ECLI:NL:OGEAA:2025:365

ECLI:NL:OGEAA:2025:365, Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 28-11-2025, P-2025/00667

Instantie Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak 28-11-2025
Datum publicatie 08-01-2026
Zaaknummer P-2025/00667
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Medeplegen verkoop en bezit cocaïne en hennep uit woning voor twee jaar; BCI-informatie; inschakelen neef als verkoper. Gevangenisstraf 24 maanden, met aftrek.

Uitspraak

Parketnummer: P-2025/00667

Zaaknummer: 343 van 2025

Uitspraak: 28 november 2025 op tegenspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de strafzaak tegen de verdachte:

[Verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1970 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], [adres],

thans gedetineerd in het huis van bewaring in Aruba,

hierna: de verdachte.

1. Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 31 oktober 2025 en 7 november 2025.

Het Gerecht heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie mr. G. Visser, en van wat de verdachte en zijn raadsman, mr. V.A.V. Carlo, advocaat in Aruba, naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1. dat hij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van het jaar 2021 tot en met 28 maart 2025 in Aruba tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een hoeveelheid cocaïne heeft verkocht en/of heeft afgeleverd en/of heeft vervoerd en/of in bezit en/of aanwezig heeft gehad;

(artikel 3 van de Landsverordening verdovende middelen jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)

2. dat hij op een (op meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van het jaar 2021 tot en met 28 maart 2025 in Aruba tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een hoeveelheid hennep heeft verkocht en/of heeft afgeleverd en/of heeft vervoerd en/of in bezit en/of aanwezig heeft gehad;

(artikel 4 van de Landsverordening verdovende middelen jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)

3. Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging

4. Beoordeling van het bewijs

Inleiding

Naar aanleiding van een anonieme melding, ontvangen bij het Bureau Criminele Inlichtingen (BCI) in het eerste kwartaal van 2025 over de handel in verdovende middelen bij de [adres] door [medeverdachte 1], werd een onderzoek onder de naam “De Lange” gestart met [medeverdachte 1] als de verdachte.

Gedurende dat onderzoek zijn verschillende bijzondere opsporingsmethoden (zgn bob-middelen) ingezet, onder andere stelselmatige observatie op verschillende dagen en momenten in februari en maart 2025. Op 28 maart 2025 werden verschillende vermoedelijke kopers van verdovende middelen bij dat adres, aangehouden en verhoord. [medeverdachte 1] werd die dag aangehouden. Naar aanleiding van de verhoren van de vermoedelijke kopers werden ook [verdachte] en [medeverdachte 2] als verdachten aangemerkt en aangehouden.

Na de aanhoudingen werden doorzoekingen verricht in de woning te [adres] en in een appartement op het erf. Tijdens die doorzoekingen zijn verdovende middelen aangetroffen en in beslag genomen.

De verdachte heeft verklaard dat hij vanaf 2023 zowel hennep als cocaïne verkoopt.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte openheid van zaken heeft gegeven en dat bewezen kan worden verklaard, dat hij vanaf 2023 tot en met maart 2025 cocaïne en hennep heeft verkocht. Hij is in augustus 2023 op het adres te [adres] gaan wonen en ook de verkopers hebben verklaard dat zij vanaf augustus 2023 verdovende middelen van hem kopen. Verdachte was vóór augustus 2023 ziek en verbleef in 2021 tot augustus 2021 in Nederland voor medische behandeling.

Het oordeel van het Gerecht

Bewijsoverweging ten aanzien van de pleegperiode

Verdachte wordt beschuldigd van de handel in verdovende middelen vanaf het jaar 2021 tot en met maart 2025. Verdachte betwist de tenlastegelegde pleegperiode en stelt dat hij vanaf 2023 verdovende middelen is gaan verkopen.

Het Gerecht stelt aan de hand van het overzicht uit de Radex vast, dat de verdachte zich tussen 11 april 2021 en 13 augustus 2021 in Nederland bevond. Volgens verdachte was hij in Nederland voor medische behandeling. Het Gerecht is -anders dan de officier van justitie- van oordeel dat uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet is gebleken van enige omstandigheid waaruit volgt dat verdachte zich vanaf 13 augustus 2021 heeft beziggehouden met de verkoop van verdovende middelen in Aruba. Uit de verklaringen van de kopers in het dossier kan niet worden vastgesteld dat de verdachte zich in de periode van 2021 tot maart 2023 heeft beziggehouden met de verkoop van verdovende middelen.

Het Gerecht acht, gelet op bovenstaande, bewezen dat verdachte gedurende de periode van maart 2023 tot en met 28 maart 2025 zich schuldig heeft gemaakt aan het hem tenlastegelegde.

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande:

1. dat hij op een (of meerdere) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van het jaar 2021 maart 2023 tot en met 28 maart 2025 in Aruba tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een hoeveelheid cocaïne heeft verkocht en/of heeft afgeleverd en/of heeft vervoerd en/of in bezit en/of aanwezig heeft gehad;

2. dat hij op een (of meerdere) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van het jaar 2021 maart 2023 tot en met 28 maart 2025 in Aruba tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een hoeveelheid hennep heeft verkocht en/of heeft afgeleverd en/of heeft vervoerd en/of in bezit en/of aanwezig heeft gehad;.

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd; omwille van de leesbaarheid zijn ook wijzigingen aangebracht in de bewezenverklaring (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hiernavolgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.

Hieronder wordt ten aanzien van het bewezenverklaarde een opgave gedaan van die bewijsmiddelen. Met deze opgave wordt volstaan, omdat de verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend en geen vrijspraakverweer heeft gevoerd.

Voor zover geschriften worden gebruikt, worden deze slechts gebruikt in samenhang met de inhoud van andere bewijsmiddelen, die op hetzelfde feit of dezelfde feiten betrekking hebben.

1. De bekennende verklaring van de verdachte, op 31 oktober 2025 afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting, voor zover inhoudende:

Ik verkoop vanaf 2023 verdovende middelen. U vraagt mij of ik mijn neef, de medeverdachte Wiersma, Afl. 80,- per week betaalde voor de verkoop van verdovende middelen. Hij hielp mij met het verkopen. Zo deden we het.

2. Een proces-verbaal doorzoeking van 29 maart 2025 (bijlage 10), met bijlagen, inhoudende het relaas van de verbalisant met betrekking tot de doorzoeking in de woning en het appartement te [adres];

3. Een proces-verbaal wegen en testen van 29 maart 2025 (bijlage 46), voor zover inhoudende het relaas van de verbalisant met betrekking tot het onderzoek aan de inhoud en samenstelling van de in het appartement inbeslaggenomen 197,8 gram cocaïne en 442 gram marihuana;

4. Een proces-verbaal wegen en testen van 29 maart 2025 (bijlage 49), voor zover inhoudende het relaas van de verbalisant met betrekking tot het onderzoek aan de inhoud en samenstelling van de in de woning inbeslaggenomen 30,84 gram cocaïne;

5. Een geschrift, te weten een deskundigenrapport van 8 april 2025 van het Bureau Forensisch Technische Onderzoeken, op ambtsbelofte opgemaakt en ondertekend door [Toxicoloog], Toxicoloog (bijlage 47), inhoudende het resultaat van het door hem ingesteld narcotica-onderzoek op de monsters met kenmerk M1, C27 en C29;

6. Een geschrift, te weten een deskundigenrapport van 8 april 2025 van het Bureau Forensisch Technische Onderzoeken, op ambtsbelofte opgemaakt en ondertekend door [Toxicoloog], Toxicoloog (bijlage 50), inhoudende het resultaat van het door hem ingesteld narcotica-onderzoek op de monsters met kenmerk C5 en C45;

7. Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 28 maart 2025 (bijlage 96), voor zover inhoudende de verklaring van de koper [koper 1];

8. Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 28 maart 2025 (bijlage 108), voor zover inhoudende de verklaring van de koper [koper 2];

9. Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 28 maart 2025 (bijlage 115), voor zover inhoudende de verklaring van de koper [koper 3].

5. De kwalificatie en de strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

1.

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid, onder B en C van de Landsverordening verdovende middelen, meermalen gepleegd

strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze Landsverordening,

2.

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 4, eerste lid, onder B en C van de Landsverordening verdovende middelen, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze Landsverordening.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

7. Motivering van de straf

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte ter zake van het door haar bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaar, met aftrek van voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft strafmaatverweer gevoerd en verzocht om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, met name zijn gezondheidstoestand, en hem een gedeeltelijk voorwaardelijke straf op te leggen, waarvan het onvoorwaardelijk gedeelte niet langer zal zijn dat de periode die hij al in voorarrest heeft gezeten.

Het oordeel van het Gerecht

Bij het bepalen van de straf heeft het Gerecht rekening gehouden met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Het Gerecht heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van de verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De ernst van de feiten

De 55-jarige verdachte heeft zich gedurende de periode van twee jaar samen met anderen schuldig gemaakt aan de verkoop van cocaïne en hennep vanuit zijn woning. Bovendien is bij verdachte thuis op de dag van zijn aanhouding een aanzienlijke hoeveelheid verdovende middelen, namelijk 197,8 gram cocaïne verpakt in 32 kleine zakjes, en 442 gram marihuana aangetroffen.

De verdachte heeft met zijn handelen een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het criminele drugscircuit, waardoor schade en overlast voor de samenleving ontstaat. De handel in drugs leidt in het bijzonder bij de bewoners van de wijk waarin wordt gedeald tot overlast en gevoelens van onveiligheid. Verdachte woont midden in de woonwijk [locatie] en uit de observaties is gebleken dat het bij zijn woning een komen en gaan is van kopers van verdovende middelen. Verder wordt door cocaïne de gezondheid ernstig bedreigd en leiden drugs veelal, direct of indirect, tot vele vormen van criminaliteit. Dat is ook de reden dat op de drugs gerelateerde feiten zware straffen zijn gesteld. Verdachte heeft zich om alle nadelige gevolgen niet bekommerd en slechts gehandeld uit winstbejag. Verder is uit het dossier gebleken dat de verdachte zijn neef, de medeverdachte Wiersma, inschakelde om voor hem verdovende middelen te verkopen. Het Gerecht neemt hem dit zeer kwalijk.

De persoon van de verdachte

De verdachte is, zo blijkt uit het hem betreffende uittreksel uit het justitieel documentatieregister van 8 augustus 2025, in februari 2014 onherroepelijk veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Deze veroordeling is weliswaar van langer geleden, maar het is dus niet de eerste keer.

Oplegging van gevangenisstraf

Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van de feiten en op wat hiervoor is overwogen niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van na te melden duur met zich brengt.

Oriëntatiepunten

Het Gerecht heeft bij het bepalen van de op te leggen gevangenisstraf gekeken naar de oriëntatiepunten straftoemeting van het Gerecht en de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Voor het dealen van cocaïne en marihuana vanuit een woning gedurende meer dan zes maanden wordt als indicatie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf vanaf 18 maanden, gegeven. Voor het aanwezig hebben van rond 198 gram cocaïne en ruim 440 gram marihuana wordt als indicatie telkens een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk, gegeven.

Conclusie

Omdat het Gerecht een kortere pleegperiode bewezen acht, wijkt het af van de eis van de officier van justitie. De verdediging heeft verzocht om een straf gelijk aan de duur van het voorarrest op te leggen. Hiervoor bestaat echter geen aanleiding omdat dit geen recht doet aan de ernst van het feit.

Alles afwegende acht het Gerecht een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, passend en geboden. Het Gerecht ziet geen aanleiding voor een voorwaardelijk strafdeel met bijzondere voorwaarden en zal deze daarom niet opleggen.

8. Het beslag

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ten aanzien van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven verdovende middelen gevorderd dat deze zullen worden onttrokken aan het verkeer.

Ten aanzien van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven geldbedragen (Afl. 2.150,95 en US$ 307) heeft zij gevorderd dat deze verbeurd zullen worden verklaard.

Ten aanzien van het in beslag genomen en nog niet teruggegeven plastic bakje van “Pieches’s Ice Cream (geld) en de zwarte Samsung Galaxy S9, heeft zij de teruggave aan de verdachte gevorderd.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van het beslag geen verweer gevoerd.

Het oordeel van het gerecht

Aan de orde zijn de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, zoals vermeld in de -als bijlage 132 opgenomen- lijst van inbeslaggenomen voorwerpen.

De verdovende middelen, twee witte potjes en twee blikken van “Frisian Flag” zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Het betreft voorwerpen met betrekking tot welke de feiten zijn begaan. Het ongecontroleerde bezit van verdovende middelen is bovendien in strijd met de wet en het algemeen belang. Het Gerecht zal de voorwerpen daarom onttrekken aan het verkeer.

De geldbedragen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring. Dit geld behoort immers toe aan de verdachte en is geheel door middel van of uit de baten van het bewezenverklaarde verkregen. Het Gerecht zal daarom de verbeurdverklaring ervan gelasten.

Het Gerecht is tenslotte van oordeel dat zich geen strafvorderlijk belang verzet tegen teruggave aan de verdachte van het plastic bakje van “Pieche’s Ice Cream” en een zwarte mobiele telefoon, van het merk Samsung Galaxy S9. Daarom zal daarvan de teruggave aan de verdachte worden gelast.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:62, 1:67, 1:68, 1:74. 1:75, 1:123 en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 24 (vierentwintig) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

verklaart verbeurd de in beslag genomen en nog niet teruggegeven geldbedragen, te weten Afl. 2.150,95 (tweeduizendhonderdvijftig florin en vijfennegentig cent) en US$ 307,- (driehonderdzeven Amerikaanse dollars);

beveelt de onttrekking aan het verkeer van de cocaïne, marihuana, twee witte potjes en twee blikken “Friesche Flag”;

gelast de teruggave aan verdachte van het plastic bakje van “Pieces Ice Cream” en de zwarte Samsung Galaxy S9.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. N.K. Engelbrecht, bijgestaan door J. Spanner, (zittingsgriffier), en op 28 november 2025 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Aruba.

uitspraakgriffier:

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?