ECLI:NL:OGEAA:2026:11

ECLI:NL:OGEAA:2026:11, Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 07-01-2026, AUA202404081

Instantie Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak 07-01-2026
Datum publicatie 19-01-2026
Zaaknummer AUA202404081
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Civiel, verdeling gemeenschap.

Uitspraak

Vonnis van 7 januari 2026

Behorend bij A.R. AUA202404081 AR

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in het incident tot inzage van:

[Eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident],

te Aruba,

hierna ook te noemen: de man,

eiser in de hoofdzaak,

gedaagde in het incident,

gemachtigde: mr. G.W. Rep,

tegen:

[Gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident],

te Aruba,

hierna ook te noemen: de vrouw,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

gemachtigden: mrs. M.F. Murray en S.J.C. Anthonio

1. DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het inleidend verzoekschrift van de man met producties, ingediend op 15 november 2024,

- de conclusie van antwoord tevens inhoudende de incidentele conclusie houdende verzoek overleggen stukken van de vrouw met producties;

- de conclusie van antwoord in het incident van de man met producties;

- de akte van uitlating van de vrouw;

- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 6 november 2025.

Na de mondelinge behandeling heeft het Gerecht nog van partijen ontvangen:

- de brief van de man met producties,

- de e-mail van de vrouw met producties.

De zaak is verwezen naar de rol voor vonnis in het incident.

2. HET VERZOEK

De vrouw vordert in het incident dat het Gerecht bij vonnis – uitvoer bij voorraad – de man veroordeelt tot het verzamelen van de volgende documenten:

I. de verkooptransactie (aktes) van het onroerend goed, gelegen aan de [straatnaam 1] en [straatnaam 2] te [locatie 1];

II. de ABN AMRO-eurorekening (rekeningnummer [rekeningnummer 1]) vanaf 2018;

III. de inruilwaarde voor de Honda Pilot;

IV. de USD-rekening bij Banco di Caribe (rekeningnummer [rekeningnummer 2]), vanaf 2018 tot heden; en

V. de USD-rekening bij Banco di Caribe (rekeningnummer [rekeningnummer 3]) op naam van Rep, vanaf 2018 tot heden;

VI. de gezamenlijke rekening bij Aruba Bank (rekeningnummer [rekeningnummer 4]), althans de gezamenlijke rekeningen bij Aruba Bank vanaf 2018 tot heden;

VII. rekening bij Rabobank euro-rekening (rekeningnummer [rekeningnummer 5]) op naam van Rep vanaf 2018 tot heden;

VIII. polis van de levensverzekering bij Ennia;

IX. rekening bij CMB op naam van Rep Law N.V. (rekeningnummer thans onbekend);

X. rekening bij Aruba Bank (rekeningnummer [rekeningnummer 6]) op naam van Rep Participatie N.V. vanaf 2018 tot heden;

XI. rekening bij Aruba Bank (rekeningnummer [rekeningnummer 7]) op naam van Rep vanaf 2015 tot aan moment deactivering; en

XII. rekening bij MCB Curaçao of rekeningen bij MCB Curaçao op naam van een van de partijen of vennootschappen die aan hen verbonden zijn; alsook

XIII. afschriften van alle bankrekeningen bij Aruba bank, waaronder 501

XIV. huurinkomsten via Airbnb, vanaf 2018 tot 2020;

XV. jaarrekeningen van Aviation Cooperatief U.A. (geconsolideerd en afzonderlijk) over de jaren 2017 tot en met 2020;

XVI. gegevens inzake de samenwerking [betrokkene 1]; en

alle correspondentie en andere documenten inzake [betrokkene 2] (RCFA) en [betrokkene 3];

XVII. pensioenregelingen; en

XVIII. arbeidsovereenkomsten, loonstroken, belastingaangifte en jaaropgaven voor inzage pensioen van de periode toen hij werkzaam was bij voormalig werkgevers, te weten: Promes Kunneman en Van Doorne, Gomez en Bikker advocaten, en Schenkenveld advocaten;

XIX. bescheiden waaruit betaling en de strekking daarvan blijken aan [betrokkene 4];

XX. bescheiden (waaronder offertes/kwitanties) ter zake de verbouwing te [locatie 2],

en tot het aansluitend overleggen van deze documenten, althans die documenten waarvan het gerecht van oordeel is dat zij in het kader van een eerlijke boedelverdeling noodzakelijk zijn, binnen een termijn van veertien dagen na het ten deze te wijzen vonnis, alsook de man veroordeelt in de proces- en nakosten van dit incident, met inbegrip van de wettelijke rente over deze kosten voor zover betaling daarvan binnen veertien dagen na het ten deze te wijzen vonnis in het incident uitblijft.

De man concludeert, mede na overlegging van producties bij zijn conclusie van antwoord, tot afwijzing van het verzoek van de vrouw.

Op de standpunten van de vrouw en de man zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.

3. DE BEOORDELING

In het incident

Op grond van artikel 843a lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) kan degene die daarbij rechtmatig belang heeft op zijn kosten inzage, afschrift of uittreksel vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorganger partij is, van degene die de bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft. Lid 4 van het artikel bepaalt dat degene die deze bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft, niet gehouden is aan deze vordering te voldoen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, alsmede indien redelijkerwijs aangenomen kan worden dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd.

In het algemeen kan van een rechtmatig belang in de zin van artikel 843a lid 1 Rv reeds sprake zijn indien degene die afschrift verlangt dat stuk niet tot zijn beschikking heeft, maar wel bekend is met het bestaan ervan en dat stuk in de procedure zou willen overleggen. Voldoende voor het aannemen van een dergelijk belang is dat het desbetreffende stuk relevant kan zijn voor een niet op voorhand als kansloos aan te merken vordering of verweer. De verlangde stukken moeten voldoende bepaald zijn; voldoende concreet moet worden aangegeven dat en waarom de specifieke stukken van belang zijn, zulks teneinde een ‘fishing expedition’ te voorkomen. Artikel 843a Rv dient er niet toe om stukken op te vragen waarvan slechts het vermoeden bestaat dat die mogelijk in de procedure van pas zouden kunnen komen.

De vordering van de man in de hoofdzaak strekt ertoe dat het gerecht bij vonnis de verdeling van de tussen de man en de vrouw bestaande goederengemeenschap bepaalt, bij voorkeur op de door de man voorgestane wijze.

De vrouw stelt belang te hebben bij overlegging van de documenten, omdat zij zich slechts na overlegging daarvan voldoende deugdelijk kan verweren. De documenten zijn relevant voor het bepalen van haar rechtspositie en de verdeling van de boedel.

De man heeft bij zijn conclusie van antwoord in het incident en bij zijn brief na de mondelinge behandeling documenten overgelegd. Samengevat heeft volgens de man, nu hij deze documenten heeft overgelegd, de vrouw geen belang meer bij haar vorderingen. Hij concludeert dan ook tot afwijzing van haar vorderingen.

Het Gerecht zal hieronder puntsgewijs aandacht besteden aan de vorderingen van de vrouw, met inachtneming van het ter zitting besprokene.

I. Documenten I. de verkooptransactie (aktes) van het onroerend goed, gelegen aan de [straatnaam 1] en [straatnaam 2] te [locatie 1];

Ter zitting is afgesproken dat de man de leveringsakte zal overleggen. De man heeft deze leveringsakte na de zitting bij brief van 11 november 2025 als productie 48 overgelegd. Dat betekent dat de vrouw geen belang meer heeft bij een beslissing van het Gerecht op dit punt, zodat het Gerecht deze vordering zal afwijzen.

II. de ABN AMRO-eurorekening (rekeningnummer [rekeningnummer 1]) vanaf 2018

Ter zitting is afgesproken dat de man zal proberen de afschriften van deze rekening van 2020, althans in ieder geval van het moment van bijschrijving van het bedrag na verkoop van het onder I. genoemde onroerend goed, te overleggen. Dit nu de vrouw ter zitting heeft aangegeven dat haar vordering met name hierop ziet. De man heeft vervolgens de afschriften van deze rekening van het gehele jaar 2020 overgelegd bij brief van 11 november 2025 als productie 46. Daarmee is naar het oordeel van het Gerecht voldoende toegekomen aan de vordering van de vrouw en heeft zij geen belang meer bij een beslissing van het Gerecht over de verstrekking van een afschrift over het jaar 2020. Voor zover zij ook nog inzage wenst in de jaren 2018 en 2019, is haar belang daarbij onvoldoende onderbouwd. Het Gerecht zal aldus ook deze vordering afwijzen.

III. de inruilwaarde voor de Honda Pilot

De vrouw heeft ter zitting deze vordering ingetrokken, zodat het Gerecht hierover geen beslissing meer hoeft te nemen.

IV. de USD-rekening bij Banco di Caribe (rekeningnummer [rekeningnummer 2]), vanaf 2018 tot heden; en

V. de USD-rekening bij Banco di Caribe (rekeningnummer [rekeningnummer 3]) op naam van Rep, vanaf 2018 tot heden

Naar het oordeel van het Gerecht heeft de vrouw haar belang bij inzage in deze rekeningen onvoldoende onderbouwd. De vrouw heeft benadrukt dat zij een informatie-achterstand heeft. Wat daar ook van zij, het betekent nog niet dat haar vorderingen op inzage op juridische gronden toewijsbaar zijn. Immers moet daarvoor voldaan zijn aan het in 3.1 en 3.2 overwogene. De vorderingen van de vrouw worden dan ook afgewezen.

VI. de gezamenlijke rekening bij Aruba Bank (rekeningnummer [rekeningnummer 4]), althans de gezamenlijke rekeningen bij Aruba Bank vanaf 2018 tot heden

De vrouw wenst inzage in een of meerdere gezamenlijke rekening(en) bij de Aruba bank. Op de zitting is niet duidelijk geworden in welke rekening(en) de vrouw precies inzage wenst, zodat de vordering daarom al voor afwijzing gereed ligt. Het betreft echter ook een of meerdere (volgens de vrouw) gezamenlijke rekening(en) (and/or), zodat de vrouw ook zelf inzage daarin heeft, of kan krijgen. Waarom dat in dit geval niet zo zou zijn, is niet onderbouwd en bovendien door de man weersproken. Het Gerecht wijst deze vordering dan ook af.

VII. rekening bij Rabobank euro-rekening (rekeningnummer [rekeningnummer 5]) op naam van Rep vanaf 2018 tot heden

Volgens de man is deze rekening opgeheven, hij heeft hiervoor verwezen naar productie 38. Volgens de vrouw blijkt hieruit niet dat deze rekening is opgeheven en zij vraagt om een nadere onderbouwing. Het Gerecht gaat ervan uit dat een dergelijke onderbouwing relatief eenvoudig kan worden verstrekt en zal deze vordering van de vrouw in zoverre toewijzen.

VIII. polis van de levensverzekering bij Ennia

Het Gerecht zal deze vordering reeds afwijzen omdat hierover, noch in de akte van uitlating van de vrouw, noch ter zitting, iets naar voren is gebracht.

IX. rekening bij CMB op naam van Rep Law N.V. (rekeningnummer thans onbekend)

Het Gerecht zal ook deze vordering afwijzen, omdat het belang van de vrouw onvoldoende is gebleken.

X. rekening bij Aruba Bank (rekeningnummer [rekeningnummer 6]) op naam van Rep Participatie N.V. vanaf 2018 tot heden;

De man heeft reeds in dit kader documenten overgelegd en door de vrouw is ter zitting niet nader geconcretiseerd wat zij specifiek nog meer of anders wenst, zodat het Gerecht deze vordering zal afwijzen.

XI. rekening bij Aruba Bank (rekeningnummer [rekeningnummer 7]) op naam van Rep vanaf 2015 tot aan moment deactivering; en

XII. rekening bij MCB Curaçao of rekeningen bij MCB Curaçao op naam van een van de partijen of vennootschappen die aan hen verbonden zijn; alsook

XIII. afschriften van alle bankrekeningen bij Aruba bank, waaronder 501

Het Gerecht zal deze vorderingen afwijzen nu deze onvoldoende concreet zijn en het belang van de vrouw hierbij onvoldoende is onderbouwd.

XIV. huurinkomsten via Airbnb, vanaf 2018 tot 2020

Ter zitting heeft de vrouw aangegeven dat, anders dan volgt uit de akte van uitlating, het niet gaat om huurinkomsten die via Airbnb genoten zouden zijn, maar mogelijk via Tierra del Sol (betreffende het onroerend goed aan de [locatie 2]). Nog daargelaten dat de vrouw geen hiertoe strekkende vordering heeft ingediend, is onvoldoende onderbouwd dat er sprake is van dergelijke inkomsten en waaruit die precies zouden moeten volgen. Het Gerecht wijst deze vordering dan ook af.

XV. jaarrekeningen van Aviation Coöperatief U.A. (geconsolideerd en afzonderlijk) over de jaren 2017 tot en met 2020

Het belang van de vrouw bij deze vordering is het Gerecht niet nader gebleken, zodat het Gerecht deze zal afwijzen.

XVI. gegevens inzake de samenwerking [betrokkene 1[; en

alle correspondentie en andere documenten inzake [betrokkene 2] (RCFA) en [betrokkene 3]

Het Gerecht zal deze vorderingen van de vrouw reeds afwijzen, omdat deze onvoldoende bepaald zijn en aldus niet voldoen aan de daarin te stellen vereisten.

XVII. pensioenregelingen; en

XVIII. arbeidsovereenkomsten, loonstroken, belastingaangifte en jaaropgaven voor inzage pensioen van de periode toen hij werkzaam was bij voormalig werkgevers, te weten: Promes Kunneman en Van Doorne, Gomez en Bikker advocaten, en Schenkenveld advocaten

Ter zitting is besproken dat de vrouw, voor zover het door de man in Nederland opgebouwd pensioen betreft, direct inzage kan vragen bij de betreffende (voormalig) werkgever of de uitkeringsinstantie. Voor het overige is onvoldoende concreet geworden welke informatie de vrouw precies wenst te krijgen en waarom, mede gelet op de betwisting van het bestaan van enig opgebouwd pensioen in Aruba door de man. Het Gerecht wijst deze vorderingen dan ook af.

XIX. bescheiden waaruit betaling en de strekking daarvan blijken aan [betrokkene 4]

Het belang van de vrouw bij deze – niet nader bepaalde – vordering is voor het Gerecht niet gebleken, zodat ook deze vordering wordt afgewezen.

XX. bescheiden (waaronder offertes/kwitanties) ter zake de verbouwing te [locatie 2]

Ter zitting heeft de vrouw deze vordering ingetrokken, zodat het Gerecht hierover geen beslissing meer hoeft te nemen. Partijen zijn het erover eens dat zowel dit onroerend goed, als het onroerend goed aan de Salina Cerca, dienen te worden getaxeerd. Het Gerecht geeft partijen mee dat zij alvast taxateurs hiervoor kunnen benaderen. Indien zij niet in onderlinge overeenstemming een taxateur kunnen aanwijzen voor de taxatie van beide onroerende goederen, kan de vrouw bijvoorbeeld ook drie mogelijke taxateurs noemen voor de Salina Cerca, waaruit de man er een kiest, en de kan de man het omgekeerde doen voor [locatie 2].

Conclusie

Gelet op wat hiervoor is overwogen, zal het Gerecht de man gelasten om nog een afschrift van een bevestiging van de Rabobank van opheffing, althans van het niet langer bestaan, van een Rabobank-rekening met nummer [rekeningnummer 5] op zijn naam te verstrekken. Alle overige vorderingen van de vrouw zullen worden afgewezen.

Ter zitting is nog afgesproken dat de man inzage zou geven in vermogensbestanddelen in Suriname. De man heeft bij brief van 11 november 2025 als productie 47 stukken overgelegd met betrekking tot de Surinaamse stichting “Nina Ivan” en “ Nicky Simon”. Verder is afgesproken dat de vrouw bankafschriften van haar CMB-bankrekening over 2020 zou verstrekken. De vrouw heeft deze bij e-mail van 25 november 2025 als productie 7 overgelegd. Het Gerecht gaat er aldus van uit dat partijen hiermee hun toezeggingen afdoende zijn nagekomen.

Het oordeel over de proceskosten zal worden aangehouden tot in de hoofdzaak is beslist.

In de hoofdzaak

In de hoofdzaak zal de zaak worden verwezen naar de rolzitting van 18 februari 2026 voor het nemen van een akte van uitlating door de vrouw. Het Gerecht verwacht dat de vrouw zich daarbij nu ook (nader en concreet) – in het kader van de goede procesorde - zal uitlaten over de bestanddelen van de gemeenschap, de (door haar voorgestane wijze van) verdeling hiervan, alsook over eventuele andere (neven)vorderingen.

Het Gerecht geeft partijen voorts nog mee dat, los van het overwogene bij 3.22, zij mogelijk ook alvast kunnen proberen in onderling overleg een deskundige aan te wijzen voor de waardering van de aandelen in Rep Law N.V. Immers zijn zij het erover eens, zo begrijpt het Gerecht, dat deze door een onafhankelijk deskundige moeten worden gewaardeerd. Zij kunnen dit eveneens doen op de reeds in 3.22 voorgestelde wijze, waarbij de man bijvoorbeeld 3 deskundigen voorstelt en de vrouw er een kiest. Ook kunnen partijen alvast proberen in onderling overleg de aan deze deskundige te stellen vragen te formuleren, waarin ook aandacht dient te worden besteed aan de peildatum van de waardering alsook aan de grondslag van de waardering.

4. DE UITSPRAAK

Het gerecht:

in het incident

veroordeelt de man om binnen een termijn van veertien (14) dagen van dit vonnis aan de vrouw afschrift te verstekken van:

- een bevestiging van de Rabobank van opheffing, althans van het niet langer bestaan, van een Rabobank-rekening met nummer [rekeningnummer 5] op naam van de man;

verklaart het voorgaande uitvoerbaar bij voorraad;

houdt het oordeel over de proceskosten in het incident aan tot in de hoofdzaak wordt beslist;

wijst het meer of andere gevorderde af;

in de hoofdzaak

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 18 februari 2026 voor het nemen van een akte van uitlating aan de zijde van de vrouw.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.M. Vingerling, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag, 7 januari 2026, in aanwezigheid van de griffier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.M.M. Vingerling

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?