ECLI:NL:OGAACMB:2024:21

ECLI:NL:OGAACMB:2024:21, Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 06-05-2024, AUA202303885

Instantie Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba
Datum uitspraak 06-05-2024
Datum publicatie 01-06-2024
Zaaknummer Sint Maarten en van Bonaire
Rechtsgebied Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:OGAACMB:2025:110
Formele relatie: ECLI:NL:ORBAACM:2025:37
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

Gaza – inhouding bezoldiging

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

[Klager],

Uitspraak van 6 mei 2024

Gaza nr. AUA202303885

UITSPRAAK

op het bezwaar in de zin van

de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:

wonende in Aruba,

KLAGER,

in persoon,

tegen:

DE MINISTER VAN ALGEMENE ZAKEN, INNOVATIE, OVERHEIDSORGANISATIE INFRASTRUCTUUR EN RUIMTELIJKE ORDENING,

zetelend te Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. Y.F.M. Kaarsbaan (DWJZ).

PROCESVERLOOP

Op het klager toekomende (netto) maandsalaris over de maand september 2023 is een bedrag van Afl. 275.84 ingehouden wegens het niet naleven van voorschriften.

Hiertegen heeft klager op 19 oktober 2023 bezwaar gemaakt.

Verweerder heeft op 4 maart 2024 een contramemorie ingediend.

Het gerecht heeft het bezwaar behandeld ter zitting van 11 maart 2024. Klager is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Kaarsbaan.

De uitspraak is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

De standpunten van partijen

1. Verweerder heeft aan de inhouding van één dag salaris over de maand september 2023 ten grondslag gelegd dat klager op 12 juli 2023 niet heeft voldaan aan de op hem rustende meldplicht. Hij had zich die dag, net als alle overige dagen van de week, tussen 08.00 en 09.00 uur moeten melden bij Departamento Recurso Humano (DRH), en dat heeft hij niet gedaan. Klager heeft in de ochtend van op 12 juli 2023 gebeld met de dienst en meegedeeld dat hij die dag was verhinderd zich te melden in verband met een begrafenis van de vader van zijn “zwager”. Daarbij heeft klager zich beroepen op vrijstelling van dienst wegens bijzondere omstandigheden. Klager is diezelfde dag bij emailbericht van 08.53 bericht dat hij bewijs dient te leveren van zijn relatie tot de overleden persoon. Daarbij is vermeld dat op grond van artikel 26 LVVDA vrijstelling alleen kan worden verleend als het betreft de begrafenis van bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad. Klager is gewaarschuwd dat als het niet gaat om een situatie bedoeld in artikel 26, hij zich die dag alsnog moet komen melden bij het DRH, opdat er geen sprake zal zijn van ‘no work, no pay’ conform artikel 17 van de Lma. Klager heeft zich echter ook later die dag niet gemeld bij DRH. Hij heeft die dag derhalve de op hem rustende voorschriften niet nageleefd, reden om één dag salaris in te houden op zijn salaris over de maand september 2023.

2. Klager kan zich niet verenigen met de inhouding op zijn bezoldiging en stelt zich op het standpunt dat verweerder geen enkele juridische grondslag heeft voor deze inhouding. Hij beroept zich op de rechten die hem als ambtenaar toekomen op grond van de Lma en de LVVDA. Hij meent recht te hebben op behoud van bezoldiging over 12 juli 2023 op grond van artikel 26, eerste lid, aanhef, onder I, letter k, van de LVVDA.

De omvang van het geschil

3. Klager heeft bij het gerecht verschillende procedures lopen over zijn ambtelijke status en de daaraan verbonden rechten en verplichtingen. Daarbij speelt onder meer de vraag of klager behoort tot de categorie ‘ non-actieven’ met re-integratie verplichtingen en of hij recht heeft op vakantiedagen of ATV-dagen. In deze procedure is echter uitsluitend de vraag aan de orde of verweerder op de door klager genoemde reden had moeten afzien van genoemde inhouding op het salaris van klager. Bij de beoordeling neemt het gerecht het volgende in aanmerking.

Het wettelijk kader

4. Artikel 26, eerste lid, I, onder k. van de Landsverordening vakantie en vrijstelling van dienst ambtenaren (Lvvda) wordt – tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten - aan de ambtenaar op zijn daartoe strekkend mondeling of schriftelijk verzoek door de bevoegde autoriteit vrijstelling van dienst wegens bijzondere omstandigheden, met behoud van vol inkomen, verleend (k) bij overlijden van grootouders, huisgenoten en bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad één werkdag.

5. Artikel 17, tweede lid, van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht ontvangt de ambtenaar over de tijd, gedurende welke hij in strijd met zijn verplichtingen opzettelijk nalaat zijn dienst te verrichten, geen bezoldiging.

De beoordeling

6. Vast staat dat klager ambtenaar is. Vast staat ook dat hij zich op 12 juli 2023 niet bij DRH heeft gemeld. Klager heeft erkend dat hij zich in beginsel elke dag dient te melden. Hij meent echter voor 12 juli 2023 voor vrijstelling in aanmerking te komen vanwege de begrafenis van de vader van zijn zwager en beroept zich daartoe op artikel 26, eerste lid, onder I, letter k, van de LVVDA. Dit beroep slaagt niet, omdat de vader van de man / partner van zijn zuster niet is of kan worden aangemerkt als bloed- of aanverwant tot en met de derde graad van klager zelf. Reeds hierom faalt het betoog van klager en dient zijn bezwaar ongegrond te worden verklaard.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

- verklaart het bezwaar ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. B.J. van Ettekoven, rechter, en uitgesproken in raadkamer op maandag, 6 mei 2024, in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen hoger beroep instellen bij de Raad van beroep in ambtenarenzaken. Daarbij dient de volgende termijn in acht te worden genomen:

Het beroepschrift moet worden ingediend bij:

De griffie van de Raad van Beroep in ambtenarenzaken

J.G. Emanstraat 51

Oranjestad

Aruba

U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,

b. de datum van ondertekening,

c. waartegen u in hoger beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. B.J. van Ettekoven

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?