Parketnummer: P-2025/01434
Zaaknummer: 491 van 2025
Uitspraak van: 12 december 2025 op tegenspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de strafzaak tegen de verdachte:
[Verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2003 in [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats], te [adres],
thans gedetineerd in het [detentieplaats],
hierna: de verdachte.
1. Onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 december 2025.
Het Gerecht heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie mr. C. van Buul, en van wat de verdachte en zijn raadsman, mr. S.O.R.G. Faarup, advocaat in Aruba, naar voren hebben gebracht.
2. Tenlastelegging
Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting – ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 26 juli 2025 in Aruba opzettelijk een hoeveelheid cocaïne, in elk geval enige bereiding van deze stof, in bezit en/of aanwezig heeft gehad;
2.
hij op of omstreeks 26 juli 2025 in Aruba opzettelijk een hoeveelheid MDMA (XTC pillen en/of tusi), in elk geval enige bereiding van deze stof, in bezit en/of aanwezig heeft gehad;
3.
hij op of omstreeks 26 juli 2025 in Aruba opzettelijk hennep (kruiden, snoepjes en/of olie), in ieder geval enige gebruikelijk bereiding waaraan hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt, in bezit en/of aanwezig heeft gehad;
4.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van het jaar 2020 tot en met 26 juli 2025 in Aruba, opzettelijk hennep, in ieder geval enige gebruikelijk bereiding waaraan hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt heeft verkocht, afgeleverd, vervoerd, in bezit en/of aanwezig heeft gehad.
3. Voorvragen
Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
4. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Vaststaande feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.
Op 26 juli 2025 om 00:50 uur zagen verbalisanten op de (verlaten) parkeerplaats van [locatie 1] in [locatie 2] (Aruba) een rode KIA Rio met draaiende motor. Het raam aan de bestuurderszijde en de passagiersportier stonden open. De bestuurder was in gesprek met een andere man. Uit de auto kwam een geur van verbrande marihuana. Toen de bestuurder de politie zag reed hij met hoge snelheid weg. Hij gaf geen gehoor aan het stopteken en kwam pas tot stilstand toen hij tegen een verkeersbord botste.
De bestuurder werd aangehouden en geïdentificeerd als [verdachte], geboren op [geboortedatum] 2003 in [geboorteplaats]. Op de grond aan de passagierszijde van de auto bevond zich een beige rugtas en een groene schoudertas. In de rugtas zaten verdovende middelen. In de schoudertas bevond zich een grote hoeveelheid bankbiljetten in verschillende coupures. Het voertuig, de rugtas met de verdovende middelen, de schoudertas met de bankbiljetten en de telefoon van verdachte zijn in beslag genomen.
De verdovende middelen zijn onderzocht en gewogen. Het bleek te gaan om:
De Gerechtelijke deskundige, toxicoloog [toxicoloog], heeft een kleine hoeveelheid van de verschillende verdovende middelen onderzocht en bevestigd dat de monsters respectievelijke THC, cocaïne en MDMA bevatten.
Het in de schoudertas aangetroffen geldbedrag werd door het onderzoeksteam geteld. Het betrof een totaalbedrag van USD 2781,00 en Afl. 13.860,00.
Bekennende verklaring ten aanzien van feiten 1, 2 en 3
Ten aanzien van het in bezit en aanwezig hebben van cocaïne, MDMA en hennep, zoals ten laste gelegd onder feit 1, feit 2 en feit 3 is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 402, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering. Daarom wordt ten aanzien van deze feiten volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aanhouding verdachte d.d. 26 juli 2025, bijlage 21;
- het proces-verbaal wegen en testen verdovende middelen d.d. 26 juli 2025, bijlage 19;
- het deskundigenrapport van de toxicoloog van 29 oktober 2025, bijlage 20;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 december 2025.
Standpunten en overwegingen t.a.v. feit 4
Aan verdachte is onder feit 4 ten laste gelegd dat hij de periode van het jaar 2020 tot en met 26 juli 2025 hennep heeft verkocht, afgeleverd, vervoerd, in bezit en/of aanwezig heeft gehad. Verdachte heeft ontkend dat hij drugs heeft verkocht dan wel afgeleverd.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat ook het onder feit 4 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden en heeft daartoe gewezen op de getuigen, die hebben verklaard dat verdachte in verdovende middelen handelde. De conclusie vindt steun in de resultaten van het onderzoek van de telefoon van verdachte en het financieel onderzoek. Blijkens de verklaring van twee getuigen handelde verdachte vermoedelijk al meer dan drie jaar tot op het moment van aanhouding in verdovende middelen. De getuigen hebben wisselend verklaard over de periode. De officier van justitie gaat daarom uit van het gemiddelde, oftewel een dealperiode van anderhalf jaar, vanaf 2024 tot en met 26 juli 2025.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft gesteld dat sprake is van een normschending omdat de politie bij de aanhouding van verdachte in strijd heeft gehandeld met de geweldsinstructie. Volgens de raadsman was de opsporingsambtenaar niet bevoegd om zijn handvuurwapen te gebruiken omdat verdachte niet is aangehouden voor een misdrijf dat is aan te merken als grove aantasting van de rechtsorde. Voorts heeft de opsporingsambtenaar bij het trekken van het handvuurwapen en richten op verdachte niet met luide stem gewaarschuwd dat geschoten zou worden als het bevel niet worden opgevolgd, maar heeft hij (met luide stem) geroepen: ‘Politie! Lagami wak bo mannan! (Laat mij je handen zien!).
Verder heeft de raadsman aangevoerd dat het bewijs ten aanzien van feit 4 onrechtmatig is verkregen. Verdachte heeft geen toestemming gegeven voor het onderzoek in zijn telefoon. Desondanks hebben berichtnotificaties geleid tot het horen van vijf getuigen. De getuigen hebben belastende verklaringen afgelegd. Deze verklaringen moeten worden aangemerkt als ‘fruit of the poisonous tree’. Alleen de getuigenverklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] kunnen worden gebruikt als bewijsmiddel.
Volgens de raadsman kan uit de getuigenverklaringen worden afgeleid dat de duur van de dealperiode korter is dan ten laste gelegd. De getuigen hebben onder meer verklaard dat verdachte de drugs in een rode auto heeft afgeleverd. Uit de koopovereenkomst blijkt dat de auto pas op 24 juni 2025 is aangeschaft en op 27 juni 2025 door het Departemento di Impuesto is geregistreerd. Verdachte kan dus niet eerder in de auto hebben gereden en drugs hebben afgeleverd. De getuigenverklaringen zijn derhalve niet betrouwbaar.
De raadsman is van mening dat het vorenstaande moet leiden tot bewijsuitsluiting dan wel strafvermindering.
De bewijsmiddelen
Op grond van het dossier en het verhandelde ter zitting stelt het Gerecht de volgende feiten en omstandigheden vast.
Onderzoek van de telefoon van verdachte
De telefoon van verdachte is in beslag genomen. Op het scherm verschenen verschillende berichtnotificaties die verband leken te houden met de handel in verdovende middelen. De berichten waren afkomstig van [getuige 3], [getuige 4], [getuige 5] en [getuige 6]. [Getuige 3] komt in meerdere onderzoeken als koper van verdovende middelen naar voren. Het onderzoeksteam heeft de officier van justitie verzocht om deze personen te verhoren.
Getuigenverklaringen afnemers
Getuige [getuige 3] herkende verdachte op de getoonde foto en verklaarde dat hij sinds november 2024 twee keer per week één à twee gram marihuana van verdachte heeft gekocht. Hij betaalde Afl. 25,00 per gram. Als hij iets wilde kopen stuurde hij een WhatsApp bericht en verdachte bracht het dan met de auto. Verdachte maakte gebruik van verschillende auto’s. De getuige heeft in juni 2025 voor het laatst drugs van verdachte gekocht.
Getuige [getuige 7] herkende verdachte op de getoonde foto en verklaarde dat hij sinds drie jaren om de maand marihuana bij verdachte heeft gekocht. De bestelling gaf hij via Snapchat door of hij belde verdachte. Voor één gram marihuana betaalde hij Afl. 25,00. Hij betaalde contant of via banktransfer. De getuige heeft twee weken voor het verhoor voor het laatst marihuana van verdachte gekocht.
Getuige [getuige 4] herkende verdachte op de getoonde foto en verklaarde dat hij sinds oktober 2024 twee keer per week één gram marihuana voor een bedrag van Afl. 25,00 van verdachte heeft gekocht. Hij stuurde verdachte een WhatsApp bericht. Verdachte bracht de bestelling naar zijn woning en hij betaalde contant. Verdachte reed eerst in een grijze Toyota en later in een rode KIA. De getuige heeft de week voorafgaand aan het verhoor voor het laatst van verdachte gekocht.
Getuige [getuige 5] herkende verdachte op de getoonde foto en verklaarde dat zij twee keer marihuana van verdachte heeft gekocht - voor het eerst in 2021. Zij stuurde hem een bericht als zij iets wilde kopen. Verdachte kwam dan met een rode auto naar de afgesproken plaats. Op 18 of 19 juli 2025 had zij voor het laatst contact met hem. Dat was om edibles (marihuanakoekjes) te bestellen.
Getuige [getuige 6] herkende verdachte op de getoonde foto en verklaarde dat zij om de twee tot drie dagen marihuana van verdachte heeft gekocht. Zij stuurde een WhatsApp bericht en verdachte bracht de drugs dan met de auto. De laatste keren kwam hij met een rode Kia Rio.
Getuige [getuige 1] herkende verdachte op de getoonde foto en verklaarde dat zij sinds begin januari 2025 twee à drie keer per maand één à twee gram marihuana bij verdachte voor een bedrag van Afl. 25,00 per gram heeft gekocht. Als zij iets wilde kopen stuurt zij verdachte een WhatsApp bericht of belde hem. Zij spraken dan op verschillende plekken af. Hij kwam altijd in een rode auto. Zij betaalde verdachte via banktransfer. Zij heeft voor het laatst een aantal dagen voor de aanhouding van verdachte marihuana van hem gekocht.
Getuige [getuige 2] herkende verdachte op de getoonde foto en verklaarde dat zij sinds 1,5 jaar 1 à 2 keer per week 1 à 2 gram marihuana voor een bedrag van Afl. 25,00 of Afl. 50,00 van verdachte heeft gekocht. Zij stuurde hem een bericht via WhatsApp en hij kwam dan met een rode auto naar de afgesproken locatie. Zij heeft op 14 juli 2025 voor het laatst marihuana bij verdachte gekocht.
Financieel onderzoek
Bij verschillende banken zijn de gegevens van verdachte opgevraagd over de periode van 1 juli 2024 t/m 1 augustus 2025. Hieruit blijkt dat verdachte een spaarrekening en een rekening courant heeft bij de Carribbean Mercantile Bank (CMB) en een studentenrekening bij de Aruba Bank.
Verdachte ontving regelmatig geld van derden op zijn rekening courant bij de CMB, maar geen salaris. Uit het overzicht blijkt dat in de periode van 1 juli 2024 t/m 21 juli 2025 in totaal Afl. 29.138,40 op de rekening zijn bijgeschreven en Afl. 29.171,12 zijn afgeschreven.
Verdachte heeft een studentenrekening bij de Aruba Bank. Op dit rekeningnummer werden regelmatig geldbedragen van Afl. 25,00 of Afl. 50,00 gestort (ATM Cash deposit), soms meerdere keren per dag of per maand. Het betreft geen inkomsten uit salaris of uitkering. De bedragen worden door derden overgemaakt en de herkomst is niet te herleiden. Wel komt naar voren dat herhaaldelijk geld werd overgemaakt door [getuige 1] en [getuige 2]. Uit het overzicht blijkt in de periode van 1 juli 2024 t/m 21 juli 2025 Afl. 138.729,85 te zijn bijgeschreven en Afl. 138.541,13 te zijn afgeschreven.
Conclusie van het Gerecht
Normschendingen
De raadsman heeft betoogd dat de politie zich niet aan de geweldsinstructie zou hebben gehouden. Het Gerecht overweegt in algemene zin dat het niet opvolgen van de geweldsinstructie een normschending kan opleveren, bijvoorbeeld bij het gebruik van disproportioneel geweld of bij een onrechtmatige aanhouding. De toepassing van een rechtsgevolg als bedoeld in artikel 413 Wetboek van Strafvordering is evenwel beperkt tot onherstelbare normschendingen waarbij telkens rekening dient te worden gehouden met het karakter, het gewicht en de strekking van de norm, de ernst van de normschending, het nadeel dat daardoor werd veroorzaakt en de mate van verwijtbaarheid van de degene die de norm schond. Van de verdediging mag worden verlangd dat duidelijk wordt gemotiveerd waarom een vermeende normschending tot het beoogde rechtsgevolg dient te leiden. Aan dat vereiste heeft de raadsman in de onderhavige zaak niet voldaan nu reeds niet, althans onvoldoende concreet, is onderbouwd op welke wijze de verdachte hierdoor in zijn belangen is geschaad. Het verweer wordt dan ook verworpen.
De raadsman heeft voorts aangevoerd dat de politie onrechtmatig bewijs heeft verkregen door de berichtnotificaties op de mobiele telefoon van verdachte te lezen, terwijl verdachte geen toestemming heeft verleend om zijn telefoon te onderzoeken. De personen, die berichten stuurden, zijn vervolgens door de politie als getuigen gehoord. De raadsman heeft betoogd dat deze getuigenverklaringen moeten worden uitgesloten van het bewijs. Dit verweer kan evenmin slagen. Uit het dossier volgt dat de politie de berichten tijdens de aanhouding op zijn telefoon binnen zag komen. De politie heeft daarbij alleen op het scherm gekeken, maar de telefoon niet geopend. Van uitlezen van de telefoon was dan ook geen sprake, de verbalisanten hebben enkel een rechtmatige waarneming gedaan.
De verweren van de raadsman worden aldus niet gehonoreerd..
Met betrekking tot het onder 4 ten laste gelegde
Op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen acht het Gerecht bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de verkoop van marihuana. Gelet op de dealerhoeveelheden van verschillende verdovende middelen en de grote hoeveelheid bankbiljetten, die op 26 juli 2025 in de auto van verdachte zijn aangetroffen, is zeer aannemelijk dat hij de auto gebruikte om drugs af te leveren.
Alle getuigen hebben verdachte herkend als de persoon die marihuana aan hen heeft verkocht. De getuigenverklaringen zijn ten aanzien van de modus operandi gelijkluidend. Nadat zij verdachte een bericht hebben gestuurd of hem hebben gebeld leverde verdachte de drugs met de auto bij hen thuis of op de afgesproken locatie af. Verdachte vroeg Afl. 25,00 voor één gram marihuana. De afnemers betaalden contant of via banktransfer. Uit het financieel onderzoek blijkt dat verdachte regelmatig kleinere geldbedragen ter hoogte van Afl. 25,00 of Afl. 50,00 ontving en op deze wijze veel geld met de handel in verdovende middelen genereerde.
Wat betreft de stelling van de raadsman dat de getuigenverklaringen onbetrouwbaar zouden zijn omdat verdachte pas in juni 2025 beschikte over de rode KIA Rio, overweegt het Gerecht dat uit verklaringen blijkt dat verdachte gebruik maakte van verschillende auto’s, waaronder ook een grijze Toyota. Daarom is het voor de bewezenverklaring niet relevant op welk moment de rode KIA Rio verdachte ter beschikking stond. Nu het Gerecht ook overigens geen reden ziet om aan de betrouwbaarheid van de getuigenverklaringen te twijfelen, wordt ook dit verweer van de raadsman verworpen.
Uit de getuigenverklaringen kan worden afgeleid dat verdachte al ruim drie jaar actief is als drugsdealer. De laatste bestellingen werden kort voor de aanhouding door verdachte afgeleverd. Een exacte begindatum kan niet worden vastgesteld. Het Gerecht zal de beredenering van de officier van justitie volgen en de pleegperiode ten gunste van de verdachte op het gemiddelde van anderhalf jaar vaststellen, oftewel van 2024 tot en met 26 juli 2025.
5. De bewezenverklaring
Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:
1.
op of omstreeks 26 juli 2025 in Aruba opzettelijk een hoeveelheid cocaïne, in elk geval enige bereiding van deze stof, in bezit en/of aanwezig heeft gehad;
2.
op of omstreeks 26 juli 2025 in Aruba opzettelijk een hoeveelheid MDMA (Xtc-pillen en/of tusi), in elk geval enige bereiding van deze stof, in bezit en/of aanwezig heeft gehad;
3.
op of omstreeks 26 juli 2025 in Aruba opzettelijk hennep (kruiden, snoepjes en/of olie), in ieder geval enige gebruikelijk bereiding waaraan hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt, in bezit en/of aanwezig heeft gehad;
4.
op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van het jaar 2020 2024 tot en met 26 juli 2025 in Aruba, opzettelijk hennep, in ieder geval enige gebruikelijk bereiding waaraan hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt heeft verkocht, afgeleverd, vervoerd, in bezit en/of aanwezig heeft gehad.
Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd; omwille van de leesbaarheid zijn ook wijzigingen aangebracht in de bewezenverklaring (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
6. De kwalificatie en de strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
Feit 1 en feit 2:
Opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid, onder C van de Landsverordening verdovende middelen, strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze landsverordening;
Feit 3:
Opzettelijk handelen in strijd met artikel 4, eerste lid, onder C van de Landsverordening verdovende middelen, strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze landsverordening;
Feit 4:
Opzettelijk handelen in strijd met artikel 4, eerste lid, onder B en C van de Landsverordening verdovende middelen, strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze landsverordening.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.
7. De strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dan ook strafbaar.
8. De overwegingen ten aanzien van de straf
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft strafvermindering bepleit. In dit verband heeft de raadsman verzocht om rekening te houden met de jonge leeftijd van verdachte en met de omstandigheid dat hij niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. Een straf gelijk aan het voorarrest is volgens de raadsman passend.
Het oordeel van het Gerecht
Bij het bepalen van de straf heeft het Gerecht rekening gehouden met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Het Gerecht heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van de verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van verschillende soorten verdovende middelen en de handel in hennep. De handel in verdovende middelen is een ernstig strafbaar feit en kent nadelige maatschappelijke gevolgen. Het gebruik van verdovende middelen vormt een bedreiging voor de volksgezondheid. Tegen drugscriminaliteit dient dan ook streng te worden opgetreden. Drugshandel gaat ook veelal gepaard met andere vormen van criminaliteit. Daarnaast wordt Aruba gezien als schakel in de internationale drugshandel met alle negatieve (diplomatieke en economische) gevolgen van dien. Verdachte heeft een bijdrage aan het in stand houden van de drugslijn geleverd.
De persoon van de verdachte
Het Gerecht houdt bij de strafbepaling rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte is pas 22 jaar oud. Hij heeft ter terechtzitting verklaart dat hij in aanraking is gekomen met verkeerde vrienden en al 8 jaar lang verslaafd is aan drugs. Hij heeft naar eigen zeggen afstand genomen van deze vrienden en het drugsgebruik. Hij probeert zijn leven nu een positieve wending te geven.
Het Gerecht heeft kennis genomen van een uittreksel justitiële documentatie betreffende de verdachte van 4 december 2025, waaruit blijkt dat hij niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.
Oplegging van gevangenisstraf
Gelet op de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, is het Gerecht van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een (deels) onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Gelet op het vorenstaande acht het Gerecht de eis van de officier van justitie passend en geboden. Aan verdachte zal een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden worden opgelegd, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst wederom strafbare feiten te plegen zal het Gerecht en deel van deze gevangenisstraf, te weten 6 maanden, voorwaardelijk opleggen met een proeftijd van 3 jaren.
9. Het beslag
Onder verdachte zijn de volgende goederen in beslag genomen:
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ten aanzien van de verdovende middelen en de marihuanamalers (rubrieken 1, 3 en 6) gevorderd dat deze zullen worden onttrokken aan het verkeer. Ten aanzien van de geldbedragen, het lepeltje, de zeef, de weegschaal en de Apple iPhone (rubrieken 2, 4, 5, 7 en 8) heeft de officier van justitie gevorderd dat deze verbeurd zullen worden verklaard.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft ten aanzien van de in beslag genomen goederen geen standpunt ingenomen.
Het oordeel van het Gerecht
Het Gerecht zal beslissen dat de onder verdachte in beslag genomen verdovende middelen (rubriek 1) zullen worden onttrokken aan het verkeer, gezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.
Het Gerecht zal de geldbedragen ter hoogte van USD 2.781,00 en Afl. 13.860,00, genoemd in rubriek 2, verbeurd verklaren, nu aannemelijk is dat de geldbedragen afkomstig zijn ontvangen uit de onder feit 4 bewezenverklaarde verkoop van verdovende middelen.
De marihuanamalers, genoemd in rubriek 3 en 6, waren kennelijk bedoeld om de verdovende middelen te bewerken en zullen daarom worden onttrokken aan het verkeer.
De in beslag genomen metalen lepel, zeef en weegschaal (rubriek 4, 5 en 7) zullen verbeurd worden verklaard.
Het Gerecht zal de onder verdachte in beslag genomen Apple iPhone 16 verbeurd verklaren, nu deze is gebruikt om het onder 4 bewezenverklaarde feit te plegen.
10. Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen:
DE BESLISSING
Het Gerecht:
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de vierentwintig (24) maanden;
bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, groot zes (6) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op drie (3) jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen verdovende middelen, zoals genoemd in rubriek 1;
verklaart verbeurd de in beslag genomen en nog niet teruggegeven geldbedragen, te weten USD 2.781,00 en Afl. 13.860,00, zoals genoemd in rubriek 2;
verklaart verbeurd de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten een metalen lepeltje, een zeef, een weegschaal en een Apple iPhone 16, zoals genoemd in rubriek 4, 5, 7 en 8;
beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten twee marihuana malers, zoals genoemd in rubriek 3 en 6.
Dit vonnis is gewezen door mr. Y.C. Bours, rechter, bijgestaan door mr. U. Posthumus, zittingsgriffier, en op 12 december 2025 uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht.