ECLI:NL:OGAACMB:2024:71

ECLI:NL:OGAACMB:2024:71, Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 17-06-2024, AUA202400423

Instantie Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba
Datum uitspraak 17-06-2024
Datum publicatie 01-10-2025
Zaaknummer Sint Maarten en van Bonaire
Rechtsgebied Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 1 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

Disciplinair strafontslag. Plichtsverzuim op grond van uit het strafrechtelijk onderzoek naar voren komende gegevens. Vuurwapenincident. Hoger beroep in strafprocedure hoeft niet afgewacht te worden. Er is sprake van ernstig plichtsverzuim. Ontslag is niet onevenredig. Tijdsverloop tussen schorsing en ontslag kan worden verklaard en gebillijkt. Bezwaar ongegrond.

Uitspraak

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het bezwaar in de zin van

de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:

[Klager],

wonend in Aruba,

KLAGER,

gemachtigde: mr. L.A. Hernandis,

tegen:

DE GOUVERNEUR VAN ARUBA,

zetelend in Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. V.M. Emerencia (DWJZ).

INLEIDING

In deze uitspraak beoordeelt het gerecht het bezwaar van klager gericht tegen het landsbesluit van 28 december 2023 no. 11 (het bestreden landsbesluit), waarbij verweerder heeft besloten om klager:

i. met toepassing van artikel 83, eerste lid, aanhef en onder i en artikel 85, eerste lid van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (Lma), met ingang van de dag na dagtekening van dit landsbesluit en met onmiddellijke tenuitvoerlegging de disciplinaire straf van ontslag op te leggen, althans;

ii. voor zover de onder II genoemde ontslaggrond komt te vervallen klager met toepassing van artikel 98, eerste lid, aanhef en onder f, van de Lma eervol ontslag te verlenen met ingang van vijf dagen na dagtekening van dit besluit.

Klager heeft op 13 februari 2023 voornoemd bezwaar ingediend bij het gerecht.

Verweerder heeft op 11 april 2024 stukken per e-mail ingediend.

Het gerecht heeft de zaak behandeld ter zitting van 15 april 2024. Klager is verschenen bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder zich heeft laten vertegenwoordigen door de gemachtigde voornoemd.

Het gerecht heeft het onderzoek heropend en de zaak verwezen naar de rol van 8 mei 2024 voor overlegging stukken zijdens verweerder.

Verweerder heeft op 8 mei 2024 het extractvonnis in de strafzaak tegen klager ingediend.

Het onderzoek is gesloten. De uitspraak is vervolgens bepaald op heden.

DE BEOORDELING

Is klager ontvankelijk?

Klager heeft het bestreden landsbesluit pas op 19 januari 2024 ontvangen en heeft binnen dertig dagen daarna een bezwaarschrift ingediend bij het gerecht. Klager is dus ontvankelijk in zijn bezwaar.

Het oordeel van het gerecht

Het gerecht is van oordeel dat het bestreden landsbesluit op goede gronden is genomen. Anders dan klager betoogt, komt het gerecht tot de conclusie dat klager zich schuldig heeft gemaakt aan plichtsverzuim. Het gerecht zal daarom het bezwaar ongegrond verklaren.

Het gerecht legt hierna dit oordeel uit.

Wat is van belang om te weten?

Klager is als ambtenaar werkzaam bij het Cuerpo Especial Arubano (CEA).

Klager is op 7 november 2020 aangehouden en op 8 november 2020 in verzekering gesteld. Met ingang van 18 november 2020 is de bewaring bevolen. Met ingang van 26 november 2020 is de bewaring verlengd. Op 3 december 2020 is klager in vrijheid gesteld.

Bij beslissing van 4 december 2020 is klager de toegang tot zijn werkplek, dienstlokalen, -gebouwen, en -voertuigen voor de duur van zes weken ontzegd. Deze toegangsontzegging is met ingang van 15 januari 2021 met zes weken verlengd.

Bij landsbesluit van 17 februari 2021, no. 26, is klager geschorst in zijn ambt voor de duur van de strafrechtelijke vervolging, totdat het bevoegd gezag een beslissing heeft genomen over het opleggen van een disciplinaire straf.

Het Departamento di Recurso Humano (DRH) heeft op 3 juni 2021, 29 juni 2021, 3 juli 2021 en 24 januari 2023 inzage gehad bij het Openbaar Ministerie (OM) in het strafdossier van klager.

Bij brief van 9 november 2021 is klager in de gelegenheid gesteld zich bij het bevoegd gezag ten aanzien van het hem verweten gedrag te verantwoorden. Klager heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

Bij vonnis van dit gerecht van 22 juni 2023 is klager veroordeeld tot 20 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Hiertegen heeft klager op diezelfde dag hoger beroep ingesteld.

Bij advies van het DRH van 3 november 2023 is geadviseerd om aan klager, gelet op de ernst van de gedragingen, de disciplinaire straf van onvoorwaardelijk ontslag op te leggen, dan wel subsidiair ontslag te verlenen vanwege onbekwaam- of ongeschiktheid voor het door hem beklede ambt.

Bij bestreden landsbesluit van 28 december 2023 heeft verweerder, conform het advies van het DRH, besloten.

Wat zijn de standpunten van partijen?

Aan het disciplinair ontslag heeft verweerder ten grondslag gelegd dat klager zich schuldig heeft gemaakt aan ernstig plichtsverzuim en dat het plichtsverzuim van dien aard is dat er geen vertrouwen meer gesteld kan worden in het integer handelen van klager als ambtenaar. Het plichtsverzuim houdt in dat klager:

- artikel 3 van de Vuurwapenverordening heeft overtreden;

- heeft deelgenomen aan een crimineel netwerk om zich te beschermen tegen een derde aan wie hij geld schuldig is;

- heeft toegelaten dat een derde bedreigd werd, in verband met financiële zaken uit de nevenactiviteiten van betrokkene;

- eigenaar is van een constructiebedrijf en nimmer toestemming heeft gevraagd noch verkregen om nevenactiviteiten uit te oefenen conform artikel 55 Landsverordening materieel ambtenarenrecht.

Verweerder heeft in het bestreden landsbesluit verder – kort samengevat – overwogen dat klager in hoge mate heeft tekortgeschoten in zijn verantwoordelijkheid en verplichtingen als een goed ambtenaar en dat bij klager de eigenschappen, mentaliteit en instelling die voor het op goede wijze vervullen van de functie zijn vereist, ontbreken, hetgeen erop wijst dat hij ongeschikt is voor de door hem beklede functie, maar dat vanwege de aard en ernst van het grensoverschrijdend gedrag van klager in samenhang met de aard van de functie wordt afgezien van het bieden van een verbeterkans.

6. Klager heeft zich – samengevat – op het standpunt gesteld dat hij geen ernstig plichtsverzuim heeft gepleegd, althans geen plichtsverzuim dat een ontslag rechtvaardigt. Volgens klager zijn de hem verweten gedragingen ongefundeerd en niet op waarheid gebaseerd. Verweerder heeft zijn stellingen niet met bewijzen onderbouwd. Klager stelt zich voorts op het standpunt - zo begrijpt het gerecht - dat het bestreden landsbesluit in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel, omdat het drie jaar heeft geduurd om tot het bestreden landsbesluit te komen. Ten slotte stelt klager zich op het standpunt dat een disciplinair ontslag disproportioneel is en dat de eventuele oplegging daarvan zal leiden tot een voor hem onredelijke en onbillijke situatie. Verweerder handelt dan ook in strijd met het rechtszekerheids-, zorgvuldigheids-, motiverings- en vertrouwensbeginsel.

Wat zegt de wet?

Ingevolge artikel 47, eerste lid, van de Lma is de ambtenaar gehouden de plichten uit zijn ambt voortvloeiende nauwgezet en ijverig te vervullen en zich te gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt. Ingevolge het tweede lid dient de ambtenaar de door de betrokken minister voor zijn werkzaamheid of zijn gedrag vastgestelde voorschriften na te komen. Ingevolge het derde lid behoort hij zich te onthouden van het bezigen van vloeken en van ruwe of onzedelijke taal.

Ingevolge artikel 82, eerste lid, van de Lma kan de ambtenaar, die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt, deswege door het bevoegde gezag disciplinair worden gestraft.

Ingevolge het tweede lid omvat plichtsverzuim zowel het overtreden van enig voorschrift als het doen of nalaten van iets, hetwelk een goed ambtenaar in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen.

Ingevolge artikel 83, eerste lid, onder i, van de Lma is de disciplinaire straf, welke kan worden toegepast, ontslag.

Ingevolge artikel 98, eerste lid, aanhef en onder f, van de Lma kan de ambtenaar, buiten de gevallen hiervoren of bij andere wettelijke regelingen bepaald, slechts worden ontslagen op grond van onbekwaamheid of ongeschiktheid voor het door hem beklede ambt, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken. Ingevolge het tweede lid wordt een ontslag op grond van dit artikel steeds eervol verleend.

Is er in casu sprake van plichtsverzuim?

8. Ter beantwoording ligt voor de vraag of verweerder op goede gronden heeft besloten klager wegens plichtsverzuim de disciplinaire straf van ontslag (subsidiair eervol ontslag) op te leggen. Het gerecht overweegt als volgt.

Voor de constatering van plichtsverzuim dat tot het opleggen van een disciplinaire maatregel aanleiding kan geven is volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB; uitspraak van 15 september 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BT1997), waarbij het gerecht aansluit, noodzakelijk dat op basis van de beschikbare, deugdelijk vastgestelde gegevens de overtuiging is verkregen dat de betrokken ambtenaar de hem verweten gedragingen heeft begaan. Ook handelen buiten werktijd kan onder omstandigheden strijdig zijn met hetgeen een goed ambtenaar betaamt en daarmee plichtsverzuim opleveren. Dit kan het geval zijn in situaties waarbij het handelen, gelet op de vervulde functie, het aanzien van de openbare dienst heeft geschaad, maar ook in situaties waarbij de hoedanigheid en de gedragingen in de privésfeer onvoldoende gescheiden of te scheiden zijn.

Vast staat dat aan klager bij strafrechtelijk vonnis is veroordeeld tot 20 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Klager heeft hiertegen hoger beroep ingesteld. Klager kan niet worden gevolgd in zijn betoog dat verweerder het hoger beroep in de strafprocedure had moeten afwachten, voordat hij tot het disciplinaire strafontslag had mogen overgaan. Het feit dat het strafvonnis (nog) niet onherroepelijk is, staat - naar het oordeel van het gerecht - er niet aan in de weg dat de daarin neergelegde weergave van de door de strafrechter gebruikte bewijsmiddelen ten grondslag kan worden gelegd aan ontslag als disciplinaire maatregel. In het kader van besluitvorming over een op te leggen disciplinaire straf kan gebruik worden gemaakt van uit het strafrechtelijk onderzoek naar voren komende gegevens, zoals in dit geval ook is gebeurd. Verder is er geen geschreven of ongeschreven regel die verweerder ertoe verplicht om het oordeel van de strafrechter af te wachten, voordat tot het treffen van een disciplinaire straf of een ander besluit naar aanleiding van een geconstateerd plichtsverzuim wordt overgegaan. Hierbij neemt het gerecht mede in aanmerking dat het ontslag niet is gebaseerd op de ontslaggrond van een onherroepelijk geworden veroordeling, maar op de ontslaggrond van plichtsverzuim. Verweerder heeft op basis van de zich in het strafdossier bevindende informatie een zelfstandige oordeel gegeven over de vraag of sprake is van ernstig plichtsverzuim, of dat plichtsverzuim klager kan worden toegerekend, en of een disciplinaire sanctie op zijn plaats is. Het gerecht is van oordeel dat verweerder op basis van de feiten over het incident op 7 november 2020 en het aandeel van klager daarin, zoals die blijken uit het strafdossier, terecht en op goede gronden heeft geconcludeerd dat sprake is van ernstig plichtsverzuim van klager. Niet is gebleken dat dit ernstige plichtsverzuim niet aan klager was toe te rekenen. Verweerder was dan ook bevoegd klager daarvoor een disciplinaire straf op te leggen.

Verweerder heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid om een straf op te leggen gekozen voor de zwaarste sanctie. Klager betoogt dat de maatregel van strafontslag niet in verhouding staat tot het aandeel van klager bij het incident en leidt tot onevenredige gevolgen. Het gerecht zal daarom beoordelen of verweerder bij het bepalen van de sanctie is gebleven binnen de grenzen van het evenredigheidsbeginsel.

Het gerecht is van oordeel dat het plichtsverzuim zodanig ernstig is dat de opgelegde straf van disciplinair ontslag niet onevenredig is te achten. Verweerder moet, gelet op de voorbeeldfunctie van ambtenaren, en de hoge eisen van integriteit en betrouwbaarheid die aan hen gesteld mogen worden, erop kunnen vertrouwen dat zij hun verplichtingen nauwgezet naleven. Van een ambtenaar in het algemeen, maar van een ambtenaar werkzaam in de Justitiële keten in het bijzonder, mag worden gevergd dat hij zich houdt aan zijn ambtelijke verplichtingen. De gedraging van klager strookt niet met zijn verplichtingen en maken dat aan zijn integriteit kan worden getwijfeld. Verder overweegt het gerecht dat verweerder op goede gronden heeft laten meewegen dat klager met zijn handelen het imago van de CEA ernstig heeft beschadigd. Ook heeft verweerder bij de weging kunnen betrekken dat aan klager eerder disciplinaire straffen zijn opgelegd.

11. Klager betoogt voorts – kort gezegd – dat het tijdsverloop ten onrechte niet bij de strafbepaling is betrokken. Het bestreden landsbesluit kan daarom volgens klager niet in stand blijven. Het gerecht overweegt daarover als volgt.

Uit de stukken blijkt dat klager bij brief van 4 december 2020 de toegang tot de CEA is ontzegd. Vervolgens is klager bij landsbesluit van 17 februari 2021 uit zijn ambt geschorst. Bij advies van 3 november 2023 heeft het DRH aan verweerder geadviseerd om aan klager de disciplinaire straf van ontslag op te leggen. Verweerder heeft bij bestreden landsbesluit van 28 december 2023 besloten om aan klager de disciplinaire straf van ontslag op te leggen. Ter verklaring van het aanzienlijke tijdsverloop tussen de schorsing en het strafontslag heeft verweerder als reden – kort samengevat – aangegeven dat hij voor het onderzoek naar de feiten afhankelijk was van de door politie en justitie verzamelde gegevens en bewijsmiddelen in het kader van de opsporing en vervolging. De feiten zijn pas geheel duidelijk geworden nadat een en andermaal kennis was genomen van het strafdossier. Omdat het vuurwapenincident de kern vormt van het klager verweten gedrag en juist dit incident ook reden was klager strafrechtelijk te vervolgen, was het volgens verweerder aangewezen om het onderzoek in de disciplinaire procedure af te stemmen op het strafonderzoek en het oordeel van de strafrechter. Het gerecht is van oordeel dat het aanzienlijke tijdsverloop tussen schorsing en strafontslag hieruit kan worden verklaard en kan worden gebillijkt. Het betoog van klager faalt.

12. Nu het voorgaande op zichzelf reeds tot de slotsom leidt dat het onder i. gegeven disciplinair ontslag terecht en op goede gronden is gegeven, behoeft hetgeen klager voor het overige aanvoert geen bespreking meer.

13. Het gerecht komt tot de slotsom dat het bezwaar van klager geen reden geeft het bestreden ontslagbesluit te vernietigen en daarom ongegrond moet worden verklaard.

14. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

- verklaart het bezwaar ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. B.J. van Ettekoven, rechter in ambtenarenzaken, en wordt geacht te zijn uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 juni 2024, in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen hoger beroep instellen bij de Raad van beroep in ambtenarenzaken. Daarbij dient de volgende termijn in acht te worden genomen:

Het beroepschrift moet worden ingediend bij:

De griffie van de Raad van Beroep in ambtenarenzaken

J.G. Emanstraat 51

Oranjestad

Aruba

U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,

b. de datum van ondertekening,

c. waartegen u in hoger beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. B.J. van Ettekoven

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?