HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het verzoek om een voorziening bij voorraad en op het bezwaar in de zin van
de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:
[Verzoekster/Klaagster],
wonend te Aruba,
VERZOEKSTER/KLAAGSTER,
gemachtigde: mr. L.A. Hernandis,
tegen:
DE GOUVERNEUR VAN ARUBA,
zetelend te Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigden: mrs. V.M. Emerencia (DWJZ) en R. Henriquez (DRH).
INLEIDING
Bij Landsbesluit van 7 juli 2026 no. 31 (bestreden landsbesluit) heeft verweerder besloten aan verzoekster de disciplinaire straf van ontslag op te leggen met ingang van de datum van het landsbesluit.
Op 13 juli 2026 heeft verzoekster daartegen bezwaar gemaakt en zich tot het gerecht gewend met een verzoek tot het treffen van een voorziening bij voorraad als bedoeld in artikel 94 van de La.
Het gerecht heeft het verzoek en het bezwaar behandeld ter zitting op 17 augustus 2026. Verzoekster is verschenen bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.
De uitspraak is hierna bepaald op heden.
OVERWEGINGEN
2 Het gerecht is van oordeel dat het bezwaar gegrond is. Bij het verzoek om een voorziening bij voorraad bestaat dan geen belang meer dus dat wordt afgewezen. Hierna licht het gerecht toe hoe het tot dit oordeel is gekomen.
Wat is in deze relevant om te weten?
Verzoekster is vanaf 1 augustus 2017 als ambtenaar werkzaam in de functie van administratief medewerker financiële zaken op de afdeling Financiële Zaken van de Directie Volksgezondheid.
Bij landsbesluit van 14 juni 2024 is aan verzoekster de disciplinaire straf van schriftelijke berisping opgelegd omdat zij zich ongepast had uitgelaten op sociale media.
Verzoekster heeft in oktober 2025 geprobeerd een lening te krijgen bij Island Finance van Afl. 2.500,- om de reparatie van haar auto te kunnen betalen. Zij heeft aan Island Finance loonstroken overgelegd van september en oktober 2025. Island Finance heeft de juistheid van de loonstroken geverifieerd bij Departemento Recurso Humano (DRH). Daarbij bleek dat de gegevens op de loonstrook over september 2025 die verzoekster aan Island Finance had verstrekt, niet overeenkomen met de originele loonstrook in de salarisadministratie. Verzoekster heeft het nettobedrag op de loonstrook gewijzigd van Afl. 2.628,88 in Afl. 3.515,79. Verder heeft zij de regel “890 Executoriaal Beslag” met de daarbij vermelde bedragen verwijderd.
Verzoekster is hangende het onderzoek naar haar gedragingen de toegang ontzegd en zij is geschorst totdat een besluit is genomen over de disciplinaire strafoplegging.
Op 5 juni 2026 heeft de Directeur van het DRH aangifte gedaan van “mogelijke valsheid in geschrifte en poging tot oplichting” door verzoekster.
Bij bestreden landsbesluit van 7 juli 2026 is aan verzoekster, met toepassing van artikel 83, eerste lid, aanhef en onder i, van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (Lma) de disciplinaire straf van ontslag opgelegd. Volgens verweerder is het wijzigen en gebruiken van een officiële loonstrook een ernstige schending van de integriteit en betrouwbaarheid die van een ambtenaar mag worden verwacht. Dit levert ernstig plichtsverzuim op. Verzoekster is eerder disciplinair gestraft, er was sprake van persoonlijk gewin en er is kans op herhaling doordat betrokkene het plichtsverzuim niet inziet. Mede vanwege de aanwezigheid van deze strafverzwarende omstandigheden, is de straf van ontslag passend.
Wat vraagt verzoekster?
4 Verzoekster erkent dat zij de loonstrook over september 2025 heeft aangepast. De loonstrook over deze maand geeft volgens haar geen goed beeld van haar netto-inkomen. In september 2025 is nog een bedrag van Alf. 888,91 ter uitvoering van executoriaal beslag (loonbeslag) op haar inkomen ingehouden. Volgens verzoekster ten onrechte omdat zij in augustus de lening waarvoor dit beslag is gelegd, al had afgelost. De kredietverlener heeft het bedrag dat in september 2025 ten onrechte is ingehouden, ook aan haar terugbetaald. Verzoekster heeft de salarisadministratie gevraagd de loonstrook over september 2025 te corrigeren, maar dit werd geweigerd. Omdat zij aan Island Finance geen onjuist beeld van haar netto-inkomen wilde geven, heeft zij de loonstrook aangepast.
Wat vindt verweerder?
5 Verweerder vindt dat verzoekster niet of te laat bezwaar heeft gemaakt tegen het bestreden landsbesluit. Het beroep en het verzoek zijn daarom niet-ontvankelijk. Verweerder wijst erop dat een loonstrook een officieel document is. Een ambtenaar is niet bevoegd daarop eigenhandig wijzigingen aan te brengen en de gewijzigde loonstrook vervolgens als origineel te gebruiken. Het plichtsverzuim van verzoekster levert ook een strafbaar feit op. Voor een medewerker financiële zaken is het gebruiken van een gewijzigd document ter verkrijging van een lening een ernstig plichtsverzuim.
Wat vindt het gerecht?
Verzoekster heeft het bestreden landsbesluit van 7 juli 2026 op 10 juli 2026 ontvangen. Op 13 juli 2026 heeft verzoekster een “Verzoek voorlopige voorziening” bij het gerecht ingediend. In dit verzoek wordt dit stuk ook “bezwaarschrift” genoemd. Daarnaast staat er dat klaagster bezwaar inbrengt tegen het landsbesluit en wordt gevraagd het landsbesluit te vernietigen. Dat maakt dat dit verzoekschrift ook moet worden aangemerkt als een bezwaarschrift tegen de bestreden beschikking. Het beroep en het verzoek om een voorziening bij voorraad zijn ontvankelijk.
Het gerecht doet uitspraak op het bezwaar en op het verzoek om een voorziening bij voorraad.
Het gerecht is van oordeel dat verzoekster plichtsverzuim heeft gepleegd door de salarisstrook over september 2025 te wijzigen en de aangepast salarisstrook te gebruiken om een lening te krijgen. Het standpunt van verzoekster dat de salarisstrook over september 2025 onjuiste informatie bevatte, klopt niet. Deze salarisstrook was correct, zodat het begrijpelijk is dat de salarisadministratie de loonstrook niet wilde wijzigen. In september 2025 was er op het loon nog steeds beslag gelegd. Op het loon diende daarom nog steeds te worden ingehouden. Dat het beslag ten onrechte nog niet was opgeheven, zoals verzoekster stelt, omdat zij de lening waarvoor beslag was gelegd had afgelost, doet aan de geldigheid van het beslag niet af.
Toen verzoekster had ontdekt dat op haar salaris nog steeds werd ingehouden vanwege het loonbeslag, terwijl zij de lening al had afgelost, had zij niet zelf de loonstrook over september 2025 mogen aanpassen. Zij had de loonstrook over september 2025 aan Island Finance kunnen geven en daarbij kunnen toelichten dat het loonbeslag in september 2025 ten onrechte nog was uitgevoerd, dat zij de lening al had terugbetaald en dat de kredietverlener het ten onrechte ingehouden bedrag aan haar had terugbetaald. Verzoekster heeft niet duidelijk kunnen maken waarom zij niet de juiste weg heeft gevolgd, maar ervoor heeft gekozen de loonstrook te wijzigen en een vervalste loonstrook aan Island Finance te geven.
De gedraging van verzoekster levert ernstig plichtsverzuim op. Verweerder wijst er terecht op dat het vervalsen van een loonstrook raakt aan de integriteit, betrouwbaarheid en geloofwaardigheid van het openbaar bestuur. Als administratief medewerker financiële zaken hoort verzoekster te weten dat het niet toegestaan is bestaande financiële documenten die aan anderen worden verstrekt, aan te passen.
De straf van disciplinair ontslag met onmiddellijke ingang is echter naar het oordeel van het gerecht onevenredig. Daarbij neemt het gerecht het volgende in aanmerking.
Het staat vast dat de kredietverlener ten onrechte het loonbeslag in september 2025 heeft laten voortduren, omdat de lening waarvoor het beslag was gelegd was afgelost. Dat blijkt uit de terugbetaling door de kredietverlener van de bedragen die in augustus en september via loonbeslag zijn geïnd. Verzoekster had een lening nodig om de rekening van een autoreparatie te kunnen betalen. Door de fout van de kredietverlener, waardoor op de loonstrook over september 2025 nog een loonbeslag stond vermeld, verwachtte zij geen lening te kunnen krijgen. Verzoekster heeft op een verkeerde manier geprobeerd de fout van de kredietverlener recht te zetten. Het is niet zo dat verzoekster de bedoeling heeft gehad Island Finance onjuiste informatie over haar salaris te verstrekken. Zij heeft Island Finance willen laten weten wat haar netto-inkomen was geweest zonder het, in haar ogen ten onrechte, ingehouden bedrag voor het loonbeslag. Als de kredietverstrekker de fout niet had gemaakt, zou de loonstrook over september 2025 er namelijk precies zo uit hebben gezien, zoals verzoekster deze heeft gemaakt. Dit maakt niet dat het vervalsen van de loonstrook geen ernstig plichtsverzuim is, maar wel dat de zwaarste disciplinaire straf niet op zijn plaats is. Het eerdere plichtsverzuim waarvoor verzoekster nog maar kortgeleden is bestraft, betreft een onvergelijkbare gedraging. Het ging daarnaast niet om ernstig plichtsverzuim en de gedraging is licht bestraft. Het eerdere plichtsverzuim is dan ook geen strafverzwarende omstandigheid. Voor de kans op herhaling ziet het gerecht geen aanknopingspunten. Het is wel zo dat verzoekster, misschien wel tegen beter weten in, volhoudt dat haar handelen niet verkeerd was, maar dat betekent nog niet dat er een kans op herhaling bestaat. De kans op herhaling kan bovendien worden beperkt door het verbinden van een proeftijd aan een voorwaardelijk ontslag. Een voorwaardelijk ontslag met een proeftijd van twee jaar is bovendien voldoende afschrikwekkend om verzoekster te weerhouden van het plegen van soortgelijk of enig ander ernstig plichtsverzuim. Omdat de gevolgen van het ontslag voor verzoekster ingrijpend zijn, is gelet op al deze omstandigheden een onvoorwaardelijk disciplinair ontslag onevenredig.
7 Het is duidelijk dat verzoekster er moeite mee heeft zich te gedragen zoals een goed ambtenaar betaamd. Dat blijkt uit de gedraging die onderwerp is van deze zaak, maar ook uit de gedraging waarvoor zij eerder is berispt. Dit is een punt van aandacht voor verzoekster en haar leidinggevenden. Verweerder heeft door het verbinden van bijzondere voorwaarden aan een proeftijd op grond van artikel 83, vierde lid, van de Lma de mogelijkheid verzoekster in dat kader verplichtingen op te leggen. Dat kunnen verplichtingen zijn om te bereiken dat verzoekster zich er beter bewust van wordt wat het betekent dat zij zich moet gedragen zoals een goed ambtenaar hoort te doen.
CONCLUSIE
8 Het bezwaar is gegrond. Het bestreden landsbesluit zal nietig worden verklaard. Dat betekent dat verweerder opnieuw zal kunnen beslissen over het opleggen van een disciplinaire straf.
9 Omdat het bestreden landsbesluit nietig wordt verklaard, bestaat geen grond meer voor het treffen van een voorziening bij voorraad. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen.
10 Aanleiding bestaat verweerder te veroordelen in de kosten van het bezwaar en het verzoek. De kosten worden begroot op Afl. 1.400,- voor rechtsbijstand (1 punt voor het verzoekschrift tevens bezwaarschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting).
BESLISSING
Het gerecht:
in de zaak AUA202602829:
in de zaak AUA202602356:
- wijst het verzoek om een voorziening bij voorraad af.
Deze beslissing is gegeven door mr. W.J.A.M. van Brussel, rechter in ambtenarenzaken, bijgestaan door mr. A.A. Wever, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 augustus 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.
Informatie over hoger beroep
Tegen deze uitspraak kunnen alle partijen hoger beroep instellen bij de Raad van Beroep in ambtenarenzaken (RvBAz).
Het hoger beroepschrift moet worden ingediend:
De indiener van het hoger beroep moet in ieder geval:
Partijen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om binnen de gegeven hoger beroepstermijn te volstaan met een pro-forma hoger beroepschrift. Dit betekent dat de hoger beroepsgronden op een later moment kunnen worden ingediend.
Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.
Tegen de beslissing op het verzoek om een voorziening bij voorraad kan geen hoger beroep worden ingesteld.