ECLI:NL:OGEAA:2025:384

ECLI:NL:OGEAA:2025:384

Instantie Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak 16-12-2025
Datum publicatie 27-05-2026
Zaaknummer AUA202501433 EJ
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Bodemzaak

Samenvatting

Arbeid. Verklaring voor recht dat het ontslag op staande voet is vernietigd. Matiging loonvordering. Verzoek tot medewerking aan het verlengen van de werkvergunning toegewezen.

Uitspraak

Beschikking van 16 december 2025

Behorend bij AUA202501433 EJ

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

[Verzoeker],

te Aruba,

verzoeker,

hierna ook te noemen: [verzoeker],

gemachtigden: de advocaten mrs. D.G. Croes en D.L. Emerencia,

tegen:

de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PIZZA AND GO V.B.A. h.o.d.n. TERRAZZA ITALIANA,

te Aruba,

verweerster,

hierna ook te noemen: Terrazza,

gemachtigde: de advocaat mr. M.O. Lopez.

1. DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties, ingediend op 12 mei 2025;

- de akte verbetering/aanpassen petitum, met aanvullende producties, ingediend op

31 oktober 2025;

- het verweerschrift met producties, ingediend op 3 november 2025;

- de mondelinge behandeling van 4 november 2025, waarbij zijn verschenen [verzoeker] bijgestaan door mr. Emerencia voornoemd en Terrazza vertegenwoordigd door haar bestuurder [bestuurder], bijgestaan door haar gemachtigde voornoemd.

Beschikking is bepaald op heden.

2. DE FEITEN

Terrazza exploiteert een Italiaans restaurant.

Verzoeker] is sinds 2018 werkzaam bij Terrazza, thans op basis van een arbeidsovereenkomst

voor onbepaalde tijd in de functie van “pizzabakker en ober” tegen een brutoloon van

Afl. 2.675,- per maand.

Verzoeker] heeft de Venezuelaanse nationaliteit. Hij heeft een tot 20 september 2024 geldende vergunning tot tijdelijk verblijf in Aruba overgelegd. In die vergunning (hierna: werkvergunning) staat arbeid in loondienst als verblijfsdoel en staat Terrazza als werkgever vermeld.

Bij e-mailbericht van 8 november 2024 werd [verzoeker] met behoud van loon voor onbepaalde tijd geschorst.

Bij e-mailbericht van 14 november 2024 heeft (de directeur van) Terrazza, voor zover hier relevant, het volgende aan [verzoeker] medegedeeld:

“Pa medio di e carta aki Pizza and Go VBA ta informabo cu bo suspencion for di trabaou cu pago a caba awe.

E Compania a investiga y repara cu bo permiso di trabaou no ta vigente di dia 20 di September 2024, door di esaki nos relacion di trabaou a caba en quanto e Compania no lo ta bai firma pa bo mas.

Nos a manda un message cu a keda sin contesta: nos kier informa bo persona tocante esey y dunabo e ultimo payslip di e luna aki.”

Op 15 november 2024 heeft (de directeur van) Terraza, voor zover hier relevant, het volgende aan [verzoeker] bericht:

“(…) Payslip november Awg 2638.00

Penshon acumula di November 2023 te awe ta Awg 1112.98

Total Awg 3750.98

Bo persona tin un debe habri di un prestamo di Oktober 2022 di awg 2000 cu bo a paga back awg 1500 (500 awg ainda falta pa paga) plus un prestamo di usd 2000 di May 2023 lo qual bo no a paga back ainda.

Door cu no tin otro forma pa por recupera e prestamo ariba menciona, nos lo ta bai cubri esaki cu e suma cu nos ta debebo.”

Sindsdien heeft Terraza [verzoeker] niet meer toegelaten tot het verrichten van zijn overeengekomen werkzaamheden en heeft zij de loonbetaling gestaakt.

Bij e-mailbericht van 24 april 2025 heeft [verzoeker] de nietigheid van het aan hem gegeven ontslag ingeroepen, zich bereid verklaard de bedongen werkzaamheden te verrichten, aanspraak gemaakt op doorbetaling van zijn loon, Terraza gesommeerd om het onterecht ingehouden bedrag terug te storten en de procedure omtrent de verlenging van zijn werkvergunning onmiddellijk te hervatten.

3. HET VERZOEK

Verzoeker] verzoekt het Gerecht (na eiswijziging) om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:

a. [Verzoeker] toestemming te verlenen om kosteloos te mogen procederen;

b. voor recht te verklaren dat de beëindiging van de arbeidsovereenkomst per 14 november 2024 nietig is;

c. Terrazza te veroordelen tot doorbetaling van het overeengekomen loon vanaf 14 november 2024 tot de datum waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd, zulks inclusief alle gebruikelijke looncomponenten (zoals fooi en pensioenafdracht), te vermeerderen met de wettelijke rente en de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 lid 1 BW;

d. Terrazza te bevelen [verzoeker] binnen achtenveertig (48) uur na betekening van de beschikking weder te werk te stellen in zijn functie van pizzabakker en ober, op straffe van een dwangsom van Afl. 100,- per dag dat Terrazza hiermee in gebreke blijft, tot een maximum van Afl. 20.000,-;

e. Terrazza te veroordelen tot terugbetaling van het op het loon van [verzoeker] ten onrechte ingehouden bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van inhouding tot aan de dag der algehele voldoening;

f. Terrazza te bevelen om volledige medewerking te verlenen aan de verlenging van de werkvergunning van [verzoeker], waaronder begrepen het aanleveren en ondertekenen van vereiste documenten ten behoeve van de behandelaar;

g. alles met veroordeling van Terraza in de kosten van dit geding, vermeerderd met de wettelijke rente daarover, vanaf veertien dagen na betekening van de beschikking tot de dag der algehele voldoening;

h. iedere andere beslissing te nemen die het Gerecht juist acht.

Terrazza voert verweer en verzoekt het Gerecht om [verzoeker] niet-ontvankelijk te verklaren althans zijn verzoek af te wijzen, met veroordeling van [verzoeker] in de kosten van de procedure.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover voor de beslissing van belang, worden ingegaan.

4. DE BEOORDELING

Kosteloos procederen

Uit het door [verzoeker] overgelegde bewijs van onvermogen blijkt genoegzaam dat hij niet in staat is om de kosten van deze procedure te betalen. Aan [verzoeker] zal daarom verlof worden verleend om kosteloos te procederen.

Ontvankelijkheid

Tussen partijen is niet in geschil dat het bij e-mailbericht van 14 november 2024 door Terrazza aan [verzoeker] gegeven ontslag heeft te gelden als een door Terrazza op staande voet gegeven ontslag, zodat het Gerecht daar vanuit zal gaan bij de beoordeling van dit geschil.

Terrazza heeft als meest verstrekkend verweer aangevoerd dat [verzoeker] (naar het Gerecht begrijpt:) de vernietiging van het aan hem gegeven ontslag niet tijdig heeft ingeroepen. Daarbij heeft Terrazza betoogd dat zij het in r.o. 2.8 genoemde e-mailbericht van de gemachtigde van [verzoeker] van 24 april 2025 nooit heeft ontvangen. Ter onderbouwing daarvan wijst Terrazza naar de overgelegde producties waaruit volgens haar blijkt dat de gemachtigde van [verzoeker] het verkeerde e-mailadres heeft gebruikt. Daarnaast heeft Terrazza betwist dat het op 12 mei 2025 door [verzoeker] ingediende verzoekschrift haar binnen de vervaltermijn van zes maanden heeft bereikt. Hierdoor is volgens Terrazza het recht van [verzoeker] om de vernietiging van het ontslag in te roepen op 14 mei 2025 vervallen.

Verzoeker] betwist dat Terrazza het e-mailbericht van zijn gemachtigde niet heeft ontvangen. Volgens [verzoeker] is een leesbevestiging ontvangen, waarmee vaststaat dat het e-mailbericht daadwerkelijk is gelezen. Daarnaast heeft [verzoeker] betoogd dat, voor zover Terrazza dat e-mailbericht niet heeft ontvangen, hij door tussenkomst van Directie Arbeid en Onderzoek (hierna: DAO) de nietigheid van het ontslag heeft ingeroepen. Ten slotte heeft [verzoeker] aangevoerd dat het verzoekschrift in ieder geval ruim voor het einde van de vervaltermijn van zes maanden door hem is ingediend. Door het tijdig indienen van het verzoekschrift, vergezeld van de sommatiebrief en het geformuleerde verzoek, is iedere eventueel lopende vervaltermijn gestuit, aldus [verzoeker].

Het Gerecht overweegt hieromtrent als volgt. Op grond van artikel 7 lid 2 van de Landsverordening beëindiging arbeidsovereenkomsten (hierna: Lba) kan de werknemer de vernietiging van een gegeven ontslag op staande voet gedurende zes maanden inroepen. Het Gerecht merkt daarbij op dat aan de verklaring van de werknemer dat hij een beroep doet op de vernietigingsgrond, geen vormvereisten en evenmin strenge inhoudelijke eisen worden gesteld. Voldoende is dat sprake is van uitlatingen van de werknemer die de werkgever redelijkerwijs zo heeft moeten opvatten dat daarmee een beroep op de vernietigingsgrond is gedaan.

Uit het overgelegde verslag van DAO en het verhandelde ter zitting is voldoende komen vast te staan dat [verzoeker] zich, één dag na het aan hem gegeven ontslag, bij DAO heeft beklaagd en dat een medewerker van deze directie op diezelfde dag daarover telefonisch contact heeft gehad met de leidinggevende van [verzoeker] bij Terraza. Verder kan uit het verslag worden opgemaakt dat dezelfde medewerker op 19 november 2024 een afspraak heeft gemaakt om (twee dagen later) het ontslag met de directeur van Terraza te bespreken. Gelet hierop had het, naar het oordeel van het Gerecht, voor Terrazza (reeds op 15 november 2024) redelijkerwijs duidelijk moeten zijn dat [verzoeker] het niet eens was met het aan hem gegeven ontslag en dat hij zich op de vernietiging daarvan beriep. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [verzoeker] tijdig de vernietiging van het ontslag heeft ingeroepen.

Het Gerecht gaat dan ook over tot de beoordeling van de rechtsgeldigheid van het aan [verzoeker] gegeven ontslag op staande voet. In dat kader dient eerst te worden beoordeeld of is voldaan aan de formele eisen die de wet stelt aan een ontslag op staande voet.

Ontslag op staande voet

Het Gerecht stelt voorop dat in het geval de werkgever van mening is dat er één of meer redenen zijn om de werknemer op staande voet te ontslaan, de werkgever het ontslag, conform artikel 7:677 BW, onverwijld moet geven en de reden(en) voor het ontslag onverwijld moet meedelen aan de werknemer. Daarbij moet de werkgever de reden op zo’n manier omschrijven, dat het voor de werknemer duidelijk is welke concrete feiten en omstandigheden hebben geleid tot het ontslag, zodat de werknemer in staat is om te beoordelen of hij het ontslag al dan niet wil aanvechten. De meegedeelde reden fixeert in beginsel de ontslagreden.

Ten aanzien van het ontslag wordt het geschil tussen partijen in het onderhavige geval dan ook afgebakend door de in het e-mailbericht van 14 november 2024 genoemde reden. In die e-mail heeft Terrazza de ontslagreden als volgt geformuleerd: “E Compania a investiga y repara cu bo permiso di trabaou no ta vigente di dia 20 di September 2024, door di esaki nos relacion di trabaou a caba en quanto e Compania no lo ta bai firma pa bo mas”. De reden waarom Terrazza [verzoeker] op staande voet heeft ontslagen is dus - kort gezegd - dat zijn eerder verkregen werkvergunning inmiddels was verlopen. De overige ter zitting aangevoerde redenen (werkweigering, diefstal en ruzie met collega’s) heeft Terrazza niet als ontslagreden aan [verzoeker] medegedeeld.

Verzoeker] heeft zich in de eerste plaats op het standpunt gesteld dat het aan hem gegeven ontslag geen stand kan houden omdat het niet onverwijld is gegeven. In dat kader heeft hij aangevoerd dat Terrazza al geruime tijd voor 14 november 2024 op de hoogte was van het verlopen van zijn werkvergunning. [Verzoeker] was al een tijd in vaste dienst bij Terrazza waardoor Terrazza op de hoogte was van de duur van de aan hem verleende werkvergunning en Terrazza had bovendien al toegezegd dat zij medewerking zou verlenen aan het verkrijgen van een tijdige verlenging daarvan, aldus [verzoeker].

Uit de processtukken blijkt dat de door [verzoeker] verkregen werkvergunning al sinds 20 september 2024 was verlopen. Mede in het licht van de hiervoor genoemde stellingen van [verzoeker], had het op de weg van Terrazza gelegen om te stellen (en indien nodig te bewijzen) dat zij niet eerder dan 14 november 2024 (of kort daarvoor) op de hoogte was van het feit dat de werkvergunning van [verzoeker] was verlopen. Dit heeft Terrazza echter nagelaten. Verder geldt dat Terrazza, zoals blijkt uit de verlopen werkvergunning, garantsteller is geweest en in die zin direct betrokken is geweest bij het aanvragen en verkrijgen van de werkvergunning van [verzoeker], zodat zij met de duur van die vergunning bekend mag worden verondersteld. Bovendien mag van Terrazza vanwege de op haar rustende wettelijke verplichtingen en als goed werkgever worden verwacht dat zij een nauwkeurige administratie bijhoudt van de werkvergunningen van de bij haar in dienst zijnde werknemers.

Aangenomen wordt daarom dat Terraza al ruim voor 14 november 2024 op de hoogte was van het verlopen van de werkvergunning van [verzoeker], althans dat zij daarvan op de hoogte had kunnen en moeten zijn. Verder heeft Terrazza niet gesteld dat zij in de tussenliggende periode onderzoek heeft moeten verrichten of juridisch advies heeft ingewonnen en, indien dat wel het geval is geweest, ook niet uiteengezet waarom dat een vertraging van maar liefst acht weken zou rechtvaardigen.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het door Terrazza gegeven ontslag niet aan de onverwijldheidseis voldoet, zodat het ontslag niet rechtsgeldig is gegeven. Of al dan niet is voldaan aan de overige eisen voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet kan dan ook in het midden blijven. De verzochte verklaring voor recht wordt daarom toegewezen zoals na te vermelden.

Loondoorbetaling

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen onverkort voortduurt en dat [verzoeker] (in beginsel) recht heeft op doorbetaling van zijn loon. Terrazza heeft het Gerecht verzocht om, in het geval het verzoek tot loondoorbetaling wordt toegewezen, dit billijkheidshalve te verminderen.

Uit het e-mailbericht van 14 november 2024 kan worden opgemaakt dat Terrazza niet (meer) van plan was om (nog) mee te werken aan de procedure tot verlenging van de werkvergunning van [verzoeker]. Door dat na te laten heeft Terrazza zelf, in elk geval voor wat betreft de periode na het ontslag op staande voet, in belangrijke mate bijgedragen aan de omstandigheid dat [verzoeker] geen werkzaamheden meer kan verrichten. Voor het kunnen verlengen van de werkvergunning is immers de medewerking van Terrazza als werkgever nodig. De omstandigheid dat [verzoeker] de overeengekomen werkzaamheden niet kan verrichten, dient daarom redelijkerwijs (mede) voor rekening van Terrazza te komen en doorbreekt niet haar loonbetalingsverplichting uit hoofde van de arbeidsovereenkomst.

Aangezien het echter de verantwoordelijkheid is van [verzoeker] dat hij over een werkvergunning beschikt en niet, althans onvoldoende is gebleken dat hij zich daadwerkelijk heeft ingespannen om de verlenging daarvan tijdig te realiseren, is het ook aan [verzoeker] te wijten dat hij niet in staat is zijn verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst na te komen. Gelet hierop en in aanmerking nemende dat [verzoeker] al voor een periode van meer dan een jaar geen arbeidsinspanning voor Terrazza heeft verricht en hij dit in de nabije toekomst door het gebrek aan een werkvergunning ook niet zal kunnen verrichten, is het Gerecht van oordeel dat volledige doorbetaling van het loon vanaf 15 november 2024 tot aan de datum waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd niet aanvaardbaar is. Alle omstandigheden in aanmerking nemend, acht het Gerecht het dan ook juist om het verzoek tot loondoorbetaling, conform artikel 7:680a BW, te matigen, aldus dat het achterstallige loon tot en met 14 november 2025 tot 50% wordt gematigd en vanaf 15 november 2025 tot nihil.

Terrazza is aan [verzoeker] derhalve 50% van het loon van Afl. 2.675 bruto per maand over de periode van 15 november 2024 tot en met 14 november 2025 verschuldigd. De verzochte wettelijke verhoging van artikel 7:625 BW en de wettelijke rente zullen ook worden toegewezen, waarbij de wettelijke verhoging zal worden beperkt tot 10%. De overige looncomponenten zullen, bij gebrek aan (feitelijke en cijfermatige) onderbouwing, door het Gerecht worden afgewezen.

Wedertewerkstelling

Krachtens de Landsverordening Toelating en Uitzetting (hierna: LTU) is het verboden om iemand die niet over de daartoe benodigde vergunning beschikt, tegen beloning werkzaamheden te laten verrichten. Als Terrazza [verzoeker] zonder een dergelijke vergunning toch de overeengekomen werkzaamheden laat verrichten, zou zij in strijd handelen met het daarin neergelegde verbod. Deze omstandigheid staat dan ook toewijzing van het verzoek tot wedertewerkstelling in de weg.

Meewerken aan verlenging werkvergunning

Ter zake van het verzoek tot medewerking aan het verlengen van de werkvergunning overweegt het Gerecht als volgt. Aangezien de arbeidsovereenkomst tussen partijen nog altijd voortduurt (en Terrazza in dat verband (in elk geval vooralsnog) zelf belang erbij heeft dat de werkvergunning van [verzoeker] zo spoedig mogelijk wordt verlengd), brengen de eisen van goed werkgeverschap mee dat Terrazza zoveel als mogelijk haar medewerking dient te verlenen aan de procedure bij DIMAS tot verlenging van de werkvergunning van [verzoeker]. Nu echter door Terrazza een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst is ingediend, zal dit deel van het verzoek worden toegewezen op de wijze zoals hierna te vermelden.

Terugbetaling onterecht ingehouden bedragen

Voor wat betreft het verzoek tot terugbetaling van de ingehouden bedragen is het Gerecht van oordeel dat, nu de arbeidsovereenkomst tussen partijen niet rechtsgeldig is geëindigd, [verzoeker] geen recht had op uitbetaling van de in de eindafrekening genoemde bedragen ten aanzien van zijn opgebouwde vakantiedagen, Cessantia uitkering en opgebouwde pensioen. Hierdoor kan de vraag of Terrazza deze bedragen bij de eindafrekening ten onrechte heeft ingehouden, onbeantwoord blijven. Het voorgaande geldt niet voor het door Terrazza ingehouden loon over de periode tot en met 14 november 2024. Dat gedeelte van het verzoek zal door het Gerecht worden toegewezen. De daarover verzochte wettelijke rente zal eveneens worden toegewezen.

Proceskosten

Terrazza zal als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten van het geding aan de zijde van [verzoeker] gevallen en tot op heden begroot op Afl. 50,- aan griffierechten en Afl. 2.500,- aan salaris gemachtigde. De wettelijke rente hierover, waarop [verzoeker] eveneens aanspraak maakt, zal ook worden toegewezen.

5. DE BESLISSING

Het Gerecht:

verleent [verzoeker] toestemming om kosteloos te procederen;

verklaart voor recht dat het op 14 november 2024 door Terrazza aan [verzoeker] gegeven ontslag op staande voet terecht is vernietigd;

veroordeelt Terrazza aan [verzoeker] te betalen het gematigde loon van Afl. 1.337,50 bruto per maand, over de periode vanaf 15 november 2024 tot en met 14 november 2025, vermeerderd met de wettelijke verhoging van 10% conform artikel 7:625 BW over dit aan [verzoeker] toekomende loon, alsmede vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over dit loon en de wettelijke verhoging steeds vanaf de dag dat Terrazza met de betaling van de afzonderlijke bedragen in verzuim is tot aan de dag der algehele voldoening;

beveelt Terrazza om, indien en zodra de inmiddels aanhangige ontbindingsprocedure niet tot de beëindiging van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst leidt, haar volle medewerking te verlenen aan de procedure tot verlenging van de werkvergunning aan [verzoeker] door de van haar benodigde documenten te ondertekenen en ten behoeve van de behandelaar aan te leveren;

veroordeelt Terrazza om het bedrag aan ingehouden loon tot en met 14 november 2024 aan [verzoeker] terug te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de dag dat Terrazza met de betaling van dat bedrag in verzuim is tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Terrazza in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [verzoeker] en tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 50,- aan griffierecht en Afl. 2.500,- aan salaris voor de gemachtigde, vermeerderd met de wettelijk rente daarover met ingang van veertien (14) dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. T.A.M. Tijhuis, rechter in dit Gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting op 16 december 2025 in aanwezigheid van de griffier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. T.A.M. Tijhuis

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand