HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 25/01956
Datum 29 mei 2026
BESCHIKKING
In de zaak van
V-WAVE SHIPPING S.A.,
gevestigd te Monrovia, Liberia,
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: V-Wave,
advocaat: S.L. Haanschoten,
tegen
1. HAVEN KLUP B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. THREE SEAS SERVICES B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
3. NEPA SHIPPING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
4. MED ASIA SHIPPING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
5. NEPA BEHEER B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
6. NEPA HOLDING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
7. [Beheer] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
8. [verweerder 8],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweerders],
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikkingen in de zaak C/10/678735 / KG RK 24-548 van de rechtbank Rotterdam van 14 mei 2024 en van 31 mei 2024;
b. de beschikking in de zaak 200.347.834/01 van het gerechtshof Den Haag van 25 februari 2025.
V-Wave heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot vernietiging van de beschikking van het gerechtshof Den Haag van 25 februari 2025, en tot verwijzing.
De advocaat van V-Wave heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2. Uitgangspunten en feiten
In dit geding verzoekt V-Wave verlof tot het leggen van conservatoir beslag ten laste van (onder meer) [verweerders]
De voorzieningenrechter heeft het verlof verleend. Bij tussenbeschikking heeft de voorzieningenrechter de vordering van V-Wave voorlopig begroot op € 1.566.400,-- inclusief rente en kosten. Na een vervolgens gehouden mondelinge behandeling heeft de voorzieningenrechter bij eindbeschikking de vordering van V-Wave begroot op € 130.000,-- inclusief rente en kosten.
V-Wave heeft tegen de eindbeschikking van de rechtbank hoger beroep ingesteld, voor zover deze de begroting van haar vordering betreft.
Op 31 januari 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden bij het hof, ten overstaan van een raadsheer-commissaris.
Op 20 februari 2025 heeft de advocaat van V-Wave het hof verzocht om een proces-verbaal van de mondelinge behandeling. Bij e-mail van 21 februari 2025 heeft het hof hierop als volgt geantwoord:
“In deze zaak – waarin een mondelinge behandeling is gehouden op 31 januari jl – zal op 25 februari a.s. bij vervroeging een beschikking worden gegeven.
Het proces verbaal van de zitting van 31 januari 2025 zal worden opgemaakt en nadien aan partijen worden nagezonden.
Bij beschikking van 25 februari 2025 heeft het hof de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Een e-mail van het hof van 27 juni 2025 vermeldt in antwoord op vragen van de advocaat van verweerders onder meer het volgende:
“1. Wanneer is het proces-verbaal van de mondelinge behandeling opgemaakt?
Antwoord: Op de zitting – waar de advocaten zich hebben bediend van spreekaantekeningen, die zijn overgelegd – heeft de griffier het besprokene digitaal genoteerd (concept-proces-verbaal). Aan het einde van de zitting is desgevraagd een datum bepaald voor de meervoudig te geven beschikking.
Het digitale concept-proces-verbaal is direct na de zitting opgeslagen in een binnen het hof beschikbare, op zaaknummer en datum geregistreerde, digitale map. Het na de uitspraak toegestuurde, getekende proces-verbaal, is, na de uitspraak, op basis van het concept-proces-verbaal van de griffier vastgesteld.
2. Wanneer is het proces-verbaal van de mondelinge behandeling aan de meervoudige kamer ter beschikking gesteld?
[Antwoord:] Ten tijde van het geven van de beschikking waren intern - wat de mondelinge behandeling betreft - alleen de vooraf toegestuurde stukken, de overgelegde spreekaantekeningen en het concept-proces-verbaal beschikbaar, dus niet het getekende proces-verbaal zoals dat na de uitspraak is toegestuurd.
3. Wanneer is het proces-verbaal van de mondelinge behandeling aan partijen toegestuurd?
Antwoord: op 10 maart 2025.”
3. Beoordeling van het middel
Het middel bevat de klacht dat het hof het proces-verbaal van de mondelinge behandeling niet voorafgaand aan zijn uitspraak heeft opgemaakt en ter beschikking heeft gesteld aan de raadsheren die de zaak beslisten, en het proces-verbaal evenmin voorafgaand aan zijn uitspraak heeft toegezonden aan partijen.
Van een mondelinge behandeling die mede ten doel heeft dat de rechter de partijen in de gelegenheid stelt hun stellingen toe te lichten en die plaatsvindt in een meervoudig te beslissen zaak ten overstaan van een rechter-commissaris of raadsheer-commissaris, dient een proces-verbaal te worden opgemaakt. Dat proces-verbaal dient voorafgaand aan de uitspraak te worden toegezonden aan partijen en ter beschikking te worden gesteld van de meervoudige kamer. Anders is onvoldoende gewaarborgd dat hetgeen ter zitting is voorgevallen bij de totstandkoming van de uitspraak door de meervoudige kamer wordt meegewogen.
Uit hetgeen hiervoor in 2.4-2.7 is vermeld, volgt dat in het hoger beroep in deze zaak niet is voldaan aan de hiervoor in 3.2 genoemde regels. Het middel is dus gegrond.
Nu [verweerders] de bestreden gang van zaken niet hebben uitgelokt of verdedigd, zal de Hoge Raad de kosten van het geding in cassatie reserveren zoals hierna bepaald.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van het gerechtshof Den Haag van 25 februari 2025;
- verwijst het geding naar het gerechtshof Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing;
- reserveert de beslissing over de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van V-Wave tot de einduitspraak en begroot deze kosten tot op de uitspraak in cassatie op € 905,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, en aan de zijde van [verweerders] op nihil.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 29 mei 2026.