ECLI:NL:OGEAA:2026:110

ECLI:NL:OGEAA:2026:110

Instantie Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak 24-04-2026
Datum publicatie 29-04-2026
Zaaknummer P-2023/00275 en P-2025/01443
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Onderzoeken Copa Cabana en Arcune. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting, hacking en langdurige en systematische belaging. De verdachte heeft twee van de drie slachtoffers jarenlang onder druk gezet door middel van zogenoemde ‘sextortion’, waarbij hij dreigde met het verspreiden van naaktbeelden om hen tot seksuele handelingen te dwingen. Alhoewel de door de officieren van justitie primair gevorderde onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijf jaren op zichzelf te volgen is, gelet op de ernst van de feiten, komt het Gerecht tot een andere strafoplegging, omdat het noodzakelijk wordt geacht dat verdachte op adequate wijze behandeld wordt. Om die reden is gekozen voor een deels voorwaardelijke straf met een langere proeftijd. Het Gerecht heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 5 jaar. Op deze wijze blijft verdachte in totaal voor de duur van negen jaren in het vizier van justitie. Aan de voorwaardelijke straf zijn bijzondere voorwaarden verbonden, waaronder verplichte behandeling en een contactverbod met de drie slachtoffers.

Uitspraak

Parketnummers: P-2023/00275 en P-2025/01443 (gevoegd ter terechtzitting)

Zaaknummers: 633 van 2024 en 494 van 2025

Uitspraak van: 24 april 2026 op tegenspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de strafzaak tegen de verdachte:

[Verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1996 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], [adres 1],

thans gedetineerd in het huis van bewaring in Aruba,

hierna: de verdachte.

1. Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 maart 2026. Op 24 april 2026 is het onderzoek ter terechtzitting gesloten.

Het Gerecht heeft kennis genomen van de vordering en standpunten van de officieren van justitie mrs. A. Vroombout en P.A.J. van der Biezen (hierna enkelvoudig aangeduid als ‘de officier van justitie’), en van wat de verdachte en zijn raadsman, mr. D.G. Illes, advocaat in Aruba, naar voren hebben gebracht.

Parketnummer P-2023/00275 (onderzoek Copa Cabana)

De benadeelde partij [slachtoffer 1], bijgestaan door haar gemachtigde mr. N.S. Gravenstijn, heeft zich gevoegd in het strafproces met een vordering tot schadevergoeding.

Parketnummer P-2025/01443 (onderzoek Arcune)

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft zich gevoegd in het strafproces met een vordering tot schadevergoeding.

2. Tenlastelegging

Na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting, is, zakelijk weergegeven, aan de verdachte ten laste gelegd dat:

Parketnummer P-2023/00275 (onderzoek Copa Cabana)

hij in de periode van 1 januari 2015 tot en met 24 juni 2025 [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] heeft belaagd (gestalkt). Subsidiair is dit ten laste gelegd als dwang en meer subsidiair als poging dwang. Tevens is hacking in dezelfde periode ten laste gelegd.

Parketnummer P-2025/01443 (onderzoek Arcune)

hij in de periode van 11 juni 2019 tot en met 15 juni 2019 [slachtoffer 2] in Curaçao heeft verkracht. Subsidiair is dit ten laste gelegd als dwingen tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen (aanranding van de eerbaarheid).

De volledige tenlasteleggingen in beide parketnummers zijn na te lezen in de bijlage bij dit vonnis.

3. Inleiding

Deze zaak gaat over verkrachting, hacking en handelingen die zich laten omschrijven als ‘sextortion’.

In december 2022 heeft [slachtoffer 1] aangifte gedaan. In die aangifte vertelt zij, kort gezegd, dat zij door een man was gehackt en dat deze man van haar eiste dat zij (naakt)foto’s en video’s met seksuele handelingen aan hem zou opsturen. Zo niet, dan zou hij haar privé-foto’s publiceren. Zij werd al bijna twee jaar door de man lastiggevallen en leed daar zeer onder. Mogelijk dat de dader [verdachte] heette.

Begin 2023 heeft [slachtoffer 3] aangifte gedaan tegen [verdachte]. In de aangifte vertelt zij, kort gezegd, dat zij voor het eerst contact kregen in 2015. Zij was toen 15 jaar. [Verdachte] vroeg haar om naaktfoto’s en -video’s en accepteerde geen ‘nee’. In 2016 is zij door [verdachte] gehackt. [Verdachte] beschikte over privé-foto’s en dreigde die te verspreiden als zij niet nog meer foto’s en filmpjes zou sturen. Dit alles duurde ongeveer acht jaar. [Slachtoffer 3] heeft hier zeer onder geleden en heeft geprobeerd zelfmoord te plegen.

In september 2024 heeft [slachtoffer 2] aangifte gedaan van verkrachting door [verdachte]. Zij verklaart dat zij [verdachte] in 2017 heeft leren kennen. In het begin waren de gesprekken vriendelijk, maar op een gegeven moment liet [verdachte] weten dat hij beschikte over naaktfoto’s van haar zus. Hij dreigde deze foto’s te publiceren als [slachtoffer 2] hem geen naaktfoto’s van zichzelf zou sturen. [Slachtoffer 2] was zo bang, dat zij dat heeft gedaan. In 2019 is het gekomen tot een persoonlijke ontmoeting en hierbij is zij door [verdachte] verkracht. Ook daarna werd zij nog jarenlang door [verdachte] lastiggevallen.

Verdachte heeft bekend berichten te hebben gestuurd aan [slachtoffer 1], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2]. Hij heeft ontkend dat hij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] heeft gehackt en hij heeft ontkend dat hij [slachtoffer 2] heeft verkracht.

Het Gerecht komt tot de volgende overwegingen en beslissingen.

4. Voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5. Waardering van het bewijs

Parketnummer P-2023/00275 (onderzoek Copa Cabana)

5.1.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 primair ten laste gelegde feit en het onder 2 ten laste gelegde feit.

5.1.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van feit 1 geen bewijsverweren gevoerd. Ten aanzien van feit 2 heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken. Daartoe is aangevoerd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is.

5.1.3 Bewezenverklaring

Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1. primair:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 24 juni 2025 in Aruba en/of Nederland wederrechtelijk en opzettelijk stelselmatig inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3], immers heeft verdachte toen en aldaar die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] meermalen althans eenmaal telkens opzettelijk onder de aliassen [alias 1], [alias 2], [alias 3], [alias 4] en/of [alias 5], althans (aanvankelijk) onder een of meer schuilnamen, en/of middels een of meer emailadressen,

- langdurig en vele berichten gestuurd,

- vele malen benaderd met het verzoek om hem naaktfoto's en video's te sturen,

- ( porno)video's verzonden,

- seksueel getinte berichten gestuurd,

- berichten verzonden dat hij hun lichaam wilde zien voor geld, en/of

- gedreigd foto's van hen op social media te plaatsen

en/of

- ( naakt)foto's en/of berichten op internet geplaatst van die [slachtoffer 1] en/of

- ( naakt)foto's van die [slachtoffer 1] naar derden gestuurd en/of

- berichten gestuurd naar de werkgever en/of collega's en/of zakelijke relaties waarin die [slachtoffer 1] wordt beticht van wangedrag en/of waarin een of meer naaktfoto's van die [slachtoffer 1]

zijn opgenomen/verstuurd en/of

- berichten gestuurd naar de partner van die [slachtoffer 1] en/of

- profielen aangemaakt op Instagram en/of Imagefap als ware die profielen van [slachtoffer 1] en/of

- een whatsapp-bericht gestuurd naar de moeder van [slachtoffer 1];

2:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 11 januari 2023 in Aruba en/of Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk de toegang heeft verschaft in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten de computer en/of telefoon van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3], door het doorbreken van een beveiliging en/of door een technische ingreep, en eenmaal in dat geautomatiseerd werk, daarin opgeslagen gegevens en/of gegevens die worden verwerkt of overgedragen door dit geautomatiseerd werk, te weten (naakt)foto's van die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 3], voor zichzelf of een ander heeft overgenomen, afgetapt of opgenomen.

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken.

5.1.4 Bewijsmiddelen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat.

Feit 1

Nu de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit grotendeels heeft bekend en er ter terechtzitting geen vrijspraak is bepleit, volstaat het Gerecht met een opsomming van de bewijsmiddelen:

Feit 2

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit, geldt het volgende.

Uit het dossier blijkt dat verdachte beschikte over hackmateriaal van aangeefsters [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1]. Verdachte heeft dat ook bekend, maar hij heeft steeds ontkend dat hij zelf de hacker is geweest.

Ten aanzien van aangeefster [slachtoffer 1] geldt dat het dossier geen informatie bevat over de wijze waarop verdachte het hackmateriaal heeft verkregen. Dat betekent dat het ten laste gelegde voor dit deel niet wettig en overtuigend kan worden bewezen, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van aangeefster [slachtoffer 3] ligt dat anders. In haar klachten van 11 januari 2023 en 6 februari 2023 (bewijsmiddelen 2 en 3 hierboven) heeft zij gesteld dat haar telefoon door verdachte is gehackt en hij een virus heeft geplaatst. Dit wordt bevestigd door een screenshot van een bericht van 4 april 2016, afkomstig van het account [alias 2]. Hierin staat: “A virus was put in your phone by me (…)” en “I wanted to remove the spyware but you won’t let me, you can’t yourself and I might leave it since you’re selfish. It slowly collects most information (…).” Uit het onderzoek aan de telefoon van verdachte (bewijsmiddel 6 hierboven) blijkt dat het account [alias 2] op zijn telefoon is aangetroffen. Op grond hiervan oordeelt het Gerecht dat het verdachte is geweest die zich toegang heeft verschaft tot de gegevens op de telefoon van aangeefster [slachtoffer 3] en die gegevens heeft overgenomen, afgetapt of opgenomen. Het Gerecht oordeelt dan ook dat het hacken van [slachtoffer 3] wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Parketnummer P-2025/01443 (onderzoek Arcune)

5.2.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit.

5.2.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van hetgeen primair en subsidiair ten laste is gelegd, wegens onvoldoende wettig en overtuigend (steun)bewijs.

5.2.3 Bewezenverklaring

Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande:

primair:

dat hij in of omstreeks de periode van 11 juni 2019 tot en met 15 juni 2019 in Curaçao door geweld of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2], hebbende hij, verdachte,

en welk geweld of die andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of die andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat hij, verdachte,

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken.

Omwille van de leesbaarheid zijn wijzigingen aangebracht in de bewezenverklaring (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5.2.4 Bewijsmiddelen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat. De inhoud van de bewijsmiddelen is telkens zakelijk weergegeven.

1. De verklaring van de verdachte, op 20 maart 2026 afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting, voor zover inhoudende:

Toen ik op Curaçao was, waren [slachtoffer 2] en ik vier dagen samen. Het klopt dat [slachtoffer 2] en ik seks hebben gehad. Zij begon luidruchtig te huilen. Ik deed een vinger voor haar mond om haar stil te houden. Zij had toen ook gebloed. Het whatsapp bericht dat vanuit de telefoon van [familielid] is verstuurd, is door mij verstuurd.

2. Een proces-verbaal aangifte d.d. 7 september 2024, bijlage 1 van het dossier, voor zover inhoudende, als verklaring van de aangever [slachtoffer 2]:

We hebben op 15 juni 2019 afgesproken in een Airbnb op de [adres 2] in Curaçao. Hier ben ik door [verdachte] verkracht, en van deze verkrachting ga ik op een later tijdstip aangifte doen.

Op 14 januari 2020 heb ik een gesprek met [verdachte] opgenomen, waarin hij opgewonden is en zegt dat hij mij langer had moeten verkrachten en naar Kooiman had moeten gaan voor tape. Ook zei hij dat ik, ondanks dat ik nee had gezegd, het achteraf gewoon leuk zou vinden. Tijdens dit gesprek heeft [verdachte] de verkrachting toegegeven.

Op 14 februari 2021 heb ik een gesprek opgenomen waarin [verdachte] ook toegeeft mij verkracht te hebben.

3. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 22 september 2024, bijlage 3 van het dossier, voor zover inhoudende, als verklaring van de aangever [slachtoffer 2]:

Waar doe jij aangifte van?

-Verkrachting.

Waar heeft dit plaatsgevonden?

-Op Curaçao in [locatie]. In een appartement die verhuurd werd voor vakantiegangers en het was aan de [adres 2].

Wanneer heeft dit plaatsgevonden?

-15 juni 2019.

Tegen wie doe jij aangifte?

-[Verdachte]

Graag horen wij nu wat je ons allemaal kan vertellen over die dag.

-[Verdachte] wilde mij graag zien. Dit was dus in 2019 en ik was toen [leeftijd] oud. Hij stuurde mij een adres door waar ik naartoe moest komen. Ik ben zelf naar [verdachte] gelopen, naar het appartement. Het was heel dicht bij mijn huis. Ik herinner mij dat er een poort was met bloemetjes.

Toen wij terugkwamen van het strand ging ik douchen. Hij wilde mij toen eerst scheren. Ik voelde mij daar heel oncomfortabel bij. Ik wilde het niet maar ik kon geen nee zeggen. Dat heb ik ook niet gedaan. Hij scheerde mijn schaamhaar. Hij deed dit met een tondeuse. Hij heeft mij op de grond laten liggen voor het bed op de grond. Hij had een handdoek voor mij op de grond gelegd waar ik op moest liggen. Daarna ben ik volgens mij gaan douchen. Vanuit de kamer kan je naar de douche gaan. Ik kan mij dit nog goed herinneren omdat ik het geplak nog voelde op mijn lichaam van het zwemmen.

Ik weet nog dat hij orale seks wilde. Ik lag toen op het bed met mijn hoofd achterover. Hij was over mijn hoofd heengestapt. Hij wilde zijn geslachtsdeel in mijn mond stoppen. Ik herinner mij nog heel goed de zweetlucht, de geur, heel veel haar bij zijn geslachtsdeel en ook in mijn mond wat ik mij kan herinneren.

Is zijn geslachtsdeel in jouw mond geweest?

-Ja, en ik weet nog dat zijn penis slap was.

En wat gebeurt er nadat zijn geslachtsdeel in jouw mond was geweest?

-Ik lag op het bed. Ik lag dwars op het bed. [Verdachte] stond voor mij. Ik weet dat hij toen probeerde om zijn geslachtsdeel in mij te zetten. Hij deed mijn benen steeds open. En ik deed mijn benen steeds dicht. Ik zei ook: "nee! ik wil het niet”. Mijn lichaam begon te trillen. Hij bleef mijn benen open duwen. Hij zei: "doe niet zo moeilijk. Het is zo voorbij, laat mij erin. Ik ga je geen pijn doen." Op een gegeven moment voelde ik heel veel pijn bij mijn vagina. Ik voelde zijn zware lijf/gewicht op mij drukken. Ik voelde druk op mijn beide polsen. Ik voelde veel pijn. Ik heb heel hard "nee" en "Ik wil dit niet” geschreeuwd en gehuild. Zijn geslachtsdeel werd harder toen ik schreeuwde en moest huilen. Hij zei dat ik stil moest zijn. Hij heeft ook zijn hand op mijn mond geduwd. Hij was bang dat de vrouw, de verhuurster mij zou horen. Zij woonde zelf naast het appartement.

Ik heb nog een beeld van zijn gezicht toen hij naar mij keek. Het leek wel een monster. Ik zag geen mens. Hij ging gewoon door. Hij ging door met bewegen. Ik voelde heel veel druk op mijn lichaam. Ik heb geprobeerd hem van mij af te duwen. Ik heb niet gevochten, dat lukte mij niet. Ik heb geprobeerd mij eruit te halen en toen voelde ik helemaal niks meer. Ik kon hem niet meer aankijken, ik weet dat ik mijn ogen dicht deed of naar het plafond keek. Ik weet nog dat het plafond heen en weer ging doordat ik bewoog door hem. Ik voelde toen hij bezig was een warme gloed tussen mijn benen. Dit bleek achteraf mijn bloed te zijn. Het was voor mij de eerste keer dat ik seks had. Hij heeft mij erna afgeveegd met een handdoek omdat ik bloedde. Hierna draaide ik mij om en hield ik mijzelf stevig vast door mijn armen om mij heen te slaan en krulde ik mij op als een baby. Ik ben toen in slaap gevallen. Ik had het gevoel dat het voorbij was. Ik voelde opluchting. Ik voelde mij ook heel erg alleen.

Wat was de consequentie van die druk op polsen?

-Ja, hij lag ook met heel zijn gewicht op mij. Ik kon daardoor niet weg.

Je zegt ik voelde toen hij bezig was een warme gloed tussen mijn benen. Wat bedoel je met toen [verdachte] bezig was. Wat deed hij precies?

-Toen zijn geslachtsdeel in mijn vagina was. Hij had seks met mij en dan gaat hij erin en eruit. Dat is de beweging die hij dan maakte.

Hoe kon jij het appartement verlaten als jij dit wilde?

-Naar de sleutel zoeken maar die was bij hem. En je had de poort die op slot zat. Daar was ook een sleutel voor nodig.

In hoeverre heb je hierover nagedacht? ten tijde van de verkrachting of ervoor/erna? -Jawel over nagedacht maar ik had niet de kracht. En zeker toen ik de fysieke druk voelde van hem kon ik niet van hem wegkomen. Ik had nee gezegd, ik heb geschreeuwd en gehuild, maar hij luisterde niet. Ik was ook bang dat als ik nog meer zou pushen dat hij gewelddadig zou worden.

Waar bleek dat uit. Dat hij gewelddadig kon worden?

-Uit alles wat er voor is gebeurd online. Hij heeft mij dingen laten doen waarbij ik mijzelf moest pijnigen en nu lag ik zo voor hem. Dus ja wat zou hem hebben tegen gehouden om mij nog meer pijn te doen.

4. Proces-verbaal van bevinding d.d. 16 oktober 2024, bijlage 4 van het dossier, voor zover inhoudende, als relaas van de verbalisant:

Tijdens het opnemen van de aangifte had [slachtoffer 2] een USB-stick bij zich waarop zij dit had staan. Deze USB-stick overhandigde zij aan ons en de inhoud hiervan werd door ons veilig gesteld. Toen ik na de aangifte onderzoek deed naar de inhoud van de USB-stick zag ik het volgende staan:

- Bedreiging

- Berichten naar Tiffany

- Bewijs hacking

- Bewijs hacking Snapchat NE

- Bewijs schuld geven

- Bewijs verkrachting

- Emails stalking

- IPad date n.vit. bewijs blackmail

- Losse bestanden op USB stick

- Voice recordings

- WhatsApp Stalking

Onder al deze kopjes tekst zaten screenshots, mails, audiobestanden en/of foto's bijgevoegd m.b.t. de tekst van het kopje waarin deze zaten bijgevoegd. Door mij zijn een aantal van deze screenshots, mails en foto's uitgeprint en gevoegd bij dit proces-verbaal van bevindingen. Zoals hierboven beschreven staat zijn er ook audiobestanden. Twee audiobestanden. Deze audiobestanden zijn middels een tolk RBTV uitgewerkt en de schriftelijk uitgewerkte versie zit ook bij dit proces-verbaal van bevindingen gevoegd.

5. Proces-verbaal bevinding audiobestanden d.d. 31 augustus 2025, bijlage 13 van het dossier, als relaas van de verbalisant:

Tijdens het opnemen van de aangifte had [slachtoffer 2] een USB-stick bij zich. Op de USB-stick werden onder anderen 2 audiobestanden aangetroffen. Een kopie van de uitwerking van beide audiobestanden wordt als bijlage aan dit proces-verbaal gevoegd.

Bijlagen:

14-1-2020

NNvrouw: Je hebt mij soort van verkracht. Je hebt mij pijn gedaan.

Denk aan de pijn die je mij aandeed toen je mij aan het fucking verkrachten was. Wat doe je niet harder?

Je was alleen stijf geworden toen je mij begon fucking te verkrachten. Dat is fucking verdrietig

Je hebt het al gedaan.

Je hebt mijn handen vastgepakt. Ik had je fucking kunnen........

Je hebt mijn handen vastgepakt. Ik had je fucking kunnen.....

Je bent fucking fucking.

NNman: Je verdient het.

NNvrouw: Nee. Niet.

NNman: Ik ga het nog een keer doen.

NNvrouw: Je wilt mij nog een keer verkrachten, ja?

Dat zei je daarnet.

NNman: Ik denk dat je er stiekem van hield.

14-2-2021

S. Hallo

D: Hallo: [Slachtoffer 2]?

S: Ja.

S: Dat wil ik nu weten, oke. Je zult dit niet leuk vinden maar ik ben moe om te bagatelliseren wat er ook was gebeurd. Alsof ik me nog steeds gek voel. Je hebt nooit erkend dat je deed wat je deed. Wat mij maakt voelen alsof ik al die werkelijkheid heb gecreëerd waarin het niet was gebeurd. Maar waarom voel ik deze gevoelens? Waarom droom ik over deze dingen? Het is omdat

D: [Slachtoffer 2], sorry dat ik je onderbreek

S: Maar je hebt het nooit gezegd

D: NTV. Maar ik weet wat ik gedaan heb

S: Je hebt het nooit gezegd

D: Heb ik het ooit ontkend? Ik erken het maar....

S: Ben ik gek? Ja of nee?

D: Je bent niet gek. je was helemaal niet gek. NTV. Wat ik gedaan heb was niet met de intentie om je te kwetsen. Het was niet met opzet. Het was wel gebeurd. En ik weet dat het helemaal slecht is ik weet dat het een trauma is. Het is geen trauma met opzet.

D: NVT. Dat is niet wie ik ben. Ik heb gedaan wat ik heb gedaan. NTV.

S: Maar [verdachte], het feit dat je capabel was om jezelf te duwen en verder te gaan terwijl ik het duidelijk aan jou heb laten zien dat ik het niet wilde, dat is het probleem. Het feit dat je capabel was om zoiets te doen.

D: NTV. Ik ben niet de persoon die je denkt dat ik ben. Ik ben anders. Ik probeer je niet te overtuigen. Ik zal je foto's verwijderen. Ik heb gedaan wat ik gedaan heb. Ik heb je gekwetst. Ik heb je gechanteerd. Ik heb je verkracht. Het kan niet ontkend worden.

D: Oke. (diepe zucht). Ik wil je mijn verontschuldiging aanbieden. Sorry voor wat er is gebeurd. Sorry voor wat ik gedaan heb. Zo ben ik niet. Maar ik heb mijzelf ertoe geduwd. Het was gedeeltelijk met opzet maar gedeeltelijk toen ik in die kamer was was het niet met opzet. Dat was gewoon een moment waarop ik mijn NTV (fantasieën) niet de baas was. (…) als het zo ver komt dat je mij naar de gevangenis brengt, het zij zo.

D: het feit dat ik je in bed had. Daar hebben wij het over. Wij praten nu over verkrachting. Maar jij had toen tegen mij gezegd dat ik het niet moest doen. Dan had ik wat rustiger aan moeten doen. Maar op dat moment heb ik het niet gedaan met de bedoeling om…

S: luister. Ik weet dat mensen fantasieën over verkrachting hebben.

D: Je keek naar mij en je weet het toch? Ik heb niet opgelet dat het op dat moment serieus was.

S: ik had nee gezegd. Ik was letterlijk aan het huilen. En ik was nee, nee, nee aan het zeggen. Ik zei: stoppen. Hoe komt dat dat niet genoeg voor jou was?

(…)

D: ja sorry, ik weet wat je bedoelt. Alleen heb ik niet aan dit allemaal gedacht. Het spijt mij.

6. Proces-verbaal bevinding “reisbeweging [verdachte]” d.d. 19 maart 2026, voor zover inhoudende, als relaas van de verbalisant:

De verdachte, [verdachte], had het eiland op 11 juni 2019 omstreeks 14:33 uur verlaten met vlucht [vluchtnummer 1], bestemming Curaçao. Op 15 juni 2019, omstreeks 19:11 uur, keerde de verdachte terug naar Aruba met vlucht [vluchtnummer 2], afkomstig uit Bonaire.

5.2.5 Bewijsoverwegingen

Aan verdachte is een zedendelict ten laste gelegd. Zedenzaken kenmerken zich doorgaans door het feit dat slechts twee personen aanwezig zijn bij de vermeende seksuele handelingen: het veronderstelde slachtoffer en de veronderstelde dader. Ook in de onderhavige zaak is dit het geval. Aangeefster heeft verklaard dat zij is verkracht, verdachte heeft verklaard dat er seks heeft plaatsgevonden, maar dat dit met instemming is gebeurd. Het is dus het woord van de één, tegen het woord van de ander. In de wet is bepaald dat het bewijs dat de verdachte een feit heeft gepleegd niet uitsluitend kan worden aangenomen op basis van één bewijsmiddel, zoals een aangifte. Ook als de verklaring van een aangever betrouwbaar wordt geacht, is die enkele verklaring onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen. De verklaring moet in ieder geval ondersteund worden door één bewijsmiddel uit een andere bron. Naast de aangifte is er dus steunbewijs nodig. Dat ondersteunend bewijsmateriaal mag niet in een te ver verwijderd verband staan met de verklaring van de aangever.

Het Gerecht moet eerst beoordelen of de verklaringen van aangeefster als betrouwbaar moeten worden aangemerkt en voor het bewijs kunnen worden gebruikt. Naar het oordeel van het Gerecht is dat het geval. Zij heeft op consistente en gedetailleerde wijze verklaard over de ontmoeting met verdachte, de plaats waar de verkrachting heeft plaatsgevonden en de handelingen die verdachte daarbij heeft verricht. Haar verklaringen zijn concreet en bevatten gedetailleerde omschrijvingen van zintuiglijke waarnemingen, zoals van het schaamhaar van verdachte en de geur die zij zich daarbij herinnert. Dit draagt bij aan de authenticiteit daarvan. Datzelfde geldt voor haar omschrijving van hoe zij zich voelde, de druk op haar lichaam en de wijze waarop het plafond heen en weer leek te bewegen. Op grond hiervan komt het Gerecht tot de conclusie dat de verklaring van aangeefster betrouwbaar is en kan worden gebruikt voor het bewijs.

Vervolgens is de vraag of er steunbewijs is voor de verklaringen van aangeefster. Naar het oordeel van het Gerecht is dat steunbewijs er, voornamelijk in de vorm van de uitgewerkte audiobestanden. Deze gesprekken worden gevoerd door aangeefster en een persoon die consequent aangesproken wordt met [verdachte], de voornaam van verdachte. De inhoud van deze gesprekken komt overeen met de verklaringen van aangeefster (en die van verdachte voor zover het erover gaat dat seks heeft plaatsgevonden).

Door verdachte is gesteld dat de audio-bestanden niet authentiek zijn (‘gescript’). Aangeefster zou verdachte de mond hebben willen snoeren, omdat zij bang zou zijn dat verdachte, toen hij was aangehouden in de zaken rond [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1], bij de politie zou verraden dat zij (samen met verdachte) deel uitmaakte van een hackersgroep. Om haar verklaringen kracht bij te zetten, zou zij ook contact hebben opgenomen met aangeefster [slachtoffer 1], aldus verdachte.

Dit alternatieve scenario van verdachte is om meerdere redenen niet aannemelijk geworden. In de eerste plaats is het zo dat verdachte in de zaken rond [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] begin 2023 door de politie is aangehouden. In het scenario van verdachte zou dat het moment zijn waarop [slachtoffer 2] bang werd dat zij zou worden verraden. Maar de aangifte van [slachtoffer 2] is van september 2024, ruim anderhalf jaar later. Het valt in het scenario van verdachte niet in te zien waarom zij nog anderhalf jaar zou hebben gewacht met haar aangifte. In de tweede plaats blijkt uit het dossier dat [slachtoffer 2] op 27 januari 2022 heeft geprobeerd contact op te nemen met aangeefster [slachtoffer 1]. Dat was dus ongeveer een jaar vóór de aanhouding van verdachte in de zaken van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3]. Ook dit is niet logisch in het scenario van verdachte. Ten derde is op geen enkele manier gebleken van betrokkenheid van aangeefster [slachtoffer 2] bij een hackgroepering. Het alternatieve scenario van verdachte wordt dus verworpen.

De verdediging heeft ter terechtzitting nog aangevoerd dat de audio-opnames niet voor het bewijs gebruikt kunnen worden, omdat de stem van verdachte niet herkend kan worden en de authenticiteit van de opnames niet vastgesteld is. Het Gerecht gaat ook aan dit verweer voorbij. Weliswaar is een stemherkenning niet mogelijk gebleken, maar aangeefster zegt dat de mannelijke persoon in het gesprek verdachte is, deze mannelijke persoon wordt ook aangesproken met [verdachte] [verdachte], en de inhoud past bij de verklaringen van aangeefster en (deels) van verdachte. Omdat er verder geen indicatie is dat het gesprek niet authentiek zou zijn (zie de verwerping van het alternatieve scenario van verdachte), wordt ook dit verweer verworpen.

Het Gerecht acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich in de periode tussen 11 en 15 juni 2019 schuldig heeft gemaakt aan verkrachting van aangeefster.

6. De kwalificatie en de strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Parketnummer P-2023/00275 (onderzoek Copa Cabana)

Feit 1, primair: belaging, meermaals gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 2:257 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

Feit 2: hacking,

strafbaar gesteld bij artikel 2:69 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

Parketnummer P-2025/01443 (onderzoek Arcune)

Feit 1, primair: verkrachting,

strafbaar gesteld bij artikel 2:197 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.

7. De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is dan ook strafbaar.

8. Oplegging van de straf

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde wordt veroordeeld tot primair een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar, met aftrek van voorarrest, subsidiair een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar, waarvan een deel voorwaardelijk, met een proeftijd van minimaal 3 jaren en maximaal 10 jaren, met aftrek van voorarrest. De officier van justitie voert daartoe aan dat, gelet op de deskundigenrapporten, in dit geval ernstig rekening moet worden gehouden met de kans dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan, dat gericht is tegen, of gevaar veroorzaakt voor, de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van de strafmaat verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en dat sprake is van schending van zijn recht op berechting binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM. Verder heeft de verdediging aangevoerd dat de gedragingen van verdachte voortvloeien uit zijn Autisme Spectrum Stoornis en depressie en dat deze hem daarom in verminderde mate kunnen worden toegerekend. Daarnaast is betoogd dat oplegging van een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf schadelijk en contraproductief is, zodat een deels voorwaardelijke straf, gecombineerd met behandeling, meer aangewezen is. Verdachte heeft zich bereid verklaard een dergelijke behandeling te ondergaan.

Het oordeel van het Gerecht

Bij het bepalen van de straf heeft het Gerecht rekening gehouden met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Het Gerecht heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van de verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft jarenlang systematisch de slachtoffers [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] belaagd en heeft slachtoffer [slachtoffer 2] verkracht. De handelingen van verdachte kunnen worden omschreven als ‘sextortion’: verdachte beschikte over naaktbeelden van (familie van) zijn slachtoffers. Door te dreigen met publicatie van de naaktbeelden, probeerde verdachte meer van dergelijke beelden van de slachtoffers te verkrijgen of hen aan te zetten tot het verrichten van seksuele handelingen en daarvan opnames te maken. Ten aanzien van slachtoffer [slachtoffer 3] is ook bewezen dat verdachte de hacker was. Het is niet gebleven bij hacking en belaging; verdachte heeft slachtoffer [slachtoffer 2] verkracht. Overigens heeft slachtoffer [slachtoffer 2] in haar aangifte tegen verdachte ook gesproken over sextortion op een wijze die sterk lijkt op datgene wat [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] is overkomen. Maar stalking van [slachtoffer 2] is niet ten laste gelegd, zodat het Gerecht daar niet over kan oordelen.

Door zijn handelen heeft de verdachte bij zijn slachtoffers langdurige angst en psychisch leed veroorzaakt. Dat het handelen van verdachte vandaag de dag nog substantiële gevolgen heeft voor slachtoffers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] volgt uit de ter terechtzitting afgelegde en indringende slachtofferverklaringen.

Verdachte heeft drie jonge vrouwen ernstig beschadigd. Zij ondervinden hier nog altijd last van bij hun studie, werk en hun vertrouwen in andere mensen. Vanwege de ernst van de feiten en vanuit een oogpunt van normhandhaving en generale preventie is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf noodzakelijk. Het moet voor iedereen duidelijk zijn dat streng wordt opgetreden tegen dit soort delicten.

De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie gaan bij verkrachting uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie jaar. Voor belaging en hacking bestaan geen oriëntatiepunten, maar het Gerecht zal bij het bepalen van de straf rekening houden met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd.

Persoon van verdachte

Het Gerecht heeft kennis genomen van een uittreksel justitiële documentatie betreffende de verdachte van 16 januari 2026, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

Ten aanzien van verdachte is op 15 december 2025 een psychiatrisch rapport uitgebracht. De psychiater rapporteert – samengevat – het volgende.

De betrokkene vertoont een gemiddeld risico op seksuele recidive en een matig tot hoog risico op voortzetting van stalkingsgedrag en fysiek geweld. Hij heeft een autismespectrumstoornis en een aanpassingsstoornis met depressie en angst, in combinatie met onaangepast gedrag. Deze stoornissen waren ook aanwezig ten tijde van de gepleegde feiten en hebben zijn gedragskeuzes mede beïnvloed. Door zijn autismespectrumstoornis is hij beperkt in het aangaan van intieme relaties, maar hij kan het wederrechtelijke van zijn gedrag begrijpen. Betrokkene heeft nauwelijks openheid gegeven over zijn seksualiteit. Als het ten laste gelegde bewezen wordt geacht, wordt geadviseerd de feiten in enigszins verminderde mate aan hem toe te rekenen. Het advies is om hem een ambulante behandeling op te leggen als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel, onder toezicht van de reclassering. De behandeling richt zich op het gezond aangaan van sociale contacten, het reguleren van seksuele verlangens, het versterken van assertiviteit en het structureren van een zinvolle daginvulling, inclusief monitoring van zijn online gedrag. Gezien zijn motivatie en de geschrokken reactie op detentie is een tbs-maatregel momenteel niet geïndiceerd.

Ten aanzien van verdachte is op 27 december 2025 een psychologisch rapport uitgebracht. De psycholoog rapporteert – samengevat – het volgende.

Indien het zedendelict bewezen wordt verklaard, kan ervan worden uitgegaan dat sprake is van een berekenend en manipulatief sociaal incompetente predator. Zonder begeleiding en behandeling wordt het risico op het opnieuw plegen van delicten als matig tot hoog ingeschat. Dit geldt zowel voor online als hands-on delicten. Op basis van het onderzoek wordt ingeschat dat reclasseringstoezicht, gezien het geringe strafblad, het beperkte maar pro-sociale netwerk en de intelligentie van betrokkene, voldoende is om het recidiverisico laag te houden. Wel wordt een behandeling met een sterk forensisch karakter noodzakelijk geacht, gericht op het verminderen van risicofactoren en de behandeling van zijn depressieve stoornis. De behandeling dient zich te richten op psycho-educatie (autisme en depressie), sociale en emotionele vaardigheden, seksualiteit en relaties, het herkennen en aangeven van grenzen en het realiseren van een passende dagbesteding. Geadviseerd wordt betrokkene aan te melden bij het FACT-team van Respaldo, dat op maat gemaakte begeleiding biedt, gericht op herstel, functioneren en participatie, met inzet van forensische specialisten. Aandachtspunten binnen de behandeling zijn het monitoren van zijn online gedrag en zijn moeite met het bespreken van emoties en seksualiteit. Daarom dient de begeleiding zich in eerste instantie te richten op het verbeteren van sociale contacten, zelfbeeld, assertiviteit, omgang met seksualiteit en het ontwikkelen van een passende dagbesteding. Geadviseerd wordt verdachte enigszins verminderd toerekeningsvatbaar te beoordelen.

Het Gerecht neemt de voornoemde adviezen van de deskundigen om het delict in enigszins verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen over.

Ter terechtzitting zijn de psycholoog en de psychiater nader gehoord over hun adviezen. Desgevraagd hebben zij verklaard het vertrouwen te hebben dat het recidiverisico door middel van ambulante behandeling tot een aanvaardbaar niveau kan worden teruggebracht. Weliswaar heeft verdachte zich eerder niet aan schorsingsvoorwaarden gehouden, maar destijds werd hij enkel behandeld voor zijn depressie en niet (ook) voor zijn stoornis en andere risico-factoren, zoals het onvermogen om op een gezonde manier een relatie te krijgen en te onderhouden. Ambulante behandeling verdient de voorkeur boven klinische behandeling, omdat de problematiek van verdachte juist vraagt om interactie met anderen. Die interactie is in een klinische setting minder aanwezig. Voor een ambulante behandeling moet een periode van jaren worden uitgetrokken, minimaal 2 tot 3 jaren, aldus de deskundigen.

Ter terechtzitting heeft de reclassering zich achter deze adviezen geschaard en bevestigd dat de geadviseerde behandeling aan verdachte geboden kan worden.

Oplegging straf

Op grond van de voorgaande overwegingen, is het Gerecht van oordeel dat de strafrechtelijke gevolgen voor verdachte enerzijds moeten bestaan uit een langdurige gevangenisstraf en anderzijds uit behandeling. Het is belangrijk dat verdachte voor zijn problematiek behandeld wordt. Voor verdachte zelf, maar ook voor de samenleving. Voorkomen moet worden dat hij nieuwe slachtoffers zal maken.

Behandeling in een strafrechtelijk kader kan bewerkstelligd worden door het opleggen van bijzondere voorwaarden of door middel van oplegging van een tbs-maatregel, eventueel met voorwaarden. Gelet op de aard, de ernst en de duur van de bewezenverklaarde feiten, heeft het Gerecht stilgestaan bij de vraag of een tbs-maatregel zou moeten worden opgelegd. Daarbij moet echter onder ogen worden gezien dat de deskundigen dit niet geadviseerd hebben en er in Aruba geen tbs-kliniek is en het daarom de vraag zou zijn of de maatregel überhaupt ten uitvoer zou worden gelegd. De deskundigen hebben geadviseerd om verdachte ambulant te laten behandelen in het kader van een voorwaardelijke straf en daarbij desgevraagd verklaard dat dit advies niet is ingegeven door het feit dat er in Aruba geen tbs-kliniek is. Hun professionele inschatting is dat een ambulante behandeling in een voorwaardelijk strafkader voldoende is. Het Gerecht zal zich hierbij aansluiten. Dit heeft ook gevolgen voor de strafmaat. Gelet op artikel 1:19, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht van Aruba kan een (behandeling bij een) voorwaardelijke straf alleen opgelegd worden als de opgelegde gevangenisstraf niet langer is dan vier jaren. Alhoewel de door de officier van justitie primair gevorderde onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijf jaren op zichzelf te volgen is, gelet op de ernst van de feiten, komt het Gerecht tot een andere strafoplegging, omdat het noodzakelijk wordt geacht dat verdachte op adequate wijze behandeld wordt.

Daarbij merkt het Gerecht het volgende op. Het Openbaar Ministerie heeft er (terecht) op gewezen dat behandeling ook kan plaatsvinden in het kader van voorwaardelijke invrijheidsstelling. De strafeis van het Openbaar Ministerie zou ertoe leiden dat verdachte normaliter na (ongeveer) 40 maanden voorwaardelijk in vrijheid zou worden gesteld en dat er vervolgens een proeftijd van (ongeveer) 20 maanden zou gaan lopen waarbinnen verdachte behandeld zou kunnen worden. Daarna, dus na vijf jaren, zal justitie geen zicht meer op verdachte hebben.

Het Gerecht acht het, gelet op de verklaringen van de deskundigen, van belang dat meer tijd wordt uitgetrokken voor de behandeling van verdachte. Het Gerecht zal daarom, met toepassing van artikel 1:20, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, een lange proeftijd vaststellen. Aan de vereisten daarvoor is voldaan, omdat er zonder adequate behandeling ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan, dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De deskundigen hebben immers verklaard dat hun oordeel omtrent het gevaar voor recidive ook geldt voor ‘hands-on delicten’.

Alles overwegende, zal aan verdachte worden opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van vijf jaren. Als bijzondere voorwaarden zullen gelden dat verdachte meewerkt aan behandeling. Bovendien zal een contactverbod met de slachtoffers gelden.

Op deze wijze blijft verdachte in totaal voor de duur van negen jaren in het vizier van justitie.

Redelijke termijn

Het Gerecht heeft zich ten slotte rekenschap gegeven van de vraag of de berechting van de verdachte heeft plaatsgehad binnen de redelijke termijn in de zin van artikel 6 EVRM.

Als uitgangspunt heeft te gelden dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van een zaak, de invloed van de verdachte en/of haar raadsman op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.

Het Gerecht overweegt met betrekking tot de aanvang van de redelijke termijn en het procesverloop in deze zaak het volgende. De verdachte is in de zaak Copa Cabana (P-2023/00275) op 16 januari 2023 voor het eerst als verdachte gehoord. Op dat moment is de vervolgingstermijn gaan lopen. Het eindvonnis is van 24 april 2026 en aldus niet binnen twee jaar gewezen. Daarvoor zijn geen bijzondere omstandigheden aan te wijzen.

Het Gerecht stelt dan ook vast dat er sprake is van een schending van het recht van de verdachte op berechting binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM. De overschrijding bedraagt ruim een jaar en drie maanden.

In de zaak Arcune (P-2025/01443) is verdachte in juli 2025 voor het eerst als verdachte gehoord. Die zaak is dus wel afgedaan binnen de redelijke termijn.

Bezien in het licht van de ernst van de feiten en de wens om verdachte behandelmogelijkheden te bieden, is het Gerecht ondanks de forse overschrijding van de redelijke termijn in het onderzoek Copa Cabana van oordeel dat in dit geval geen ruimte is voor strafvermindering. Het Gerecht volstaat dan ook met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden en dat daarmee inbreuk is gemaakt op artikel 6 EVRM.

9. Vordering benadeelde partij

Vorderingen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1]

[Slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en een bedrag van Afl. 268.748,16 gevorderd. Dit bedrag bestaat uit materiële schade ad Afl. 183.948,16 en immateriële schade ad Afl. 84.800,00, ten gevolge van het aan verdachte in parketnummer P-2025/01443 ten laste gelegde feit. Tevens wordt aanspraak gemaakt op de wettelijke rente en de proceskosten ten bedrage van Afl. 5.523,32.

[Slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en een bedrag van Afl. 25.790,00 gevorderd. Dit bedrag bestaat uit materiële schade ad Afl. 10.790,00 en immateriële schade ad Afl. 15.000,00, ten gevolge van het aan verdachte in parketnummer P-2023/00275 ten laste gelegde feit. Tevens wordt aanspraak gemaakt op de wettelijke rente en de advocaatkosten ten bedrage van Afl. 2.236,30.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van [slachtoffer 2] toewijsbaar is, met uitzondering van de posten die zien op inkomensderving en vertraging bij het toetreden op de arbeidsmarkt. De gevorderde immateriële kan ook worden toegewezen. Volgens de officier van justitie is de vordering van [slachtoffer 1] in zijn geheel toewijsbaar. De officier van justitie heeft verzocht ten behoeve van beide slachtoffers de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de vordering betwist en daartoe het volgende aangevoerd. Verdachte dient te worden vrijgesproken van verkrachting en hacking, zodat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk zijn in de vorderingen die zien op die feiten. Voor het overige geldt dat de vordering van [slachtoffer 2] onvoldoende is onderbouwd en te complex is om in deze strafzaak te behandelen. Om te kunnen bepalen of sprake is van studievertraging, gemiste kansen op het werk of vertraging in het toetreden tot de arbeidsmarkt, zijn er heel veel factoren die in ogenschouw moeten worden genomen en dat kan niet in deze strafzaak. Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 1] heeft de verdediging zich verder gerefereerd aan het oordeel van het Gerecht.

Het oordeel van het Gerecht

[Slachtoffer 2]

Het Gerecht stelt vast dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde rechtstreekse schade heeft geleden en dat (een gedeelte van) de gevorderde schade voor vergoeding in aanmerking komt. Hieronder legt het Gerecht per schadepost uit tot welk oordeel het komt.

Zorgkosten 2022 t/m 2025

De benadeelde partij heeft aanspraak gemaakt op zorgkosten. Zij is daarvoor in Nederland verzekerd, maar heeft eigen risico moeten betalen. Voor de periode van 2022 tot en met 2025 is daarom het eigen risico gevorderd. Het Gerecht zal het betaalde eigen risico als schade toewijzen voor zover het ziet op GGZ-consulten. Voor andere posten is niet direct duidelijk of sprake is van een causaal verband tussen het bewezenverklaarde en de opgevoerde schade (bijvoorbeeld bepaalde medicatie en laboratoriumonderzoeken). Nader onderzoek hiernaar zou een onevenredige belasting voor het strafproces opleveren. Het toe te wijzen bedrag komt dan uit op € 1.313,88. Naar de huidige wisselkoers is dat Afl. 2.778,82.

Zorgkosten 2026

Voor de gevorderde zorgkosten van 2026 geldt dat sprake is van toekomstige schade. Het Gerecht is van oordeel dat op dit moment onvoldoende duidelijk is welke zorgkosten zullen worden gemaakt die in rechtstreeks verband staan met de verkrachting. De vaststelling daarvan zou een onevenredige belasting voor het strafproces opleveren. Het Gerecht zal de benadeelde partij met betrekking tot deze schadepost dan ook niet-ontvankelijk verklaren.

Inkomensderving

De benadeelde partij heeft gesteld dat zij arbeidsongeschikt is als gevolg van haar psychische klachten die voortkomen uit het delict en dat zij hierdoor een werkurenverhoging is misgelopen. Dit deel van de vordering is onderbouwd met loonstroken. Naar het oordeel van het Gerecht is de onderbouwing echter onvoldoende. Zo bevatten de loonstroken geen informatie over de (on)mogelijkheden om meer uren te gaan werken. Ook hiervoor geldt dat nader onderzoek een onevenredige belasting voor het strafproces opleveren. Het Gerecht zal de benadeelde partij met betrekking tot deze schadepost dan ook niet-ontvankelijk verklaren.

Studievertraging, collegegeld en vertraging toetreding arbeidsmarkt

De benadeelde partij heeft gesteld dat zij 7 maanden studievertraging heeft opgelopen. Alhoewel invoelbaar is dat het bewezenverklaarde heeft geleid tot studievertraging, is dit niet onderbouwd. Dat betekent dat voor alle posten die hiermee samenhangen op dit moment onvoldoende grondslag bestaat. Nader onderzoek is vereist, maar dat zou een onevenredige belasting voor het strafproces opleveren. Dus ook voor deze posten zal het Gerecht de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren.

Immateriële schade

De benadeelde partij is op 17-jarige leeftijd slachtoffer geworden van een verkrachting. Door de benadeelde partij is gesteld dat zij als gevolg hiervan kampt met somberheid, arbeidsongeschiktheid en suïcidale gedachtes. Zij is hiervoor in therapie. Gelet hierop en op de hiervoor omschreven aard en ernst van de normschending, en de gevolgen daarvan, is het Gerecht van oordeel dat sprake is van een aantasting in de persoon. De benadeelde partij komt dan ook in aanmerking voor een vergoeding van immateriële schade. Het Gerecht begroot de immateriële schade naar billijkheid op een bedrag van Afl. 15.000,00. De rechtbank heeft daarbij gelet op beslissingen in soortgelijke zaken. Dit is aanzienlijk lager dan gevorderd, maar de vordering ziet (deels) ook op de gevolgen die het slachtoffer heeft ondervonden van de ‘sextortion’, terwijl dat in deze zaak niet voorligt. De mogelijkheid bestaat om dit aan de burgerlijke rechter voor te leggen.

Het toegewezen bedrag van Afl. 17.778,82 (Afl. 15.000,00 plus Afl. 2.778,82) zal worden vermeerderd met de wettelijke rente.

Als extra waarborg voor betaling zal het Gerecht ten behoeve van [slachtoffer 2] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan het Land van het bedrag van Afl. 17.778,82, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 juni 2019 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal een vervangende hechtenis gelden van 60 dagen. De betaling die is gedaan aan het Land wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die [slachtoffer 2] heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Met betrekking tot de hoogte daarvan overweegt het Gerecht het volgende. Kosten van rechtsbijstand komen in aanmerking voor vergoeding op grond van artikel 404 van het Wetboek van Strafvordering. Een redelijke uitleg van artikel 404 Sv brengt mee dat bij de begroting van deze kosten dezelfde maatstaf wordt gehanteerd als in civiele procedures. De benadeelde partij heeft een volledige vergoeding van advocaatkosten gevorderd. Daarvoor is slechts in uitzonderingsgevallen plaats. Dat een dergelijke uitzondering zich hier voordoet, is niet gesteld en ook niet gebleken. Het Gerecht zal daarom aansluiting zoeken bij het liquidatietarief in civiele zaken. Bij een toegewezen vergoeding met een hoofdsom tussen Afl. 10.000,00 en 25.000,00 wordt Afl. 1.000,00 per punt als salaris toegekend. De benadeelde partij komt in dit verband 1 punt toe voor het indienen van de vordering. De proceskosten worden dan ook begroot op Afl. 1.000,00.

[Slachtoffer 1]

Het Gerecht stelt vast dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde rechtstreekse schade heeft geleden en de gevorderde schade deels voor vergoeding in aanmerking komt. Dat geldt echter niet voor de kosten van studievertraging en de bloedtesten. Alhoewel invoelbaar is dat het bewezenverklaarde heeft geleid tot studievertraging, is dit niet onderbouwd, anders dan door een opmerking van haar behandelaar. Er is geen informatie van de studie-instelling. Nader onderzoek is vereist, maar dat zou een onevenredige belasting voor het strafproces opleveren. Ten aanzien van de bloedtesten geldt dat niet is toegelicht en onderbouwd dat hiervoor een causaal verband bestaat met het bewezenverklaarde. De gevorderde kosten voor behandeling van Afl. 2.450,00 komen wel voor vergoeding in aanmerking.

Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade geldt dat de benadeelde partij gedurende een lange periode slachtoffer is geweest van sextortion. Zij heeft gesteld dat zij hierdoor aanhoudende psychische klachten heeft ontwikkeld en daarvoor in therapie is. Dat is onderbouwd met een brief van haar behandelaar en facturen van de behandeling. In de brief wordt opgemerkt dat sprake is van PTSS en een angststoornis. Gelet hierop, is het Gerecht van oordeel dat sprake is van een aantasting in de persoon. De benadeelde partij komt dan ook in aanmerking voor een vergoeding van immateriële schade. Het Gerecht begroot de immateriële schade naar billijkheid op een bedrag van Afl. 15.000,00. De rechtbank heeft daarbij gelet op beslissingen in soortgelijke zaken.

Het toegewezen bedrag van in totaal Afl. 17.450,00 (Afl. 2.450,00 plus Afl. 15.000,00) zal worden vermeerderd met de wettelijke rente.

Als extra waarborg voor betaling zal het Gerecht ten behoeve van [slachtoffer 1] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan het Land van het bedrag van Afl. 17.450,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 juni 2025 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal een vervangende hechtenis gelden van 55 dagen. De betaling die is gedaan aan het Land wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die [slachtoffer 1] heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Met betrekking tot de hoogte daarvan overweegt het Gerecht het volgende. Kosten van rechtsbijstand komen in aanmerking voor vergoeding op grond van artikel 404 van het Wetboek van Strafvordering. Een redelijke uitleg van artikel 404 Sv brengt mee dat bij de begroting van deze kosten dezelfde maatstaf wordt gehanteerd als in civiele procedures. De benadeelde partij heeft een volledige vergoeding van advocaatkosten gevorderd. Daarvoor is slechts in uitzonderingsgevallen plaats. Dat een dergelijke uitzondering zich hier voordoet, is niet gesteld en ook niet gebleken. Het Gerecht zal daarom aansluiting zoeken bij het liquidatietarief in civiele zaken. Bij een toegewezen vergoeding met een hoofdsom tussen Afl. 10.000,00 en 25.000,00 wordt Afl. 1.000,00 per punt als salaris toegekend. De benadeelde partij komt in dit verband 1 punt toe voor het indienen van de vordering en 1 punt voor de aanwezigheid en toelichting op zitting. De proceskosten worden dan ook begroot op Afl. 2.000,00.

10. Het beslag

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven gegevensdragers gevorderd dat deze zullen worden onttrokken aan het verkeer. Ten aanzien van de roze Samsung Galaxy A71 telefoon heeft de officier van justitie gevorderd dat deze verbeurd zal worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich aangesloten bij de officier van justitie.

Het oordeel van het gerecht

Het Gerecht verklaart verbeurd de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven roze Samsung Galaxy A71 telefoon. Dit voorwerp is vatbaar voor verbeurdverklaring, immers behoort het toe aan de verdachte en is het een voorwerp met behulp waarvan het bewezenverklaarde is begaan of voorbereid.

Het Gerecht gelast de teruggave aan de rechthebbende van de volgende inbeslaggenomen voorwerpen, nu zich hiertegen geen strafvorderlijk belang verzet:

B01 -zwarte laptop "Dell"

B02 -zwarte laptop "Compac"

B03 -zwarte laptop "Dell"

C01 -zwarte PC "Lenovo" + stroomvoorziening

C02 - zilvere PC "Apple Mac" + stroomvoorziening

C03 -zwarte Pc "Dell"

D01 -zwarte tablet "Asus" + hoesje

D02 -zwarte tablet "Amazon + kaft

E01 - Harde schijf "Western Digital" 320 GB

E02 - Harde schijf "Seagate" 80 GB

E03 - Harde schijf "Kingston" 480 GB

E04 - Harde schijf "Hitachi" 3 GB

E05 - Harde schijf "WD Blue" 500 GB

E06 - Harde schijf "Hitachi"

E07 - Harde schijf "Hitachi"

E08 - Harde schijf "Toshiba" 500 GB

E09 - Harde schijf "Toshiba"

E10 - Harde schijf "Amazon Basic"

F01 - zwarte USB "SanDisk" 128 GB

F02 - witte USB "Kingston" 16 GB

F03 - witte USB "Kingston" 16 GB F04 - zilver USB "Kingston"

F05 - zwarte USB "Micro Center" 32 GB

F06 -zwarte USB "PNY" 16 GB

F07 - zwarte USB "PNY" 16 GB

F08 -zwarte USB zonder merk

F09 -zwarte USB "SanDisk" 1 GB

F10 -zwarte USB "PNY" 64 GB

F11 -zwarte USB "PNY" 16 GB

F12 -zwarte USB "SanDisk" 15 GB

F13 -zwarte USB "PNY" 16 GB

F14 -blauwe USB zonder merk

F15 -gele USB "Kingston" 32 GB

G01 - Microchip "SanDisk" 32 GB

G02 -Microchip "SanDisk"

G03 - Microchip "Samsung" 32 GB

G04 - Microchip "Samsung" 128 GB

G05 -Sport Camara "Aperman" met microchip en houder.

11. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:19, 1:20, 1:21, 1:78 en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

DE BESLISSING

Het Gerecht:

Parketnummer P-2023/00275

- verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;

Parketnummer P-2025/01443

- verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;

Parketnummer P-2023/00275 en parketnummer P-2025/01443

- verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

- kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 48 (achtenveertig) maanden;

- bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte, dan als veroordeelde, zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op 5 (vijf) jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende de proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd:

- stelt als bijzondere voorwaarde(n) dat:

- de veroordeelde zich zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens de Stichting Reclassering Aruba, zulks zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt;

- de veroordeelde voor de duur van de proeftijd, of zoveel korter als zijn behandelaar(s) in overleg met de reclassering wenselijk achten, zal meewerken aan ambulante behandeling, in samenspraak met Respaldo of een soortgelijke instelling, te bepalen door de reclassering;

- de veroordeelde meewerkt aan het vinden en behouden van een passende dagbesteding in de vorm van werk en/of op andere wijze;

- de veroordeelde gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 3] (geboren [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats]), [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats]) en [slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats]);

- geeft de reclassering opdracht de veroordeelde begeleiding te bieden bij en toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden;

- beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

- verklaart verbeurd de in beslag genomen en nog niet teruggegeven roze Samsung Galaxy A71 telefoon, genoemd in rubriek 9;

- gelast de teruggave aan de rechthebbende van de volgende inbeslaggenomen voorwerpen:

- wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 2] geleden schade toe tot een bedrag van Afl. 17.778,82, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 juni 2019 tot aan de dag van de voldoening, en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;

- verklaart [slachtoffer 2] ten aanzien van de meer gevorderde materiële en immateriële schade niet-ontvankelijk en bepaalt dat deze de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt de verdachte in de kosten door [slachtoffer 2] gemaakt, tot op heden begroot op Afl. 1.000,-, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;

- legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 2] de verplichting op tot betaling aan het Land van een bedrag van Afl. 17.778,82, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 juni 2019 tot aan de dag van de voldoening;

- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan het Land daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan het Land in zoverre komt te vervallen

- wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 1] geleden schade toe tot een bedrag van Afl. 17.450,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 juni 2025 tot aan de dag van de voldoening, en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;

- verklaart [slachtoffer 1] ten aanzien van de gevorderde materiële schade voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat deze de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt de verdachte in de kosten door [slachtoffer 1] gemaakt, tot op heden begroot op Afl. 2.000,00, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;

- legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1] de verplichting op tot betaling aan het Land van een bedrag van Afl. 17.450,00, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 55 (vijfenvijftig) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 juni 2025 tot aan de dag van de voldoening;

- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan het Land daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan het Land in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Gerrits, rechter, bijgestaan door mr. S.M. Eman, (zittingsgriffier), en op 24 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht.

Bijlage: de tenlasteleggingen

Parketnummer P-2023/00275 (onderzoek Copa Cabana)

1. primair:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 24 juni 2025 in Aruba en/of Nederland wederrechtelijk en opzettelijk stelselmatig inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3], immers heeft verdachte toen en aldaar die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] meermalen althans eenmaal telkens opzettelijk onder de aliassen [alias 1], [alias 2], [alias 3], [alias 4] en/of [alias 5], althans (aanvankelijk) onder een of meer schuilnamen, en/of middels een of meer emailadressen,

- langdurig en vele berichten gestuurd,

- vele malen benaderd met het verzoek om hem naaktfoto's en video's te sturen,

- ( porno)video's verzonden,

- sexueel getinte berichten gestuurd,

- berichten verzonden dat hij hun lichaam wilde zien voor geld, en/of

- gedreigd foto's van hen op social media te plaatsen

en/of

- ( naakt)foto's en/of berichten op internet geplaatst van die [slachtoffer 1] en/of

- ( naakt)foto's van die [slachtoffer 1] naar derden gestuurd en/of

- berichten gestuurd naar de werkgever en/of collega's en/of zakelijke relaties waarin die [slachtoffer 1] wordt beticht van wangedrag en/of waarin een of meer naaktfoto's van die [slachtoffer 1]

zijn opgenomen/verstuurd en/of

- berichten gestuurd naar de partner van die [slachtoffer 1] en/of

- profielen aangemaakt op Instagram en/of Imagefap als ware die profielen van [slachtoffer 1] en/of

- een whatsapp-bericht gestuurd naar de moeder van [slachtoffer 1];

subsidiair:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 24 juni 2025 in Aruba en/of Nederland (een) ander(en), te weten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3], door geweld of enige andere feitelijkheid of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3], wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen of te dulden, immers heeft hij verdachte toen en aldaar die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] meermalen althans eenmaal telkens opzettelijk gedwongen een of meer (naakt)foto's of video's van zichzelf te maken en/of naar hem, verdachte, te sturen onder de dreiging van het verspreiden van (naakt)foto's en video's van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3];

meer subsidiair:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 24 juni 2025 in Aruba en/of Nederland (een) ander(en), te weten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3], door geweld of enige andere feitelijkheid of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3], wederrechtelijk heeft getracht te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, immers heeft hij verdachte toen en aldaar die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] meermalen althans eenmaal telkens opzettelijk gezegd een of meer (naakt)foto's of video's van zichzelf te maken en/of naar hem, verdachte, te sturen onder de dreiging van het verspreiden van (naakt)foto’s en video's van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3], terwijl de uitvoering van dit voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 11 januari 2023 in Aruba en/of Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk de toegang heeft verschaft in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten de computer en/of telefoon van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3], door het doorbreken van een beveiliging en/of door een technische ingreep, en eenmaal in dat geautomatiseerd werk, daarin opgeslagen gegevens en/of gegevens die worden verwekt of overgedragen door dit geautomatiseerd werk, te weten (naakt)foto's van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3], voor zichzelf of een ander heeft overgenomen, afgetapt of opgenomen.

Parketnummer P-2025/01443 (onderzoek Arcune)

Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd dat:

primair:

hij in of omstreeks de periode van 11 juni 2019 tot en met 15 juni 2019 in Curaçao door geweld of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2], hebbende hij, verdachte,

en welk geweld of die andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of die andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat hij, verdachte

subsidiair:

dat hij in of omstreeks de periode van 11 juni 2019 tot en met 15 juni 2019 in Curaçao, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer 2], heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld of die

andere feitelijkheid uit

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand