ECLI:NL:OGEAA:2026:132

ECLI:NL:OGEAA:2026:132

Instantie Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak 06-05-2026
Datum publicatie 28-05-2026
Zaaknummer AUA202502185
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Bodemzaak

Samenvatting

Schade niet onderbouwd. Vordering afgewezen.

Uitspraak

Vonnis van 6 mei 2026

Behorend bij A.R. AUA202502185

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

[Eiser],

wonend te Aruba,

eiser, hierna ook te noemen: [eiser],

gemachtigde: mr. C.H. Lejuez,

tegen:

[Gedaagde],

wonend te Aruba,

gedaagde, hierna ook te noemen: [gedaagde],

gemachtigde: mr. R. Marchena.

1. DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het verzoekschrift met producties van 17 juli 2025;

de conclusie van antwoord;

de aantekeningen van de griffier van de comparitie van partijen op 23 maart 2026, waarbij aanwezig waren mr. R. Lee (occuperende voor mr. Lejuez), [gedaagde] en mr. Marchena.

Vonnis is bepaald op vandaag.

2. DE VASTSTAANDE FEITEN

Partijen zijn buren van elkaar.

Op 9 september 2024 vond tussen [eiser] en [gedaagde] op straat een woordenwisseling plaats, die uitmondde in een handgemeen.

Eiser] is later die dag naar de eerste hulp van het ziekenhuis gegaan. Uit de medische notitie van de eerste hulp volgt onder meer dat zijn linkerpols was gebroken, waarvoor hij vier weken gips kreeg. De volgende dag heeft [eiser] bij de politie aangifte gedaan tegen [gedaagde].

Eiser] heeft [gedaagde] bij brieven van 19 september 2024 en 4 april 2025 aansprakelijk gesteld voor de door [eiser] geleden schade en verzocht om vergoeding.

3. DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Eiser] vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van Afl. 17.425,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 april 2025, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure.

Eiser] stelt daartoe het volgende. Als gevolg van de mishandeling door [gedaagde] heeft [eiser] niet kunnen werken en heeft hij zijn bedrijf, een winkel in auto-onderdelen, twee dagen moeten sluiten. In de periode daarna heeft hij twee helpers moeten inhuren voor zware tilwerkzaamheden. Ook moest hij kosten maken voor juridische bijstand. Dit alles moet [gedaagde] aan [eiser] vergoeden.

Gedaagde] voert verweer. Hij betwist dat [eiser] enige schade heeft geleden. Voor zover op [gedaagde] een vergoedingsplicht rust, moet die volgens hem worden verminderd wegens eigen schuld van [eiser].

Het Gerecht zal hierna, waar nodig, nader ingaan op de standpunten van partijen.

4. DE BEOORDELING

Het Gerecht gaat ervan uit dat [eiser] aan zijn vordering ten grondslag legt dat [gedaagde] onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld en daarom zijn schade moet vergoeden, zoals bepaald in artikel 6:162 BW.

De door [eiser] gestelde schade bestaat uit de volgende posten: i) verlies wegens sluiting van het bedrijf, ii) advocaatkosten, iii) een extra werknemer in de zaak, iv) een extra werknemer in het magazijn, en v) een privéhulp.

Geen van deze posten is onderbouwd. [Eiser] heeft geen stukken in het geding gebracht op grond waarvan kan worden vastgesteld dat hij schade heeft geleden en voor welke bedragen. Er zijn geen stukken overgelegd die aantonen dat zijn bedrijf gesloten is geweest of dat hij extra werknemers en een privéhulp heeft ingehuurd, laat staat dat daarmee de gevorderde bedragen waren gemoeid. [Eiser] heeft bovendien niet uitgelegd waarom hij als privépersoon een vordering heeft voor schade die zijn onderneming heeft geleden. De gevorderde advocaatkosten – met Afl. 10.000,- de grootste schadepost – zijn evenmin toegelicht. Voor zover die zien op de verstuurde brieven, vallen die onder de vergoeding waarin artikel 63a Rv voorziet. Tijdens de comparitie van partijen, waarbij [eiser] ondanks de instructie van het Gerecht zelf niet is verschenen, is geen enkele verdere toelichting op de gestelde schade gegeven. De vordering wordt dan ook als onvoldoende onderbouwd afgewezen.

Eiser] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten. Deze worden aan de zijde van [gedaagde] begroot op Afl. 2.000,- (2 punten x tarief 4) aan salaris gemachtigde.

5. DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

wijst het gevorderde af;

veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van [gedaagde] worden begroot op Afl. 2.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente gerekend vanaf veertien dagen na dit vonnis.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.J. van Rijen, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 6 mei 2026 in aanwezigheid van de griffier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.J.J. van Rijen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand