Beschikking van 7 november 2017
Behorend bij EJ nr. 975 van 2017
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van:
[naam verzoekster],
wonende in Aruba, te [adres],
VERZOEKSTER,
gemachtigde: de advocaat mr. M.M.M.C Ecury,
Belanghebbende:
[naam belanghebbende], hierna: [naam belanghebbende],
wonende in Aruba, te [adres].
1. DE PROCEDURE
De procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, ingediend op 10 mei 2017,
- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling op 4 juli 2017, waaruit blijkt dat de verzoekster in persoon is verschenen bijgestaan door haar gemachtigde voornoemd,
- het taxatierapport ingediend op 15 augustus 2017.
De uitspraak is bepaald op heden.
2. DE FEITEN
Verzoekster en [naam belanghebbende] zijn onder huwelijkse voorwaarden gehuwd. Bij beslissing van van het gerecht in Brazilië “Tribunal de justicia do estado de São Paulo”, blijkend uit een door de griffier van voornoemd gerecht afgegeven bewijs van curatorschap (“Certidão de Curador”), gedateerd 31 mei 2015, is verzoekster benoemd tot curatrice op tijdelijke basis van [naam belanghebbende]. Bij op 21 maart 2017 in kracht van gewijsde gegane beslissing van bovengenoemd gerecht, blijkend uit een door de griffier van dat gerecht afgegeven bewijs van curatorschap, gedateerd 17 juni 2017, is verzoekster definitief benoemd tot curatrice van [naam belanghebbende].
Aan [naam belanghebbende] behoort toe (een aandeel in) een perceel eigendomsgrond groot honderdtachtig vierkante meter (180 m2), kadastraal bekend als Land Aruba, Eerste Afdeling, Sectie D # 238, plaatselijk bekend als van [adres] (hierna ook aan te duiden als: het registergoed).
3. HET VERZOEK
Het verzoek strekt er toe dat aan verzoekster toestemming wordt verleend om (mede) namens [naam belanghebbende] over te gaan tot verkoop en overdracht van het registergoed voor een koopsom van Afl. 150.000,--.
4. DE BEOORDELING
Het verzoek is gebaseerd op artikel 1:386 juncto artikel 1:345 lid 1 sub a van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BWA). Ingevolge bovengenoemde artikelen behoeft de curatrice machtiging van de rechter om, voor zover hier van belang, overeenkomsten aan te gaan, strekkende tot beschikking over goederen van de curandus, tenzij de handeling geld betreft, als een gewone beheersdaad kan worden beschouwd of krachtens rechterlijk bevel geschiedt.
Om het verzoek tot machtiging te kunnen beoordelen, moet eerst worden vastgesteld of de buitenlandse beslissing, waarbij [naam belanghebbende] onder curatele is gesteld in Aruba als zodanig kan worden erkend.
Een buitenlandse beslissing komt voor erkenning in aanmerking als (1) de buitenlandse rechter op een internationaal aanvaarde grond bevoegd was tot kennisneming van de zaak, (2) het vonnis tot stand is gekomen na een behoorlijke rechtspleging en (3) de erkenning van het vonnis niet in strijd is met de openbare orde (vgl. HR 27 juni 2003, NJ 2004, 615).
De beslissingen van het “Tribunal de justicia do estado de São Paulo”, blijkende uit de door verzoekster overgelegde bewijzen van curatorschap van 17 juni 2015 en 31 mei 2017, zijn niet voor erkenning hier te lande vatbaar, nu niet aan de eerste eis, vermeld onder rechtsoverweging 4.3, is voldaan. Verzoekster heeft ter zitting verklaard dat zij en haar echtgenoot in Aruba wonen, hetgeen ook blijkt uit de door haar overgelegde uittreksels uit het bevolkingsregister, gedateerd 2 mei 2017, en slechts af en toe tijdelijk in Brazilië verblijven. De keuze om het verzoek tot ondercuratelestelling in Brazilië in te dienen en niet in Aruba, is volgens verzoekster (vooral) ingegeven door financiële motieven. Op grond hiervan houdt het gerecht het ervoor dat partijen ten tijde van de beslissing van het Braziliaanse gerecht in Aruba woonden. Naar internationale maatstaven vormt de woonplaats van een persoon een grond voor de rechterlijke bevoegdheid. Er zijn verder geen feiten en/of omstandigheden gesteld of gebleken op grond waarvan het Braziliaanse gerecht desondanks “op een internationaal aanvaarde grond” bevoegd zou zijn geweest om het verzoek te behandelen. Het enkele feit dat verzoekster kennelijk de Braziliaanse nationaliteit heeft is daarvoor onvoldoende.
Dit betekent dat [naam belanghebbende] naar Arubaans recht niet als ondercuratelegestelde kan worden aangemerkt, zodat verzoekster niet in haar verzoek kan worden ontvangen.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
5. BESLISSING
Het gerecht:
verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven op dinsdag 7 november 2017 door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, in tegenwoordigheid van de griffier.