ECLI:NL:OGAACMB:2026:23

ECLI:NL:OGAACMB:2026:23

Instantie Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 02-02-2026
Datum publicatie 22-04-2026
Zaaknummer AUA202401106
Rechtsgebied Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Berisping def

Uitspraak

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het bezwaar in de zin van

de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:

[Klager],

wonend te Aruba,

KLAGER,

gemachtigde: mr. E. Duijneveld,

tegen:

DE GOUVERNEUR VAN ARUBA,

zetelend te Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. A.F.J. Caster (DWJZ).

INLEIDING

Bij landsbesluit van 29 februari 2024 no. 1 (het bestreden landsbesluit) heeft verweerder aan klager de disciplinaire straf van schriftelijke berisping opgelegd.

Hiertegen heeft klager op 10 april 2024 pro forma bezwaar gemaakt bij het gerecht. Op 13 juni 2024 heeft klager de gronden van zijn bezwaar aangevuld.

Verweerder heeft op 15 september 2025 een contramemorie ingediend.

Het gerecht heeft de zaak behandeld ter zitting van 17 november 2025. Klager is verschenen bij zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

De uitspraak is nader bepaald op vandaag.

OVERWEGINGEN

de relevante feiten

Klager is als ambtenaar werkzaam in de functie van Projectmedewerker Ontwerp en Planning bij de Dienst Openbare Werken (DOW).

Op 21 april 2022 heeft in het kader van een samenwerkingsverbeteringstraject een overleg plaatsgevonden tussen het Hoofd Ontwerp en Planning, de Chef P&O, klager en diens collega [betrokkene]. Dit overleg had tevens tot doel het maken van afspraken ter vermindering van de bestaande spanningen tussen klager en [betrokkene]. In het verslag van dit overleg is – voor zover hier van belang – het volgende opgenomen:

“(…) [Klager]

WERKAFSPRAKEN

Hieronder worden bepaalde afspraken gedaan dat iedere partij zich moeten houden. Indien dit niet wordt gedaan zal er consequentie(s) komen voor de medewerker die niet voldoet aan de afspraken.

(…)

Fysieke geweld wordt niet getolereerd, dit gaat tegen het Huishoudelijke Reglement en de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (Lma).

Ruwe taal wordt niet getolereerd, dit gaat tegen het Huishoudelijke Reglement en de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (Lma).

Bedreiging wordt niet getolereerd, dit gaat tegen het Huishoudelijke Reglement en de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (Lma).

Pesten (lees: grap) omtrent het lichaam (hetgeen kan worden aangekaart als “bodyshaming” wordt getolereerd, dit gaat tegen het Huishoudelijke Reglement en de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (Lma).

(…)

P&O AFSPRAKEN

Indien bovenstaande afspraken niet worden nageleefd, is afgesproken tussen alle partijen dat het geval zal worden gestuurd naar de afdeling Personeel en Organisatie, hetgeen kan leiden tot disciplinaire procedure(s).

(…)”.

Bij brief van 29 april 2022 heeft de directeur van de DOW aan klager – voor zover van belang – het volgende bericht:

“(…)

Om de werkrelatie te verbeteren tussen u en de heer [betrokkene] binnen de afdeling Ontwerp en Planning, werden bepaalde afspraken gemaakt gedurende de vergadering op 21 april 2022. Alle afspraken werden vastgelegd middels het rapport d.d. 21 april 2022. Als bijlage treft u een kopie van het rapport.

(…)”

Op 22 juli 2022 heeft zich een incident voorgedaan tussen klager en [betrokkene]. In dat kader heeft klager onder meer het volgende tegen [betrokkene] geuit:

“(…)

Mi ta pone bo drumi gayo. Mi ta pone bo drumi. Bin bin. Mi ta ponebo drumi. Unda cu mi topa bo mi ta pone bo drumi. Mi ta tuma e warning pabo.

(…)”

Bij brief van 22 juli 2022 heeft de directeur van de DOW klager de toegang tot zijn werkplek, dienstlokalen, -gebouwen, en -voertuigen voor de duur van zes weken ontzegd. Deze toegangsontzegging is met ingang van 2 september 2022 met zes weken verlengd.

Bij brief van 10 februari 2023 is klager in de gelegenheid gesteld zich tegenover het bevoegd gezag te verantwoorden ten aanzien van het hem verweten gedrag. Klager heeft zich bij brief van 1 maart 2023 verantwoord over het hem verweten gedrag.

De directeur van de DOW heeft op verzoek van het DRH op 8 maart 2023 gereageerd op de verantwoording van klager en het DRH geadviseerd over de aan klager op te leggen disciplinaire straf.

Bij brief van 15 februari 2024 heeft het DRH verweerder geadviseerd om klager de disciplinaire straf van schriftelijke berisping op te leggen.

Bij het bestreden landsbesluit heeft verweerder conform het advies van het DRH besloten.

Het bezwaar richt zich tegen deze strafoplegging.

het bestreden landsbesluit

3. Aan het bestreden landsbesluit heeft verweerder ten grondslag gelegd dat klager zich schuldig heeft gemaakt aan plichtsverzuim, doordat hij op 22 juli 2022 zijn collega [betrokkene] heeft uitgescholden en hem meermalen heeft geprobeerd uit te dagen tot een vechtpartij. Tijdens dit incident heeft klager deze collega voorts meerdere malen bedreigd door te zeggen dat hij hem zou vermoorden, en zich daarnaast zeer ongepast uitgelaten.

het bezwaar

4. Klager betwist het hem verweten gedrag niet, maar stelt dat het incident in zijn context moet worden bezien. Volgens klager was sprake van herhaald treiteren en pesten door zijn collega [betrokkene], hetgeen hij meermalen bij de leiding heeft gemeld. Voorts voert klager aan dat hij heeft deelgenomen aan alle aangeboden hulp- en coachingssessies, juist ter voorkoming van een disciplinair traject, maar desondanks alsnog ter verantwoording is geroepen. Naar zijn mening bestond daarom geen aanleiding tot het opleggen van een disciplinaire straf.

Daarnaast ontkent klager dat hij eerder problemen heeft gehad met andere collega’s en betwist hij dat gemaakte afspraken niet zijn nageleefd. Tot slot concludeert klager dat verweerder, gelet op het voorgaande, heeft gehandeld in strijd met het motiveringsbeginsel, het fair-playbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en het verbod van détournement de pouvoir.

het wettelijk kader

Ingevolge artikel 47, eerste lid, van de Lma is de ambtenaar gehouden de plichten uit zijn ambt voortvloeiende nauwgezet en ijverig te vervullen en zich te gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt.

Ingevolge het derde lid behoort hij zich te onthouden van het bezigen van vloeken en ruwe en onzedelijke taal.

Ingevolge artikel 82, eerste lid, van de Lma, kan de ambtenaar, die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt, deswege door het bevoegde gezag disciplinair worden gestraft.

Ingevolge het tweede lid, omvat plichtsverzuim zowel het overtreden van enig voorschrift als het doen of nalaten van iets, hetwelk een goed ambtenaar in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen.

Ingevolge artikel 83, eerste lid en onder a, kan als disciplinaire straf worden toegepast, schriftelijke berisping.

Ingevolge artikel 35, tweede lid, van de La – voor zover hier van belang – kan, indien het bezwaar een disciplinaire strafoplegging betreft, het worden ingediend ter zake dat er tussen de opgelegde straf en de gepleegde overtreding onevenredigheid bestaat.

de beoordeling

Om plichtsverzuim te kunnen aannemen moet op basis van de beschikbare, deugdelijk vastgestelde, gegevens de overtuiging zijn verkregen dat de betrokken ambtenaar zich aan de hem verweten gedraging daadwerkelijk heeft schuldig gemaakt.

Vaststaat dat klager op 22 juli 2022 zijn collega [betrokkene] heeft uitgescholden, bedreigd en herhaaldelijk heeft uitgedaagd tot een vechtpartij, een en ander zoals omschreven in de oproepingsbrief ter verantwoording van 10 februari 2023 (productie 4 van de Contramemorie). Naar het oordeel van het gerecht levert deze gedraging een schending op van artikel 47, eerste en derde lid, van de Lma. Klager heeft met dit gedrag bovendien gehandeld in strijd met het Huishoudelijk Reglement van de DOW en met de met de leiding van de DOW gemaakte afspraken. Hiermee is sprake van plichtsverzuim in de zin van artikel 82, eerste lid, van de Lma.

De vraag die vervolgens voorligt, is of het gepleegde plichtsverzuim aan klager kan worden toegerekend.

Klager heeft gesteld dat het incident in de context moet worden geplaatst dat hij langdurig door zijn collega werd getreiterd en gepest, en dat hij dit zonder resultaat bij de leiding heeft gemeld. Voor zover klager met deze stelling heeft willen betogen dat het plichtsverzuim hem niet kan worden toegerekend, slaagt dit betoog niet. Anders dan klager heeft gesteld, is niet gebleken dat de leiding hierop geen actie heeft ondernomen. Uit de overgelegde stukken blijkt dat de leiding overleg heeft gevoerd met zowel klager als zijn collega, dat daarbij duidelijke afspraken zijn gemaakt en dat klager heeft deelgenomen aan de hem aangeboden coachingssessie.

Het gestelde getreiter vormt dan ook geen rechtvaardiging voor het door klager vertoonde gedrag. Daarbij neemt het gerecht in aanmerking dat van een ambtenaar mag worden verwacht dat hij, ook in een conflictsituatie, zijn professionele houding bewaart en zich onthoudt van bedreigingen of ander grensoverschrijdend gedrag. Door in plaats daarvan zelf agressief en bedreigend op te treden, heeft klager de grenzen van toelaatbaar gedrag overschreden.

Het gerecht is dan ook van oordeel dat het plichtsverzuim aan hem kan worden toegerekend en dat verweerder in beginsel bevoegd was daaraan disciplinaire consequenties te verbinden.

De vraag die nog moet worden beantwoord, is of het rechtszekerheidsbeginsel met zich brengt dat verweerder had moeten afzien van het opleggen van een disciplinaire straf.

Klager heeft in dit verband aangevoerd dat hem de mogelijkheid is geboden deel te nemen aan hulp- en coachingssessies en dat, indien hij daaraan vrijwillig zou deelnemen, zou worden afgezien van het opleggen van een disciplinaire straf. Ondanks zijn deelname hieraan is hem toch een disciplinaire straf opgelegd.

Het gerecht overweegt hierover dat uit niets blijkt dat een dergelijke afspraak is gemaakt, ook niet uit de brief van 3 oktober 2022 (productie 7 van de Contramemorie) waarop klager zich beroept. In zoverre is dus geen sprake van strijdigheid met het rechtszekerheids-beginsel.

Het gerecht dient echter, in het kader van voornoemd beginsel, maar ook het evenredigheidsbeginsel en, gelet op artikel 35, tweede lid, van de La, ook te beoordelen of de opgelegde sanctie binnen de grenzen van het in dat artikel bepaalde is gebleven. Het plichtsverzuim heeft plaatsgevonden op 22 juli 2022, waarna eerst na verloop van ruim 19 maanden de disciplinaire straf van schriftelijke berisping is opgelegd. Een gegronde reden voor dit aanzienlijke tijdsverloop is zijdens verweerder noch in het bestreden landsbesluit, noch in het kader van deze procedure gegeven. Onder deze omstandigheden acht het gerecht de opgelegde straf disproportioneel.

6. Het bezwaar is derhalve gegrond, zodat het de bestreden landsbesluit dient te worden vernietigd.

7. Verweerder zal worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

verklaart het bezwaar van klager gegrond;

vernietigt het bestreden landsbesluit van 29 februari 2024 no. 1;

veroordeelt verweerder tot betaling van de door klager gemaakte proceskosten, die begroot wordt aan gemachtigdensalaris op Afl. 1.400,-.

Deze uitspraak is gegeven door mr. A.J. Martijn, ambtenarenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 2 februari 2026 in aanwezigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen hoger beroep instellen bij de Raad van beroep in ambtenarenzaken. Daarbij dient de volgende termijn in acht te worden genomen:

Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij:

De griffie van de Raad van Beroep in ambtenarenzaken

J.G. Emanstraat 51

Oranjestad

Aruba

U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,

b. de datum van ondertekening,

c. waartegen u in hoger beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?