Parketnummer : P-2025/00647
Zaaknummer: 340 van 2025
Uitspraak: 21 november 2025
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de strafzaak tegen de verdachte:
[Verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1981 in [geboorteplaats],
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Aruba (volgens opgave van verdachte),
thans gedetineerd in het huis van bewaring in Aruba.
1. Onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 31 oktober 2025.
Het Gerecht heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie mr. G. Visser, en van wat de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. D.L. Emerencia, advocaat in Aruba, naar voren hebben gebracht.
2. Tenlastelegging
1. [Adres 1]
2. [Adres 2] ([locatie 1])
3. [Adres 3]
4. [Adres 4]
Aan de verdachte is ten laste gelegd:
dat hij op of omstreeks 24 januari 2025 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/iot een woning of op een bij een woning behorend besloten erf, te weten [adres 1] (in gebruik bij [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5]), terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk en wederrechtelijk in die woning/op dat erf, in gebruik bij de hierboven genoemde toerist(en) die voor recreatieve doeleinden in het Land aanwezig was/waren, vertoefde(n), onder meer heeft/hebben weggenomen
- een (of meer) (zonne)bril(len),
- een portemonnee (met inhoud),
- een (of meer) gouden ketting(en),
- een mobiele telefoon (van het merk Apple),
- een blauwe strandtas met flamingo’s erop,
- een toilettas van het merk Louis Vuitton en/of
- een (of meer) geldbedrag(en) (van ongeveer US$ 1500,=/US$ 2000,=/US$ 375,=
US$ 3000,=),
in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de hierboven genoemde perso(o)n(en)/aangever(s), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of (een) valse sleutel(s);
althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht (kunnen) volgen
dat hij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 januari 2025 tot en met 25 maart 2025 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk onder meer een blauwe strandtas met Flamingo’s erop, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij/zij ten tijde van het verwerven en/of het voorhanden krijgen van genoemd(e) goed(eren) wist(en) of begre(e)p(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;
dat hij op of omstreeks 17 februari 2025 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning of op een bij een woning behorend besloten erf, te weten [locatie 1] gelegen te [adres 2] (in gebruik bij [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10]), terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk en wederrechtelijk in die woning/op dat erf, in gebruik bij de hierboven genoemde toerist(en) die voor recreatieve doeleinden in het Land aanwezig was/waren, vertoefde(n), onder meer heeft/hebben weggenomen
in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de hierboven genoemde perso(o)n(en)/aangever(s), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of (een) valse sleutel(s);
althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht (kunnen) volgen
dat hij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 februari 2025 tot en met 25 maart 2025 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk onder meer
heeft verworden en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij/zij ten tijde van het verwerven en/of het voorhanden krijgen van voornoemd(e) goed(eren) wist(en) of begre(e)pe(n), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;
dat hij op of omstreeks 15 maart 2025 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning of op een bij een woning behorend besloten erf, te weten [adres 3] (in gebruik bij [slachtoffer 11]), terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk en wederrechtelijk in die woning/op dat erf, in gebruik bij de hierboven genoemde toerist die voor recreatieve doeleinden in het Land aanwezig was, vertoefde(n), onder meer heeft/hebben weggenomen
in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de hierboven genoemde persoon/aangever, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of (een) valse sleutel(s);
althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht (kunnen) volgen
dat hij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 maart 2025 tot en met 25 maart 2025 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk onder meer
heeft verworden en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij/zij ten tijde van het verwerven en/of het voorhanden krijgen van voornoemd(e) goed(eren) wist(en) of begre(e)pe(n), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;
dat hij op of omstreeks 12 maart 2025 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen te [adres 4], een (of meer) goed(eren) van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 12], in elke geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning of op een bij die woning behorend besloten erf te verschaffen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, opzettelijk daartoe een deur heeft vernield en hierdoor is/zijn binnengedrongen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
3. Voorvragen
Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
4. Waardering van het bewijs
Inleiding
Naar aanleiding van een reeks woninginbraken vanaf januari 2025 in vakantiewoningen waar toeristen verbleven, werd een onderzoek onder de naam “Repeat” gestart, waarbij bob-middelen zijn ingezet.
Op 15 maart 2025 rond 19:09u werd een gesprek onderschept dat gevoerd werd tussen het afgetapte aansluitnummer [telefoonnummer 1], in gebruik bij ene [medeverdachte 1] en het nummer [telefoonnummer 2], in gebruik bij verdachte. In dat gesprek vroeg [medeverdachte 1] aan de verdachte of hij klaar was omdat ze onderweg naar hem waren. Het opsporingsteam herkende de stem van de voor hen bekende [verdachte] op de achtergrond, die aan de verdachte instructies gaf om een lange broek, lange mouwen en gezichtsbedekking te dragen. Op diezelfde dag rond 23:20u deed een toerist ([slachtoffer 11]) aangifte van diefstal uit zijn vakantiewoning te [adres 3].
Op 25 maart 2025 werd in de woning van de medeverdachte [medeverdachte 1], waar ook de medeverdachte [verdachte] verbleef, een doorzoeking gehouden waarbij verschillende goederen werden aangetroffen, die later door meerdere aangevers zijn herkend als hun eigendom.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat het onder 1 en 2 subsidiair, 3 primair en 4 tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen, en heeft daartoe gewezen op de verschillende aangiftes, een tapgesprek tussen de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1], de camerabeelden, de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 1] en het proces-verbaal doorzoeking in de woning van de verdachte.
Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde medeplegen van een poging tot woninginbraak bij de [adres 4] heeft de officier van justitie betoogd, dat uit de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 1] volgt dat hij samen met verdachte in de auto naar de [adres 4] is gereden en dat hij zag dat verdachte over de erfmuur van de woning heen is geklommen. Deze verklaring vindt, aldus de officier van justitie, steun in de bevindingen van de camerabeelden waarop is te zien dat de medeverdachte [medeverdachte 1] in de auto aan komt rijden en dat de bijrijder over de erf muur van de woning van aangever heen klimt.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft ten aanzien van het onder 3 en 4 tenlastegelegd vrijspraak bepleit en daartoe aangevoerd dat op grond van de stukken in het dossier verdachte niet als medepleger van die delicten kan worden aangemerkt. Ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw betoogd, dat verdachte heeft bekend dat hij de goederen van een ander heeft gekocht, maar dat zijn opzet niet was gericht op het helen van die goederen. Er is geen bewijs dat hij de woninginbraken heeft gepleegd, aldus de raadsvrouw.
Het oordeel van het Gerecht
Vrijspraak
Ten aanzien van feiten 1 en 2 primair
Het Gerecht is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem primair onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. Het Gerecht overweegt daartoe het volgende.
Vaststaat dat in de woning waar de verdachte tijdelijk verbleef, goederen afkomstig van verschillende woninginbraken zijn aangetroffen. Uit het dossier kan evenwel niet worden vastgesteld dat de verdachte de dader is geweest van de woninginbraken. Volgens zijn eigen verklaring heeft hij de aangetroffen goederen gekocht dan wel gekregen van een ander (een landloper) en was hij van plan deze te verkopen.
Voor het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde is dan ook onvoldoende wettig bewijs voorhanden is. Het Gerecht zal de verdachte hiervan vrijspreken.
Ten aanzien van feit 4
Het Gerecht is -anders dan de officier van justitie- van oordeel dat voor het onder feit 4 ten laste gelegde onvoldoende wettig bewijs voorhanden is, zodat de verdachte hiervan dient te worden vrijgesproken.
Het Gerecht overweegt daartoe als volgt.
De verdachte heeft enige betrokkenheid bij deze poging tot woninginbraak ontkend. De medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij samen met verdachte in zijn auto naar de [adres 4] is gereden en dat hij zag dat de verdachte over de erfmuur toebehorende aan de woning van aangever, die de oom van de medeverdachte [medeverdachte 1] is, heen is geklommen. De aangever heeft de videobeelden van de bewuste avond bekeken en bij de politie verklaard, dat hij niet alleen de auto van zijn neef, de medeverdachte [medeverdachte 1], bij zijn woning heeft herkend, maar dat hij ook de persoon die over de erfmuur van zijn woning heen is geklommen heeft herkend als de zoon van die neef. De verklaring van de medeverdachte vindt geen steun in enig ander bewijsmiddel, zodat voor de betrokkenheid van de verdachte bij deze poging woninginbraak onvoldoende wettig bewijs voorhanden is.
Bewezenverklaring
Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande:
1. subsidiair ([adres 1])
dat hij op een (of meerdere) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 januari 2025 tot en met 25 maart 2025 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk onder meer een blauwe strandtas met Flamingo’s erop, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij/zij ten tijde van het verwerven en/of het voorhanden krijgen van genoemd(e) goed(eren) wist(en) of begre(e)p(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;
2. subsidiair ([adres 2])
dat hij op een (of meerdere) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 februari 2025 tot en met 25 maart 2025 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk onder meer
een (of meer) Apple Ipad(s),
een (of meer) headphone(s),
een (of meer) (zonne)bril)len),
een (of meer) oplader(s),
een (of meer) siera(a)d(en)/juwe(e)l(en) en/of
een (of meer) kledingstuk(ken)
heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij/zij ten tijde van het verwerven en/of het voorhanden krijgen van voornoemd(e) goed(eren) wist(en) of begre(e)pe(n), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;
3. primair ([adres 3])
dat hij op of omstreeks 15 maart 2025 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning of op een bij een woning behorend besloten erf, te weten [adres 3] (in gebruik bij [slachtoffer 11]), terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk en wederrechtelijk in die woning/op dat erf, in gebruik bij de hierboven genoemde toerist die voor recreatieve doeleinden in het Land aanwezig was, vertoefde(n), onder meer heeft/hebben weggenomen
een rugtas (van het merk Eagle Brook),
een vrouwentas (van het merk Botkier),
een portemonnee (inhoudende een geldbedrag van US$ 1200,=),
een etui inhoudende muntjes van de Verenigde Staten van Amerika,
een (of meer) creditcard(s),
een Apple computer, een Apple Ipad, een JBL Charge 5 speaker, Beats headphones, een Air Pods,
een (of meer) oplader(s),
een (of meer) bril(len),
een (of meer) autosleutel(s) (van het merk Chevy en Mazda) en/of
een bijbel,
in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de hierboven genoemde persoon/aangever, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of (een) valse sleutel(s);.
Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd; omwille van de leesbaarheid zijn ook wijzigingen aangebracht in de bewezenverklaring (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsmiddelen
Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hiernavolgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.
Hieronder wordt ten aanzien van het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair bewezenverklaarde een opgave gedaan van die bewijsmiddelen. Met deze opgave wordt volstaan, omdat de verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend en geen vrijspraakverweer is gevoerd.
Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Feit 1 subsidiair ([adres])
1. De bekennende verklaring van de verdachte afgelegd tijdens het onderzoek op de terechtzitting van 31 oktober 2025;
2. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 24 januari 2025, bijlage 3.3, inhoudende de verklaring van aangever [slachtoffer 1];
3. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 maart 2025, bijlage 5.10, met bijlagen, inhoudende het relaas van de verbalisant met betrekking tot de doorzoeking [adres 5];
4. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 maart 2025, bijlage 5.13, met bijlagen, inhoudende het relaas van de verbalisant met betrekking tot de herkenning van goederen door aangever [slachtoffer 1].
Feit 2 subsidiair ([adres 2]):
1. De bekennende verklaring van de verdachte afgelegd tijdens het onderzoek op de terechtzitting van 31 oktober 2025;
2. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 18 februari 2025, bijlage 3.4, inhoudende de verklaring van aangever [slachtoffer 6];
3. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 maart 2025, bijlage 5.10, met bijlagen, inhoudende het relaas van de verbalisant met betrekking tot de doorzoeking [adres 5];
4. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 maart 2025, bijlage 5.11, met bijlagen, inhoudende het relaas van de verbalisant met betrekking tot de herkenning van goederen door de aangever [slachtoffer 6].
feit 3 primair [adres 3]
* Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 3 april 2025 (bijlage 2.4.5), voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 2] , -zakelijk weergegeven-:
Bijzonder tapgesprek
Op maandag 15 maart 2025, omstreeks 19:09:50 uur werd een tapgesprek onderschept (productId [productienummer]) tussen het aansluitnummer [telefoonnummer 1] ([medeverdachte 1]) en het aansluitnummer [telefoonnummer 2] (NN-man).
[Medeverdachte 1]: Hey bo ta cla ?
NN-man: Si mi ta cla?
[Medeverdachte 1]: Seh
NN-man: Band’e cas mi ta
[Medeverdachte 1]: Awel para cla pa nos jega busca bo bai dibiaha. Esaki ta e ora di biaha nada kwenti pasa ningún kaminda. Awoki nos tan a cos viniendo ariba.
NN-man: bon bon bon
Opmerking: in de achtergrond hoor ik [verdachte] [medeverdachte 3] het volgende zeggen:
“Karson largo, manga largo, koi tapa”
[Medeverdachte 1]: Karson largo, manga largo bo mes sa
NN-man: ehe pero warda mi no tin cos….jega jega jega
[Medeverdachte 1]: cuminsa prepara di biaha ta awoki cos ta pasa awoki. Bon?
NN-man: bon bon no papia mucho
V: Van wie zijn de stemmen in het gesprek?
A: ik herken mijn stem, de stem van [medeverdachte 1] en de stem van de vriend van [medeverdachte 1], de man bijgenaamd [medeverdachte 3]. Ik moet verder verklaren dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] op die bewuste avond bij mijn woning kwamen opdagen. [Medeverdachte 1] deelde mij mede dat zij een “job” hadden om te gaan doen.
* Een proces-verbaal van aangifte d.d. 18 maart 2025 (bijlage 3.7), voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer 11] , -zakelijk weergegeven-:
Ik wens aangifte van inbraak te doen, omdat er in mijn woning [adres 3] ingeklommen werd. Er werden verschillende persoonlijke goederen weggenomen:
- Red Eagle brook backpack
- Portemonnee inhoudende 1200 dollars in cash
- Creditcards
- Three key fobs. One Chevy and twee Mazda $ 1500
- Apple Computer
- Apple IPAD
- JLB Charge 5 Speaker
- Beats headphones
- Bible
- Air Pods
- Two Maui Jims Glasses
- Orange portable charger
- Three phone chargers
Ik heb mijn woning, te [adres 3], op 15 maart 20205 omstreeks 20:54 uur intact achter gelaten. Op diezelfde dag omstreeks 23:00 uur kwam ik terug thuis. Mijn vrouw merkte toen dat de kleding die in haar bagage waren op de vloer lagen en gerommeld. Verder merkte ik dat verschillende persoonlijke lijfgoederen zijn meegenomen door onbekenden die in mijn huis waren geklommen.
Ik vermoed dat de onbekenden gebruikt gemaakt hebben van een valse sleutel.
* Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 maart 2025 (bijlage 5.5), met bijlagen, voor zover inhoudende, als relaas van de verbalisant met betrekking tot tapgesprek [verdachte], NN-[medeverdachte 1] en NN-man van 15 maart 2025, -zakelijk weergegeven-:
In verband met het lopende onderzoek genaamd Repeat, gericht op inbraken in vakantiehuizen, werden de aansluitnummers [telefoonnummer 3] en [telefoonnummer 1] afgetapt en afgeluisterd. Hierbij is gebleken dat de weggenomen Samsung voorzien van IMEI-nummer [IMEI-nummer] door de welbekende recidivist genaamd [verdachte] wordt gebruikt. Verder bleek dat [verdachte] het aansluitnummer [telefoonnummer 2] in de gestolen mobiele telefoon had geplaatst en dat het aansluitnummer [telefoonnummer 1] door een onbekende man genaamd [medeverdachte 1] wordt gebruikt. Ook bleek dat [verdachte] en NN-[medeverdachte 1] dagelijks contact met elkaar hadden.
Bijzonder tapgesprek [medeverdachte 1]
Op 15 maart 2025 omstreeks 19:09 uur werd een gesprek onderschept (productId [productienummer]) dat werd gevoerd met het afgetapte aansluitnummer [telefoonnummer 1] in gebruik bij NN-[medeverdachte 1] en het aansluitnummer [telefoonnummer 2] in gebruik bij NN-man. In het gesprek vroeg NN-[medeverdachte 1] aan NN-man of hij gereed was, aangezien zij onderweg naar hem toe waren. Hij moest gereed staat, want dit was het moment om de dingen te laten gebeuren. Tevens werd aangegeven dat hij een lange broek en lange mouwen met “die dingen” moest dragen. Tijdens dit gesprek was [verdachte] in de achtergrond te horen, waarbij hij NN-[medeverdachte 1] instructies gaf om de NN-man te adviseren lange mouwen, een lange broek en gezichtsbedekking mee te nemen.
* Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 31 maart 2025 (bijlage 2.3.6.), voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1] , -zakelijk weergegeven-:
Mijn telefoonnummer is [telefoonnummer 1].
Bijzonder tapgesprek
Op maandag 15 maart 2025, omstreeks 19:09:50 uur werd een tapgesprek onderschept (productId [productienummer]) tussen het aansluitnummer [telefoonnummer 1] ([medeverdachte 1]) en het aansluitnummer [telefoonnummer 2] (NN-man).
V: van wie zijn de stemmen in het gesprek?
A: ik herken mijn stem, die van [medeverdachte 3] en een kennis van ons, genaamd [medeverdachte 2].
V: waarom zeg je ‘esaki ta e ora’?
A: [Medeverdachte 3] zei tegen mij om dat tegen [medeverdachte 2] te vertellen.
V: wat gingen jullie doen?
A: Op die bewuste dag hadden wij [medeverdachte 2] in de binnenstad van [locatie 2] opgehaald. Hierna reden wij in de richting van [locatie 3]. Ik bestuurde de auto, een witte Hyundai I10.
Op instructie van [medeverdachte 3] moest ik op een gegeven moment stoppen. We waren in de omgeving van [locatie 3]. [Medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] stapten uit en [medeverdachte 3] zei tegen mij om iets verderop te parkeren en op hen te wachten. Ze waren helemaal in donkerkleurige kleding gekleed. Na een tijdje kwamen zij terug. Zij hadden verschillende artikelen bij zich, onder andere rugtassen. Hierna reden wij naar huis en vervolgens naar [loocatie 2].
* Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 maart 2025 (bijlage 5.10), met bijlagen, voor zover inhoudende, als relaas van de verbalisant met betrekking tot de doorzoeking [adres 5], -zakelijk weergegeven-;
Op 25 maart 2025 is het perceel [adres 5] binnengetreden. Zijnde de woning en/of verblijfplaats van de verdachte [verdachte]. Tijdens de doorzoeking werden verschillende gestolen artikelen aangetroffen en in beslag genomen. Een gedetailleerde lijst hiervan werd opgemaakt en is als bijlage bij dit proces-verbaal gevoegd.
* Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 maart 2025 (bijlage 5.12), met bijlagen, voor zover inhoudende, als relaas van de verbalisant met betrekking tot de herkenning van goederen, -zakelijk weergegeven-:
Doorzoeking [adres 5]
Op 25 maart 2025 werd een doorzoeking verricht in de woning gelegen aan [adres 5], zijnde de verblijfplaats van de verdachten [medeverdachte 1] en [verdachte]. Tijdens deze doorzoeking werden verschillende goederen aangetroffen en in het belang van het onderzoek in beslag genomen.
Herkenning van goederen
Op 26 maart 2025 heb ik de in beslag genomen goederen getoond aan de aangever [slachtoffer 11]. De aangever [slachtoffer 11] herkende de volgende goederen als zijn eigendom. Deze waren op 15 maart 2025 ontvreemd uit hun vakantiehuis gelegen aan [adres 3], te weten:
- Een rood/zwart rugtas van het merk THE NORTH FACE (Eagle Brook)
- Een groene draagbare luidspreker van het merk JBL
- Een zwarte oplader met opschrift 45W
- Een doorzichtig etui inhoudende muntjes van Verenigde Staten van Amerika
- Electrische tandenborstel van het merk OralB
- Een roze brillendoos inhoudende een leesbril van het merk Kate Spade
- Een grijze Apple MacBook voorzien van het serienummer [serienummer 1]
- Een grijze Apple iPad in een zwarte rubberhoes voorzien van het serienummer [serienummer 2]
- Een zwarte vrouwentas van het merk BOTKIER.
* Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 april 2025 (bijlage 5.17), met bijlagen, voor zover inhoudende, als relaas van de verbalisant met betrekking tot de doorzoeking B. v/d [adres 6], -zakelijk weergegeven-:
Op 2 april 2025 is het perceel B v/d [adres 6] binnengetreden. Zijnde de woning en/of verblijfplaats van de verdachte [medeverdachte 2].
Tijdens de doorzoeking werden er enkele artikelen zeer waarschijnlijk van diefstal afkomstig aangetroffen en in beslag genomen. Een gedetailleerde lijst hiervan werd opgemaakt en is als bijlage bij dit proces-verbaal gevoegd.
* Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 april 2025 (bijlage 5.18), met bijlagen, voor zover inhoudende, als relaas van de verbalisant met betrekking tot de herkenning van goederen, -zakelijk weergegeven-:
Herkenning van goederen
Op 2 april 2025 heb ik de bij de huiszoeking bij de woning van de verdachte [medeverdachte 2] in beslag genomen goederen getoond aan de aangever [slachtoffer 11].
De aangever [slachtoffer 11] herkende de volgende goederen als zijn eigendom. Deze waren op 15 maart 2025 door middel van braak ontvreemd uit hun vakantiehuis, gelegen aan [adres 3].
- Een doorzichtig etui met een grijze katoenen bal
- De kredietkaart met opschrift KOHL’S
- Drie krediet/cadeau kaarten met opschrift VISA
- Cadeau kaart met opschrift TARGET
- Chase Bank kredietkaart ten name van [slachtoffer 13]
- Care Bank kredietkaart ten name van [slachtoffer 13]
- Discover Bank kredietkaart ten name van [slachtoffer 11]
5. De kwalificatie en de strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
Feit 1 subsidiair en feit 2 subsidiair:
telkens medeplegen van opzetheling;
strafbaar gesteld bij artikel 2:397 in samenhang met artikelen 2:399 en 1:123 van het Wetboek van Strafrecht
Feit 3 primair:
diefstal in een woning, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, terwijl het misdrijf wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en gepleegd ten opzichte van een toerist die voor recreatieve doeleinden in het Land aanwezig is.
strafbaar gesteld bij artikel 2:290 in samenhang met artikelen 2:289 en 2:288 van het Wetboek van Strafrecht.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dan ook strafbaar.
7. Oplegging van straf
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte ter zake van het door haar bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaar, met aftrek van voorarrest.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit en subsidiair strafmaatverweer gevoerd en verzocht aan verdachte een gevangenisstraf op te leggen gelijk aan zijn voorarrest.
Het oordeel van het Gerecht
Bij het bepalen van de straf heeft het Gerecht rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.
Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van de feiten
De 43-jarige verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een inbraak in de woning waarin een toerist op dat moment voor vakantie verbleef. Dergelijke feiten veroorzaken niet alleen materiële schade en financiële schade, maar maken ook een forse inbreuk op de privacy van de bewoners wetende dat vreemden in hun verblijf zijn geweest en hun persoonlijke bezittingen hebben doorzocht. Bovendien betekenen dergelijke diefstallen voor de gedupeerden vaak ook een onverwachte en directe doorkruising van hun reisplannen en brengen daardoor veel bijkomend nadeel toe. Verdachte heeft door zijn handelen het imago van Aruba als relatief veilige toeristische bestemming schade berokkend. Daarnaast kan de inbraak in een vakantieverblijf van een toerist op termijn ook de economie en welvaart van het Land ondermijnen.
Daarnaast heeft verdachte zich ook tweemaal schuldig gemaakt aan opzetheling van goederen toebehorende aan toeristen. Opzetheling is een vervelend feit. Het bevordert diefstal en zorgt voor het verplaatsen van gestolen goederen in een illegaal circuit en levert veel schade op. De reguliere, eerlijke (detail)handel in goederen wordt hierdoor verstoord. Met zijn handelen heeft de verdachte daaraan een bijdrage geleverd. Bovendien blijkt uit verdachtes handelen een gebrek aan respect voor het eigendomsrecht van een ander. Het Gerecht neemt de verdachte dit zeer kwalijk.
Persoonlijke omstandigheden
In het nadeel van de verdachte heeft het Gerecht rekening gehouden met de strafkaart van verdachte waaruit blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten en het bewezen verklaarde heeft gepleegd in een proeftijd van een opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf. De verdachte heeft hier kennelijk niet van geleerd.
Daarnaast heeft het Gerecht rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals op de terechtzitting is besproken. Het Gerecht acht het zorgelijk dat eerdere hulp aan verdachte niet van de grond is gekomen en ziet hierin aanleiding om een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk op te leggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
De op te leggen straf
Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezenverklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
De verdediging heeft verzocht om een straf gelijk aan de duur van het voorarrest op te leggen. Hiervoor bestaat echter geen aanleiding omdat dit geen recht doet aan de ernst van de feiten.
Conclusie
Het Gerecht is, na een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat na te noemen deels voorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden is. Het Gerecht komt daarbij tot een lagere strafoplegging dan door de officier van justitie is geëist, nu het Gerecht tot een bewezenverklaring van minder feiten is gekomen. Verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.
8. Het beslag
Aan de orde zijn voorts de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, zoals vermeld in de bijlage 8 opgenomen lijst van inbeslaggenomen goederen.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwerpen, waarvan de verdachte heeft verklaard dat deze toebehoren aan een vriendin van hem, mevrouw [betrokkene], aan haar worden teruggegeven.
Ten aanzien van de voorwerpen die toebehoren aan de verdachte, heeft de officier van justitie gevorderd, dat deze aan hem worden teruggegeven.
Het oordeel van het Gerecht
Het Gerecht is van oordeel dat zich geen strafvorderlijk belang verzet tegen teruggave van voormelde inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen aan de verdachte en de rechthebbende. Daarom zal van die voorwerpen de teruggave worden gelast.
9. Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:19, 1:20, 1:21, 1:22, 1:62, 1:117 en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.
DE BESLISSING
Het Gerecht:
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair, 2 primair en 4 ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 subsidiair, 2 subsidiair en 3 primair ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 20 (twintig) maanden;
bepaalt dat een gedeelte van deze straf, groot 4 (vier) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op 3 (drie) jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
- de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens de Stichting Reclassering Aruba, zulks zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt;
- de verdachte zich gedurende de proeftijd zal onthouden van het gebruik van verdovende middelen en zich verplicht ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan bloedonderzoek of urineonderzoek;
geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
gelast de teruggave van de hierna genoemde voorwerpen aan verdachte:
gelast de teruggave van de hierna genoemde voorwerpen aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt:
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. N.K. Engelbrecht, bijgestaan door J. Spanner, (zittingsgriffier), en op 21 november 2025 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Aruba.