gezegd, het opzettelijk telen van hennep in de woning waarvan hij de onderhuurder was. Zijn oordeel dat de verdachte – eveneens als pleger – ten behoeve van die hennepteelt met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening een hoeveelheid stroom heeft weggenomen door middel van verbreking, heeft het hof erop gebaseerd dat die stroom op evident zichtbare wijze illegaal werd afgenomen. Dat oordeel is toereikend gemotiveerd. De enkele omstandigheid dat, zoals het hof in zijn bewijsoverwegingen heeft vermeld, op enig moment is waargenomen dat twee jongemannen henneptoppen aan het knippen waren in de woonkamer van de woning, doet – mede in aanmerking genomen dat door of namens de verdachte niet is aangevoerd dat deze personen ook op een andere manier bij de exploitatie van de hennepkwekerij waren betrokken – daar niet aan af.
Het cassatiemiddel faalt.
3. Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft ook de overige klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat ook deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 mei 2026.