ECLI:NL:OGAACMB:2026:4

ECLI:NL:OGAACMB:2026:4, Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 12-01-2026, AUA202502373

Instantie Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba
Datum uitspraak 12-01-2026
Datum publicatie 19-01-2026
Zaaknummer Sint Maarten en van Bonaire
Rechtsgebied Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Ingangsdatum verhoging schaarstetoelage – niet meer dan drie jaren terugwerkende kracht na registratie c.q. verzoek.

Uitspraak

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het bezwaar in de zin van

de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:

[Klaagster],

wonend te Aruba,

KLAAGSTER,

procederend in persoon,

tegen:

DE MINISTER VAN FINANCIËN EN CULTUUR,

zetelend te Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: de advocaat mr. H.F. Falconi.

INLEIDING

Bij ministeriële beschikking van 30 juni 2025 (bestreden beschikking) heeft verweerder onder meer besloten om de aan klaagster toegekende schaarstetoelage met ingang van 14 november 2020 te verhogen van 10% naar reden van 15% van haar bezoldiging en met ingang van 14 november 2021 te verhogen van 15% naar 20% van haar bezoldiging.

In deze uitspraak beoordeelt het gerecht het bezwaar van klaagster gericht tegen voornoemde beschikking ingediend bij het gerecht op 30 juli 2025.

Verweerder heeft op 17 september 2025 een contramemorie met stukken ingediend.

Het gerecht heeft de zaak behandeld ter zitting van 10 november 2025. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door de gemachtigde voornoemd. Klaagster is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.

De uitspraak is hierna bepaald op vandaag.

OVERWEGINGEN

2. Het gerecht is van oordeel dat het bezwaar van klaagster ongegrond dient te worden verklaard en legt hierna dit oordeel uit.

Wat is relevant om te weten?

3. Klaagster is als ambtenaar werkzaam in de functie van medewerker financiële administratie bij de Directie Financiën (DF). Bij landsbesluit van 30 november 1998 is aan klaagster met ingang van 1 september 1996 een schaarstetoelage van 10% toegekend. Ten tijde van die toekenning was zij werkzaam bij de Centrale Accountantsdienst (CAD). Bij brief van 27 september 2011 heeft klaagster gesolliciteerd naar voornoemde functie bij de DF. Bij landsbesluit van 6 november 2013 is zij met ingang van 1 februari 2013 overgeplaatst van de CAD naar de DF, met behoud van haar rechtspositie. In haar sollicitatiebrief heeft klaagster tevens verzocht om verhoging van de schaarstetoelage van 10% naar 15%. In december 2012 hebben de directeuren van zowel de DF als de CAD aangegeven dat klaagster goed had gefunctioneerd. Bij schrijven van 14 november 2023 heeft de directeur van de DF een voorstel gedaan om de aan klaagster toegekende schaarstetoelage te verhogen met ingang van 14 november 2020 naar 15%, en met ingang van 14 november 2021 naar 20%. Het Departamento di Recurso Humano (DRH) heeft bij schrijven van 31 maart 2025 conform dit voorstel geadviseerd, onder de motivering dat volgens vast beleid toelagen niet meer dan drie jaar mogen terugwerken, gerekend vanaf de datum van de officiële registratie van het verzoek of voorstel. Bij de bestreden beschikking heeft verweerder overeenkomstig het advies van het DRH beslist.

Wat zegt de regelgeving?

De schaarstetoelage is niet gebaseerd op een wettelijke regeling, maar op beleid. Het beleid van verweerder ter zake van de schaarstetoelage, zoals neergelegd in het handboek rechtspositionele regelingen 2009, onder paragraaf 4.1.14, luidt - voor zover hier van belang - als volgt:

4.1.14 Schaarstetoelage

Wie komen in aanmerking voor de schaarstetoelage?

Gekwalificeerde krachten welke, gezien de schaarste die er op Aruba heerst, moeilijk zijn aan te trekken voor de volgende diensten/directies (advies DPO 12-11-03 en gezamenlijk advies van CAD, DF, ARA en BAD 03-01-95):

· Directie Financiën (DF);

· (…).

Algemene regeling

(…)

De kern van de regeling is: het toekennen van een toelage van 10% oplopend met 5% per jaar tot een maximum van 20% van de bezoldiging aan de zittende en de nieuw aan te trekken gekwalificeerde krachten die aan de opleidingseisen voldoen en goed functioneren (gezamenlijk advies van CAD, DF, ARA en BAD 03-01-95).

Toelage van:

10% na een positieve beoordeling over een periode van zes (6) maanden;

15% na een positieve beoordeling over een periode van zes (6) maanden;

20% na een positieve beoordeling over een periode van zes (6) maanden.

Bij een slechte beoordeling kan de toelage ook worden ingetrokken of verlaagd.

(…).”

Naar aanleiding van de ministerraadbeslissing van 15 juli 2024 (BE-41/24) is het maximumpercentage van de geldende schaarstetoelage-regeling verhoogd naar 25%.

Conform bestendig beleid mogen verzoeken om bevorderingen, toelagen en gratificaties, gerekend vanaf de datum van officiële registratie c.q. verzoek, niet meer dan drie jaren terugwerken.

Wat is het standpunt van klaagster?

5. Klaagster kan zich niet verenigen met de ingangsdatum van de verhoging van haar schaarstetoelage. Zij stelt zich op het standpunt dat zij reeds bij haar sollicitatie naar de functie van medewerker financiële administratie, in september 2012, om een verhoging van de toelage heeft verzocht. Volgens klaagster had verweerder de datum van haar sollicitatiebrief moeten aanmerken als de datum van de officiële registratie van het verzoek.

Verweerder is hieraan voorbijgegaan en heeft de datum van het voorstel van de directeur van 14 november 2023 gehanteerd, waardoor klaagster – vanwege het beleid van maximaal drie jaar terugwerkende kracht – in haar belangen wordt geschaad. Daarnaast voert klaagster aan dat verweerder ten onrechte voorbij is gegaan aan het feit dat de directeuren van zowel de DF als de CAD reeds in 2012 hebben aangegeven dat zij goed heeft gefunctioneerd. Deze positieve beoordeling had, aldus klaagster, moeten leiden tot een verhoging van haar schaarstetoelage naar 15%, conform het geldende schaarstetoelagebeleid. Voorts betwist klaagster de stelling van verweerder dat zij na 2012 geen verdere acties heeft ondernomen. Volgens haar beschikt de DF sinds 2015 over een eigen HR-functionaris met wie zij meerdere gesprekken heeft gevoerd en navraag heeft gedaan naar de stand van zaken van haar verzoek. Dat het verzoek of voorstel uiteindelijk bij de directie is blijven liggen, kan volgens klaagster niet aan haar worden toegerekend.

Wat is het standpunt van verweerder?

6. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de ingangsdata van de verhoging van de aan klaagster toegekende schaarstetoelage naar respectievelijk 15% en 20% correct zijn vastgesteld op 14 november 2020 en 14 november 2021. Bij de bepaling van deze data heeft verweerder als uitgangspunt genomen dat het voorstel van de directeur op 14 november 2023 officieel is ingediend en geregistreerd. Conform het in de rechtspraak aanvaarde beleid mogen schaarstoelagen niet verder terugwerken dan drie jaar voorafgaand aan de datum van indiening of registratie van een verzoek of voorstel daartoe. Dat klaagster in haar sollicitatiebrief uit 2012 reeds om een verhoging heeft verzocht, maakt dit volgens verweerder niet anders, nu zij na dat verzoek geen verdere actie heeft ondernomen. Het bezwaar van klaagster dient dan ook ongegrond te worden verklaard.

Wat vindt het gerecht?

Ter beoordeling ligt de vraag of verweerder heeft kunnen beslissen de aan klaagster toegekende schaarstetoelage met ingang van 14 november 2020 te verhogen van 10% naar 15% van haar bezoldiging en met ingang van 14 november 2021 van 15% naar 20% van haar bezoldiging.

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat klaagster bij haar sollicitatie in september 2012 heeft verzocht om verhoging van haar schaarstetoelage. Op dit verzoek heeft zij nimmer een reactie ontvangen. Nadien heeft klaagster geen verdere actie ondernomen om een beslissing op haar verzoek te verkrijgen, noch heeft zij een rappel verzonden. Het voorstel van de directeur om de schaarstetoelage van klaagster te verhogen dateert van 14 november 2023. Pas op die datum is verweerder dus opnieuw met een dergelijk verzoek geconfronteerd. Dat verweerder bij het bepalen van de ingangsdata is uitgegaan van de datum van dit voorstel, acht het gerecht, gelet op het vorenstaande - in het bijzonder het aanzienlijke tijdsverloop en het achterwege blijven van enige actie of rappel op het verzoek uit 2012 - niet onredelijk. Het bestendige beleid met betrekking tot de terugwerkende kracht van bevorderingen, toelagen en gratificaties is mede in het leven geroepen om de financiële gevolgen voor het Land zoveel mogelijk te beperken. Het alsnog toekennen van een verhoging met terugwerkende kracht over een periode van vele jaren zou (te) grote financiële consequenties hebben. Het bestendige beleid doorstaat bovendien de rechterlijke toets. Dit betekent dat de in de bestreden beschikking gehanteerde ingangsdata van 14 november 2020 en 14 november 2021 in overeenstemming zijn met dit beleid.

Voor zover klaagster zich op het standpunt heeft gesteld dat haar niet kan worden tegengeworpen dat de directeur het voorstel pas op 14 november 2023 heeft ingediend, overweegt het gerecht dat op de ambtenaar een eigen verantwoordelijkheid rust om actie te ondernemen teneinde een beslissing op een verzoek te verkrijgen. Nu klaagster na haar verzoek uit 2012 geen verdere actie heeft ondernomen en gelet op het aanzienlijke tijdsverloop, ziet het gerecht geen aanleiding om te oordelen dat verweerder in dit geval van het bestendige beleid had moeten afwijken.

CONCLUSIE

8. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het bezwaar van klaagster ongegrond dient te worden verklaard.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

- verklaart het bezwaar ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in ambtenarenzaken, bijgestaan door mr. A.A. Wever, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 12 januari 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak kunnen alle partijen hoger beroep instellen bij de Raad van Beroep in ambtenarenzaken (RvBAz).

Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen 30 dagen:

De indiener van het hoger beroep moet in ieder geval:

Partijen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om binnen de gegeven hoger beroepstermijn te volstaan met een pro-forma hoger beroepschrift. Dit betekent dat de hoger beroepsgronden op een later moment kunnen worden ingediend.

Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. W.C.E. Winfield

Griffier

  • mr. A.A. Wever

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?