Parketnummer: P-2025/00668
Zaaknummer: 344 van 2025
Uitspraak: 28 november 2025 op tegenspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de strafzaak tegen de verdachte:
[Verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1991 in [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats], [adres],
thans gedetineerd in het huis van bewaring in Aruba,
hierna: de verdachte
1. Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 31 oktober 2025 en 7 november 2025.
Het Gerecht heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie mr. G. Visser, en van wat de verdachte en zijn raadsman, mr. V.A.V. Carlo, advocaat in Aruba, naar voren hebben gebracht.
2. Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
dat hij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 28 maart 2023 tot en met 28 maart 2025 in Aruba tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een hoeveelheid cocaïne heeft verkocht en/of heeft afgeleverd en/of heeft vervoerd en/of in bezit en/of aanwezig heeft gehad.
(artikel 3 van de Landsverordening verdovende middelen jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)
3. Formele voorvragen
Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging
4. Beoordeling van het bewijs
Inleiding
Naar aanleiding van een anonieme melding, ontvangen bij het Bureau Criminele Inlichtingen (BCI) in het eerste kwartaal van 2025 over de handel in verdovende middelen bij de [adres] door [medeverdachte 1], werd een onderzoek onder de naam “De Lange” gestart met [medeverdachte 1] als de verdachte.
Gedurende dat onderzoek zijn verschillende bijzondere opsporingsmethoden (zgn bob-middelen) ingezet, onder andere stelselmatige observatie op verschillende dagen en momenten in februari en maart 2025. Op 28 maart 2025 werden verschillende vermoedelijke kopers van verdovende middelen bij dat adres, aangehouden en verhoord. [Medeverdachte 1] werd die dag aangehouden. Naar aanleiding van de verhoren van de vermoedelijke kopers werden ook [medeverdachte 2] en [verdachte] als verdachten aangemerkt en aangehouden.
Na de aanhoudingen werden doorzoekingen verricht in de woning te [adres] en in een appartement op het erf. Tijdens die doorzoekingen zijn verdovende middelen aangetroffen en in beslag genomen.
De verdachte heeft verklaard dat hij vanaf 2023 cocaïne verkoopt.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.
Het oordeel van het Gerecht
Bewezenverklaring
Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande:
dat hij op een (of meerdere) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 28 maart 2023 tot en met 28 maart 2025 in Aruba tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een hoeveelheid cocaïne heeft verkocht en/of heeft afgeleverd en/of heeft vervoerd en/of in bezit en/of aanwezig heeft gehad;.
Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hiernavolgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.
Hieronder wordt ten aanzien van het bewezenverklaarde een opgave gedaan van die bewijsmiddelen. Met deze opgave wordt volstaan, omdat de verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend en geen bewijsverweer heeft gevoerd.
Voor zover geschriften worden gebruikt, worden deze slechts gebruikt in samenhang met de inhoud van andere bewijsmiddelen, die op hetzelfde feit of dezelfde feiten betrekking hebben.
1. De bekennende verklaring van de verdachte, op 31 oktober 2025 afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting, voor zover inhoudende:
Ik verkoop vanaf 2023 cocaïne. Ik verkocht rond 2 keer per week en kreeg daarvoor van mijn oom, [medeverdachte 2], Afl. 80,- per week betaald.
2. Een proces-verbaal doorzoeking van 29 maart 2025 (bijlage 10), met bijlagen, inhoudende het relaas van de verbalisant met betrekking tot de doorzoeking in de woning en het appartement te [adres];
3. Een proces-verbaal wegen en testen van 29 maart 2025 (bijlage 46), voor zover inhoudende het relaas van de verbalisant met betrekking tot het onderzoek aan de inhoud en samenstelling van de in het appartement inbeslaggenomen 197,8 gram cocaïne;
4. Een proces-verbaal wegen en testen van 29 maart 2025 (bijlage 49), voor zover inhoudende het relaas van de verbalisant met betrekking tot het onderzoek aan de inhoud en samenstelling van de in de woning inbeslaggenomen 30,84 gram cocaïne;
5. Een geschrift, te weten een deskundigenrapport van 8 april 2025 van het Bureau Forensisch Technische Onderzoeken, op ambtsbelofte opgemaakt en ondertekend door [Toxicoloog], Toxicoloog (bijlage 47), inhoudende het resultaat van het door hem ingesteld narcotica-onderzoek op de monsters met kenmerk C27 en C29;
6. Een geschrift, te weten een deskundigenrapport van 8 april 2025 van het Bureau Forensisch Technische Onderzoeken, op ambtsbelofte opgemaakt en ondertekend door [Toxicoloog], Toxicoloog (bijlage 50), inhoudende het resultaat van het door hem ingesteld narcotica-onderzoek op de monsters met kenmerk C5 en C45;
7. Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 28 maart 2025 (bijlage 108), voor zover inhoudende de verklaring van de koper [koper 1];
9. Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 28 maart 2025 (bijlage 115), voor zover inhoudende de verklaring van de koper [koper 2];
10. Een proces-verbaal van spiegelconfrontatie van 28 maart 2025 (bijlage 39), voor zover inhoudende de herkenning van verdachte [verdachte] door [koper 1] en [koper 2].
5. De kwalificatie en de strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid, onder B en C van de Landsverordening verdovende middelen, meermalen gepleegd
strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze Landsverordening,
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.
De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.
7. Motivering van de straf
De gevorderde strafeis
De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte ter zake van het door haar bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaar, met aftrek van voorarrest.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft strafmaatverweer gevoerd en verzocht om rekening te houden met de omstandigheid dat de verdachte openheid van zaken heeft gegeven en met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, met name het feit dat hij ondanks de tegenslagen, onder andere dat hij de basisschool niet heeft afgemaakt, niet goed kan lezen en niet goed uit zijn woorden kan komen, dat hij nooit heeft gewerkt en geen inkomen noch een zinvolle dagbesteding heeft, toch zijn leven wenst te beteren en bereid is hulp en begeleiding te aanvaarden. De raadsman heeft verzocht om de verdachte een gedeeltelijk voorwaardelijke straf op te leggen, waarvan het onvoorwaardelijk gedeelte niet langer zal zijn dat de periode die hij al in voorarrest heeft gezeten.
Het oordeel van het Gerecht
Bij het bepalen van de straf heeft het Gerecht rekening gehouden met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Het Gerecht heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van de verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.
Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De ernst van de feiten
De 34-jarige verdachte heeft zich gedurende de periode van twee jaar samen met een ander schuldig gemaakt aan de verkoop van cocaïne vanuit zijn woning. Bovendien zijn bij verdachte thuis op de dag van zijn aanhouding 47 plastic zakjes met cocaïne (in totaal 30,84 gram) aangetroffen.
De verdachte heeft met zijn handelen een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het criminele drugscircuit, waardoor schade en overlast voor de samenleving ontstaat. De handel in drugs leidt in het bijzonder bij de bewoners van de wijk waarin wordt gedeald tot overlast en gevoelens van onveiligheid. Verdachte woont midden in de woonwijk [locatie] en uit de observaties is gebleken dat het bij zijn woning een komen en gaan was van kopers van verdovende middelen. Verder wordt door cocaïne de gezondheid ernstig bedreigd en leiden drugs veelal, direct of indirect, tot vele vormen van criminaliteit. Dat is ook de reden dat op dergelijke feiten zware straffen zijn gesteld. Verdachte heeft zich om alle nadelige gevolgen niet bekommerd en kennelijk slechts gehandeld uit financieel gewin. Het Gerecht neemt de verdachte dit kwalijk.
De persoon van de verdachte
De verdachte is, zo blijkt uit het hem betreffende uittreksel uit het justitieel documentatieregister van 8 augustus 2025, eerder, namelijk in september 2013, onherroepelijk veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Deze veroordeling is weliswaar van langer geleden, maar het is dus niet de eerste keer.
Oplegging van gevangenisstraf
Gelet op de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, is het gerecht van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Oriëntatiepunten straftoemeting
Het Gerecht heeft bij het bepalen van de op te leggen gevangenisstraf gekeken naar de oriëntatiepunten straftoemeting van het Gerecht en de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Voor het dealen van cocaïne vanuit een woning gedurende meer dan zes maanden wordt als indicatie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf vanaf 18 maanden, gegeven. Voor het aanwezig hebben van ruim 31 gram cocaïne wordt voor een first offender, als indicatie een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, gegeven.
Deels voorwaardelijke straf
Uit het dossier en het verhandelde tijdens het onderzoek ter terechtzitting is het het Gerecht gebleken, dat deze verdachte door zijn oom, de medeverdachte [medeverdachte 2], is gebruikt als een soort hulpverkoper. Het Gerecht acht het zorgelijk dat verdachte tot het plegen van het feit is overgegaan mede wegens het ontbreken van een zinvolle dagbesteding.
Het Gerecht ziet hierin aanleiding om een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk op te leggen. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen
Aan het voorwaardelijk deel zal het Gerecht de hierna te noemen bijzondere voorwaarden verbinden waaraan de verdachte, dan als de veroordeelde, dient te voldoen.
Conclusie
De verdediging heeft verzocht om een straf gelijk aan de duur van het voorarrest op te leggen. Hiervoor bestaat echter geen aanleiding omdat dit geen recht doet aan de ernst van het feit.
Het Gerecht is, alles afwegend, van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar passend en geboden is.
8. Het beslag
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ten aanzien van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven verdovende middelen gevorderd dat deze zullen worden onttrokken aan het verkeer.
Ten aanzien van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven geldbedragen (Afl. 492,45 en US$ 10) heeft zij gevorderd dat deze verbeurd zullen worden verklaard.
Ten aanzien van het in beslag genomen en nog niet teruggegeven schoudertas, merk “We Power”, twee portemonnees, en de drie mobiele telefoons, heeft zij de teruggave aan de verdachte gevorderd.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft ten aanzien van het beslag geen verweer gevoerd.
Het oordeel van het gerecht
Aan de orde zijn de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, zoals vermeld in de -als bijlage 133 opgenomen- lijst van inbeslaggenomen voorwerpen.
De 30,84 gram cocaïne is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Het betreft een voorwerp met betrekking tot welke de feiten zijn begaan. Het ongecontroleerde bezit van verdovende middelen is bovendien in strijd met de wet en het algemeen belang. Het Gerecht zal deze verdovende middelen daarom onttrekken aan het verkeer.
De geldbedragen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring. Dit geld behoort immers toe aan de verdachte en is geheel door middel van of uit de baten van het bewezenverklaarde verkregen. Het Gerecht zal daarom de verbeurdverklaring ervan gelasten.
Het Gerecht is tenslotte van oordeel dat zich geen strafvorderlijk belang verzet tegen teruggave aan de verdachte van de schoudertas, de portemonnees en de mobiele telefoons. Daarom zal daarvan de teruggave aan de verdachte worden gelast.
9. Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf en maatregel zijn, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:19, 1:20, 1:62, 1:67, 1:68, 1:74. 1:75, 1:123 en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.
BESLISSING
Het Gerecht:
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 18 (achttien) maanden;
bepaalt dat een gedeelte van deze straf, groot 9 (negen) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op 3 (drie) jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
stelt als bijzondere voorwaarden:
- dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens de Stichting Reclassering Aruba, zulks zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt;
- dat de verdachte zal meewerken aan het vinden en behouden van een zinvolle dagbesteding en/of werk;
geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
verklaart verbeurd de in beslag genomen en nog niet teruggegeven gelbedragen, Afl. 492,45 (vierhonderd tweeënnegentig florin en vijfenveertig cent) US$ 10,- (tien Amerikaanse dollars);
beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven 30.84 gram cocaïne;
gelast de teruggave van de hieronder vermelde voorwerpen aan verdachte:
- een zwarte schoudertas van het merk “We Power”;
- een zwarte Samsung Galaxy A01;
- een blauwe Samsung Galaxy A15 en lichtblauwe Samsung Galaxy A04E;
- een groene portemonnee;
- een rode portemonnee;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde straf.
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. N.K. Engelbrecht, bijgestaan door J. Spanner, (zittingsgriffier), en op 28 november 2025 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Aruba.
uitspraakgriffier: