01. [Gedaagde 1],
02. [Gedaagde 2],
03. [Gedaagde 3],
04. [Gedaagde 4],
05. [Gedaagde 5],
06. [Gedaagde 6],
07. [Gedaagde 7],
08. [Gedaagde 8],
09. [Gedaagde 9],
10. [Gedaagde 10],
11. [Gedaagde 11],
12. [Gedaagde 12],
13. [Gedaagde 13],
14. [Gedaagde 14],
15. [Gedaagde 15],
16. [Gedaagde 16],
17. [Gedaagde 17],
allen wonende in Aruba,
procederend in persoon,
18. [Gedaagde 18],
19. [Gedaagde 19],
20. [Gedaagde 20],
21. [Gedaagde 21],
22. [Gedaagde 22],
23. [Gedaagde 23],
24. [Gedaagde 24],
25. [Gedaagde 25],
26. [Gedaagde 26],
27. [Gedaagde 27],
28. [Gedaagde 28],
29. [Gedaagde 29],
30. [Gedaagde 30],
31. [Gedaagde 31],
32. [Gedaagde 32],
33. [Gedaagde 33],
34. [Gedaagde 34],
allen wonende in Aruba,
niet verschenen,
35. [Gedaagde 35],
61. De (mogelijke) erfgenamen van wijlen [gedaagde 61],
36. [Gedaagde 36],
37. [Gedaagde 37],
38. [Gedaagde 38],
39. [Gedaagde 39],
40. [Gedaagde 40],
41. [Gedaagde 41],
42. [Gedaagde 42],
43. [Gedaagde 43],
44. [Gedaagde 44],
45. [Gedaagde 45],
46. [Gedaagde 46],
47. [Gedaagde 47],
48. [Gedaagde 48],
49. [Gedaagde 49],
50. [Gedaagde 50],
51. [Gedaagde 51],
52. [Gedaagde 52],
53. [Gedaagde 53],
54. [Gedaagde 54],
55. [Gedaagde 55],
56. [Gedaagde 56],
57. [Gedaagde 57],
58. [Gedaagde 58],
59. [Gedaagde 59],
60. De (mogelijke) erfgenamen van wijlen [gedaagde 60],
zonder bekende woon- en/of verblijfplaats in Aruba of elders,
niet verschenen,
allen verder te noemen: gedaagden.
1. DE PROCEDURE
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het op 25 april 2025 ingediende verzoekschrift met producties;
- de zijdens gedaagden sub 9 en sub 10 op 2 juli 2025 ingediende brief, met als onderwerp: Inzending van stukken en opmerkingen m.b.t. Kort Geding Aua202501231KG, met producties;
- de mondelinge behandeling ter (aanvankelijke) terechtzitting van 4 juli 2025;
Ter zitting zijn verschenen [eiser] bij zijn gemachtigde en gedaagden nummers 2, 3 tot en met 6, 9 tot en met 11, en 15 tot en met 17 in persoon. Hoewel correct opgeroepen zijn de overige gedaagden niet verschenen. Tegen hen is verstek verleend en is wederoproeping van hen bevolen door het Gerecht. Vervolgens heeft het Gerecht de behandeling van de zaak geschorst.
Namens gedaagde sub 10 is een brief, gedateerd 26 september 2025, ingediend met producties. De brief heeft als onderwerp: “Verzoek om bevestiging van betaling en correcte verkoopprijs perceel [adres]”.
De mondelinge behandeling van de zaak is voortgezet op 1 oktober 2025, waar zijn verschenen [eiser] bij zijn gemachtigde en gedaagden sub 1 tot en met 2, 7 en 8, 10, en 13 tot en met 17, allen in persoon. Gedaagde sub 9 is verschenen bij [gedaagde 10] (gedaagde sub 10), en gedaagde sub 34 is verschenen bij [gedaagde 16] (gedaagde sub 16). De overige gedaagden zijn na behoorlijke wederoproeping wederom niet verschenen. Ook met betrekking tot hen wordt dit vonnis op tegenspraak gewezen.
Eiser] en een aantal van de verschenen gedaagden hebben het woord gevoerd, [eiser] mede aan de hand van de door hem overgelegde pleitaantekeningen, en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen. Zij hebben tevens de aan hen door het Gerecht gestelde vragen beantwoord.
Vonnis is bepaald op vandaag.
2. DE FEITEN
Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende weersproken alsmede op grond van de niet weersproken inhoud van de producties staat het volgende vast tussen partijen.
Erflaatster] is op [geboortedatum] 1948 in Aruba overleden (hierna: de erflaatster). Tot haar nalatenschap behoort de eigendom van de percelen gelegen in [adres], kadastraal bekend als [perceel nummer 1] en [perceel nummer 2] met daarop het woonhuis met adres [adres],. Het perceel [perceel nummer 1] betreft een berm en deel van de weg en grenst aan en vormt één geheel met perceel [perceel nummer 2]. Beide percelen en het onroerend goed zullen hierna worden aangeduid als: het onroerend goed.
Eiser] en gedaagden zijn gezamenlijk de deelgenoten in de nalatenschap van de erflaatster.
Omdat tussen de deelgenoten geen overeenstemming kon worden bereikt over de wijze van verdeling van de nalatenschap, hebben [eiser] en een aantal deelgenoten zich in het jaar 2017 tot dit Gerecht gewend.
Bij vonnis van 27 maart 2019 (hierna: het vonnis) en herstelvonnis van 23 mei 2019 (beide onder registratienummer AUA201702851) heeft het Gerecht het volgende bepaald:
“ De uitspraak
(…)
in de hoofdzaak
gelast de verdeling van de nalatenschap van [erflaatster], overleden te Aruba op16 juni 1948 en bepaalt dat die verdeling zal geschieden door verkoop en levering van het onroerend goed gelegen aan het adres [adres] te Aruba (kadastraal bekend [perceel nummer 1] en [perceel nummer 2]) aan het echtpaar [koper] voor een bedrag van Afl. 127.650,00, waarna de netto-opbrengst onder de deelgenoten zal worden verdeeld naar rato van ieders aandeel in de nalatenschap.
veroordeelt gedaagden om op een door de notaris te bepalen dag en tijdstip, met inachtneming van een oproepingstermijn van minimaal een week te verschijnen voor de notaris en om mee te werken aan de verkoop en eigendomsoverdracht van (ieders aandeel in) het onroerend goed gelegen te [adres] te Aruba (kadastraal bekend [perceel nummer 1] en [perceel nummer 2]) aan het echtpaar [koper] voor een koopprijs van Afl. 127.650,00 vrij en onbelast en overigens op de gebruikelijke overeengekomen bedingen.
benoemt tot onzijdig persoon (…), die de gedaagden zal vertegenwoordigen die weigeren om medewerking te verlenen aan de hiervoor onder 5.3 uitgesproken veroordeling tot verkoop en levering van het onroerend goed.”.
Aan de in het vonnis neergelegde veroordelingen 5.2 en 5.3 is tot heden geen uitvoering gegeven, onder meer omdat (i) nog geen sprake is van “weigeren om medewerking te verlenen” voor wie de onzijdige persoon zou kunnen optreden, (ii) een aantal van de bekende gerechtigden onvindbaar zijn en (iii) een groot deel van de deelgerechtigden de benodigde documenten nog niet aan de notaris heeft verschaft.
3. HET GESCHIL
Eiser] vordert bij vonnis in kort geding uitvoerbaar bij voorraad:
a. om (1) aan hem machtiging te verlenen tot het te gelde maken van de nalatenschap van erflaatster en ter uitvoering van het vonnis het onroerend goed te verkopen en te leveren aan het echtpaar [koper] (hierna: de kopers) voor de (ver)koopprijs van Afl. 127.650,--, en (2) om de verkoopopbrengst te verdelen tussen de deelgenoten conform hun respectieve aandelen in het verkochte, waarbij de notaris de opbrengsten na aktepassering aan de respectieve deelgenoten zal uitbetalen, voor zover/naar mate de desbetreffende deelgenoot en zijn/haar aandeel in het verkochte bekend is/wordt bij de notaris;
b. om te bepalen dat de opgemaakte akte(n) rechtsgeldig in de daartoe bestemde registers worden ingeschreven;
c. om notaris M.J.C. Tromp te benoemen tot de notaris in deze zaak en haar te belasten met de verkoop en levering van het onroerend goed, met alle te verrichten werkzaamheden verbonden aan de overdracht en met de boedelafwikkeling en verdeling met betrekking tot het onroerend goed;
d. om toestemming te verlenen om alle reeds door Barrera c.q. de kopers gemaakte kosten ten behoeve van het onroerend goed, waaronder begrepen ook de kosten van deze procedure inclusief advocaatkosten en alle (notaris) kosten verbonden aan de verdeling van de nalatenschap ten laste te doen komen van de te verdelen nalatenschap, waarna de netto-opbrengst onder de erven zal worden verdeeld;
dan wel,
e. om elke andere beslissing te nemen die het Gerecht juist acht.
Eiser] heeft aan zijn vordering de volgende argumenten ten grondslag gelegd:
- de in Aruba wonende gedaagden verlenen geen medewerking aan de uitvoering van het vonnis. Omdat zij niet de benodigde documenten, zoals kopie van hun paspoort of een ingevulde personaliaformulier aan de notaris hebben verschaft, heeft de verkoop en de levering van het onroerend goed aan de kopers nog niet kunnen plaatsvinden;
- de gedaagden die in het buitenland woonachtig zijn dienen getraceerd te worden om vast te stellen of ze aan de verkoop en levering van het onroerend goed zullen meewerken. Dit zal veel tijd en kosten met zich brengen;
- de kopers hebben de koopsom reeds betaald aan de notaris.
De gedaagden nummers 9 en 10 hebben verweer gevoerd, daartoe stellende dat (1) het onroerend goed inmiddels in waarde is gestegen, (2) de officiële geschatte waarde van het onroerend goed Afl. 500.000,-- bedraagt, (3) zij nog bereid zijn om het onroerend goed te verkopen, maar niet tegen het door de rechter bij het vonnis bepaalde bedrag, (4) de kopers tot heden noch de koopsom noch enig ander bedrag hebben betaald aan de erfgenamen en (5) dat de kopers door plaatsen van een omheining de toegang tot het onroerend goed hebben belemmerd.
Het Gerecht zal hierna, waar nodig, nader op de standpunten van partijen ingaan.
4. DE BEOORDELING
Het door [eiser] gestelde spoedeisend belang bij (toewijzing) van hun vorderingen ligt besloten in die vorderingen en de daaraan door [eiser] ten gronde gelegde stellingen.
In deze procedure moet aan de hand van het door partijen gestelde, zonder nader onderzoek en met inachtneming van de beperkingen van de op snelheid gerichte procedure in kort geding, de vraag worden beantwoord of de hiervoor omschreven vorderingen van [eiser] in een eventuele bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben dat vooruitlopend daarop toewijzing van de door hem gevraagde voorzieningen gerechtvaardigd is. Daar waar een door [eiser] gevraagde voorziening hierna wordt toegewezen danwel afgewezen geldt dat in een eventuele bodemprocedure een gelijk oordeel valt te verwachten.
De vordering zoals hiervoor omschreven onder a. sub (1) zal worden toegewezen omwille van het volgende. Tegen het vonnis is geen hoger beroep ingesteld. Het vonnis is daarom onherroepelijk, en moet worden nagekomen. Gebleken is dat een aantal in Aruba wonende gedaagden niet meewerken aan de nakoming van het vonnis door niet te verschijnen bij de notaris en door geen door de notaris verzochte documenten over te leggen. Krachtens het vonnis moet het onroerend goed in eigendom worden overgedragen aan de kopers voor de koopprijs van Afl. 127.650,--. Dat het onroerend goed thans een waarde heeft van Afl. 500.000,--, zoals door een aantal van de gedaagden is gesteld, maakt dat niet anders. Uit de door [eiser] overgelegde stukken blijkt overigens dat die (ver)koopprijs reeds naar de derdengeldenrekening van de notaris is overgemaakt door de kopers. De blote stelling van enkele gedaagden dat dit niet het geval is mist daarom grondslag, en wordt gepasseerd.
De notaris kan pas na overdracht van het onroerend goed en aftrek van alle kosten de netto verkoopopbrengst verdelen onder de deelgenoten conform hun respectieve aandelen de nalatenschap (en dus het verkochte). Omdat de notaris daarmee is belast, zal het onderdeel van de vordering onder a. sub (2), waar machtiging door [eiser] wordt gevorderd voor de verdeling van de verkoopopbrengst, worden afgewezen.
Vaststaat dat de door [eiser] verzochte notaris M.J.C. Tromp werkzaamheden heeft verricht ter uitvoering van het vonnis, waaronder het opstellen van een concept leveringsakte. Ook de koopsom en andere kosten in verband met de overdracht van het onroerend goed zijn door de kopers naar de derdengeldenrekening van die notaris overgemaakt. Omdat de door [eiser] verzochte notaris al betrokken is bij deze zaak en aldus van dit dossier op de hoogte is en gedaagden zich overigens tegen dit onderdeel van de vordering niet hebben verzet, zal de vordering onder c. worden toegewezen als na te melden.
De vordering onder b. zal worden afgewezen om de volgende redenen. [Eiser] heeft niet specifiek gemaakt welke opgemaakte akte(n) en welke registers hij met zijn vordering bedoeld heeft. Als [eiser] bedoeld heeft te vorderen dat de leveringsakte rechtsgeldig wordt ingeschreven in de daartoe bestemde registers, geldt dat het Gerecht het belang van [eiser] bij (toewijzing van) die vordering niet inziet, nu de vordering onder c. - die mede betrekking heeft op deze handelingen - al wordt toegewezen.
Voor wat betreft de vordering onder d. zal het onderdeel dat betrekking heeft op de kosten van deze procedure inclusief advocaatkosten en alle notariskosten verbonden aan de verdeling van de nalatenschap worden toegewezen. De overige door [eiser] danwel de kopers gemaakte kosten ten behoeve van het onroerend goed zullen worden afgewezen, omdat die kosten niet zijn gespecificeerd en het Gerecht daarom niet kan bepalen of die beweerdelijke kosten noodzakelijk zijn gemaakt ten behoeve van het onroerend goed en of het kosten zijn die door partijen gedragen moet worden.
De aard van dit geschil (familie)geschil brengt met zich dat de proceskosten zullen worden gecompenseerd als na te melden.
Afweging van de belangen van partijen maakt al het vorenstaande niet anders.
5. DE UITSPRAAK
Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:
machtigt [eiser] om de eigendom van de percelen gelegen te [adres], kadastraal bekend als [perceel nummer 1] en [perceel nummer 2] en het daarop gebouwde, namens alle gerechtigden tot de nalatenschap van wijlen mevrouw [erflaatster], overleden op 16 juni 1948, te verkopen en over te leveren aan het echtpaar [koper], voor de (reeds door hen betaalde) verkoopprijs van Afl. 127.650,--;
bepaalt dat notaris mr. M.J.C. Tromp de notaris is ten overstaan van wie voormelde eigendomsoverdracht moet plaatsvinden, en bepaalt dat die notaris bevoegd is daartoe alle noodzakelijke handelingen en werkzaamheden te verrichten;
bepaalt dat de notaris voornoemd, na aftrek van alle met voormelde eigendomsoverdracht gemoeid gaande voor rekening van partijen komende kosten (waaronder begrepen de hierna onder 5.4 vermelde kosten), de netto verkoopopbrengst van het onroerend goed verdeelt onder de erfgenamen van de erflaatster voornoemd naar rato van ieders aandeel in haar nalatenschap;
verleent [eiser] toestemming om alle reeds door hem gemaakte verificatoir aantoonbare kosten in verband met deze procedure, waaronder begrepen advocaatkosten en alle notariskosten die betrekking hebben op de verdeling van de nalatenschap van de erflaatster voornoemd, ten laste van die te verdelen nalatenschap te doen komen;
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen in die zijn dat iedere partij zijn eigen kosten draagt;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 22 oktober 2025 in aanwezigheid van de griffier.