ECLI:NL:OGEAA:2026:124

ECLI:NL:OGEAA:2026:124

Instantie Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak 11-03-2026
Datum publicatie 13-05-2026
Zaaknummer Lar nr. AUA202502562
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

bezwaar terecht no verklaard - ongegrond

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:

[Appellant],

domicilie kiezend in Aruba, aan de [adres],

APPELLANT,

gemachtigde: drs. M.L. Hassell,

gericht tegen:

de Minister, belast met Vreemdelingen- en Integratiebeleid,

zetelend in Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. G.M.N. Maduro (DIMAS).

INLEIDING

In deze uitspraak beoordeelt het gerecht het beroep van appellant, gericht tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaar.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift ingediend.

Het gerecht heeft de zaak behandeld ter zitting van 25 oktober 2025, waar alleen verweerder bij zijn gemachtigde voornoemd is verschenen. Appellant is, ondanks de behoorlijke oproeping en zonder nader bericht, niet verschenen.

OVERWEGINGEN

Waar gaat het in deze zaak over?

2. In deze zaak gaat het om de vraag of verweerder terecht het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens termijnoverschrijding.

Appellant vindt van niet en heeft zich daarbij, onder verwijzing naar eerdere uitspraken van het Hof, op het standpunt gesteld dat de ontvankelijkheid van het bezwaar een gepasseerd station is en dat verweerder, door het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk te verklaren, in strijd handelt met het rechtszekerheidsbeginsel.

Verweerder meent van wel en heeft zich op het standpunt gesteld, dat het bezwaarschrift ruim na het verlopen van de bezwaartermijn is ingediend en dat de wettelijke termijnen van openbare orde zijn.

Wat zijn in deze de relevante feiten en omstandigheden?

Appellant, van Ecuadoriaanse nationaliteit, is in oktober 2015, toen hij 17 jaar oud was, als toerist naar Aruba gekomen. Hierna heeft hij Aruba niet verlaten. Hij heeft in 2018 een vergunning tot tijdelijk verblijf aangevraagd met als doel voortgezet gezin en studie. Deze aanvraag werd afgewezen. Hierna heeft hij in 2019 een vergunning aangevraagd met als doel inwonende dienstbode. Ook deze aanvraag werd afgewezen.

Bij beschikking van 25 september 2023 is een (derde) aanvraag van appellant voor een vergunning tot tijdelijk verblijf, afgewezen. In die beschikking staat -voor zover hier van belang- het volgende:

“(…) Teneinde in aanmerking te kunnen komen voor een vergunning met een specifiek beroep op hardheid, zal u moeten aantonen dat u een binding heeft verworven met Aruba. Deze binding wordt aangetoond indien u als minderjarige feitelijk woon en verblijfplaats heeft gehad voor meer dan 5 jaren; (…). In casu is dit niet gebleken uit de door u overgelegde bewijsmaterialen. Reden waarom in casu een beroep op hardheid faalt en een vergunning tot verblijf niet aan u zal worden verleend. (…)”.

Hiertegen heeft appellant op 10 juli 2024 bezwaar gemaakt. Tegen het uitblijven van een (tijdige) beslissing op zijn bezwaar, heeft appellant op 22 oktober 2024 beroep ingesteld. Bij uitspraak van dit gerecht van 26 februari 2025 (Lar nr. AUA202403646) is het beroep gegrond verklaard, is de bestreden fictieve afwijzende beslissing vernietigd en is verweerder opgedragen om binnen drie maanden een reële beslissing op het bezwaar te nemen.

Bij beslissing van 6 juni 2025 (de bestreden beslissing) heeft verweerder het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk verklaard, omdat het is ingediend na het verlopen van de bezwaartermijn. Appellant heeft hiertegen op 16 juni 2025 onderhavig beroep ingesteld.

Wat staat in de wet?

Artikel 11, eerste lid, van de Lar bepaalt dat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken bedraagt en ingaat op de dag na die waarop de beschikking is gedagtekend.

Op grond van artikel 12, eerste lid, van de Lar wordt -voor zover hier van belang- een bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard indien het is ingediend nadat de termijn is verstreken. Op grond van het derde lid blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift niet-ontvankelijkverklaring op die grond achterwege indien de indiener aannemelijk maakt dat hij het geschrift heeft ingediend zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kon worden en het tegendeel daarvan niet blijkt.

De beoordeling

In dit geval is de bezwaartermijn aangevangen op 26 september 2023 en geëindigd op 7 november 2023. Appellant heeft pas op 10 juli 2024, dus ruim acht maanden na het verstrijken van de bezwaartermijn, zijn bezwaarschrift ingediend. In zijn bezwaarschrift heeft hij vermeld, dat hij “pa stress y conseho di mi abogado” niet eerder zijn bezwaarschrift heeft ingediend. Het gerecht is van oordeel dat verweerder hierin terecht geen aanleiding heeft gezien om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten.

Appellant beroept zich tevergeefs op eerdere uitspraken waarin het Hof heeft overwogen dat het ervoor moet worden gehouden dat de minister een bezwaarschrift ontvankelijk heeft geacht, na de totstandkoming van een fictieve weigering (artikel 23, tweede lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak, hierna: de Lar). Deze rechtspraak, die onder andere is neergelegd in de uitspraak van het Hof van 19 januari 2022, ECLI:NL:OGHACMB:2022:2, is alleen van toepassing als een rechtsmiddel is ingediend tegen een fictieve weigering. In dit geval zijn zowel het bezwaar als het onderhavige beroep gericht tegen reële beschikkingen. Het betoog slaagt niet. (zie ook uitspraak van het Hof van 5 november 2025, ECLI:NL:OGHACMB:2025:259).

Conclusie

6. Gelet op het bovenstaande is het beroep ongegrond.

7. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

- verklaart het beroep ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, in samenwerking met mr. A. de Cuba, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026 in aanwezigheid van de griffier.

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak kunnen alle partijen hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.

Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dagtekening van deze uitspraak.

Het hoger beroep moet worden ingediend bij de griffie van het gerecht dat de uitspraak heeft gedaan.

De indiener van het hoger beroep moet in ieder geval:

Partijen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om binnen de gegeven hoger beroepstermijn te volstaan met een pro-forma hoger beroepschrift. Dit betekent dat de hoger beroepsgronden op een later moment worden ingediend.

Voor het instellen van het hoger beroep is griffierecht verschuldigd.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. N.K. Engelbrecht

Griffier

  • mr. A. de Cuba

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand