GERECHT IN AMBTENARENZAKEN
UITSPRAAK
[klager],
DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES,
Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES
Uitspraakdatum: 11 maart 2026
Zaaknummer: SAB202500015
VAN BONAIRE,
SINT EUSTATIUS EN SABA
In het geding van:
wonende te Saba,
klager,
gemachtigden: mrs. J.J. ROGERS en N.R. JOUBERT,
tegen
verweerder,
gemachtigde: mr. T. BREUGOM.
Procesverloop
Bij beschikking van 2 mei 2024 (hierna: het plaatsingsbesluit) heeft verweerder klager als functievolger per 1 juni 2021 benoemd in de functie van Chef Basispolitiezorg (hierna: BPZ), gewaardeerd in salarisschaal 9.
Klager heeft daartegen op 31 mei 2024 bezwaar gemaakt bij verweerder.
Bij beschikking op bezwaar van 15 januari 2025 (hierna: de bestreden beschikking) heeft verweerder het plaatsingsbesluit gehandhaafd.
Klager heeft bij proforma bezwaarschrift (met productie), ingediend ter griffie van het Gerecht op 14 februari 2025, tegen de bestreden beschikking bezwaar gemaakt. Daarna zijn bij aanvullend bezwaarschrift (met producties) de gronden aangevuld.
Verweerder heeft een contramemorie (met producties) ingediend.
De mondelinge behandeling heeft, gelijktijdig met de zaak geregistreerd onder nummer EUX202500017, plaatsgevonden in het Gerechtsgebouw te Saba op 28 januari 2026. Klager is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. N.R. Joubert die op schrift gestelde pleitaantekeningen heeft overgelegd en voorgedragen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, die per videolink heeft deelgenomen.
Uitspraak is (nader) bepaald op heden.
Overwegingen
Wat is relevant om te weten in deze zaak?
Klager was aanvankelijk in dienst van het Korps Politie Nederlandse Antillen en is sinds 10 oktober 2010 werkzaam bij het Korps Politie Caribisch Nederland (hierna: KPCN). Met ingang van 1 februari 2020 is hij bij het KPCN benoemd in de functie van Chef BPZ op Saba, met een waardering in schaal 9.
In 2021 is een Inrichtingsplan KPCN vastgesteld. Dit heeft geleid tot een herinrichting van de organisatie en tot het Organisatie- en Formatierapport 2021 (hierna: O&F-rapport), waarin de functies en formatieplaatsen binnen het KPCN zijn vastgesteld. De functie van Chef BPZ is in het O&F-rapport niet aangemerkt als gewijzigde functie.
In 2020 is, met instemming van het sectoroverleg, voor de functiewaardering gekozen voor aansluiting bij de Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie (hierna: LFNP). Bij de actualisatie van het Functieboek KPCN in 2023 is de functie van Chef BPZ gekoppeld aan de LFNP-referentiefunctie Operationeel Expert GGP en gewaardeerd in schaal 9.
Met het plaatsingsbesluit is uitvoering gegeven aan het O&F-rapport. Daarbij is op basis van de functievergelijking in het rapport vastgesteld dat de functie van klager als Chef BPZ in ongewijzigde of beperkt gewijzigde vorm. Daarom is aan klager de status van functievolger toegekend en is hij met ingang van 1 juni 2021 geplaatst in de functie van Chef BPZ met een functionele schaal 9.
Klager heeft op 31 mei 2024 op grond van artikel 120 van het Besluit rechtspositie korps politie BES (hierna: Rechtspositiebesluit) bezwaar gemaakt tegen het plaatsingsbesluit bij verweerder. Het bezwaar is voorgelegd aan een adviescommissie, die partijen in de gelegenheid heeft gesteld hun zienswijze naar voren te brengen. Bij de bestreden beschikking heeft verweerder, overeenkomstig het advies van de commissie, het plaatsingsbesluit gehandhaafd.
Standpunten van partijen
Klager voert aan dat de functie van Chef BPZ op Saba zwaarder is dan dezelfde functie op Bonaire. Ter onderbouwing verwijst hij naar de vacaturetekst en het verslag van de selectiecommissie uit 2014, alsmede naar de zwaardere wervings- en selectieprocedure die destijds voor hem heeft gegolden. Volgens klager zijn de verantwoordelijkheden en taken op Saba uitgebreider en overstijgen deze de in het functieboek beschreven taken op operationeel niveau, omdat zij mede een tactisch en strategisch karakter hebben. Dat de inhoudelijke taken in zekere mate afwijken van die van een Chef BPZ op Bonaire is volgens klager ook door de adviescommissie erkend.
Klager stelt voorts dat de gevolgen van de bestreden beschikking voor hem onevenredig zwaar zijn, omdat onvoldoende rekening wordt gehouden met deze extra taken. Daarnaast beroept hij zich op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel. In dat verband wijst hij op de rang van inspecteur die volgens hem is verbonden aan functies in de schalen 9 tot en met 11 en stelt hij dat een hogere inschaling, te weten in schaal 11, gerechtvaardigd is.
Verweerder stelt dat de bezwaren van klager zich in wezen richten tegen de functiebeschrijving en de functiewaardering die aan het plaatsingsbesluit ten grondslag liggen. Deze kunnen in het kader van de beoordeling van het plaatsingsbesluit slechts exceptief worden getoetst en slechts buiten toepassing worden gelaten indien zij evident onrechtmatig zijn. Volgens verweerder is klager terecht als functievolger geplaatst in een formeel bestaande functie, die op objectieve en zorgvuldige wijze is beschreven en gewaardeerd. De functie is daarbij terecht gekoppeld aan de landelijke referentiefunctie Operationeel Expert GGP en gewaardeerd in schaal 9. Verweerder ziet geen zwaarwegende gronden voor het oordeel dat het plaatsingsbesluit ondeugdelijk is. Van een onhoudbare functiebeschrijving of functiewaardering is volgens verweerder geen sprake. Klager kon daarom in redelijkheid in de functie van Chef BPZ worden geplaatst, met een waardering in schaal 9. Ter zitting heeft verweerder nog opgemerkt dat, gelet op de inhoud van de door klager aangevoerde bezwaren, artikel 120 van het Rechtspositiebesluit niet toepasselijk is.
Omvang van het geding en toepasselijkheid artikel 120 van het Rechtspositiebesluit
Het Gerecht stelt voorop dat in deze procedure het plaatsingsbesluit ter beoordeling ligt, dat bij de bestreden beschikking is gehandhaafd. Met dit besluit is klager in het kader van de reorganisatie van het KPCN geplaatst in de functie van Chef BPZ, gewaardeerd in schaal 9.
Klager heeft eerder bezwaar gemaakt tegen het plaatsingsbesluit op grond van artikel 120 van het Rechtspositiebesluit. Voor zover het bezwaar betrekking heeft op de toegekende schaal (bezoldiging), staat de bezwaarprocedure van artikel 120 van het Rechtspositiebesluit open. Voor zover het bezwaar ziet op de functiebeschrijving, de inhoudelijke zwaarte van de functie of de organisatorische plaatsing, overweegt het Gerecht – met verweerder – dat artikel 120 van het Rechtspositiebesluit niet toepasselijk is.
Het Gerecht stelt vast dat verweerder het ingediende bezwaar op de voet van artikel 120 van het Rechtspositiebesluit volledig in behandeling heeft genomen en hierover heeft beslist in de bestreden beschikking. Voor zover verweerder daartoe deels niet bevoegd was, verbindt het Gerecht hieraan geen gevolgen, nu het bezwaarschrift tijdig bij verweerder is ingediend en verweerder uit het oogpunt van zorgvuldigheid gehouden was dit bezwaarschrift zo nodig door te zenden naar de bevoegde instantie, in dit geval het Gerecht.
Het Gerecht zal het bezwaar van klager hierna beoordelen. Daarbij geldt dat de functiebeschrijving en functiewaardering niet zelfstandig kunnen worden aangevochten, maar mede worden betrokken bij de toetsing van de inschaling. De vraag die ter beoordeling voorligt is of verweerder op goede gronden tot vaststelling van de functiewaardering heeft kunnen komen en of deze waardering geen onjuiste maatstaf vormt voor de toekenning van de concrete schaal.
Beoordeling van het Gerecht
Het Gerecht ziet geen grond voor het oordeel dat verweerder klager ten onrechte als functievolger heeft aangemerkt. Uit de stukken blijkt dat de functie van Chef BPZ in het O&F-rapport 2021 niet als gewijzigde functie is aangemerkt en dat deze functie in het Functieboek KPCN is gekoppeld aan de LFNP-referentiefunctie Operationeel Expert GGP, gewaardeerd in schaal 9. Het ligt dan ook in de rede dat klager bij het plaatsingsbesluit in dezelfde schaal is geplaatst, nu bij ongewijzigde functies in beginsel ook de functiewaardering en inschaling ongewijzigd blijven.
Voor zover klager heeft aangevoerd dat zijn werkzaamheden op Saba een zwaarder karakter hebben en dat hij daarom in een hogere schaal had moeten worden ingeschaald, overweegt het Gerecht dat deze beroepsgrond in de kern is gericht tegen de inhoud van de functiebeschrijving en de daaraan gekoppelde functiewaardering. Zoals hiervoor is overwogen, kunnen deze in het kader van het plaatsingsbesluit slechts exceptief worden getoetst. Dat betekent dat slechts aanleiding bestaat voor ingrijpen indien de functiebeschrijving of de daaraan ten grondslag liggende waardering evident onhoudbaar of anderszins onrechtmatig is.
Klager heeft weliswaar gesteld dat zijn werkzaamheden mede een tactisch en strategisch karakter hebben, maar daarmee is niet aannemelijk geworden dat de functiebeschrijving of de daaraan ten grondslag liggende functiewaardering evident onhoudbaar of anderszins onrechtmatig is. Voor de beoordeling van het plaatsingsbesluit wordt aangesloten bij de formeel vastgestelde functiebeschrijving. Dat feitelijke werkzaamheden breder of anders worden ingevuld dan in de functiebeschrijving is vastgelegd, betekent op zichzelf nog niet dat sprake is van een andere functie. Beslissend is of de opgedragen werkzaamheden in hoofdzaak passen binnen het kader van de vastgestelde functie. Niet is gebleken dat dit niet het geval is. De door klager gestelde verschillen in organisatorische context of lokale invulling van taken tussen verschillende eilanden vormen in dit verband onvoldoende grond voor het oordeel dat sprake is van een geheel andere functie. Dat klager op Saba bepaalde werkzaamheden breder of anders uitvoert dan de Chef BPZ op Bonaire, is dan ook onvoldoende voor de conclusie dat de formele functiewaardering onhoudbaar is.
Het Gerecht ziet dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder niet op goede gronden tot de vastgestelde functiewaardering heeft kunnen komen, noch dat deze waardering een onjuiste maatstaf vormt voor de toekenning van schaal 9 aan de functie van Chef BPZ. Daarbij is van belang dat binnen het functievolgende systeem bij KPCN de concrete functiebeschrijving de inschaling bepaalt en niet de rang van inspecteur. Een hogere schaal kan daarom uitsluitend worden toegekend bij plaatsing in een hoger gewaardeerde functie. Het beroep van klager op inschaling op grond van zijn rang van inspecteur faalt dan ook.
5. Het beroep van klager op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet, omdat niet is gesteld of gebleken dat sprake is van gelijke gevallen waarin een hogere schaal is toegekend.
Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel treft geen doel. Klager heeft geen concrete toezeggingen aannemelijk gemaakt waaruit hij redelijkerwijs mocht afleiden dat zijn functie in een hogere schaal zou worden gewaardeerd. Voor zover klager heeft gewezen op uitlatingen tijdens de selectieprocedure in 2014, kunnen deze evenmin tot die conclusie leiden, temeer nu ook in die procedure inschaling in schaal 9 het uitgangspunt was.
Gelet op al het voorgaande is het Gerecht van oordeel dat verweerder klager in het kader van de reorganisatie in redelijkheid als functievolger heeft kunnen plaatsen in de functie van Chef BPZ met een waardering in schaal 9. De door klager aangevoerde gronden geven geen aanleiding voor het oordeel dat de aan het plaatsingsbesluit ten grondslag liggende functiebeschrijving of functiewaardering evident onrechtmatig is, noch dat verweerder anderszins onzorgvuldig of in strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur heeft gehandeld. Het bezwaar van klager tegen het plaatsingsbesluit slaagt daarom niet.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
De beslissing
Het Gerecht:
verklaart het bezwaar ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Martinez-Hammer, rechter in ambtenarenzaken, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 11 maart 2026.
Informatie over hoger beroep
Tegen deze uitspraak kunnen alle partijen hoger beroep instellen bij de Raad van Beroep in ambtenarenzaken (RvBAz).
Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen 30 dagen na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
De indiener van het hoger beroep moet in ieder geval:
Partijen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om binnen de gegeven hoger beroepstermijn te volstaan met een pro-forma hoger beroepschrift. Dit betekent dat de hoger beroepsgronden op een later moment kunnen worden ingediend.
Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.