ECLI:NL:OGEAA:2026:133

ECLI:NL:OGEAA:2026:133

Instantie Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak 06-05-2026
Datum publicatie 28-05-2026
Zaaknummer AUA202600996
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding

Samenvatting

Kort geding. Veroordeling het Land Aruba tot afgifte motorvaartuig aan eigenaar, onder voorwaarde dat aan de vereisten voor inklaring/invoer wordt voldaan.

Uitspraak

Vonnis in kort geding van 6 mei 2026

Behorend bij AUA202600996 KG

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

[Eiser],

te Aruba,

eiser, hierna ook te noemen: [eiser],

procederend in persoon,

tegen:

HET LAND ARUBA,

te Aruba,

gedaagde, hierna ook te noemen: het Land,

gemachtigde: mr. Y.F.M. Kaarsbaan (DWJZ).

1. DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties, ingediend op 31 maart 2026;

- de producties van het Land;

- de pleitnota namens het Land.

De zaak is mondeling behandeld ter terechtzitting van 10 april 2026. Hierbij waren aanwezig [eiser], vergezeld door zijn echtgenote, en mr. Kaarsbaan en mr. A.F.J. Caster namens het Land. Partijen hebben in twee termijnen hun standpunten nader toegelicht. Partijen hebben ook vragen van de rechter beantwoord.

Vonnis is bepaald op heden.

2. DE FEITEN

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende bestreden alsmede op grond van overgelegde producties voor zover niet of onvoldoende bestreden staat onder meer het volgende vast tussen partijen.

Eiser] heeft in november 2018 in Venezuela een motorvaartuig gekocht, genaamd [bootnaam] (hierna: de boot), om in Aruba bedrijfsmatig te gebruiken als charterboot.

Op 19 maart 2019 is de boot ingeklaard. Diezelfde dag is de inklaring door de douane ingetrokken op de grond dat niet werd voldaan aan de benodigde formaliteiten.

eiser] heeft in 2022 bij dit Gerecht een bodemprocedure tegen het Land aangebracht (zaaknummer AUA202200544). Bij eindvonnis van 4 maart 2026 heeft het Gerecht overwogen dat het Land na de geweigerde inklaring heeft belemmerd dat de boot buiten Aruba werd gebracht of op de kade werd opgeslagen en dat het Land is gehouden de daardoor ondervonden schade als gevolg van het zinken van de boot te vergoeden. Het Land is veroordeeld tot betaling van Afl. 70.000,- aan schadevergoeding en met betrekking tot de door [eiser] geleden en te lijden gevolgschade is de zaak verwezen naar de schadestaatprocedure.

Bij brief van 17 maart 2026 heeft [eiser] het Land gesommeerd om binnen zeven dagen de boot aan hem ter beschikking te stellen. Het Land heeft niet op de brief gereageerd en geen gevolg gegeven aan de sommatie.

3. HET GESCHIL

De vordering van [eiser] strekt – samengevat – tot afgifte van de boot door het Land aan Biesen, op straffe van verbeurte van een dwangsom, met vergoeding van de buitengerechtelijke kosten en veroordeling van het Land in de proceskosten.

Eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Het Land houdt de boot onder zich zonder enige rechtstitel en weigert afgifte aan [eiser], ondanks sommatie. Het Land handelt in strijd met [eiser] eigendomsrecht en daarmee onrechtmatig. [Eiser] is als rechtmatig eigenaar bevoegd om de boot van het Land op te eisen op grond van artikel 5:2 Burgerlijk Wetboek (BW).

Het Land voert verweer.

Het Gerecht zal hierna, waar nodig, nader op de standpunten van partijen ingaan.

4. DE BEOORDELING

Ontvankelijkheid

Het Land stelt primair dat [eiser] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vordering. Het Land stelt daartoe dat [eiser] bij brief van 17 maart 2026 in feite vraagt om de boot alsnog in te klaren op grond van artikel 12 Landsverordening in-, uit- en doorvoer. De daarop door het Land te nemen beslissing is een beschikking als bedoeld in artikel 2 lid 1 van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar). Als niet binnen twaalf weken op zijn verzoek wordt beslist, kan [eiser] tegen de fictieve weigering in bezwaar en zal hij vervolgens beroep kunnen instellen bij de bestuursrechter. [Eiser] kan dus de bestuursrechtelijke procedure doorlopen en is daarom in deze civiele procedure niet ontvankelijk, aldus het Land.

Het Gerecht volgt het Land hier niet in. [Eiser] vraag in de brief van 17 maart 2026 namelijk niet om de boot in te klaren, maar om deze aan hem “ter beschikking te stellen” dan wel [eiser] “in staat te stellen de boot feitelijk in bezit te nemen”. Het verzoek van [eiser] is dus gericht op een feitelijke handeling, kort gezegd de afgifte van de boot, en niet op een bepaald rechtsgevolg. De beslissing van het Land op dit verzoek, of het uitblijven daarvan, kwalificeert dan ook niet als een beschikking in de zin van de Lar. Tegen het (niet) verrichten van een feitelijke handeling staat geen bestuursrechtelijke rechtsbescherming open. Dat betekent dat de burgerlijke rechter bevoegd is om van de vordering van [eiser] kennis te nemen. Het ontvankelijkheidsverweer wordt aldus verworpen.

Spoedeisend belang

Het spoedeisend belang bij de vordering volgt uit de aard van de vordering en de daaraan door [eiser] ten grondslag gelegde stellingen. Van [eiser] kan in redelijkheid niet worden verwacht dat hij de afloop van een bodemprocedure afwacht. Het verweer van het Land op dit punt wordt eveneens verworpen.

Afgifte

In een kortgedingprocedure moet aan de hand van het door partijen gestelde, zonder nader onderzoek en met inachtneming van de beperkingen van de procedure in kort geding, de vraag worden beantwoord of de vordering van [eiser] in een eventuele bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat vooruitlopend daarop toewijzing van de door haar gevraagde voorziening gerechtvaardigd is. In dat kader overweegt het Gerecht als volgt.

Het Gerecht stelt voorop dat [eiser] eigenaar is (gebleven) van de boot. Anders dan het Land meent, heeft de veroordeling tot schadevergoeding in de tussen partijen gevoerde bodemprocedure niet tot gevolg dat de eigendom van de boot op het Land is overgegaan. Aan de voor een geldige overdracht geldende vereisten van artikel 3:84 BW is immers niet voldaan. Dat de bodemrechter de schade heeft bepaald op de vervangingswaarde, is niet meer dan een begrotingswijze op grond van artikel 6:97 BW zonder dat daarmee het eigendomsrecht van [eiser] is (of beter gezegd: kan worden) aangetast.

Het voorgaande betekent dat [eiser] in beginsel de boot van het Land kan opeisen. Het Gerecht begrijpt dat de boot zich tot heden bevindt op het douaneterrein te [locatie]. Om feitelijke afgifte aan [eiser] te bewerkstelligen, zal de boot eerst in Aruba moeten worden ingevoerd. Daarvoor zal de boot moeten worden ingeklaard en moet worden voldaan aan overige geldende vereisten uit hoofde van de Landsverordening in-, uit- en doorvoer, waaronder het voldoen van invoerrechten. Dit leidt ertoe dat de vordering tot afgifte niet zonder meer toewijsbaar is. De vordering zal daarom worden toegewezen onder de voorwaarde dat is voldaan aan de op grond van de toepasselijke wet- en regelgeving geldende vereisten voor de inklaring/invoer van de boot. Zodra aan al die vereisten is voldaan, moet het Land de boot aan [eiser] vrijgeven.

Opgemerkt wordt dat het Land zijn medewerking dient te verlenen aan de invoer van de boot. Dat betekent onder meer dat het Land aan [eiser] op heldere wijze kenbaar maakt welke procedure hij dient te volgen en, na ontvangst van de benodigde documentatie, voortvarend overgaat tot inklaring van de boot. Voor zover niet (ineens) aan alle vereisten wordt voldaan, dient [eiser] daarover tijdig en volledig te worden geïnformeerd. Ook moet [eiser] worden gewezen op eventuele mogelijkheden om de procedure te bespoedigen. Het Gerecht hecht eraan dit te benadrukken gelet op de feitelijke gang van zaken ten tijde van de (intrekking van) de inklaring in 2019 en de nasleep daarvan, zoals in de bodemprocedure is gebleken. In deze geschiedenis tussen partijen ziet het Gerecht bovendien aanleiding voor toewijzing van de gevorderde dwangsom indien het Land de boot niet binnen de te stellen termijn aan [eiser] ter beschikking stelt.

De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke kosten is niet betwist en toewijsbaar als na te melden.

Het Land zal, als de in het ongelijk te stellen partij, worden veroordeeld in de proceskosten gevallen aan de zijde van [eiser], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 450,- aan griffierecht en Afl. 225,- aan explootkosten.

5. DE UITSPRAAK

Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:

veroordeelt het Land, onder de voorwaarde dat is voldaan aan de op grond van de toepasselijke wet- en regelgeving geldende vereisten voor de inklaring/invoer van de boot,

om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis de boot aan [eiser] af te geven, althans de boot ter vrije beschikking van [eiser] te stellen;

bepaalt dat het Land ten behoeve van [eiser] een dwangsom verbeurt van

Afl. 1.000,- per dag of dagdeel dat het Land niet voldoet aan voormelde veroordeling, met een maximum van Afl. 50.000,-;

veroordeelt het Land tot betaling aan [eiser] van Afl. 525,- aan vergoeding voor buitengerechtelijke kosten;

veroordeelt het Land in de kosten van de procedure gevallen aan de zijde van [eiser], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 675,--;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 6 mei 2026 in aanwezigheid van de griffier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.H.M. van de Leur

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand