GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN CURAÇAO
Uitspraak
in de zaak van:
[Klaagster],
wonende in Curaçao,
klaagster,
gemachtigde: mr. A.C. Herrera, advocaat,
tegen
de Regering van Curaçao,
verweerster,
hierna: de Regering,
gemachtigden: mr. S. Da Costa Gomez en mr. A.M. Faria, beiden advocaat.
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt het Gerecht het landsbesluit van 7 juli 2025, door klaagster ontvangen op 4 september 2025, waarbij de Regering klaagster met ingang van 7 juli 2025 heeft ontslagen (hierna: het bestreden ontslagbesluit).
Klaagster heeft op 29 september 2025 bezwaar gemaakt tegen het bestreden ontslagbesluit. Op diezelfde datum heeft zij het Gerecht verzocht om een beslissing bij voorraad (CUR202503974).
De Regering heeft alhoewel daartoe in de gelegenheid gesteld geen contramemorie ingediend.
Het bezwaar en het verzoek zijn op 3 november 2025 op zitting behandeld. Klaagster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Namens de Regering is mr. Da Costa Gomez voornoemd verschenen. Klaagster heeft het verzoek om een beslissing bij voorraad ter zitting ingetrokken.
Overwegingen
2. Het Gerecht beoordeelt in deze uitspraak het bestreden ontslagbesluit. Dit doet het Gerecht aan de hand van de bezwaargronden van klaagster. Het Gerecht komt tot het oordeel dat het bezwaar gegrond is. De Regering had klaagster niet mogen ontslaan op grond van een onherroepelijke veroordeling tot een vrijheidsstraf, nu zij tegen het strafvonnis hoger beroep heeft ingesteld. Het Gerecht legt hierna uit hoe hij tot dit oordeel komt.
Wat is van belang om te weten in deze zaak?
Klaagster was tot aan haar ontslag als politieambtenaar aangesteld.
Het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao heeft klaagster bij vonnis van 9 december 2024 (hierna: het strafvonnis) veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van vijf maanden, met een proeftijd van drie jaar, en tot een taakstraf van 150 uur, subsidiair 75 dagen vervangende hechtenis.
Klaagster heeft zich, naar het oordeel van het Gerecht, schuldig gemaakt aan de volgende strafbare feiten:
Diefstal, waarbij het weg te nemen goed door middel van braak onder het bereik van de dader is gebracht;
Diefstal, waarbij het weg te nemen goed door middel van braak onder het bereik van de dader is gebracht, gepleegd door twee of meer verenigde personen;
Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven, meermalen gepleegd;
Opzettelijk doen van onjuiste of onvolledige aangifte die ingevolge de Algemene Verordening I.U.D. en D.1908 of de Landsverordening Tarief van Invoerrechten is vereist, meermalen gepleegd;
Opzettelijk gebruikmaken van valse of vervalste bescheiden tegenover de ambtenaren die belast zijn met de uitvoering van bij of krachtens de Algemene Verordening I.U.D. en D.1908 of de Landsverordening Tarief van Invoerrechten, meermalen gepleegd.
4. De Regering heeft klaagster bij het bestreden ontslagbesluit, op grond van artikel 119, eerste lid, en onder d, van het Besluit rechtspositie Korps Politie Nederlandse Antillen 2000 (hierna: het BrKPNA), met ingang van 7 juli 2025 ontslagen wegens een onherroepelijk geworden veroordeling tot een vrijheidsstraf wegens het plegen van een misdrijf.
5. Klaagster heeft na eind juni 2025 geen salaris meer ontvangen.
Mocht de Regering klaagster ontslaan op grond van een nog niet onherroepelijk geworden strafvonnis?
Klaagster betoogt dat de Regering het beginsel van hoor en wederhoor en het zorgvuldigheidsbeginsel heeft geschonden door, niet zoals artikel 103 van het BrKPNA voorschrijft haar in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk te verantwoorden ten aanzien van het bevoegd gezag voordat het ontslagbesluit is genomen. De Regering is volgens klaagster daarnaast ook ten onrechte ervan is uitgegaan dat het strafvonnis onherroepelijk is geworden. Zij heeft op 20 december 2024 hoger beroep ingesteld tegen het strafvonnis, waardoor dit nog niet onherroepelijk is. De Regering kon haar dan ook niet op grond daarvan ontslaan.
De gemachtigde van de Regering heeft tijdens de zitting toegelicht dat de Regering er inmiddels van op de hoogte is dat klaagster tijdig hoger beroep heeft ingesteld tegen het strafvonnis. Een besluit tot intrekking van het bestreden ontslagbesluit wordt daarom voorbereid.
7. Het betoog van klaagster slaagt. Het Gerecht overweegt daartoe als volgt.
Op grond van artikel 119, eerste lid, aanhef en onder d, van het BrKPNA kan een ambtenaar van politie worden ontslagen wegens een onherroepelijk geworden veroordeling tot een vrijheidsstraf wegens misdrijf.
Uit het door klaagster overgelegde afschrift van de akte van het instellen van rechtsmiddel bij het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao blijkt dat zij op 20 december 2024 hoger beroep heeft ingesteld tegen het strafvonnis. Dat betekent dat het strafvonnis nog niet onherroepelijk is geworden. De Regering kon klaagster dan ook niet ontslaan op grond van artikel 119, eerste lid, aanhef en onder d, van het BrKPNA. Al om die reden kan het bestreden ontslagbesluit niet in stand blijven.
Conclusie en gevolgen
8. Uit het voorgaande volgt dat het bestreden ontslagbesluit vernietigd zal worden. Dit betekent dat er geen grondslag meer bestaat voor het stopzetten van het salaris van klaagster. De Regering zal de uitbetaling van het salaris van klaagster dan ook met terugwerkende kracht moeten hervatten.
9. Het Gerecht ziet aanleiding om, met overeenkomstige toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht, de Regering te veroordelen in de proceskosten van klaagster. De proceskosten stelt het Gerecht vast op Cg 1.400,- te weten 2 punten à Cg 700,- (1 punt voor het bijwonen van de zitting en 1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift).
Beslissing
Het Gerecht in Ambtenarenzaken:
- verklaart het bezwaar van klaagster gegrond;
- vernietigt het bestreden ontslagbesluit van 7 juli 2025;
- veroordeelt de Regering tot betaling aan klaagster van haar proceskosten tot een
bedrag van Cg 1.400,- geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig
verleende rechtsbijstand.
Aldus gedaan door mr. N.M. Martinez, rechter in ambtenarenzaken, en in het openbaar uitgesproken op 17 november 2025 in tegenwoordigheid van de griffier, P.N.F. Pereira do Tanque.