ECLI:NL:HR:2026:869

ECLI:NL:HR:2026:869

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 09-06-2026
Datum publicatie 05-06-2026
Zaaknummer 23/04569
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2026:346
Formele relatie: ECLI:NL:GHSHE:2023:3841

Samenvatting

Aanwezig hebben van 14 gram cocaïne en 10 gram heroïne (art. 2.C Opiumwet) en verkopen van cocaïne en heroïne (art. 2.B Opiumwet). Verbeurdverklaring geldbedragen (€ 7,70 en € 1.255), art. 33a.1.a Sr. Kon hof oordelen dat deze geldbedragen door middel van of uit baten van bewezenverklaarde feiten zijn verkregen? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel CAG: Uit stukken volgt dat bij verdachte geldbedragen zijn aangetroffen, dat hij op dag van zijn aanhouding een geringe hoeveelheid heroïne en cocaïne heeft verkocht aan ander en dat deze persoon heeft verklaard al langere tijd drugs bij verdachte te kopen. Hof heeft echter niet vastgesteld dat aangetroffen geldbedragen afkomstig zijn van meerdere transacties, dat verdachte zich structureel met drugshandel bezighoudt, wat prijs was van de op die dag verkochte verdovende middelen, noch dat kort vóór aanhouding waargenomen transactie bedragen van deze omvang kan verklaren. Hof heeft volstaan met overweging dat geldbedragen zijn verkregen door middel van of uit baten van bewezenverklaard verkopen van cocaïne en heroïne. Nu dat feit slechts betrekking heeft op 1 verkoop van geringe hoeveelheid verdovende middelen (ongeveer 0,7 gram heroïne en 0,9 gram cocaïne), is zonder nadere motivering niet begrijpelijk dat aangetroffen geldbedragen als opbrengst daarvan kunnen worden aangemerkt. Motivering van verbeurdverklaring a.b.i. art. 33a.1.a Sr schiet daarmee tekort. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing t.a.v. verbeurdverklaring van geldbedragen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/04569

Datum 9 juni 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 november 2023, nummer 20-000762-23, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J.S. Nan bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de verbeurdverklaring van de geldbedragen van € 7,70 en € 1.255,00 en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep te worden afgedaan, en tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.

2. Beoordeling van het cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt over de verbeurdverklaring van twee inbeslaggenomen geldbedragen van € 7,70 en € 1.255,00.

Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5 tot en met 11.

3. Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde gevangenisstraf van twee maanden volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen geldbedragen van € 7,70 en € 1.255,00;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak wat betreft die inbeslaggenomen voorwerpen opnieuw wordt berecht en afgedaan;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juni 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand