ECLI:NL:OGEAA:2025:385

ECLI:NL:OGEAA:2025:385

Instantie Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak 28-10-2025
Datum publicatie 27-05-2026
Zaaknummer AUA202403161 EJ
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Huurcommissiezaak. Beroep ongegrond. De beschikking van de Huurcommissie wordt bevestigd.

Uitspraak

Beschikking van 28 oktober 2025 (bij vervroeging)

Behorend bij E.J. nr. AUA202403161

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

[Appellante],

wonende te Aruba,

appellante,

hierna ook te noemen: [appellante],

gemachtigde: de advocaat mr. H.S. Croes,

tegen:

[Geïntimeerde],

wonende te Aruba,

geïntimeerde,

hierna ook te noemen: [geïntimeerde],

procederend in persoon.

1. DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift met producties, ingediend op 6 september 2024;

- het verweerschrift, na verleend uitstel ingediend op 26 november 2024;

- de behandeling van de zaak ter zitting van 14 januari 2025, waar zijn verschenen [appellante] samen met haar gemachtigde en [geïntimeerde] vergezeld van zijn vader.

Tijdens de zitting hebben partijen afgesproken in overleg te treden om te proberen een minnelijke regeling te bereiken.

Bij e-mail van 30 juni 2025 heeft de gemachtigde van [appellante] om voortzetting van de mondelinge behandeling verzocht. Hierop heeft [geïntimeerde] bij e-mail van 9 juli 2025 gereageerd. Het Gerecht heeft vervolgens op 7 augustus 2025 de nadere behandeling bepaald.

In verband met door de gemachtigde van [appellante] verzocht uitstel, heeft de nadere behandeling plaatsgevonden op 30 september 2025. [Appellante] is samen met haar gemachtigde verschenen en [geïntimeerde] is in persoon verschenen, opnieuw vergezeld van zijn vader. Partijen hebben vragen van het Gerecht beantwoord, nader het woord gevoerd en op elkaars stellingen gereageerd of kunnen reageren. Voorafgaand aan de zitting heeft [appellante] nog producties overgelegd.

Beschikking is bepaald op vandaag.

2. DE FEITEN

Appellante] en haar zakelijk partner mevrouw [partner van appellante] (hierna: [partner van appellante]) waren eigenaar van de woning gelegen aan de [adres] te Aruba (hierna: de woning).

Geïntimeerde] huurt de woning sinds 2018 tegen - laatstelijk - een huurprijs van Afl. 1.200,- per maand.

In het najaar van 2023 zijn [appellante] en [partner van appellante] overeengekomen dat de woning in verband met de aanstaande pensionering van [appellante] per eind 2024 aan [appellante] wordt toegedeeld. [Geïntimeerde] is ervan op de hoogte gesteld dat alleen nog [appellante] de verhuurster zou zijn.

Appellante] heeft eind 2023 aan [geïntimeerde] bericht dat de huurprijs per 1 januari 2024 zal worden verhoogd naar Afl. 1.550,- per maand. [Geïntimeerde] is niet met de huurverhoging akkoord gegaan.

Op 15 april 2024 heeft [appellante] aan [geïntimeerde] bericht dat zij de huurovereenkomst, met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden, beëindigt. Bij aangetekende brief van 7 mei 2024 heeft [appellante] bericht dat de huurovereenkomst wordt beëindigd per 1 juli 2024.

Bij beschikking van 26 juli 2024 van de Huurcommissie van Aruba (met zaaknummer HOP/2024/113) is het op 3 mei 2024 ingediende verzoek van [appellante] om aan haar toestemming te verlenen om de huurovereenkomst met [geïntimeerde] op te zeggen, afgewezen.

3. HET BEROEP

Appellante] heeft beroep ingesteld tegen voormelde beschikking van de Huurcommissie. Zij verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en haar alsnog toestemming te verlenen om de huurovereenkomst al dan niet met inachtneming van een redelijke opzeggingstermijn te mogen beëindigen, met veroordeling van [geïntimeerde] tot betaling van de proceskosten.

Appellante] legt aan haar beroep ten grondslag dat [geïntimeerde] meermalen de huur te laat heeft betaald en dat [geïntimeerde] zich niet als een goed huisvader heeft gedragen. Ook is het haar wens om binnenkort omvangrijke renovatie- en onderhoudswerkzaamheden aan de woning uit te voeren. Deze renovatie kan echter niet plaatsvinden met behoud van de huurovereenkomst. Tot slot heeft [appellante] gesteld dat zij na haar pensionering volledig afhankelijk is van de huurinkomsten uit de woning.

Geïntimeerde] voert verweer en concludeert - zo begrijpt het Gerecht - tot ongegrondverklaring van het beroep.

4. DE BEOORDELING

Vast staat dat het beroep binnen de daartoe gestelde termijn, en dus tijdig, is ingediend.

Appellante] grondt haar beroep allereerst erop dat [geïntimeerde] met zijn handelen ernstig tekort schiet in de nakoming van de op hem rustende huurbetalingsverplichtingen.

Volgens [appellante] is [geïntimeerde] meermalen in gebreke geweest om de huur tijdig te betalen. Ter onderbouwing hiervan verwijst [appellante] naar de door haar overgelegde Whatsappberichtjes. Uit deze berichten blijkt dat [geïntimeerde] in 2024 drie keer een paar dagen te laat was met het betalen van de huur (de huur over de maanden januari 2024, februari 2024 en april 2024). Uit de beschikking van de Huurcommissie blijkt verder dat [geïntimeerde] de huur 8 á 9 maal te laat heeft betaald. Dit terwijl [geïntimeerde] de woning al voor meer dan zeven jaren huurt en er geen huurachterstand bestaat. Dat [geïntimeerde] de huur structureel te laat betaalt en daarom ernstig tekort schiet in zijn huurbetalingsverplichting, kan dan ook niet worden gezegd. Dit betoog van [appellante] treft geen doel.

Ook haar stelling dat [geïntimeerde] tekortschiet in zijn verplichtingen als goed huisvader, faalt. [Appellante] heeft geen, althans onvoldoende concrete feiten en/of omstandigheden aangevoerd die tot het oordeel leiden dat [geïntimeerde] het gehuurde niet “proper en in goede staat van onderhoud houdt”. Zij stelt weliswaar dat veel rommel in de tuin ligt en dat [geïntimeerde] ook het interieur van de woning niet op een deugdelijke wijze onderhoudt, maar dit is door [geïntimeerde] weersproken en door [appellante] voor wat betreft het interieur in het geheel niet en verder onvoldoende onderbouwd. De door haar overgelegde whatsapp berichten en foto’s van de buitenkant van het gehuurde (waarop een aantal op het perceel los liggende zaken en opgehangen wasgoed is te zien) zijn, te meer nu een concrete toelichting op die stukken ontbreekt, niet genoeg voor het oordeel dat [geïntimeerde] zich niet als een goed huisvader gedraagt.

Tot slot stelt [appellante] dat sprake is van een bijzonder geval omdat zij van plan is de woning omvangrijk te renoveren. Deze werkzaamheden zijn volgens [appellante] nodig om de woning in een andere marktsector aan te kunnen bieden en het rendement van de woning aanzienlijk te verhogen. Omdat de werkzaamheden niet kunnen worden uitgevoerd zolang [geïntimeerde] in de woning verblijft, vormt dat een belemmering voor haar plannen, aldus [appellante]. Deze omstandigheden brengen niet mee dat [appellante] een rechtens te respecteren belang heeft bij opzegging van de huurovereenkomst met [geïntimeerde]. Dat sprake is van dringende werkzaamheden is gesteld noch gebleken en evenmin is gesteld of gebleken dat door [appellante] een redelijk voorstel met betrekking tot het uitvoeren van renovatiewerkzaamheden is gedaan dat door [geïntimeerde] is geweigerd. De omstandigheden voorts dat [appellante] na haar pensionering van de huurinkomsten afhankelijk is en dat de verhuur aan [geïntimeerde] in de weg staat aan het behalen van een hoger rendement, zijn omstandigheden waarmee [appellante] rekening had moeten en kunnen houden toen de woning (in het kader van de beëindiging van de samenwerking met [partner van appellante]) aan haar werd toegedeeld en brengen niet mee dat de huurovereenkomst met [geïntimeerde] kan worden opgezegd.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het beroep van [appellante] ongegrond wordt verklaard.

Appellante] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding. Deze kosten worden aan de zijde van [geïntimeerde] tot op heden begroot op nihil.

5. DE BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart het beroep van [appellante] tegen de beschikking van de Huurcommissie van 26 juli 2024 (met kenmerk HOP/2024/113) ongegrond en bevestigt die beschikking;

veroordeelt [appellante] in de kosten van het geding aan de zijde van [geïntimeerde] gevallen en tot op heden begroot op nihil.

Deze beschikking is gegeven door mr. T.A.M. Tijhuis, rechter, en is in het openbaar uitgesproken op dinsdag 28 oktober 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. T.A.M. Tijhuis

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand