ECLI:NL:OGEAA:2026:113

ECLI:NL:OGEAA:2026:113

Instantie Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak 02-04-2026
Datum publicatie 04-05-2026
Zaaknummer P-2025/01817
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Verdachte heeft zich, samen met zijn medeverdachte, schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag en vuurwapenbezit. Verdachte trad op als schutter door vanuit een rijdende auto gericht op de inzittende te schieten van een andere rijdende auto. Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Uitspraak

Parketnummer: P-2025/01817

Zaaknummer: 573 van 2025

Uitspraak van: 2 april 2026 op tegenspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de strafzaak tegen de verdachte:

[Verdachte],

geboren op [geboortedatum] 2005 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], [adres 1],

thans gedetineerd in het huis van bewaring in Aruba,

hierna: de verdachte.

1. Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 13 maart 2026. Het onderzoek is gesloten op 2 april 2026.

Ter terechtzitting waren aanwezig de officier van justitie mr. Y. Pronk, de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. E.A.Th. Kuster, advocaat in Aruba, en het slachtoffer [slachtoffer] (via videoverbinding).

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1. dat hij op of omstreeks 18 september 2025 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg met een vuurwapen op en/of in de richting van die [slachtoffer] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2. dat hij op of omstreeks 18 september 2025 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een pistool en/of een of meer scherpe patronen, in elk geval een vuurwapen en/of munitie als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Vuurwapenverordening, voorhanden heeft gehad.

3. Voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. Bewezenverklaring

Het Gerecht acht - op grond van de hierna vermelde redengevende feiten en omstandigheden, de daaraan ten grondslag liggende bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feiten 1 (impliciet) subsidiair en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande:

1. dat hij op of omstreeks 18 september 2025 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg met een vuurwapen op en/of in de richting van die [slachtoffer] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2. dat hij op of omstreeks 18 september 2025 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een pistool en/of een of meer scherpe patronen, in elk geval een vuurwapen en/of munitie als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Vuurwapenverordening, voorhanden heeft gehad.

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken.

5. Beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten 1 impliciet subsidiair en 2. Ten aanzien van feit 1 impliciet primair heeft de officier van justitie vrijspraak gevorderd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van hetgeen onder feiten 1 en 2 ten laste is gelegd. Zij heeft aangevoerd dat het dossier onvoldoende bewijs bevat om tot een bewezenverklaring te komen van feiten 1 en 2.

Het oordeel van het Gerecht

Het schietincident

Op 18 september 2025 omstreeks 08:45 uur kwam [slachtoffer] (hierna: aangever) bij de politiewacht te San Nicolas aan en verklaarde dat ze zojuist op hem hadden geschoten. De politie constateerde aan de auto van aangever, een grijskleurige Toyota Corolla voorzien van kentekenplaat [autokenteken 1], twee perforaties, lijkend op schotgaten, in het linker achterportier. De auto van aangever is door het Bureau Forensisch Technische Onderzoeken onderzocht. Daarbij is geconstateerd dat zich aan de buitenzijde van het linker achterportier twee kogelinslagen bevonden. Eén kogel heeft het portier doorboord, waarna deze onder de bekleding van het bovenste gedeelte van de rugleuning van de bestuurdersstoel is blijven steken.

Aangever heeft verklaard dat hij, ter hoogte van Subway te [adres 1], naar rechts afsloeg en vervolgens in noordelijke richting reed. Op dat moment probeerde een witte auto met zwart getinte ruiten hem in te halen, waarbij hij twee schoten hoorde. Verder heeft aangever verklaard dat hij op de rem trapte, waarna hij zag dat een lang vuurwapen tegen zijn linker buitenspiegel botste. Aan de passagierszijde zag hij een persoon met een bedekt gezicht, die het lange vuurwapen terugtrok. Aangever verklaarde tot slot dat hij na het incident berichten op zijn mobiele telefoon had ontvangen waarin stond dat [verdachte] in een witte Nissan Versa met zwart getinte ruiten reed.

Uit het onderzoek van de videobeelden van de rijroute van aangever op 18 september 2025, voorafgaand aan het schietincident, is het volgende gebleken. Om 08:37 uur rijdt de grijskleurige Toyota Corolla van aangever, vanuit oostelijke richting in westelijke richting, over de [adres 2] en passeert daarbij het dokterskantoor, gelegen aan de [adres 2]. Direct daarna is te zien dat vanuit noordelijke richting een witte Nissan Versa, voorzien van zwart getinte ruiten, met verhoogde snelheid voorbij het dokterskantoor de [adres 2] oprijdt. De witte Nissan Versa vervolgt zijn weg in westelijke richting en rijdt achter de grijskleurige Toyota Corolla van aangever aan. Om 08:38 uur reden de grijskleurige Toyota Corolla en de witte Nissan Versa, achter elkaar, in westelijke richting, voorbij het kantoor van FTA aan de [adres 2], ter hoogte van de rotonde. Om 08:39:07 uur is te zien dat beide voertuigen in westelijke richting voorbij New Food Center rijden. Bij de T-kruising ter hoogte van Subway [adres 1] sloeg de grijskleurige Toyota Corola rechtsaf en reed vervolgens in noordelijke richting over een naamloze verharde weg, leidend door [locatie]. De witte Nissan Versa volgde de grijskleurige Toyota Corolla in noordelijke richting over dezelfde weg.

Op de videobeelden van [plaats], gelegen te [adres 3], waren om 08:39:29 uur twee knallen te horen. Direct hierna is een toeterend voertuig hoorbaar en kwam de witte Nissan Versa in beeld, rijdend aan de verkeerde (linker)zijde van de weg. De witte Nissan Versa verhoogde zijn snelheid en reed in noordelijke richting over de naamloze verharde weg, leidend door [adres 3]l. Bij de T-kruising van voornoemde weg met de [straatnaam] slaat de witte Nissan Versa rechtsaf en rijdt in oostelijke richting over de [straatnaam] uit beeld.

Ter hoogte van [adres 3] werd langs de weg een huls aangetroffen.

Voornoemde witte Nissan Versa was voorzien van het kentekenplaat [autokenteken 2]. Uit onderzoek is gebleken dat deze witte Nissan Versa toebehoort aan [betrokkene]. Hij verklaarde dat hij voornoemd voertuig vanaf 12 september 2025 aan [verdachte] had verhuurd en dat [verdachte] het voertuig op 18 september 2025 omstreeks 19:30 uur had teruggebracht. Uit onderzoek aan voornoemde witte Nissan Versa werden op het rechter voorportier en de rechter buitenspiegel meerdere krassporen aangetroffen, te weten op de linker bovenhoek van het portier onder de ruit en aan zowel de linker- als rechterbuitenzijde van de buitenspiegel.

Uit het onderzoek (van de fragmenten) van de videobeelden van de woning aan de [adres 4] (hierna: de woning), alwaar medeverdachte [medeverdachte] verblijft, is het volgende gebleken. Om 07:29 uur staat een witte Nissan Versa voor de woning geparkeerd. Op dat moment arriveert een witte Hyundai Elantra, waaruit verdachte uitstapt. Om 08:28 uur staat de witte Nissan Versa nog steeds voor de woning geparkeerd. Om 08:38 uur is deze niet langer voor de woning aanwezig. Om 08:44 uur staat de witte Nissan Versa weer voor de woning geparkeerd. Te zien is dat een man vanaf de linkerzijde van de witte Nissan Versa komt aanlopen, het erf van de woning betreedt en uit beeld verdwijnt. De politie herkent deze man, op grond van zijn postuur, haarstijl en manke manier lopen, als medeverdachte [medeverdachte].

De getuige [getuige] (hierna: getuige [getuige]), een vriend van verdachte, heeft verklaard dat verdachte hem één dag voor zijn aanhouding heeft gevraagd of hij dacht dat [slachtoffer] tegenover de politie zou verklaren dat hij (verdachte) op hem had geschoten. Daarnaast heeft de getuige [getuige] verklaard dat verdachte aan hem heeft verteld dat het incident had plaatsgevonden ter hoogte van een supermarkt in [adres 3] en dat ze [slachtoffer] tijdens het schietincident aan het achtervolgen waren.

Tussenconclusie

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het Gerecht van oordeel dat het door aangever beschreven schietincident wordt bevestigd door verscheidene objectieve onderzoeksresultaten, zoals de videobeelden van de rijroute van de Nissan Versa en van de woning van medeverdachte [medeverdachte], alsmede de schade die aan de voertuigen van aangever en de schutter is geconstateerd. Het Gerecht acht de verklaring van aangever, anders dan de verdediging heeft gesteld, ten aanzien hiervan geloofwaardig. Uit het onderzoek van de videobeelden van de rijroute volgt dat vanuit de Nissan Versa met kenteken [autokenteken 2] is geschoten. Medeverdachte [medeverdachte] was op dat moment de huurder van dit voertuig. De betrokkenheid van medeverdachte [medeverdachte] blijkt verder uit de omstandigheid dat de Nissan Versa op het moment van het schietincident niet, maar enkele minuten vóór en vijf minuten na het schietincident wél voor de woning van medeverdachte [medeverdachte] geparkeerd stond, dat medeverdachte [medeverdachte] vijf minuten na het schietincident vanuit de richting van de Nissan Versa naar de woning loopt en dat op dit voertuig schade is geconstateerd op de exacte plek die aangever heeft omschreven.

De betrokkenheid van verdachte blijkt uit de verklaring van getuige [getuige], waaruit volgt dat verdachte op de hoogte was van het schietincident, er rekening mee hield dat aangifte tegen hem, verdachte, zou worden gedaan vanwege het schieten en dat verdachte bovendien op de hoogte was van specifieke omstandigheden rondom het schietincident, zoals de plek waar geschoten is en het feit dat dit tijdens een achtervolging gebeurde. Gelet op voorgaande is voor het Gerecht vast komen te staan dat medeverdachte [medeverdachte] op 18 september 2025 bestuurder was van de witte Nissan Versa en dat verdachte degene is geweest die vanuit de passagiersstoel in de richting van (het voertuig van) aangever heeft geschoten.

Bij het schietincident is gebruik gemaakt van een vuurwapen, waarbij één kogel onder de bekleding van het bovenste gedeelte van de rugleuning van de bestuurdersstoel is blijven steken. Hieruit leidt het Gerecht af dat in de richting van (de bestuurdersstoel van) de auto van aangever is geschoten. Uit de aangifte blijkt bovendien dat van korte afstand is geschoten. Gelet hierop is het Gerecht van oordeel dat het opzet van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] was gericht op het dodelijk treffen van de aangever. De hiervoor beschreven handelingen van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] waren in een nauwe en bewuste samenwerking met elkaar, waarbij de één de auto bestuurde en kort naast de auto van aangever ging rijden, terwijl de ander het wapen hanteerde en de schoten afvuurde. Het één kon niet plaatsvinden zonder het ander en bovendien waren de rollen naar oordeel van het Gerecht min of meer inwisselbaar. De verdachte is daarmee aan te merken als medepleger van de poging tot doodslag op [slachtoffer].

Verweren verdediging

Het verweer dat de verklaring van de getuige [getuige] onbetrouwbaar zou zijn, wordt verworpen. Deze verklaring vindt steun in diverse objectieve onderzoeksresultaten, zoals de videobeelden van de rijroute en de schade die aan de voertuigen van aangever en de verdachte is geconstateerd. Voorts heeft verdachte verklaard dat [getuige] een vriend van hem was, hetgeen ook blijkt uit informatie in het proces-verbaal betreffende een eerder incident tussen verdachte en aangever. Het Gerecht ziet, gelet hierop, geen aanleiding om aan de betrouwbaarheid van de verklaring van [getuige] te twijfelen.

De overige verweren leiden ook niet tot een ander oordeel. Het verweer dat niet valt uit te sluiten dat vanuit een ander wit voertuig is geschoten, wordt verworpen. Gelet op de rijroute, het tijdsverloop en de onderzoeksresultaten, in onderling verband beschouwd, staat voldoende vast dat het telkens de witte Nissan Versa van de verdachten was, die op de beelden te zien is en van waaruit geschoten is.

Het door de verdediging geschetste alternatieve scenario, inhoudende dat aangever zichzelf heeft beschoten of dat het iemand is geweest omdat aangever meerdere vijanden heeft, is niet aannemelijk gemaakt.

Gelet op de verklaring van aangever dat hij een lang vuurwapen heeft waargenomen, alsmede dat ter plaatse een huls is aangetroffen en in het voertuig van aangever kogelperforaties zijn vastgesteld, leidt het Gerecht af dat bij het schietincident gebruik is gemaakt van een vuurwapen met bijbehorende munitie.

Nu het Gerecht heeft vastgesteld dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] in nauwe en bewuste samenwerking hebben gehandeld, en het vuurwapen in dat kader is gebruikt, is het Gerecht van oordeel dat zij dit vuurwapen en de munitie tezamen en in vereniging voorhanden hebben gehad in de zin van de Wapenverordening.

Met de officier van justitie en de verdediging is het Gerecht van oordeel dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat voor een vooropgezet plan, zodat vrijspraak dient te volgen van het medeplegen van poging tot moord.

Eindconclusie

De conclusie van hetgeen hiervoor is overwogen is de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] zich op 18 september 2025 in Aruba schuldig hebben gemaakt aan het als feit 1 impliciet subsidiair tenlastegelegde medeplegen van poging tot doodslag op aangever, alsmede aan het in vereniging voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie.

6. De kwalificatie en de strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1 (impliciet): medeplegen van poging tot doodslag,

strafbaar gesteld bij artikel 2:259 juncto artikelen 1:123 en 1:119 van het Wetboek van Strafrecht.

Feit 2: medeplegen van overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening, strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze landsverordening juncto artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.

7. De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dan ook strafbaar.

8. Oplegging van de straf

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen strafmaatverweren gevoerd, gelet op het pleidooi tot vrijspraak.

Het oordeel van het Gerecht

Bij het bepalen van de straf heeft het Gerecht rekening gehouden met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Het Gerecht heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van de verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich, samen met zijn medeverdachte, schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag. Verdachte trad op als schutter door vanuit een rijdende auto gericht op de inzittende te schieten van een andere rijdende auto. Dat het slachtoffer niet dodelijk of anderszins ernstig gewond is geraakt, is slechts te danken aan omstandigheden die buiten de wil van verdachte en zijn medeverdachte lagen. Dergelijk vuurwapengeweld veroorzaakt niet alleen gevoelens van angst en onveiligheid bij direct betrokkenen, maar draagt ook in het algemeen bij aan gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving. Het Gerecht rekent het verdachte zwaar aan dat het schietincident heeft plaatsgevonden op de openbare weg, in een straat waar zich meerdere woningen bevinden. Het spreekt voor zich dat dit soort gedrag onaanvaardbaar is en stevig moet worden bestreden.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het in vereniging voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie. Het ongecontroleerde bezit en gebruik van vuurwapens vormt een ernstige bedreiging voor de veiligheid in de samenleving en dient streng te worden bestraft.

De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie gaan bij poging tot doodslag met een vuurwapen (schieten in de richting van een persoon), waarbij sprake is van geen of licht letsel, uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 5 tot 6 jaar. Strafverzwarend weegt mee dat verdachte geen openheid van zaken heeft gegeven, geen blijk heeft gegeven van inzicht in het laakbare van zijn handelen en geen spijt heeft betoond. Voorts gaan de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie bij recidive van bezit van een vuurwapen in een auto uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 18 tot 21 maanden.

Het Gerecht heeft kennis genomen van een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 7 februari 2026, waaruit blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor vuurwapenbezit. Verdachte liep nog in de proeftijd van het voorwaardelijke deel van zijn straf. Het Gerecht rekent het de verdachte zwaar aan dat hij zich tijdens zijn proeftijd niet heeft gedragen zoals van hem mocht worden verwacht en daarmee het in hem gestelde vertrouwen heeft geschonden.

Gelet op het voorgaande, is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat de straf zoals door de officier van justitie is geëist, passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

9. Het beslag

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ten aanzien van het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een doorzichtig plastic zakje inhoudende op marihuana lijkende kruiden/zaadjes (aangetroffen tijdens de doorzoeking te [adres 6]), gevorderd dat deze zal worden onttrokken aan het verkeer. Verder heeft de officier van justitie ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten een zwarte mobiele telefoon van het merk Apple, model, Iphone in een doorzichtig hoesje (aangetroffen bij de aanhouding van verdachte), en een zwarte mobiele telefoon van het merk Apple, model Iphone, in een zwart hoesje (aangetroffen tijdens de doorzoeking te [adres 6]), gevorderd dat deze aan de verdachte zullen worden teruggegeven.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de vorderingen van de officier van justitie met betrekking tot de onder de verdachte in beslag genomen voorwerpen gerefereerd aan het oordeel van het Gerecht.

Het oordeel van het gerecht

Het Gerecht beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven verdovende middelen, te weten een doorzichtig plastic zakje inhoudende op marihuana lijkende kruiden/zaadjes (aangetroffen tijdens de doorzoeking te [adres 6]). Het ongecontroleerde bezit van deze voorwerpen is in strijd met de wet en het algemeen belang.

Het Gerecht gelast de teruggave aan de rechthebbende van de volgende inbeslaggenomen voorwerpen, nu zich hiertegen geen strafvorderlijk belang verzet, te weten een zwarte mobiele telefoon van het merk Apple, model Iphone, in een doorzichtig hoesje (aangetroffen bij de aanhouding van verdachte), en een zwarte mobiele telefoon van het merk Apple, model Iphone, in een zwart hoesje (aangetroffen tijdens de doorzoeking te [adres 6]).

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:62, 1:67, 1:68, 1:117 en 1:224 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

DE BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder feit 1 impliciet primair ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 impliciet subsidiair en feit 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zes [6] jaren;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een doorzichtig plastic zakje inhoudende op marihuana lijkende kruiden/zaadjes (aangetroffen tijdens de doorzoeking te [adres 6]) (zie bijlage);

gelast de teruggave van aan de verdachte van de volgende inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten een zwarte mobiele telefoon van het merk Apple, model Iphone, in een doorzichtig hoesje (aangetroffen bij de aanhouding van verdachte), en een zwarte mobiele telefoon van het merk Apple, model Iphone, in een zwart hoesje (aangetroffen tijdens de doorzoeking te [adres 6]) (zie bijlage).

Dit vonnis is gewezen door mr. T.C. Henniphof, rechter, bijgestaan door mr. S.M. Eman, (zittingsgriffier), en op 2 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht.

Uitspraakgriffier:

Bijlage:

Lijst in beslag genomen goederen

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. T.C. Henniphof

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand