Beschikking van 28 oktober 2025
Behorend bij E.J. nr. AUA202501239
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de zaak van:
[Appellant],
wonende te Aruba, [adres] [woning 1],
appellanten,
hierna ook te noemen: [appellant],
procederend in persoon,
tegen:
[Geïntimeerde],
wonende te Aruba, [adres] [woning 2],
geïntimeerde,
hierna ook te noemen: [geïntimeerde],
niet verschenen.
1. DE PROCEDURE
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift, ingediend op 22 april 2025;
- de behandeling van de zaak ter zitting van 9 september 2025, waarbij partijen niet ter zitting zijn verschenen.
Beschikking is bepaald op vandaag.
2. DE FEITEN
Bij beschikking van de Huurcommissie van 21 maart 2025 van de Huurcommissie van Aruba, met zaaknummer HOP/2025/027, (hierna: de beschikking), heeft de Huurcommissie het verzoek van [appellant] om de door hem met [geïntimeerde] gesloten huurovereenkomst met betrekking tot de aan [appellant] toebehorende woning in Aruba te [adres] [woning 2], afgewezen.
In de beschikking is overwogen dat niet is komen vast te staan dat er een noodzaak bestaat voor de renovatie. Daarnaast is er geen sprake van huurachterstand. Volgens Huurcommissie ontbreekt een voldoende rechtmatig belang voor de huuropzegging c.q. beëindiging van de huurovereenkomst.
Appellant] heeft op 22 april 2025 beroep ingesteld tegen de beschikking van de huurcommissie.
3. DE BEOORDELING
Het Gerecht stelt vast dat [appellant] binnen de daartoe gestelde wettelijke termijn beroep tegen de beschikking heeft ingesteld. [Appellant] is daarom ontvankelijk in zijn beroep.
Appellant] heeft zijn beroep onvoldoende met gronden gemotiveerd. Nu hij bovendien niet is verschenen bij de mondelinge behandeling en ook niet is vertegenwoordigd, heeft hij het Gerecht de mogelijkheid ontnomen om hem over zijn belangen te horen. Hierdoor kan het Gerecht geen afweging maken van de belangen bij de beëindiging van de huurovereenkomst.
Het beroep zal ongegrond worden verklaard onder bevestiging van de beschikking. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld of gebleken die een ander oordeel kunnen dragen.
Appellant] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, warden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [geïntimeerde], tot aan deze uitspraak begroot op nihil.
5. DE BESLISSING
Het Gerecht:
verklaart het beroep van [appellant] tegen de beschikking van de Huurcommissie van 3 mei 2024, met zaaknummer HOP/2025/027, ongegrond en bevestigt die beschikking;
veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding aan de zijde van [geïntimeerde] gevallen
en tot op heden begroot op nihil.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.J.J. van Rijen, rechter, en is in het openbaar uitgesproken op dinsdag 28 oktober 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.