HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/04467
Datum 23 januari 2026
ARREST
In de zaak van
NEI NIEUW ENERGY INVEST B.V.,
gevestigd te Zwolle,
EISERES tot cassatie,
hierna: NEI,
advocaten: B.M.H. Fleuren en R.A. González Nicolás,
tegen
1. [verweerster 1] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [verweerster 2] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats],
3. [verweerster 3] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats],
4. FERTILIS FECTUM B.V., gevestigd te Amersfoort,
5. POTOSI HOLDING B.V., gevestigd te Amsterdam,
6. DQ VENTURES B.V., gevestigd te Aerdenhout, gemeente Bloemendaal,
7. [verweerder 7], wonende te [woonplaats],
8. [verweerder 8], wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweerders],
advocaat: B.I. Kraaipoel.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/13/705396 / HA ZA 21-700 van de rechtbank Amsterdam van 13 juli 2022;
b. de arresten in de zaak 200.315.103/01 van het gerechtshof Amsterdam van 10 september 2024 en 6 december 2024 (herstelarrest).
NEI heeft tegen het arrest van het hof van 10 september 2024 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [verweerders] toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2. Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt NEI in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 23 januari 2026.