ECLI:NL:OGEAA:2024:316

ECLI:NL:OGEAA:2024:316

Instantie Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak 15-03-2024
Datum publicatie 30-10-2026
Zaaknummer 644 van 2023
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

man veroordeeld voor ontuchtige handelingen met minderjarige stiefkleindochter, De handelingen bestonden uit het betasten van de borsten. straf: gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 156 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, met de oplegging van Reclasseringstoezicht. Vordering van de benadeelde partij wordt deels toegewezen en voor het overige niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[Verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1952 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

thans gedetineerd in het huis van bewaring in Aruba.

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 23 februari 2024. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. P.M.E. Mohamed, advocaat in Aruba.

De moeder van het slachtoffer, mw. [benadeelde partij 1] heeft zich als benadeelde partij ter terechtzitting gevoegd in het strafproces met een vordering tot schadevergoeding.

De officier van justitie, mr. E. Stevens, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het onder primair ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twintig maanden waarvan tien maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, met aftrek van voorarrest en met de bijzondere voorwaarde van Reclasseringstoezicht.

Zijn vordering behelst voorts:

de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] tot een bedrag van Afl. 2.300,-, de niet-ontvankelijkverklaring van die benadeelde partij in hetgeen zij overigens heeft gevorderd met de oplegging van een bij de toewijsbare vordering behorende schadevergoedingsmaatregel en de toewijzing van de juridische kosten tot een bedrag van Afl. 150,-.

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Ten aanzien van de vordering tot schadevergoeding heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van het Gerecht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks het jaar 2021 tot en met de maand januari 2023 in Aruba,

door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum] 2011, heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit

- die [slachtoffer 1] betasten aan haar borsten en/of vagina, althans haar lichaam

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkheid uit

- onverhoeds het (ontblote) lichaam van die [slachtoffer 1] betasten en/of

- misbruik en/of gebruik maken van zijn fysieke overwicht;

(artikel 2:201 van het Wetboek van Strafrecht)

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks het jaar 2021 tot en met de maand januari 2023 in Aruba,

opzettelijk met [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum] 2011, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit - die [slachtoffer 1] betasten aan haar borsten en/of vagina, althans haar lichaam;

(artikel 2:202 van het Wetboek van Strafrecht)

Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak van het primair ten laste gelegde

Anders dan de officier van justitie is het Gerecht is van oordeel dat voor het primair ten laste gelegde onvoldoende wettig bewijs voorhanden is. Het Gerecht overweegt daartoe dat uit het dossier en het behandelde ter zitting onvoldoende concrete aanwijzingen zijn gebleken dat de verdachte, [slachtoffer 1] zou hebben gedwongen (door onverhoeds handelen of door gebruik van zijn fysieke overwicht) tot het ondergaan enig seksuele handeling waarbij [slachtoffer 1] zich niet kon verzetten. De verdachte zal daarom van het onder primair ten laste gelegde worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder subsidiair is ten laste gelegd, met dien verstande dat:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks het jaar 2021 tot en met de maand januari 2023 in Aruba, opzettelijk met [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum] 2011, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit die [slachtoffer 1] betasten aan haar borsten en/of vagina, althans haar lichaam.

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door het Gerecht gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het vonnis. Deze aanvulling zal vervolgens aan het vonnis worden gehecht.

Bewijsoverwegingen

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte van het ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte de seksuele handelingen ontkent en dat het dossier geen direct bewijs noch voldoende steunbewijs bevat voor de verklaring van het slachtoffer [slachtoffer 1]. Verder heeft de raadsman naar voren gebracht dat [slachtoffer 1] op school heeft verteld wat er met haar zou zijn gebeurd pas nadat zij een discussie had gehad met haar vriendin, aan wie iets dergelijks zou zijn overkomen, en niet toen zij door haar opa zou zijn betast, hetgeen niet gebruikelijk is. De raadsman vermoedt dat het slachtoffer haar belastende verklaring heeft afgelegd om niet onder te doen voor haar vriendin.

Aan de verdachte is een zedendelict ten laste gelegd. Zedenzaken worden vaak gekenmerkt door het gegeven dat naast de verklaring van het slachtoffer en de ontkennende verklaring van de verdachte weinig of geen steunbewijs voorhanden is, omdat bij de tenlastegelegde handelingen vaak alleen de verdachte en het slachtoffer aanwezig zijn geweest. Dit brengt mee dat bij een ontkennende of zwijgende verdachte veelal slechts de verklaringen van het veronderstelde slachtoffer als wettig bewijsmiddel voorhanden zijn. Naast de door één getuige/slachtoffer afgelegde verklaring over de gang van zaken dient te worden bezien in hoeverre daarvoor steun kan worden gevonden in andere bewijsmiddelen, afkomstig van een andere bron dan degene die de belastende verklaring heeft afgelegd. Het is niet vereist dat voor de aangifte op het punt van de “kern” van het tenlastegelegde - hier de specifieke ontuchtige handelingen - steun is te vinden in het overige bewijsmateriaal. Het op bepaalde punten bevestigd zien van de verklaring van de getuige/slachtoffer in andere bewijsmiddelen kan volgens de Hoge Raad eveneens voldoende zijn, mits afkomstig van een andere bron en er geen te ver verwijderd verband bestaat tussen de getuigenverklaring en het overige gebezigde bewijsmateriaal.

Het Gerecht ziet zich voor de vraag of er voldoende steunbewijs is voor de verklaring van [slachtoffer 1]. Het Gerecht overweegt als volgt.

De verdachte heeft zowel bij de politie als ter zitting ontkend [slachtoffer 1] aan haar borsten een aan haar vagina te hebben betast. De verdachte heeft verklaard dat [slachtoffer 1] weliswaar bijna elke dag thuis kwam en dat hij samen met zijn echtgenote voor [slachtoffer 1] zorgden, maar dat hij onmogelijk [slachtoffer 1] zou kunnen hebben aangeraakt omdat hij zich nooit alleen met [slachtoffer 1] bevond.

Het Gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting en door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging gekregen dat de verdachte de vagina van [slachtoffer 1] heeft betast zoals ten laste is gelegd. Enig ander bewijs dan de verklaring van [slachtoffer 1] is er op dit punt niet. De verdachte wordt van dit gedeelte vrijgesproken.

[Slachtoffer 1] heeft verklaard dat haar stiefopa zijn hand op haar schouder legde en daarna zijn hand schoof tot dat hij haar borsten aanraakte. Volgens [slachtoffer 1] is dit een aantal keren in de slaapkamer gebeurd. De verklaring van [slachtoffer 1], voor wat betreft het betasten van haar borsten, wordt ondersteund door de verklaringen van haar moeder, vader en oma. Uit de verklaring van de moeder en vader van [slachtoffer 1] blijkt dat de verdachte met zijn auto naar hun toe was gereden en hun elk apart had gesproken. Tijdens dat gesprek had de verdachte om vergiffenis gevraagd voor hetgeen hij had gedaan. De verdachte had tegen hen beide bekend dat hij [slachtoffer 1] aan haar borsten zou hebben aangeraakt en dat hij dit met zijn handen had laten zien. De verdachte had toen wel ontkend [slachtoffer 1] aan haar vagina te hebben betast.

Daarnaast heeft de echtgenote van verdachte en tevens oma van [slachtoffer 1] ook verklaard, dat toen zij de verdachte met de beschuldigingen had geconfronteerd, de verdachte aan haar zou hebben bekend de borsten van [slachtoffer 1] te hebben gestreeld.

Dat de verdachte aan de moeder en vader van [slachtoffer 1] om vergiffenis heeft gevraagd voor het geval dat men denkt dat hij wel iets met [slachtoffer 1] zou hebben gedaan en terwijl de verdachte de beschuldigingen ontkent, acht het Gerecht onaannemelijk en ongeloofwaardig. Bovendien is op geen enkele wijze aannemelijk geworden dat [slachtoffer 1] een motief had om jegens de verdachte (zijnde haar stiefopa) valselijk van dergelijke ernstige feiten te beschuldigen, zoals aangevoerd door de raadsman, en haar verhaal zou hebben verzonnen als gevolg van haar BFF-verhouding met haar vriendin. De verdachte heeft evenmin een reden kunnen geven voor het feit dat zowel zijn echtgenote als de ouders van [slachtoffer 1] niet de waarheid zouden hebben gesproken wat betreft zijn bekentenis tegenover hen dat hij wel de borsten van het slachtoffer heeft aangeraakt.

Gelet op het vorenstaande is het Gerecht van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer 1], wat het betasten van haar borsten betreft, niet op zich zelf staat, maar voldoende steun vindt in ander bewijs. Dit leidt tot de conclusie dat het Gerecht bewezen zal verklaren dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan ontuchtige handelingen, bestaande uit het betasten van de borsten, van het slachtoffer.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Subsidiair:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen,

strafbaar gesteld bij artikel 2:202 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het seksueel betasten van de minderjarige [slachtoffer 1]. [slachtoffer 1] is de kleindochter van de echtgenote van de verdachte en zij beschouwde de verdachte als haar eigen opa. De verdachte heeft ontuchtige handelingen gepleegd mat haar stiefkleindochter die bestonden uit het betasten van haar borsten. Dit slachtoffer bevond zich, gelet op haar zeer jeugdige leeftijd, in een bijzonder kwetsbare positie en de verdachte heeft misbruik gemaakt van het overwicht dat hij als volwassene en als grootvader figuur op haar had. De verdachte heeft ernstige inbreuk gemaakt op haar lichamelijke integriteit en heeft de ontwikkeling van haar seksualiteit verstoord. De verdachte heeft slechts het oog gehad op bevrediging van zijn eigen lustgevoelens, waarbij hij zich in het geheel niet heeft bekommerd om de schade die hij daarmee bij zijn stiefkleindochter aanrichtte. Het Gerecht rekent dit de verdachte zwaar aan. De ervaring leert dat jeugdige slachtoffers, als zij op die leeftijd worden onderworpen aan dergelijke seksuele handelingen, grote psychische, lichamelijk en emotionele schade kunnen oplopen. Zij kunnen ook nog op latere leeftijd problemen ondervinden op het terrein van seksualiteit en relatievorming. Deze delicten behoren voorts tot een categorie van strafbare feiten die een ernstige inbreuk maken op de rechtsorde en gevoelens van onrust in de samenleving teweeg brengen.

Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

De verdachte is, zo blijkt uit zijn strafkaart, niet eerder onherroepelijk veroordeeld voor een soortgelijk misdrijf.

De persoonlijke omstandigheden van de verdachte geven aanleiding een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen. De verdachte lijdt aan diabetes en heeft zijn werk, als gevolg van deze zaak, verloren. Verder blijkt dat door de handelingen van de verdachte, de familiebanden ernstig zijn verstoord. Dit voorwaardelijke strafdeel dient er toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat een gevangenisstraf met een deel voorwaardelijk passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

Schadevergoeding

De moeder van het slachtoffer, mw. [benadeelde partij 1], heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt Afl. 300,- voor een psychologisch consult, een begroot bedrag van Afl. 3.300,- voor een spoedtraject behandeling bij de psycholoog, een begroot bedrag van Afl. 3.900,- voor een vervolgbehandeling bij de psycholoog en juridische kosten voor een bedrag van Afl. 150,-.

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het Gerecht.

Het Gerecht volgt de vordering van de officier van justitie op dit punt. Uit het onderzoek ter terechtzitting is genoegzaam gebleken dat de dochter van de benadeelde partij, aldus het slachtoffer, als gevolg van verdachtes onder subsidiair bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden en dat de verdachte hiervoor aansprakelijk is. Het Gerecht zal het psychologisch consult van Afl. 300,- en de te verwachten kosten van behandeling bij de psycholoog tot een bedrag van Afl. 2000,- toewijzen. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden, zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het Gerecht is van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor beslissing in de strafzaak. De benadeelde partij [benadeelde partij 1] kan daarom in zoverre niet worden ontvangen en dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Het Gerecht ziet aanleiding daarbij een schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 1:78 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba aan de verdachte op te leggen. Voor het geval volledige betaling of volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet volgt, zal vervangende hechtenis van na te melden duur worden opgelegd, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Nu de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de juridische kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op Afl. 150,- en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:19, 1:20, 1:21, 1:22, 1:62 en 1:78 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte primair ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder subsidiair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de twaalf [12] maanden;

bepaalt dat een gedeelte van deze straf, groot honderdzesenvijftig [156] dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op drie [3] jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

als bijzondere voorwaarde wordt gesteld dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens de Stichting Reclassering Aruba, zulks zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden;

wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij 1] geleden schade toe tot een bedrag van Afl. 2.300,- (zegge: tweeduizenddriehonderd gulden), en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 1] in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat deze de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de verdachte in de juridische kosten door de benadeelde partij [benadeelde partij 1] gemaakt, tot op heden begroot op Afl. 150,-, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;

legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] de verplichting op tot betaling aan het Land van een bedrag van Afl. 2.300,- (zegge: tweeduizenddriehonderd), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 33 (drieëndertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan het Land daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan het Land in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. W.C.E. Winfield, bijgestaan door mw. L.H. Hoogenbergen, (zittingsgriffier), en op 15 maart 2024 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Aruba.

uitspraakgriffier:

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand