Parketnummer: P-2024/02064
Zaaknummer: 75 van 2025
Uitspraak van: 8 januari 2026 op tegenspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de strafzaak tegen de verdachte:
[Verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1995 in [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats] te [adres],
hierna: de verdachte.
1. Onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 8 januari 2026.
Het Gerecht heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie mr. E.D. Schwengle, en van wat de verdachte en haar raadsman, mr. P.M.E. Mohamed, advocaat in Aruba, naar voren hebben gebracht.
2. Tenlastelegging
Aan de verdachte ten laste gelegd dat:
1. hij in of omstreeks de periode van 23 september 2024 tot en met 25 september 2024 te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van een voorwerp, te weten een geldbedrag van totaal 32.456 USD, althans een geldbedrag, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding of de verplaatsing heeft verborgen of verhuld, althans heeft verborgen of verhuld wie de rechthebbende op dat voorwerp was, of wie dat voorwerp voorhanden had, terwijl hij wist of begreep, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat voormeld voorwerp - onmiddellijk of middellijk -afkomstig was uit enig (eigen) misdrijf
en/of
een voorwerp, te weten een geldbedrag van totaal 32.456 USD, althans een geldbedrag, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen of omgezet, althans van dat voorwerp gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist of begreep, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat voormeld voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig (eigen) misdrijf;
2. hij op of omstreeks 25 september 2024 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk geen melding heeft gemaakt van de in- of uitvoer van geld met een waarde van meer dan twintigduizend florin, danwel opzettelijk op onjuiste wijze zodanige aangifte heeft gedaan;
3. hij in of omstreeks de periode van 23 september 2024 tot en met 25 september 2024 te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk, als dienstverlener in de zin van artikel 1 aanhef en onder 7 en/of 8 van de Landsverordening voorkoming en bestrijding witwassen en terrorismefinanciering, geen cliëntenonderzoek als bedoeld in artikel 3 van de Landsverordening voorkoming en
bestrijding witwassen en terrorismefinanciering heeft verricht bij:
- het in of vanuit Aruba verrichten van een of meer wisseltransactie(s);
- het in of vanuit Aruba verrichten van een of meer geldtransactie(s) als bedoeld in artikel
1 van de Landsverordening toezicht geldtransactiebedrijven;
- aanwijzingen dat verdachtes cliënt(en) of die van zijn mededader(s) betrokken is/zijn
geweest bij witwassen;
4. dat hij in of omstreeks de periode van 23 september 2024 tot en met 25 september 2024 te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk
als geldtransactiebedrijf werkzaam is geweest, immers heeft/hebben hij en/of verdachtes mededader(s) in die periode bedrijfsmatig en tegen een vorm van betaling een geldtransactie uitgevoerd, en daartoe in het kader van een geldelijke overmaking op verzoek van of ten behoeve van derde(n):
a. gelden of geldswaarden ter beschikking gekregen teneinde deze gelden of geldswaarden, al dan niet in dezelfde vorm, aan (een) derde(n) in het buitenland, althans elders betaalbaar te stellen of te doen stellen, en/of
b. gelden of geldswaarden in Aruba betaalbaar gesteld, terwijl deze gelden of geldswaarden in het buitenland, althans elders, al dan niet in dezelfde vorm, aan verdachte en/of verdachtes mededader(s) ter beschikking werden en/of zouden worden gesteld,
met dien verstande dat deze geldelijke overmakingen op zichzelf staande diensten betroffen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededaders:
ad a. een geldbedrag van totaal (ongeveer) 30.000 USD, althans (een) geldbedrag(en) ontvangen en/of doen ontvangen en elders buiten Aruba aan derden uitbetaald/betaalbaar gesteld en/of uit doen betalen/betaalbaar doen stellen en
ad b. (buiten Aruba en/of op een cryptowallet/e-wallet) een of meer geldswaarden, te weten virtuele valuta/cryptocurrency (`USDT') ontvangen en/of een of meer ander(e) geldbedragen/geldswaarden ontvangen en/of doen ontvangen en/of betaalbaar gekregen, en in Aruba of elders aan derden uitbetaald/betaalbaar gesteld of uit doen betalen/betaalbaar doen stellen.
3. Voorvragen
Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
4. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er onvoldoende bewijs is om tot een bewezenverklaring van feit 1, feit 3 en feit 4 te komen en dat verdachte voor deze feiten moet worden vrijgesproken. De officier van justitie heeft wel gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder feit 2 tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft ten aanzien van feit 1, feit 3 en feit 4 vrijspraak bepleit. Volgens de raadsman is er geen bewijs dat het geld dat verdachte op 25 september 2024 bij zich had
uit misdrijf is verkregen. Daarom kan geen sprake zijn van witwassen. Voorts is er geen bewijs dat verdachte als geldtransactiebedrijf heeft gefungeerd.
De raadsman heeft zich ten aanzien van feit 2 gerefereerd aan het oordeel van het Gerecht.
Het oordeel van het Gerecht
Vrijspraak voor feit 1, feit 2 en feit 3
In overeenstemming met het standpunt van de officier van justitie en de verdediging is het Gerecht van oordeel dat het bewijs tekortschiet om te kunnen vaststellen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 1, feit 3 en feit 4 tenlastegelegde. Het Gerecht zal verdachte hiervan vrijspreken.
Ten aanzien van feit 2
Er is wel sprake van voldoende wettig en overtuigend bewijs ten aanzien van feit 2. Omdat sprake is van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 402, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering, wordt ten aanzien van het bewijs voor dit feit volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:
5. De bewezenverklaring
Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:
op of omstreeks 25 september 2024 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk geen melding heeft gemaakt van de in- of uitvoer van geld met een waarde van meer dan twintigduizend florin, dan wel opzettelijk op onjuiste wijze zodanige aangifte heeft gedaan.
Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken.
Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
6. De kwalificatie en de strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
Medeplegen van de overtreding van art. 2 lid 1 van de Landsverordening meldplicht in- en uitvoer contant geld, strafbaar gesteld bij artikel 7 lid 1 van de Landsverordening.
Het feit is strafbaar.
7. De strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dan ook strafbaar.
8. Het beslag
Onder verdachte zijn de volgende goederen in beslag genomen:
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ten aanzien van de mobiele telefoon gevorderd dat deze terug zal worden gegeven aan verdachte.
Ten aanzien van de geldbedragen heeft de officier van justitie gesteld dat verdachte rechtsgeldig afstand heeft gedaan en het Gerecht derhalve geen beslissing hierover hoeft te nemen. Subsidiair heeft de officier van justitie gevorderd om het bedrag verbeurd te verklaren.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft ten aanzien van de telefoon geen standpunt ingenomen.
Ten aanzien van het in beslag genomen geld heeft de raadsman teruggave bepleit. De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte ten onrechte afstand heeft gedaan van het geld. Bij het tekenen van de afstandsverklaring voelde hij zich door de politie onder druk gezet. Daarom handelde hij niet uit vrije wil. Tijdens het politieverhoor is gesuggereerd dat hij langer in voorlopige hechtenis zou blijven, indien hij geen afstand van het geld zou doen. Verdachte heeft voorafgaand en tijdens de politieverhoren geen rechtsbijstand gehad en begreep het rechtsgevolg van de afstandsverklaring niet. Hij heeft geen weloverwogen keuze kunnen maken. Zijn beslissing is gegrond op de onjuiste informatie van de politie.
Het oordeel van het Gerecht
Het Gerecht overweegt dat verdachte tijdens het politieverhoor op 27 september 2024 ondubbelzinnig heeft verklaard afstand te doen van de in beslag genomen geldbedragen. Dat blijkt uit het proces-verbaal van het verhoor en de verklaring van verdachte ter terechtzitting.
Tijdens de terechtzitting is vastgesteld dat de rechercheurs tegen verdachte hebben gezegd - dat als hij geen afstand doet - ’dan gaat u (of het) langer blijven’. Het Gerecht is van oordeel dat hier geen sprake is geweest van onrechtmatige druk op verdachte. Wel is naar oordeel van het Gerecht ten onrechte de suggestie gewekt dat het doen van afstand zijn vrijlating zou bespoedigen.
Gelet hierop is het Gerecht van oordeel dat niet gezegd kan worden dat verdachte op basis van volledige en juiste informatie de beslissing heeft genomen om afstand te doen van het geld. Het Gerecht zal er daarom vanuit gaan dat verdachte niet rechtmatig afstand heeft gedaan van de in beslag genomen gelden en hierover een beslissing nemen.
Het Gerecht zal de geldbedragen ter hoogte van USD 32.456,00 en Afl. 14,70 verbeurd verklaren, nu het voorwerpen betreft met betrekking tot welke het delict is begaan. Het
Gerecht is van oordeel dat de hoogte van het verbeurd te verklaren bedrag in verhouding staat tot de ernst van het feit waarvoor verdachte veroordeeld wordt. Te meer nu met deze verbeurdverklaring ook rekening zal worden gehouden bij het bepalen van de op te leggen straf.
De mobiele telefoon zal terug worden gegeven aan verdachte, nu geen strafvorderlijk belang zich hiertegen verzet.
9. Overwegingen ten aanzien van de strafoplegging
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte, ter zake van het door hem bewezen geachte, schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van een straf. Volgens de officier van justitie is verdachte voldoende gestraft als hij het geld kwijt raakt.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.
De beoordeling door het Gerecht
Bij het bepalen van de straf heeft het Gerecht rekening gehouden met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Het Gerecht heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van de verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft een strafbaar feit gepleegd door samen met zijn medeverdachte een geldbedrag van ruim boven het toegestane bedrag van Afl. 20.000,00 uit te voeren, zonder hiervan melding te maken bij de douane. Hierdoor heeft hij de overheid de mogelijkheid ontnomen om zicht te krijgen op geldstromen die kunnen duiden op criminele activiteiten en om achterliggende strafbare feiten op te sporen. Het geldbedrag dat bij de aanhouding in beslag is genomen zal verbeurd worden verklaard, bij wijze van bijkomende straf. Dit vormt naar oordeel van het Gerecht een passende reactie op het handelen van verdachte en staat in verhouding met de ernst van het door hem gepleegde feit. Bij het bepalen van deze straf is tevens rekening gehouden met de volgende informatie betreffende de persoon van verdachte, zijn proceshouding en de wettelijke strafmaxima. Ook is gekeken naar de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.
De persoon van de verdachte
Bij verdachte is sprake van stabiele leefomstandigheden. Verdachte woont in [woonplaats] en is vader van een dochter. Hij werkt als zelfstandige ondernemer in de groente- en fruitteelt en heeft twee werknemers in dienst. Door de in beslag name van het geld is zijn bedrijf in financiële problemen gekomen.
Blijkens zijn strafkaart is verdachte niet eerder veroordeeld voor strafbare feiten en is derhalve aan te merken als first offender.
Proceshouding
Verdachte heeft kosten noch moeite gespaard om voor de inhoudelijke behandeling van zijn zaak naar Aruba te komen. Verdachte neemt verantwoordelijkheid voor zijn handelen. Hij heeft ten aanzien van feit 2 een bekennende verklaring afgelegd en inzicht getoond.
Wettelijke strafbepaling
Voor de overtreding van art. 2 van de Landsverordening meldplicht in- en uitvoer contant geld kan de rechter een gevangenisstraf van maximaal zes jaren of een geldboete tot Afl. 100.000,00 opleggen.
10. Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:67, 1:68 en 1:123 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.
DE BESLISSING
Het Gerecht:
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder feit 1, feit 3 en feit 4 ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 2 tenlastegelegde, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
verklaart verbeurd de in beslag genomen en nog niet teruggegeven geldbedragen, te weten USD 32.456,00 en Afl. 14,70;
gelast de teruggave van de mobiele telefoon (iPhone 12 Pro Max) aan de verdachte.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.C. Henniphof, rechter, bijgestaan door mr. U. Posthumus, zittings- en uitspraakgriffier, en op 8 januari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht.