ECLI:NL:OGEAA:2026:114

ECLI:NL:OGEAA:2026:114

Instantie Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak 30-03-2026
Datum publicatie 04-05-2026
Zaaknummer P-2025/02049 en P-2024/02558
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Het Gerecht bewezen dat de verdachte zich in juni 2024 schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het invoeren van 379 kilogram marihuana en 335 kilogram cocaïne. De verdovende middelen werden samen met vuurwapens per boot van Colombia naar Aruba gebracht. Uit de bewijsmiddelen blijkt niet dat verdachte wetenschap had van de vuurwapens aan boord dan wel dat hij daarover kon beschikken. Het Gerecht spreekt verdachte voor dat feit vrij. Verdachte heeft zich in eerste instantie weten te onttrekken aan zijn aanhouding. In november 2025 werd bij zijn aanhouding een blok cocaïne in zijn woning gevonden. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan mishandeling van zijn ex-vriendin door haar met een mes aan te vallen en in haar hand te snijden. Het Gerecht veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren en 9 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Uitspraak

Parketnummers: P-2025/02049 en P-2024/02558

Zaaknummers: 50 en 158 van 2026

Uitspraak van: 30 maart 2026 op tegenspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de gevoegde strafzaken tegen de verdachte:

[Verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], aan de [adres 1], [appartement nummer],

thans gedetineerd in het huis van bewaring in Aruba,

hierna: de verdachte.

1. Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 16 maart 2026.

Het Gerecht heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie mr. C.M.J.M. van Buul, en van wat de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. S.M. Paesch, advocaat in Aruba, naar voren hebben gebracht. Mr. Paesch verleende verdachte alleen bijstand in de zaak met parketnummer P-2025/02049.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd:

Parketnummer P-2025/02049

1.

dat hij op of omstreeks 8 juni 2024 in Aruba tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een hoeveelheid cocaïne, in elk geval enige bereiding van deze stof, heeft ingevoerd, afgeleverd, vervoerd, in bezit en/of aanwezig heeft gehad;

2.

dat hij op of omstreeks 8 juni 2024 in Aruba tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk hennep, in ieder geval enige gebruikelijk bereiding waaraan hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt, heeft ingevoerd, afgeleverd, vervoerd, in bezit en/of aanwezig heeft gehad;

3.

dat hij op of omstreeks 8 juni 2024 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, voorhanden heeft gehad een of meer revolvers en/of een of meer

scherpe patronen, in elk geval een vuurwapen en/of munitie als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Vuurwapenverordening;

4.

dat hij op of omstreeks 4 november 2025 in Aruba opzettelijk een hoeveelheid cocaïne, in elk geval enige bereiding van deze stof in bezit en/of aanwezig heeft gehad;

Parketnummer P-2024/02558

1.

dat hij op of omstreeks 13 oktober 2024 in Aruba, opzettelijk [slachtoffer], zijnde zijn levensgezel, heeft mishandeld met een wapen als bedoeld in artikel 1, tweede lid van de Wapenverordening, door die [slachtoffer]:

- eenmaal, althans meermalen, met de vlakke kant van het lemmet van een mes op/tegen

haar bovenarm en/of haar hoofd, althans haar lichaam te slaan;

- eenmaal, althans meermalen, met een mes in haar hand te snijden en/of te stoken;

2.

dat hij op of omstreeks 13 oktober 2024 in Aruba, opzettelijk en wederrechtelijk een mobiele telefoon, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem verdachte, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt of weggemaakt.

3. Voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. Beoordeling van het bewijs

Parketnummer P-2025/02049

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak voor feit 3. Volgens de officier van justitie is er onvoldoende bewijs dat verdachte op de hoogte was van de gesmokkelde vuurwapens dan wel dat hij deze in zijn bezit heeft gehad.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van feit 1, feit 2 en feit 3 het standpunt ingenomen dat het bewijs ontbreekt dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de invoer van verdovende middelen en het aanwezig hebben van vuurwapens en dat hij daarvoor moet worden vrijgesproken. Volgens de raadsvrouw bestaat de kern van het dossier uit indirecte aanwijzingen. Verdachte verleende slechts hand- en spandiensten rondom de boot. Daaruit kan niet worden afgeleid dat hij opzettelijk betrokken was bij de invoer en aanwezigheid van cocaïne, marihuana en vuurwapens.

Het oordeel van het Gerecht

Op grond van het dossier en het verhandelde ter zitting stelt het Gerecht de volgende feiten en omstandigheden vast.

Interceptie van de boot met verdovende middelen en wapens

Op zaterdag 8 juni 2024, omstreeks 04:20 uur, werd een vaartuig binnen de territoriale zee van Aruba waargenomen. Het vaartuig nam koers richting Eagle Beach. De landpatrouille van de kustwacht vond om 05:25 uur op de boothelling bij het ‘Phoenix Hotel’ bij Eagle Beach een witte boot op een trailer achter een Mitsubishi Montero, met kenteken [autokenteken]. Vlakbij stonden vier mannen. Toen de kustwacht vroeg waar ze mee bezig waren sloegen twee van hen op de vlucht. [Medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] werden door de kustwacht aangehouden. In de boot werd een groot aantal pakketten met verdovende middelen aangetroffen.

De 749 inbeslaggenomen pakketten hadden een totaal gewicht van 755 kilogram. De inhoud van de pakketten is positief getest op (379 kilogram) marihuana en (335 kilogram) cocaïne. De toxicoloog heeft bevestigd dat de monsters THC en cocaïne bevatten.

Getuige [getuige]

Getuige [getuige], woonachtig aan de [getuige], verklaarde dat haar neef [medeverdachte 3] haar in 2022 of 2023 heeft gevraagd of hij zijn boot achter haar woning kon stallen totdat hij een andere plek daarvoor zou hebben gevonden. Het betrof een witte boot met een blauwe binnenkant.

Videobeelden [getuige]

Op videobeelden om en rond de [getuige] van 5 juni 2024 is te zien dat om 19:02 uur een Mitsubishi Montero, een Nissan Versa en een Hyundai Elantra bij de [getuige] arriveren. Meerdere personen stappen uit de auto’s. Het onderzoeksteam herkent verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 3], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]. Op het terrein staat een wit met blauwe boot die door het onderzoeksteam wordt herkend als de boot die op 8 juni 2024 met verdovende middelen en vuurwapens op de trailer achter de Mitsubishi Montero werd aangetroffen. In de boot staan twee witte koelboxen en een benzinevat. Verdachte en [medeverdachte 1] monteren samen twee motoren op de boot. [Medeverdachte 3] staat naast de boot en bekijkt de werkzaamheden. De mannen vertrekken rond 20:30 uur in de Hyundai en de Nissan, de Mitsubishi blijft achter.

Op de videobeelden van 6 juni 2024 is te zien dat de Nissan Versa Om 05:40 uur bij de [getuige] arriveert. [Medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] stappen uit de auto en brengen verschillende goederen naar de boot, waaronder flessen frisdrank, plastic zakken, dozen en een rugtas. Verdachte en [medeverdachte 1] zetten twee grote blauwe vaten in de boot. [Medeverdachte 2] en een andere man verrichten nog enkele werkzaamheden. Iemand is onder de motorkap van de Mitsubishi bezig. Verdachte loopt naar de Mitsubishi en start de auto. Hij vertrekt rond 05:42 uur samen met [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en een derde persoon met de boot op een trailer. Om 06:10 uur komt de Mitsubishi zonder boot terug. Verdachte stapt uit en koppelt de trailer af. Hij stapt in de Nissan Versa en rijdt weg.

Om 15:08 uur komt [medeverdachte 3] vergezeld door zijn vader in de Hyundai Elantra aan. Zij lopen naar de Mitsubishi en openen de achterklep. De vader van [medeverdachte 3] gaat onder de Mitsubishi liggen om werkzaamheden te verrichten. Daarna koppelen zij de trailer weer achter de Mitsubishi. Om 16:00 uur komt verdachte met de Nissan Versa. Hij stapt uit, loopt naar de Mitsubishi en rijdt met de auto en de trailer weg. [Medeverdachte 3] vertrekt in de Nissan Versa.

Het kenteken van de Nissan Versa is [autokenteken 2]. De Mitsubishi Montero op de videobeelden is voorzien van kentekenplaten met het nummer [autokenteken 1].

Verbalisant [verbalisant nummer 1] herkende onder de personen op de videobeelden van de [adres 2]:

De verbalisant heeft hen in het kader van zijn politiewerkzaamheden meerdere malen gezien en gesproken en herkende hen aan de uiterlijke kenmerken, waaronder hun postuur, kapsel en baardgroei.

Verklaring van verdachte

Verdachte verklaarde dat hij inderdaad, zoals op de beelden van de [getuige] te zien is, werkzaamheden aan de boot heeft verricht, de vaten erin heeft gezet en dat hij geholpen heeft bij het plaatsen van de motoren.

Videobeelden rotonde Amsterdam Manor

De rotonde bij het Amsterdam Manor bij Eagle Beach is voorzien van een camerasysteem. Op de videobeelden van 6 juni 2024 om 05:55 uur is te zien dat de Mitsubishi Montero de boot op de trailer in de richting van de boothelling bij Eagle Beach vervoert en om 06:02 uur zonder boot terugkomt.

Onderzoek naar auto’s

De in beslag genomen Mitsubishi Montero is onderzocht. Het kenteken [autokenteken 1] stond geregistreerd op de naam van [slachtoffer]. Zij is de (ex-)vriendin van verdachte en woont samen met hem aan de [adres 1]. Zij verklaarde dat zij de eigenaar van de Nissan Versa met kenteken [autokenteken 2] is en dat verdachte de auto in de periode van 5 tot 9 juni 2024 van haar heeft gehuurd. In de kofferbak van haar Nissan Murano lagen kentekenplaten met het nummer [autokenteken 1]. Volgens de getuige kan alleen verdachte de kentekenplaten hebben weggenomen.

Medeverdachte [medeverdachte 2]

Medeverdachte [medeverdachte 2] verklaarde dat hij samen met [medeverdachte 1] en twee anderen op 6 juni 2024 met de boot naar Colombia is vertrokken. Aan hem werden foto’s van verdachte en [medeverdachte 3] getoond. Hij kerkende beiden. [Medeverdachte 2] verklaarde dat verdachte en [medeverdachte 3] bij de aanlanding op 8 juni 2024 op Eagle Beach aanwezig zijn geweest. Verdachte reed de Mitsubishi met de trailer. [Medeverdachte 3] kwam met een andere auto. De kustwacht liep gewoon aan hen voorbij en ging op de boot af. Hij verbaasde zich erover dat verdachte en [medeverdachte 3] niet zijn aangehouden. Geconfronteerd met het chatgesprek van 4 juni 2024 antwoordt hij dat dit gesprek werd gevoerd met de man die zijn verblijfsvergunning zou betalen en dat hij niet begrijpt hoe deze man heeft kunnen ontsnappen aan de Kustwacht. Hij wijst dan naar foto 3, waarop verdachte staat afgebeeld.

Onderzoek telefoon

Onder [medeverdachte 2] is een telefoon in beslag genomen en uitgelezen. In de applicatie Signal werd een chatgesprek met aansluitingsnummer [telefoonnummer] aangetroffen. In de chat bevonden zich meerdere stemberichten afkomstig van dat telefoonnummer. Verbalisant [verbalisant nummer 2] herkende daarin de stem van [medeverdachte 3]. De verbalisant was aanwezig tijdens het verhoor van [medeverdachte 3] en daardoor bekend met zijn stem.

Op 4 juni 2024 wordt in dit chatgesprek aan [medeverdachte 2] gevraagd of hij klaar was om donderdag vroeg te vertrekken, waarop [medeverdachte 2] bevestigend heeft geantwoord. Het Gerecht gaat ervan uit dat dit chatbericht afkomstig is van verdachte. Dat leidt de rechtbank af uit de volgende feiten en omstandigheden:

- [ Medeverdachte 2] verklaart dat de man op foto 3 (waarop verdachte staat) met een andere man bij de aanlanding aanwezig was;

- hij verklaart ook dat hij niet begrijpt dat de kustwacht hem niet heeft aangehouden;

- gevraagd naar dit chatbericht, verklaart hij dat dit gesprek was met de persoon die zijn verblijfsvergunning zou regelen en hij herhaalt dat hij niet begrijpt hoe deze man heeft kunnen ontsnappen aan de kustwacht. Hij wijst dan naar foto 3, waarop verdachte staat;

- de politie heeft de stem van verdachte herkend. Met dergelijke stemherkenningen moet behoedzaam worden omgegaan, maar in samenhang met de overige bewijsmiddelen, concludeert het Gerecht dat het chatbericht van verdachte afkomstig moet zijn.

[Medeverdachte 3] heeft vervolgens in dit chatbericht tegen [medeverdachte 2] gezegd dat hij moet regelen om [medeverdachte 1] of verdachte [verdachte] te zien. [Medeverdachte 3] heeft aangegeven dat hij met de auto zou gaan en gevraagd waar hij [medeverdachte 2] kon ophalen.

In een stembericht van 6 juni 2024 geeft [medeverdachte 3] aan dat hij van verdachte had gehoord dat de transmissieslang van de auto is vervangen en dat de auto daarna mankementen vertoonde. Volgens [medeverdachte 2] was de transmissiestang losgeraakt en moest de auto worden gerepareerd. De communicatie ging ook over het uitwisselen van telefoonnummers tussen [medeverdachte 3], verdachte en [medeverdachte 2].

Conclusie ten aanzien van feit 1 en feit 2

Op grond van het voorgaande acht het Gerecht bewezen dat de verdachte zich op 8 juni 2024 schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het invoeren van 379 kilogram marihuana en 335 kilogram cocaïne. Er is sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking met de andere verdachten die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Uit de beelden van de [getuige] en zijn eigen verklaring blijkt dat verdachte werkzaamheden ter voorbereiding van de overtocht verrichtte. Hij heeft goederen in de boot geplaatst en de boot voorzien van twee motoren. Verdachte heeft de Mitsubishi Montero uitgerust met valse kentekenplaten en de auto bestuurd. Hij heeft de boot op 6 juni 2024 naar de boothelling gebracht. Tenslotte stond verdachte in de vroege ochtend van 8 juni 2024 samen met [medeverdachte 3] klaar om de boot met drugs bij de boothelling van Eagle Beach op te halen. Gelet op voornoemde bewijsmiddelen, mede in het licht van het feit dat verdachte is gevlucht voor de Kustwacht, is het opzet van verdachte op het medeplegen van het invoeren van drugs wettig en overtuigend bewezen.

Zodoende acht het Gerecht voldoende bewezen dat de verdachten tezamen en in vereniging hebben gehandeld.

Conclusie ten aanzien van feit 3

Onder feit 3 is niet het ‘invoeren’, maar het ‘voorhanden hebben’ van vuurwapens ten laste gelegd. Van 'voorhanden hebben' is sprake als de verdachte de feitelijke macht over de vuurwapens kan uitoefenen in de zin dat hij daarover kan beschikken. In overeenstemming met het standpunt van de officier van justitie en de verdediging is het Gerecht van oordeel dat het bewijs tekortschiet om vast te kunnen stellen dat verdachte wetenschap had van de vuurwapens aan boord dan wel dat hij daarover kon beschikken. Het Gerecht zal verdachte hiervan vrijspreken.

Ten aanzien van feit 4

Ten aanzien van het uitvoeren van cocaïne op 4 november 2025, zoals ten laste gelegd onder feit 4, is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 402, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt ten aanzien van deze volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:

- het rapport van de toxicoloog van 25 november 2025, bijlage AMB 26;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 maart 2026.

Parketnummer P-2024/02558

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat beide feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden geacht.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft geen verweren gevoerd.

Het oordeel van het Gerecht

Op grond van het dossier en het verhandelde ter zitting stelt het Gerecht de volgende feiten en omstandigheden vast.

Op 14 oktober 2024 deed [slachtoffer] aangifte van mishandeling.

Zij verklaarde dat zij op 12 oktober 2024 met verdachte een avondje was gaan stappen. Daarna hebben zij hun driejarige dochter bij de oppas opgehaald. Rond 04:00 uur gingen zij naar de gezamenlijke woning aan de [adres 1] gegaan. Thuis ontstond een woordenwisseling. [Slachtoffer] had contact met een andere man. Hij probeerde haar te bellen. Verdachte was jaloers. Hij pakte haar telefoon en gooide deze hard op de grond. Daardoor ging de telefoon kapot. Daarna liep hij naar de keuken en pakte een mes. Hij sloeg [slachtoffer] met de vlakke kant van het lemmet tegen de bovenarm en tegen het hoofd. Hij deed haar pijn. Aangeefster pakte hun kleine dochter en ging met haar op bed liggen. Verdachte bleef discussiëren. Hij zei dat hij het kind van haar weg zou nemen en haar zou vermoorden. Dan zou hij haar in de zee gooien en niemand zou haar vinden. [Slachtoffer] werd bang en vroeg hem om haar met rust te laten. Door het woordgevecht werd hun dochtertje wakker. Verdachte ging naast hen op bed liggen en zocht toenadering. Omdat [slachtoffer] daar niet op inging liep verdachte naar de keuken en pakte een ander mes met een groot lemmet. Hij begon op het matras in te steken. Dan maakte hij stekende bewegingen naar [slachtoffer]. Zij deed haar linker hand omhoog om zich te verdedigen. Het mes snee door haar hand en veroorzaakte een diepe snijwond. De hand begon hevig te bloeden. De dochter lag in haar armen. Het kind zag alles begon te huilen. [Slachtoffer] werd naar de eerste hulp gebracht en dezelfde dag nog aan de hand geopereerd. Ten tijde van de aangifte lag aangeefster in het ziekenhuis. Verbalisanten zagen twee kraswonden op de bovenarm van aangeefster. Haar linkerhand zat in een verband. Dit wordt bevestigd door de foto’s die aan het proces-verbaal zijn toegevoegd.

Verklaring van verdachte

Verdachte verklaarde dat hij te veel had gedronken. Daardoor was hij agressief. Hij kon zich het incident niet meer herinneren, maar zei dat het best zo gegaan zou kunnen zijn, zoals [slachtoffer] heeft verklaard. Verdachte bevestigde dat hij de telefoon van [slachtoffer] kapot heeft gegooid. Dat kon hij zich nog wel herinneren.

Conclusie

Op grond van het voorgaande acht het Gerecht bewezen dat de verdachte zich op 13 oktober 2024 heeft schuldig gemaakt aan de mishandeling van [slachtoffer] door haar met de vlakke kant van een keukenmes tegen haar bovenarm en het hoofd te slaan en haar met een mes in haar hand te snijden dan wel te steken. Daarnaast heeft hij haar telefoon vernield door de telefoon met kracht op de grond te gooien.

5. De bewezenverklaring

Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

Parketnummer P-2025/02049

1.

op of omstreeks 8 juni 2024 in Aruba tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een hoeveelheid cocaïne, in elk geval enige bereiding van deze stof, heeft ingevoerd, afgeleverd, vervoerd, in bezit en/of aanwezig heeft gehad;

2.

op of omstreeks 8 juni 2024 in Aruba tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk hennep, in ieder geval enige gebruikelijk bereiding waaraan hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt, heeft ingevoerd, afgeleverd, vervoerd, in bezit en/of aanwezig heeft gehad;

4.

dat hij op of omstreeks 4 november 2025 in Aruba opzettelijk een hoeveelheid cocaïne, in elk geval enige bereiding van deze stof in bezit en/of aanwezig heeft gehad.

Parketnummer P-2024/02558

1.

op of omstreeks 13 oktober 2024 in Aruba, opzettelijk [slachtoffer], zijnde zijn levensgezel, heeft mishandeld met een wapen als bedoeld in artikel 1, tweede lid van de Wapenverordening, door die [slachtoffer]:

- eenmaal, althans meermalen, met de vlakke kant van het lemmet van een mes op/tegen

haar bovenarm en/of haar hoofd, althans haar lichaam te slaan;

- eenmaal, althans meermalen, met een mes in haar hand te snijden en/of te steken;

2.

op of omstreeks 13 oktober 2024 in Aruba, opzettelijk en wederrechtelijk een mobiele telefoon, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem verdachte, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt of weggemaakt;

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd; omwille van de leesbaarheid zijn ook wijzigingen aangebracht in de bewezenverklaring (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

6. De kwalificatie en de strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

Parketnummer P-2025/02049

Feit 1:

Medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid onder A, van de Landsverordening verdovende middelen, strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze landsverordening

(gepleegd op 8 juni 2024 in Aruba);

Feit 2:

Medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met artikel 4, eerste lid onder A, van de Landsverordening verdovende middelen, strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze landsverordening

(gepleegd op 8 juni 2024 in Aruba);

Feit 4:

Opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid onder C, van de Landsverordening verdovende middelen, strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze landsverordening

(gepleegd op 3 oktober 2025 in Aruba);

Parketnummer P-2024/02558

Feit 1:

Mishandeling begaan ten aanzien van zijn levensgezel en gepleegd met gebruikmaking van wapenen, als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Wapenverordening, strafbaar gesteld bij artikel 2:273, tweede lid, juncto artikel 2:277, lid 1 sub a, van het Wetboek van Strafrecht van Aruba

(gepleegd op 13 oktober 2024 in Aruba);

Feit 2:

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, strafbaar gesteld bij artikel 2:334 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba

(gepleegd op 13 oktober 2024 in Aruba).

De feiten zijn strafbaar.

7. De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is dan ook strafbaar.

8. Motivering van de straf

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van negen jaren met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

Het oordeel van het Gerecht

Bij het bepalen van de straf heeft het Gerecht rekening gehouden met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Het Gerecht heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van de verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van de invoer van in totaal 714 kilo verdovende middelen. Dit betreft een grote partij drugs met een aanzienlijke straatwaarde. Dergelijke partijen worden in de regel alleen gesmokkeld in een georganiseerd verband. De internationale handel in verdovende middelen gaat vaak gepaard met geweld, overlast en vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door de gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stoffen. Het gebruik van verdovende middelen vormt een bedreiging voor de volksgezondheid. Tegen drugscriminaliteit dient dan ook streng te worden opgetreden.

Verdachte heeft zich in eerste instantie weten te onttrekken aan de aanhouding op 8 juni 2024. Op 4 november 2025 is bij hem een grote hoeveelheid cocaïne aangetroffen. Hij is kennelijk gewoon doorgegaan met zijn criminele activiteiten.

Verdachte heeft zich ook schuldig gemaakt aan mishandeling van zijn (ex-)vriendin [slachtoffer] door haar in hun beider woning met een mes aan te vallen en in haar hand te snijden, terwijl zij hun driejarige dochter in haar armen had. Het kind heeft het hele incident gezien en was in paniek. Dergelijk huiselijk geweld gaat alle perken te buiten. De verdachte heeft door zijn handelen niet alleen pijn, letsel en angst veroorzaakt, maar heeft ook het gevoel van veiligheid geschaad waarop [slachtoffer] in de eigen woning moet kunnen vertrouwen. Het Gerecht neemt het verdachte extra kwalijk dat hij zijn kleine dochter in gevaar heeft gebracht en niet aan de impact heeft gedacht die het incident ongetwijfeld op haar heeft gehad.

Persoon van verdachte

Verdachte heeft aangegeven dat de relatie met [slachtoffer] is beëindigd. Hij heeft nog wel contact met haar en ziet zijn kleine dochter. Verdachte heeft een eigen bouwbedrijf en werknemers in dienst, die afhankelijk zijn van zijn opdrachten.

Blijkens het uittreksel van de justitiële documentatie van 20 januari 2026 is verdachte niet eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten.

Strafoplegging

Gelet op de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, is het Gerecht van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Met betrekking tot de duur van de op te leggen gevangenisstraf zal het Gerecht afwijken van de eis van de officier van justitie. Aan [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] is op 14 maart 2025 een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 7 jaren opgelegd. Het Gerecht is van oordeel dat een gevangenisstraf voor deze duur in beginsel passend en geboden is. In overweging nemende dat verdachte zich in november 2025 wederom schuldig heeft gemaakt aan een drugsfeit en zich ook schuldig heeft gemaakt aan heel naar huiselijk geweld, zal het Gerecht deze straf met 9 maanden verhogen.

Dat betekent dat het Gerecht de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren en 9 maanden. De tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, zal bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

9. Het beslag(parketnummer P-2025/02049)

Onder verdachte en [slachtoffer] zijn de volgende goederen in beslag genomen:

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven verdovende middelen gevorderd dat deze zullen worden onttrokken aan het verkeer. Ten aanzien van de zilverkleurige lepel en de notitieboeken heeft de officier van justitie gevorderd dat deze verbeurd zullen worden verklaard. Volgens de officier van justitie mogen het geldbedrag en de Apple iPhone worden teruggegeven aan verdachte. De andere vier mobiele telefoons kunnen worden teruggegeven aan [slachtoffer].

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van de in beslag genomen goederen geen standpunt ingenomen.

Het oordeel van het Gerecht

Het Gerecht

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:67, 1:68, 1:74, 1:75, 1:123 en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

DE BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder parketnummer P-2025/02049 als feit 3 ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder parketnummer P-2025/02049 als feit 1, feit 2 en feit 4 en de onder parketnummer P-2024/02558 als feit 1 en feit 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven (7) jaren en negen (9) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

beveelt de onttrekking aan het verkeer van de beslag genomen en nog niet teruggegeven verdovende middelen;

verklaart verbeurd de zilverkleurige lepel en de twee notitieboeken;

gelast de teruggave van het geldbedrag van Afl. 3.975,00 en de Apple iPhone met het doorzichtige hoesje en het biljet van $ 2 aan verdachte;

gelast de teruggave van de vier mobiele telefoons van [slachtoffer].

Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Gerrits, rechter, bijgestaan door mr. U. Posthumus, zittingsgriffie, en op 30 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand