Uitspraak van 7 september 2015.
L.A.R. no. 3071 van 2014.
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:
A ,
wonende te Aruba,
APPELLANT,
gemachtigde: mr. D.G. Kock,
gericht tegen:
De minister van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Integratie,
zetelende te Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: mr. N.R. Sneek
1. PROCESVERLOOP:
Appellant heeft op 28 juli 2014 bezwaar gemaakt tegen de beschikking van verweerder waarbij wordt geweigerd een vergunning tot tijdelijk verblijf te verstrekken ten behoeve van de minderjarige zoon van appellant.
Tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar heeft appellant 10 december 2014 beroep ingesteld
Verweerder heeft 9 maart 2015 een verweerschrift ingediend.
De zaak is behandeld ter zitting van 29 juni 2015, alwaar partijen zich hebben laten vertegenwoordigen door hun respectieve gemachtigden.
De uitspraak is bepaald op heden.
2. OVERWEGINGEN:
Gebleken is dat de verzochte vergunning tot tijdelijk verblijf bij beschikking van 2 maart 2015 alsnog is verstrekt. Deze werd vervolgens door appellant op 6 maart 2015 bij de Departamento di Integracion, Maneho y Admishon di Straheronan (DIMAS) opgehaald. Hiermee is het belang van appellant bij het onderhavige beroep komen te vervallen, waardoor het beroep van appellant niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Appellant heeft het gerecht evenwel verzocht verweerder te veroordelen in de kosten van de procedure. Dienaangaande overweegt het gerecht als volgt.
Ingevolge artikel 52, tweede lid, van de Lar, kan de rechter tevens bepalen dat het bestuursorgaan wordt verplicht tot betaling van een vergoeding aan de wederpartij.
Conform vaste jurisprudentie van het Gemeenschappelijk Hof bestaat er bij niet-ontvankelijk verklaring van het beroep geen grondslag voor toepassing van artikel 52, tweede lid, van de Lar. De in die bepaling aan de rechter toegekende bevoegdheid ziet naar zijn aard slechts op gevallen, waarin het beroep tot vernietiging van de bestreden beschikking heeft geleid. In artikel 52, tweede lid, van de Lar is geen exclusieve regeling van proceskostenveroordeling neergelegd in het geval het beroep tegen het uitblijven van een beschikking op bezwaar, na het geven van een beschikking op bezwaar, niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Het beroep is niet-ontvankelijk.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen grond.
3. DE UITSPRAAK:
De rechter in dit gerecht:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beslissing werd gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 7 september 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 53a LAR).
Het hoger beroep wordt ingesteld binnen zes weken na de dag waarop de beslissing op het beroep is gedagtekend. De instelling van het hoger beroep geschiedt door indiening bij de griffie van het Gerecht van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 53b LAR).