HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 25/01737
Datum 29 mei 2026
ARREST
In de zaak van
ETRIPLUS B.V.,
gevestigd te Venlo,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: Etriplus,
advocaat: J.H.M. van Swaaij,
tegen
GEMEENTE VENLO,
zetelende te Venlo,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: de Gemeente,
advocaat: R.D. Boesveld.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/03/305530 / HA ZA 22-241 van de rechtbank Limburg van 20 september 2023;
b. het arrest in de zaak 200.336.231/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 4 februari 2025.
Etriplus heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De Gemeente heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaat van Etriplus heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het principale beroep;
- veroordeelt Etriplus in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 17.016,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Etriplus deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.J.P. Lock, als voorzitter, F.R. Salomons, G.C. Makkink, K. Teuben en B.P.M. van Ravels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 29 mei 2026.