Parketnummer: P-2025/01884
Zaaknummer: 49 van 2026
Uitspraak van: 30 maart 2026 op tegenspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de strafzaak tegen de verdachte:
[Verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1980 in [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats], te [adres 1],
thans gedetineerd in het huis van bewaring in Aruba,
hierna: de verdachte.
1. Onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 16 maart 2026.
Het Gerecht heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie mr. C.M.J.M. van Buul, en van wat de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. D.M. Canwood, advocaat in Aruba, naar voren hebben gebracht.
2. Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd:
1.
dat hij op of omstreeks 8 juni 2024 in Aruba tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een hoeveelheid cocaïne, in elk geval enige bereiding van deze stof, heeft ingevoerd, afgeleverd, vervoerd, in bezit en/of aanwezig heeft gehad;
2.
dat hij op of omstreeks 8 juni 2024 in Aruba tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk hennep, in ieder geval enige gebruikelijk bereiding waaraan hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt, heeft ingevoerd, afgeleverd, vervoerd, in bezit en/of aanwezig heeft gehad;
3.
dat hij op of omstreeks 8 juni 2024 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, voorhanden heeft gehad een of meer revolvers en/of een of meer
scherpe patronen, in elk geval een vuurwapen en/of munitie als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Vuurwapenverordening;
4.
dat hij op of omstreeks 3 oktober 2025 in Aruba opzettelijk een hoeveelheid cocaïne, in elk geval enige bereiding van deze stof, heeft uitgevoerd, vervoerd, in bezit en/of aanwezig heeft gehad.
3. Voorvragen
Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
4. Beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak voor feit 3. Volgens de officier van justitie is er onvoldoende bewijs dat verdachte op de hoogte was van de gesmokkelde vuurwapens dan wel dat hij deze in zijn bezit heeft gehad.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft ten aanzien van de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten aangevoerd dat bewijs ontbreekt dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de invoer van verdovende middelen en het aanwezig hebben van vuurwapens en dat hij daarvoor moet worden vrijgesproken. Hij heeft weliswaar een gunst aan een toerist uit Colombia verleend door zijn tante te vragen of hij diens boot bij haar mocht stallen, maar hij was niet op de hoogte dat de boot voor andere doeleinden zou worden gebruikt dan voor het vissen. Ook de verklaring van [medeverdachte 1] kan niet leiden tot de conclusie dat verdachte betrokken was bij de drugs- en wapensmokkel. Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde feit is geen bewijsverweer gevoerd.
Het oordeel van het Gerecht
Op grond van het dossier en het verhandelde ter zitting stelt het Gerecht de volgende feiten en omstandigheden vast.
Interceptie van de boot met verdovende middelen en wapens
Op zaterdag 8 juni 2024, omstreeks 04:20 uur, werd een vaartuig binnen de territoriale zee van Aruba waargenomen. Het vaartuig nam koers richting Eagle Beach. De landpatrouille van de kustwacht vond om 05:25 uur op de boothelling bij het ‘Phoenix Hotel’ bij Eagle Beach een witte boot op een trailer achter een Mitsubishi Montero, met kenteken [autokenteken 1]. Vlakbij stonden vier mannen. Toen de kustwacht vroeg waar ze mee bezig waren sloegen twee van hen op de vlucht. [Medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] werden door de kustwacht aangehouden. In de boot werd een groot aantal pakketten met verdovende middelen aangetroffen.
De 749 inbeslaggenomen pakketten hadden een totaal gewicht van 755 kilogram. De inhoud van de pakketten is positief getest op (379 kilogram) marihuana en (335 kilogram) cocaïne. De toxicoloog heeft bevestigd dat de monsters THC en cocaïne bevatten.
Getuige [getuige 1]
Getuige [getuige 1], woonachtig aan de [adres 2], verklaarde dat haar neef [verdachte] haar in 2022 of 2023 heeft gevraagd of hij zijn boot achter haar woning kon stallen totdat hij een andere plek daarvoor zou hebben gevonden. Het betrof een witte boot met een blauwe binnenkant.
Videobeelden [adres 2]
Op videobeelden om en rond de [adres 2] van 5 juni 2024 is te zien dat om 19:02 uur een Mitsubishi Montero, een Nissan Versa en een Hyundai Elantra bij de [adres 2] arriveren. Meerdere personen stappen uit de auto’s. Het onderzoeksteam herkent verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 3], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1]. Op het terrein staat een wit met blauwe boot die door het onderzoeksteam wordt herkend als de boot die op 8 juni 2024 met verdovende middelen en vuurwapens op de trailer achter de Mitsubishi Montero werd aangetroffen. In de boot staan twee witte koelboxen en een benzinevat. [Medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] monteren samen twee motoren op de boot. Verdachte staat naast de boot en bekijkt de werkzaamheden. De mannen vertrekken rond 20:30 uur in de Hyundai en de Nissan, de Mitsubishi blijft achter.
Op de videobeelden van 6 juni 2024 is te zien dat de Nissan Versa Om 05:40 uur bij de [adres 2] arriveert. [Medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] stappen uit de auto en brengen verschillende goederen naar de boot, waaronder flessen frisdrank, plastic zakken, dozen en een rugtas. [Medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] zetten twee grote blauwe vaten in de boot. [Medeverdachte 1] en een andere man verrichten nog enkele werkzaamheden. Iemand is onder de motorkap van de Mitsubishi bezig. [Medeverdachte 3] loopt naar de Mitsubishi en start de auto. Hij vertrekt rond 05:42 uur samen met [medeverdachte 2], [medeverdachte 1] en een derde persoon met de boot op een trailer. Om 06:10 uur komt de Mitsubishi zonder boot terug. [Medeverdachte 3] stapt uit en koppelt de trailer af. Hij stapt in de Nissan Versa en rijdt weg.
Om 15:08 uur komt verdachte vergezeld door zijn vader in de Hyundai Elantra aan. Zij lopen naar de Mitsubishi en openen de achterklep. De vader van [verdachte] gaat onder de Mitsubishi liggen om werkzaamheden te verrichten. Daarna koppelen zij de trailer weer achter de Mitsubishi. Om 16:00 uur komt [medeverdachte 3] met de Nissan Versa. Hij stapt uit, loopt naar de Mitsubishi en rijdt met de auto en de trailer weg. Verdachte vertrekt in de Nissan Versa.
Het kenteken van de Nissan Versa is [autokenteken 2]. De Mitsubishi Montero op de videobeelden is voorzien van kentekenplaten met het nummer [autokenteken 1].
Verbalisant 74490 herkende onder de personen op de videobeelden van de [adres 2]:
De verbalisant heeft hen in het kader van zijn politiewerkzaamheden meerdere malen gezien en gesproken en herkende hen aan de uiterlijke kenmerken, waaronder hun postuur, kapsel en baardgroei.
Verklaring van verdachte
Verdachte verklaarde dat hij inderdaad op 5 juni 2024 aan de [adres 2] is geweest en toegekeken heeft toen de motoren in de boot zijn geplaatst.
Videobeelden rotonde Amsterdam Manor
De rotonde bij het Amsterdam Manor bij Eagle Beach is voorzien van een camerasysteem. Op de videobeelden van 6 juni 2024 om 05:55 uur is te zien dat de Mitsubishi Montero de boot op de trailer in de richting van de boothelling bij Eagle Beach vervoert en om 06:02 uur zonder boot terugkomt.
Onderzoek naar auto’s
De in beslag genomen Mitsubishi Montero is onderzocht. Het kenteken [autokenteken 1] stond geregistreerd op de naam van [getuige 2]. Zij is de (ex-)vriendin van medeverdachte [medeverdachte 3] en woont samen met hem aan de [adres 3]. Zij verklaarde dat zij de eigenaar van de Nissan Versa met kenteken [autokenteken 2] is en dat [medeverdachte 3] de auto in de periode van 5 tot 9 juni 2024 van haar heeft gehuurd. In de kofferbak van haar Nissan Murano lagen kentekenplaten met het nummer [autokenteken 1]. Volgens de getuige kan alleen [medeverdachte 3] de kentekenplaten hebben weggenomen.
Medeverdachte [medeverdachte 1]
Medeverdachte [medeverdachte 1] verklaarde dat hij samen met [medeverdachte 2] en twee anderen op 6 juni 2024 met de boot naar Colombia is vertrokken. Aan hem werden foto’s van verdachte en [medeverdachte 3] getoond. Hij kerkende beiden. [Medeverdachte 1] verklaarde dat verdachte en [medeverdachte 3] bij de aanlanding op 8 juni 2024 op Eagle Beach aanwezig zijn geweest. [Medeverdachte 3] reed de Mitsubishi met de trailer. Verdachte kwam met een andere auto. De kustwacht liep gewoon aan hen voorbij en ging op de boot af. Hij verbaasde zich erover dat verdachte en [medeverdachte 3] niet zijn aangehouden. Geconfronteerd met het chatgesprek van 4 juni 2024 antwoordt hij dat dit gesprek werd gevoerd met de man die zijn verblijfsvergunning zou betalen en dat hij niet begrijpt hoe deze man heeft kunnen ontsnappen aan de Kustwacht. Hij wijst dan naar foto 3, waarop verdachte staat afgebeeld.
Onderzoek telefoon
Onder [medeverdachte 1] is een telefoon in beslag genomen en uitgelezen. In de applicatie Signal werd een chatgesprek met aansluitingsnummer [telefoonnummer] aangetroffen. In de chat bevonden zich meerdere stemberichten afkomstig van dat telefoonnummer. Verbalisant 99402 herkende daarin de stem van verdachte. De verbalisant was aanwezig tijdens het verhoor van verdachte en daardoor bekend met zijn stem.
Op 4 juni 2024 wordt in dit chatgesprek aan [medeverdachte 1] gevraagd of hij klaar was om donderdag vroeg te vertrekken, waarop [medeverdachte 1] bevestigend heeft geantwoord. Het Gerecht gaat ervan uit dat dit chatbericht afkomstig is van verdachte. Dat leidt de rechtbank af uit de volgende feiten en omstandigheden:
- [ Medeverdachte 1] verklaart dat de man op foto 3 (waarop verdachte staat) met een andere man bij de aanlanding aanwezig was;
- hij verklaart ook dat hij niet begrijpt dat de kustwacht hem niet heeft aangehouden;
- gevraagd naar dit chatbericht, verklaart hij dat dit gesprek was met de persoon die zijn verblijfsvergunning zou regelen en hij herhaalt dat hij niet begrijpt hoe deze man heeft kunnen ontsnappen aan de kustwacht. Hij wijst dan naar foto 3, waarop verdachte staat;
- de politie heeft de stem van verdachte herkend. Met dergelijke stemherkenningen moet behoedzaam worden omgegaan, maar in samenhang met de overige bewijsmiddelen, concludeert het Gerecht dat het chatbericht van verdachte afkomstig moet zijn.
Verdachte heeft vervolgens in dit chatbericht tegen [medeverdachte 1] gezegd dat hij moet regelen om [medeverdachte 2] ([bijnaam 1]) of [medeverdachte 3] ([bijnaam 2]) te zien. Verdachte heeft aangegeven dat hij met de auto zou gaan en gevraagd waar hij [medeverdachte 1] kon ophalen.
In een stembericht van 6 juni 2024 geeft verdachte aan dat hij van [medeverdachte 3] had gehoord dat de transmissieslang van de auto is vervangen en dat de auto daarna mankementen vertoonde. Volgens [medeverdachte 1] was de transmissiestang losgeraakt en moest de auto worden gerepareerd. De communicatie ging ook over het uitwisselen van telefoonnummers tussen verdachte, [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1].
Conclusie ten aanzien van feit 1 en feit 2
Op grond van het voorgaande acht het Gerecht bewezen dat de verdachte zich op 8 juni 2024 schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het invoeren van 379 kilogram marihuana en 335 kilogram cocaïne. Er is sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking met de andere verdachten die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Verdachte gaf instructies en vervulde een coördinerende rol bij de voorbereiding van de boot op het erf van zijn tante, het vervoer van de andere participanten en de onderlinge communicatie. Verdachte hield toezicht op de werkzaamheden aan de boot. De werkzaamheden waren gericht op de voorbereiding van de boot voor de overtocht naar Colombia. Verdachte heeft ook ervoor gezorgd dat de Mitsubishi gerepareerd werd en gereedstond voor het transport van de boot. Tenslotte stond verdachte in de vroege ochtend van 8 juni 2024 samen met [medeverdachte 3] klaar om de boot met drugs bij de boothelling van Eagle Beach op te halen.
Zodoende acht het Gerecht voldoende bewezen dat de verdachten tezamen en in vereniging hebben gehandeld.
Conclusie ten aanzien van feit 3
Onder feit 3 is niet het ‘invoeren’, maar het ‘voorhanden hebben’ van vuurwapens ten laste gelegd. Van 'voorhanden hebben' is sprake als de verdachte de feitelijke macht over de vuurwapens kan uitoefenen in de zin dat hij daarover kan beschikken. In overeenstemming met het standpunt van de officier van justitie en de verdediging is het Gerecht van oordeel dat het bewijs tekortschiet om vast te kunnen stellen dat verdachte wetenschap had van de vuurwapens aan boord dan wel dat hij daarover kon beschikken. Het Gerecht zal verdachte dan ook voor dit feit vrijspreken.
Ten aanzien van feit 4
Ten aanzien van het uitvoeren van cocaïne op 3 oktober 2025, zoals ten laste gelegd onder feit 4, is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 402, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt ten aanzien van deze volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:
- het rapport van de toxicoloog van 25 november 2025, bijlage AMB 26;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 maart 2026.
5. De bewezenverklaring
Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:
1.
op of omstreeks 8 juni 2024 in Aruba tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een hoeveelheid cocaïne, in elk geval enige bereiding van deze stof, heeft ingevoerd, afgeleverd, vervoerd, in bezit en/of aanwezig heeft gehad;
2.
op of omstreeks 8 juni 2024 in Aruba tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk hennep, in ieder geval enige gebruikelijk bereiding waaraan hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt, heeft ingevoerd, afgeleverd, vervoerd, in bezit en/of aanwezig heeft gehad;
4.
op of omstreeks 3 oktober 2025 in Aruba opzettelijk een hoeveelheid cocaïne, in elk geval enige bereiding van deze stof, heeft uitgevoerd, vervoerd, en in bezit en/of aanwezig heeft gehad.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd; omwille van de leesbaarheid zijn ook wijzigingen aangebracht in de bewezenverklaring (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
6. De kwalificatie en de strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
Feit 1:
Medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid onder A, van de Landsverordening verdovende middelen, strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze landsverordening
(gepleegd op 8 juni 2024 in Aruba);
Feit 2:
Medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met artikel 4, eerste lid onder A, van de Landsverordening verdovende middelen, strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze landsverordening
(gepleegd op 8 juni 2024 in Aruba);
Feit 4:
Opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid onder A en C, van de Landsverordening verdovende middelen, strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze landsverordening
(gepleegd op 3 oktober 2025 in Aruba).
De feiten zijn strafbaar.
7. De strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is dan ook strafbaar.
8. Motivering van de straf
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van tien jaren met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft een strafmaatverweer gevoerd en daarbij gewezen op het feit dat verdachte gezondheidsklachten heeft waarvoor hij onder behandeling is in Colombia. Daarnaast heeft de verdediging gewezen op het feit dat de straffen die zijn opgelegd aan de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] (7 jaar gevangenisstraf) aanmerkelijk lager zijn.
Het oordeel van het Gerecht
Bij het bepalen van de straf heeft het Gerecht rekening gehouden met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Het Gerecht heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van de verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van de invoer van in totaal 714 kilo verdovende middelen. Dit betreft een grote partij drugs met een aanzienlijke straatwaarde. Dergelijke partijen worden in de regel alleen gesmokkeld in een georganiseerd verband. De internationale handel in verdovende middelen gaat vaak gepaard met geweld, overlast en vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door de gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stoffen. Het gebruik van verdovende middelen vormt een bedreiging voor de volksgezondheid. Tegen drugscriminaliteit dient dan ook streng te worden opgetreden.
Verdachte heeft zich in eerste instantie weten te onttrekken aan zijn aanhouding op 8 juni 2024. Hij heeft zich daardoor echter niet laten afschrikken en is doorgegaan met zijn criminele activiteiten. Op 3 oktober 2025 is hij wederom betrapt bij het uitvoeren van cocaïne.
Persoon van verdachte
Verdachte heeft aangegeven dat hij geen werk heeft en geen uitkering ontvangt en derhalve geen inkomen genereert. Desondanks heeft hij geen schulden. Verdachte heeft verklaard dat hij gezondheidsklachten heeft waarvoor medische behandeling noodzakelijk is. Dat wordt naar zijn zeggen bemoeilijkt door het verblijf in de gevangenis.
Strafoplegging
Gelet op de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, is het Gerecht van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Met betrekking tot de duur van de op te leggen gevangenisstraf zal het Gerecht afwijken van de eis van de officier van justitie. Aan [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] is op 14 maart 2025 een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 7 jaren opgelegd. Het Gerecht is van oordeel dat een gevangenisstraf voor deze duur in beginsel passend en geboden is. In overweging nemende dat verdachte zich in oktober 2025 wederom schuldig heeft gemaakt aan de smokkel van cocaïne zal het Gerecht, gelet op de oriëntatiepunten van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, deze straf met 6 maanden verhogen.
Dat betekent dat het Gerecht de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren en 6 maanden. De tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, zal bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.
9. Het beslag
Onder verdachte zijn de volgende goederen in beslag genomen:
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven verdovende middelen gevorderd dat deze zullen worden onttrokken aan het verkeer. Ten aanzien van de mobiele telefoon en de koffer heeft de officier van justitie gevorderd dat deze terug worden gegeven aan verdachte.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft ten aanzien van de in beslag genomen goederen aangegeven zich te kunnen verenigen met het standpunt van de officier van justitie.
Het oordeel van het Gerecht
Het Gerecht beslist dat de verdovende middelen zullen worden onttrokken aan het verkeer. De mobiele telefoon en de zwarte rolkoffer zullen worden teruggegeven aan verdachte.
10. Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:74, 1:75, 1:123 en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.
DE BESLISSING
Het Gerecht:
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder feit 3 ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder feit 1, feit 2 en feit 4 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven (7) jaren en zes (6) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen verdovende middelen;
gelast de teruggave van de Apple iPhone 15 en de zwarte rolkoffer aan verdachte.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Gerrits, rechter, bijgestaan door mr. U. Posthumus, zittingsgriffie, en op 30 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht.