ECLI:NL:OGEAA:2026:141

ECLI:NL:OGEAA:2026:141

Instantie Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak 13-05-2026
Datum publicatie 01-06-2026
Zaaknummer AUA202403475 AR
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Bodemzaak

Samenvatting

Civiel, voor recht verklaart, strijd met de redelijkheid en billijkheid, laboratoria, huisartsenpraktijken, onrechtmatige daad.

Uitspraak

Vonnis van 13 mei 2026

Behorend bij AUA202403475 AR

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

de naamloze vennootschap I.L. LABORATORIO FAMILIAR N.V.,

te Aruba,

eiseres, hierna te noemen: Labfam,

gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,

tegen:

de publiekrechtelijke rechtspersoon UITVOERINGSORGAAN ALGEMENE ZIEKTEKOSTENVERZEKERING ARUBA,

te Aruba,

gedaagde,

hierna te noemen: het UAZV,

gemachtigde: de advocaat mr. ir. T.L.H. Peeters.

1. DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties 1 tot en met 18, ingediend op 8 oktober 2024;

- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 6, ingediend op 5 februari 2025;

- de mondelinge behandeling van 5 september 2025, waarbij zijn verschenen:

namens Labfam: mevrouw [directeur van Labfam] (directeur), bijgestaan door mr. Kock,

namens het UAZV: mevrouw [C.L. officer](chief legal officer), de heer [hoofd zorginkoop] (hoofd zorginkoop) en de heer [zorginkoper] (zorginkoper), bijgestaan door mr. Peters.

Tijdens de zitting hebben de gemachtigden het woord gevoerd aan de hand van spreekaantekeningen, die aan het dossier zijn toegevoegd. Ook hebben partijen vragen van het Gerecht beantwoord en gereageerd (of kunnen reageren) op elkaars stellingen.

Daarna is bepaald dat vonnis zal worden gewezen.

2. DE VASTSTAANDE FEITEN

Vanaf 1996 is de Landsverordening houdende regels inzake een algemene ziektekostenverzekering (hierna: Landsverordening AZV) stapsgewijs in werking getreden. Uit de Memorie van Toelichting bij de Landsverordening AZV blijkt dat de AZV de volgende doelstellingen heeft:

a. een voor iedereen gelijke toegankelijkheid van de gezondheidszorg, ongeacht inkomen, leeftijd en ziekterisico.

b. het komen tot en behouden van een kwalitatief goede gezondheidszorg, zonder verspillingen en overbodige consumptie.

c. meer uniformiteit in de uitvoering van de financiële afwikkeling van de ziektekosten.

d. het komen tot beheersbare kosten van de gezondheidszorg.

Het UAZV is belast met de uitvoering van de Landsverordening AZV. Het is dus ook de taak van het UAZV om de doelstellingen van de Landsverordening AZV te realiseren.

Eén van de taken van het UAZV is het sluiten van zorgovereenkomsten met zorgverleners en het betalen van die aanbieders voor de verleende verzekerde zorg.

Labfam is een particuliere onderneming die laboratoriumonderzoeken verricht, voor een groot deel ten behoeve van AZV-verzekerden.

De tarieven die het UAZV tot 2024 aan Labfam betaalde, waren gebaseerd op het Tarievenbesluit Landslaboratorium 1991. Die tarieven zijn vastgesteld in 1989 en waren sindsdien niet herzien. Wel sprak (en spreekt) het UAZV met gecontracteerde zorgverleners een budgetplafond af. Dit betekent dat verleende zorg maar tot een bepaald maximum bedrag per jaar wordt vergoed.

Om de kwaliteit, betaalbaarheid en toegankelijkheid van de zorg te kunnen blijven garanderen, heeft het UAZV een bezuinigingsplan ontwikkeld, het zogenoemde “5-wave-model”. Eén van de onderdelen daarvan is het herzien van de tarieven die aan zorgverleners worden betaald.

Om de tarieven voor laboratoriumdiensten te kunnen herzien, heeft het UAZV sinds 2001 aan de laboratoria gevraagd om inzicht te geven in hun kostenopbouw. Aan dat verzoek hebben de private laboratoria (waaronder Labfam) niet voldaan.

Het UAZV heeft in 2016 het bureau Performation ingeschakeld met het verzoek om marktconforme tarieven voor laboratoriumdiensten in Aruba vast te stellen.

Sinds 2019 heeft het UAZV in budgetbrieven aan de laboratoria aangekondigd dat zij werkt aan een aanpassing van het tarievenstelsel. Ook is toegelicht dat daarbij aansluiting zal worden gezocht bij de tarievenstructuur van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en dat het nieuwe systeem met ingang van 1 mei 2023 zal worden ingevoerd.

Op 17 maart 2023 heeft het UAZV aan de laboratoria een presentatie geven over de nieuwe tariefstructuur. In deze presentatie zijn niet alleen de nieuwe tarieven kenbaar gemaakt, maar heeft het UAZV ook laten weten dat de zelfstandige laboratoria alleen zouden worden gecontracteerd voor het verrichten van eerstelijns diagnostiek. Dat is diagnostiek die wordt aangevraagd door een huisarts of verloskundige. De zogenoemde tweedelijns diagnostiek (die wordt aangevraagd door specialisten) zou in het vervolg nog slechts door het laboratorium van het Horacio Oduber Hospitaal (hierna: HOH) mogen worden uitgevoerd.

De laboratoria hebben geprotesteerd tegen de invoering van het nieuwe tarievenstelsel per 1 mei 2023. Naar aanleiding van vragen van de laboratoria is het nieuwe tarievenstelsel op onderdelen aangepast.

Op verzoek van de Vereniging Private Laboratoria Aruba heeft Reliant Corporate Finance & Accountancy (hierna: Reliant) in juni 2023 een rapport opgesteld over de gevolgen van de door het UAZV aangekondigde nieuwe tarieven. Reliant concludeert dat de private laboratoria door de invoering van het nieuwe tariefstelsel, in combinatie met het verlies van de tweedelijns diagnostiek, verlieslijdend dreigen te worden en daardoor bedreigd worden in hun voortbestaan.

Nadere correspondentie tussen het UAZV en de private laboratoria (waaronder Labfam) heeft niet tot een oplossing geleid.

Het UAZV heeft eind 2023 aan Labfam een zorgovereenkomst aangeboden voor de jaren 2024 en 2025. In die overeenkomst is uitgegaan van de “nieuwe” tarieven. Ook is een overgangsregeling opgenomen, op basis waarvan het UAZV in 2024 en 2025 aan Labfam – in aanvulling op het nieuwe tarief – een vergoeding betaalt ter compensatie van het inkomensverlies dat het gevolg is van de tariefwijziging en het verlies van de tweedelijns diagnostiek. Labfam heeft de aangeboden zorgovereenkomst op 3 mei 2024 ondertekend, onder de voorwaarde dat in een bodemprocedure zal worden beslist of de door het UAZV voorgestelde tarieven redelijk zijn.

3. DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Labfam vordert dat het Gerecht (met uitvoerbaarverklaring bij voorraad):

a. voor recht verklaart dat de tarieven die het UAZV heeft opgelegd in strijd met de redelijkheid en billijkheid zijn en dat het UAZV deze verlaagde tarieven niet ten opzichte van Labfam mag toepassen;

b. bepaalt dat de tarieven als vastgesteld in het Tarievenbesluit in de relatie tussen UAZV en Labfam moeten worden toegepast tot het moment waarop partijen afspraken maken over redelijke tarieven;

c. voor recht verklaart dat het ontnemen van de tweedelijns laboratoriumdiensten aan Labfam (en het exclusief toekennen daarvan aan HOH) jegens Labfam onrechtmatig is;

d. UAZV beveelt om Labfam toe te staan deze tweedelijns laboratoriumdiensten te verrichten en deze aan Labfam te vergoeden conform het tarief dat aan HOH wordt betaald, zolang Labfam deze diensten conform de daarvoor geldende normen uitvoer;

e. voor recht verklaart dat het UAZV jegens Labfam onrechtmatig handelt doordat het UAZV het toestaat dat huisartsenpraktijken op Aruba prikposten van een aantal laboratoria in het pand van de huisartsenpraktijk laten opereren;

f. UAZV gebiedt om de hiervoor genoemde onrechtmatige daad binnen 30 dagen na deze uitspraak op te heffen;

g. UAZV een dwangsom van Afl. 5.000,- per dag oplegt;

h. UAZV in de proceskosten veroordeelt.

Het UAZV heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

Voor zover nodig zal het Gerecht hierna ingaan op de stellingen van partijen, voor zover die relevant zijn voor de beoordeling van het geschil.

4. DE BEOORDELING

Labfam stelt in haar verzoekschrift drie zaken aan de orde:

i. de nieuwe tarieven die het UAZV uitbetaalt voor de werkzaamheden van Labfam;

ii. het feit dat het UAZV de tweedelijns diagnostiek exclusief heeft uitbesteed aan het laboratorium van het HOH;

iii. het feit dat het UAZV niet optreedt tegen huisartsenpraktijken, die exclusieve afspraken maken met bepaalde laboratoria.

Bij de beoordeling van de verwijten die Labfam het UAZV in dit verband maakt, stelt het Gerecht het volgende voorop.

Tussen partijen is niet in geschil dat voor het UAZV het basisbeginsel van contractsvrijheid geldt. Dit betekent in principe dat het UAZV zelf mag bepalen aan welke zorgverlener zij wel, en aan welke zij geen zorgovereenkomst aanbiedt. Ook mag zij zelf bepalen tegen welke voorwaarden zij met zorgverleners contracteert. Die vrijheid is echter niet onbegrensd. Op het UAZV rusten niet alleen verplichtingen die voortvloeien uit publiekrechtelijke regelgeving, maar ook uit verplichtingen op grond van het algemeen verbintenissenrecht.

Wat betreft de publiekrechtelijke verplichtingen geldt dat het UAZV ervoor moet zorgen dat de AZV-verzekerden aanspraak kunnen maken op toegankelijke, kwalitatief goede en betaalbare zorg. Het UAZV moet dus voldoende zorgverleners contracteren, dan wel zodanige afspraken maken over de omvang van de zorg, zodat de verzekerden een zorgverlener kunnen consulteren als dat nodig is. Bij de prijsstelling die het UAZV afspreekt met de zorgverleners, moet het UAZV ervoor zorgen voor zorgen dat de zorg betaalbaar blijft.

Omdat het UAZV privaatrechtelijke overeenkomsten sluit met zorgverleners, moet het UAZV zich ten opzichte van de zorgverleners naar redelijkheid en billijkheid gedragen. Dit betekent onder meer dat het UAZV bij zijn inkoopgedrag rekening moet houden met de gerechtvaardigde belangen van de zorgverlener. Daarbij speelt een belangrijke rol dat het UAZV in Aruba de enige partij is die op basis van de AZV zorgovereenkomsten met zorgverleners kan sluiten. Dit betekent dat zorgverleners van het UAZV afhankelijk zijn. Het UAZV moet daarmee rekening houden. Dat geldt zeker als het gaat om zorgverleners met wie het UAZV jarenlang op een bepaalde voet heeft gecontracteerd.

De eis dat het UAZV rekening moet houden met gerechtvaardigde belangen van de zorgverleners betekent ook dat het UAZV tarieven moet aanbieden die kostendekkend zijn. Daarbij kan dan wel van de zorgverlener worden verlangd dat hij zijn bedrijfsvoering doelmatig en efficiënt inricht, om de kosten zo laag mogelijk te houden. Daaruit vloeit voort dat de tarieven die het UAZV aanbiedt, een redelijk efficiënt handelend zorgverlener in staat moeten stellen om de gevraagde diensten met de nodige kwaliteit te leveren vanuit een financieel gezonde onderneming.

Tot slot overweegt het Gerecht vooraf dat Labfam op de zitting heeft gesteld dat het UAZV – dat het alleenrecht heeft om onder de AZV zorgverleners te contracteren – misbruik maakt van zijn machtspositie in de zin van de Mededingingsverordening. De Aruba Fair Trade Authority (AFTA), de instantie die toeziet op de naleving van de Mededingingsverordening, heeft echter naar aanleiding een klacht van MedLab tegen (onder andere) het UAZV geoordeeld dat het UAZV bij het inkopen van zorg niet handelt als onderneming in de zin van de Mededingingsverordening. Om die reden kan het UAZV volgens de AFTA bij dat gedeelte van haar taakuitoefening niet handelen in strijd met de Mededingingsverordening. Labfam heeft niets gesteld waaruit moet blijken dat deze beslissing van het AFTA onjuist is. Gelet daarop zal het Gerecht in dit vonnis niet ingaan op de stellingen van Labfam dat het UAZV de Mededingingsverordening overtreedt.

Met inachtneming van het voorgaande zal het Gerecht hierna de vordering van Labfam beoordelen.

De tarieven

Labfam is van mening dat de tarieven die het UAZV heeft vastgesteld, veel te laag zijn. Labfam wijst erop dat de “oude” tarieven zijn vastgesteld in 1986. Sinds die tijd zijn de prijzen voor – bijvoorbeeld – arbeid, grondstoffen, huisvesting en apparatuur gestegen, zodat volgens Labfam de kostprijs van haar diensten is gestegen. Niettemin heeft het UAZV de tarieven verlaagd. Om die reden kan het UAZV volgens Labfam de nieuwe tarieven in redelijkheid niet hanteren. Volgens het UAZV ligt dat anders. Zij wijst erop dat sommige kosten weliswaar zijn gestegen, maar dat er tegelijkertijd ook aanzienlijke besparingen zijn gerealiseerd door (bijvoorbeeld) toegenomen automatisering.

Tussen partijen is niet in geschil dat het UAZV bevoegd is om de tarieven vast te stellen, die aan de zorgverleners worden betaald voor de zorg die zij verlenen aan AZV-verzekerden. Daarvan zal dus ook het Gerecht uitgaan.

De eerste vraag waarover partijen het niet eens zijn, is aan de hand van welke maatstaf moet worden beoordeeld of de tarieven die het UAZV aanbiedt, redelijk zijn. Labfam stelt zich op het standpunt dat het Gerecht moet toetsen of de tarieven in strijd met de redelijkheid en billijkheid zijn. Volgens het UAZV ligt de drempel hoger. Omdat Labfam een zorgovereenkomst heeft getekend met het UAZV, staan volgens het UAZV de tarieven die in de overeenkomst zijn opgenomen tussen partijen vast, en kan Labfam hoogstens een beroep doen op de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid. Dit betekent dat het Gerecht volgens het UAZV moet toetsen of de nieuwe tarieven naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. Tussen de beide normen zit een juridisch verschil: volgens Labfam moet het Gerecht beoordelen of de tarieven redelijk zijn (gelet op wat partijen van elkaar mogen verwachten), volgens het UAZV moet het Gerecht toetsen of de nieuwe tarieven volstrekt onacceptabel zijn.

Het Gerecht is het met Labfam eens. Partijen hebben immers afgesproken dat zij een zorgovereenkomst zouden aangaan onder de ontbindende voorwaarde dat in een bodemprocedure zou worden vastgesteld dat de tarieven niet redelijk zijn. Dat oordeel wordt in deze procedure gevraagd. Dit betekent dat niet moet worden getoetst of de nieuwe tarieven naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar (lees: onacceptabel) zijn, maar of de nieuwe tarieven ten opzichte van Labfam redelijk en billijk zijn. Daarbij geldt dat het op de weg ligt van Labfam, die stelt dat de tarieven onredelijk zijn, om dit standpunt voldoende te onderbouwen.

Het UAZV heeft uitgelegd dat aan de vaststelling van de tarieven een jarenlang en intensief proces vooraf is gegaan (zie hiervoor, nrs. 2.7 tot en met 2.11). Het UAZV heeft het bureau Performation verzocht om onderzoek te doen naar de vraag welke tarieven op de Arubaanse zorgmarkt redelijk zijn. Daarbij is aangeknoopt bij de tarievenstructuur die de Nederlandse Zorgautoriteit hanteert, maar is bij de tariefstelling rekening gehouden met de lokale omstandigheden in Aruba (zoals kosten voor loon, grondstoffen, huisvesting, energie, maar ook transport etc.). Daardoor zijn volgens het UAZV tarieven tot stand gekomen die representatief zijn voor de Arubaanse markt.

Om haar stelling dat de tarieven in strijd met de redelijkheid en billijkheid zijn te onderbouwen, heeft Labfam gewezen op het rapport van Reliant, dat op verzoek van de Vereniging Private Laboratoria Aruba is opgesteld. In dit rapport staat (samengevat) dat de private laboratoria op dit moment een beperkte winst (van 7,8%) behalen, maar dat zij na invoering van de nieuwe tarieven mogelijk verlieslijdend zullen worden. Daaruit blijkt, zo betoogt Labfam, dat de tarieven die het UAZV heeft vastgesteld in strijd met de redelijkheid en billijkheid zijn.

Naar het oordeel van het Gerecht heeft Labfam haar standpunt onvoldoende onderbouwd. Het UAZV heeft er in reactie op het rapport van Reliant terecht op gewezen dat uit het rapport van Reliant niet blijkt:

a. welke opdracht precies aan Reliant is verstrekt;

b. welke informatie aan Reliant is verstrekt, en op welke uitgangspunten Reliant haar bevindingen dus baseert;

c. met welke kosten Reliant rekening heeft gehouden (bijvoorbeeld: gaat het om daadwerkelijke kosten, of om fiscale constructies zoals de afschrijving op bedrijfsgebouwen, en met welke managementvergoeding wordt rekening gehouden en is die vergoeding redelijk?).

Het Gerecht is het met het UAZV eens dat het rapport van Reliant, wegens het gebrek aan de hiervoor genoemde informatie (die Labfam ook na ontvangst van de conclusie van antwoord van het UAZV niet heeft verstrekt), niet controleerbaar en verifieerbaar is.

Het UAZV heeft er daarnaast nog op gewezen dat

d. Reliant een vergelijking heeft gemaakt van een gemiddelde business case voor een gemiddeld laboratorium in het fictieve jaar 2019, met een vergelijking van de toepassing van de oude en nieuwe tariefsystematiek, zodat uit het rapport niet kan worden afgeleid dat Labfam door de nieuwe tariefsystematiek met ingang van 2024 daadwerkelijk verlieslijdend is of dreigt te worden;

e. Labfam heeft nagelaten inzicht te geven in haar winst- en verliesrekening om op die manier te kunnen beoordelen of een vermindering van haar inkomsten inderdaad zal betekenen dat zij verlies lijdt;

f. Reliant in het rapport een correctie toepast voor een verliesverrekening die sommige private laboratoria toepassen, maar onduidelijk is of dit ook voor Labfam geldt;

g. Reliant er vanuit gaat dat de zogenoemde tweedelijns zorg (die gemiddeld winstgevender is dan de eerstelijnszorg) 22% van de totale dienstverlening van de private laboratoria uitmaakt, maar dit voor de meeste private laboratoria (waaronder Labfam) veel minder is;

h. in het rapport geen aandacht wordt besteed aan de vraag op welke manier de private laboratoria (waaronder Labfam) kosten kunnen besparen door efficiënter te werken of hun managementvergoedingen terug te brengen.

Labfam is op geen van deze argumenten van het UAZV ingegaan. De vragen die het UAZV heeft opgeworpen zijn dus nog altijd onbeantwoord en de fouten die het UAZV zegt te hebben gesignaleerd in het rapport van Reliant zijn onweersproken. Gelet op het voorgaande kan het Gerecht er dus niet vanuit gaan dat de conclusies van Reliant kloppen. Dat Labfam door de invoering van de nieuwe tarieven inderdaad verlieslijdend zal worden, is dan ook niet gebleken.

Labfam heeft nog een lijstje overgelegd van de tarieven die worden uitbetaald voor laboratoriumdiensten in Curaçao, Sint Maarten en op de BES-eilanden. Hiermee wil Labfam onderbouwen dat de tarieven die het UAZV betaalt, te laag zijn. In dit betoog kan Labfam echter niet worden gevolgd. Voor zover het Gerecht het kan overzien, zijn de tarieven die zorgverleners op de andere eilanden ontvangen voor dezelfde zorg, inderdaad hoger dan de tarieven die het UAZV heeft vastgesteld. Dit betekent echter niet per definitie dat de tarieven van het UAZV onredelijk laag zijn. Daarbij komt dat het UAZV tijdens de zitting heeft verteld dat de andere eilanden nog werken met “oude” tarieven, dat ook zij werken aan een aanpassing van de tarieven en dat zij daarbij dezelfde structuur zullen gaan hanteren als het UAZV. Dit heeft Labfam niet bestreden, zodat het Gerecht ervan uitgaat dat dat klopt. Dat op de andere eilanden hogere (en kennelijk verouderde) tarieven worden betaald, betekent dus niet dat de tarieven van het UAZV onredelijk zijn.

Aan het voorgaande voegt het Gerecht nog het volgende toe. Labfam lijkt ervan uit te gaan dat voor het antwoord op de vraag of de tarieven die het UAZV aanbiedt redelijk zijn, haar eigen kostprijs doorslaggevend is. Het standpunt van Labfam dat de tarieven van het UAZV in strijd zijn met de redelijkheid en billijkheid is immers uitsluitend gebaseerd op de stelling dat Labfam door die tarieven verlieslijdend wordt of dreigt te worden. Het antwoord op de vraag of een aangeboden tarief de redelijkheidstoets kan doorstaan, is echter complexer en meeromvattend dan dat. Naast de kostprijs van de zorgverlener zijn immers ook de beschikbare middelen en de betaalbaarheid en toegankelijkheid van de zorg van invloed op de tarieven. Het UAZV zal daarbij steeds een afweging moeten maken tussen de belangen van de zorgverleners en die van de verzekerden (en/of belastingbetalers, die tezamen het beschikbare zorgbudget moeten opbrengen). De kostprijs van de zorgverlener is dus niet allesbepalend. Dit geldt te meer zolang onduidelijk is of de zorgverlener die kostprijs kan verlagen door besparingen door te voeren. Dat neemt overigens niet weg dat het UAZV wel een tarief moet vaststellen waarmee een gemiddeld efficiënte zorgverlener in staat is kostendekkend te werken, oftewel voldoende kwalitatieve zorg kan aanbieden vanuit een financieel gezonde onderneming (zie 4.6). Dat de nieuwe tarieven dit niet doen, heeft Labfam in dit geval niet duidelijk gemaakt (waarbij het zich wreekt dat Labfam geen enkel inzicht heeft gegeven in haar kostenopbouw).

Daarbij komt nog dat het UAZV aan Labfam een overgangsregeling heeft aangeboden, waardoor de gevolgen van de invoering van de nieuwe tarieven wordt verzacht. Het UAZV betaalt immers onder de overgangsregeling in de jaren 2024 en 2025 een vergoeding ter compensatie van het inkomensverlies dat het gevolg is van de tariefwijziging (en het verlies van de tweedelijns diagnostiek). Daardoor heeft Labfam twee jaar de tijd om – zo nodig – haar bedrijfsvoering aan te passen aan de nieuwe omstandigheden. Het UAZV is daarmee naar het oordeel van het Gerecht voldoende tegemoet gekomen aan de gerechtvaardigde belangen van Labfam.

Gelet op het voorgaande is het Gerecht van oordeel dat Labfam, gelet op de gemotiveerde betwisting door het UAZV, onvoldoende heeft onderbouwd dat het UAZV met het vaststellen van de nieuwe tarieven heeft gehandeld in strijd met de redelijkheid en billijkheid.

Dit betekent dat de vorderingen van Labfam, omschreven in 3.1 onder a en b, worden afgewezen.

Het exclusief uitbesteden van tweedelijnszorg aan het HOH

Labfam stelt verder dat het UAZV onrechtmatig heeft gehandeld, door te beslissen dat voortaan alleen het laboratorium van het HOH tweedelijns laboratoriumdiagnostiek mag verrichten.

Labfam betoogt in dit verband dat het UAZV een monopolie en daarmee een machtspositie heeft. Het UAZV is immers de enige instantie die (onder de AZV) contracten sluit met zorgverleners. Het UAZV moet dus ook rekening houden met de redelijke belangen van zorgverleners, maar heeft haar zorgplicht in dit geval geschonden. Het UAZV kan immers niet een deel van de laboratoriumdiensten exclusief gunnen aan één enkele zorgverlener, en al helemaal niet als een andere zorgverlener (in dit geval Labfam) bereid is de diensten te verrichten voor dezelfde prijs als die het UAZV betaalt aan de wél gecontracteerde zorgverlener.

Tussen partijen staat niet ter discussie dat Labfam tot voor kort ook tweedelijns diagnostiek verrichtte voor AZV-verzekerden, en dat het UAZV nooit heeft geklaagd over de kwaliteit van de zorg van Labfam. Dat is dan ook niet de reden dat het UAZV de tweedelijns diagnostiek nu exclusief heeft belegd bij het laboratorium van het HOH. Het UAZV heeft hierover uitgelegd de private laboratoria, waaronder Labfam, voorheen een klein gedeelte van de tweedelijns diagnostiek verrichtten. Het grootste deel van de tweedelijns diagnostiek werd altijd al uitgevoerd door het laboratorium van het HOH. Het UAZV heeft besloten voortaan alleen het laboratorium van het HOH te contracteren voor de tweedelijns diagnostiek, omdat het laboratorium van het HOH het enige laboratorium is dat in staat is het totale arsenaal van tweedelijns laboratoriumdiensten gedurende 24 uur per dag aan te bieden. Daarnaast heeft het laboratorium van het HOH als voordeel dat de laboratoriumdiensten zijn geïntegreerd in het zorgproces van het HOH. Tot slot leidt het exclusief inkopen van tweedelijns diagnostiek tot schaalvoordelen, een grotere efficiency en daarmee tot kostenbesparingen. Alleen het laboratorium van het HOH hoeft dan immers de infrastructuur in huis te hebben die nodig is om de tweedelijns diagnostiek te verrichten.

Bij de beoordeling van de stellingen van partijen stelt het Gerecht voorop dat het het UAZV in principe vrij staat te bepalen aan welke zorgverlener zij wel, en aan welke zij geen zorgovereenkomst aanbiedt (zie hiervoor, 4.3). Wel moet het UAZV voldoende zorg inkopen om ervoor te zorgen dat aan de vraag naar zorg kan worden voldaan (zie 4.4) en moet het UAZV rekening houden met de gerechtvaardigde belangen van de zorgverleners (zie 4.5).

De vraag is of – zoals Labfam stelt en het UAZV betwist – het UAZV bij zijn inkoopgedrag voldoende rekening heeft gehouden met de gerechtvaardigde belangen van Labfam, die jarenlang tweedelijnszorg heeft verricht voor AZV-verzekerden. Naar het oordeel van het Gerecht is dit wel het geval.

Het UAZV heeft uitgelegd om welke redenen zij heeft besloten de tweedelijns zorg exclusief te beleggen bij het laboratorium van het HOH. Die redenen (die in 4.26 zijn opgesomd) zijn legitiem en dienen de doelstellingen van de Landsverordening AZV (zie 2.1). Daarbij heeft het UAZV tijdig aan Labfam meegedeeld dat de tweedelijnszorg voortaan exclusief door het laboratorium van het HOH zou worden uitgevoerd. Tijdens een bijeenkomst op 17 maart 2023 is aan de private laboratoria meegedeeld dat aan hen vanaf 2024 geen contract meer zou worden aangeboden voor het verrichten van tweedelijns diagnostiek. Bovendien heeft het UAZV aan Labfam voor de jaren 2024 en 2025 een overgangsregeling aangeboden. Op grond van die overgangsregeling betaalt het UAZV in de jaren 2024 en 2025 een vergoeding ter compensatie van het inkomensverlies dat het gevolg is van (de tariefwijziging en) het verlies van de tweedelijns diagnostiek. Daardoor heeft Labfam twee jaar de tijd om – zo nodig – haar bedrijfsvoering aan te passen aan de nieuwe omstandigheden. Het UAZV heeft daarmee naar het oordeel van het Gerecht voldoende rekening gehouden met de gerechtvaardigde belangen van Labfam.

Dit betekent dat ook de vordering die is genoemd in 3.1 onder c en d wordt afgewezen.

De prikposten in huisartsenpraktijken

Tot slot verwijt Labfam het UAZV dat het UAZV het goedvindt dat huisartsenpraktijken (op basis van afspraken met bepaalde laboratoria) prikposten van die laboratoria in hun huisartsenpraktijk laten opereren. Volgens Labfam zou het UAZV daartegen moeten optreden en handelt het UAZV onrechtmatig door dit niet te doen.

Labfam kan in deze stelling niet worden gevolgd. In de eerste plaats geldt dat Labfam niet heeft onderbouwd dat er inderdaad sprake is van overeenkomsten tussen huisartsen en laboratoria, terwijl het UAZV heeft betwist dat dit het geval is. Dat er sprake is van dergelijke afspraken staat daarmee niet vast. Alleen al om die reden valt het doek voor de vordering van Labfam.

Daarbij komt nog dat Labfam niet heeft uitgelegd op welke (wettelijke) basis UAZV zou kunnen – laat staan moeten – optreden tegen zorgverleners die werkafspraken maken met andere zorgverleners. In het verzoekschrift heeft Labfam alleen gesteld dat het UAZV een “level playing field” moet creëren en in stand houden, en dat zij het daarom niet mag toestaan dat bepaalde zorgverleners (in dit geval huisartsen) een laboratorium in hun praktijk diensten laten aanbieden. Op welke grond het UAZV dan zou kunnen of moeten optreden, heeft Labfam echter niet uitgelegd. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Labfam nog gesteld dat de overeenkomsten tussen huisartsen en laboratoria in strijd zijn met artikel 2.1 van de Mededingingsverordening (het zogenoemde kartelverbod). Ook als ervan zou moeten worden uitgegaan dat dit klopt (wat het UAZV heeft bestreden), heeft Labfam niet duidelijk gemaakt op basis van welke wettelijke bepaling het UAZV hiertegen zou moeten optreden.

De vordering zoals weergegeven in 3.1 onder e en f wordt daarom afgewezen.

De dwangsom

Omdat geen van de vorderingen van Labfam wordt toegewezen, bestaat er ook geen grond om aan het UAZV een dwangsom op te leggen (zie 3.1 onder g). Ook dit gedeelte van de vordering wordt daarom afgewezen.

De proceskosten

Omdat Labfam in het ongelijk wordt gesteld, moet zij de proceskosten van het UAZV betalen. Die kosten worden begroot op Afl. 2.500,- aan salaris van de gemachtigde (2 punten x tarief 5 van het liquidatietarief).

5. DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

wijst het gevorderde af;

veroordeelt Labfam in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van het UAZV worden begroot op Afl. 2.500,- aan salaris van de gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente, ingaande 14 dagen na deze uitspraak en verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Brandt, rechter in dit Gerecht, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 13 mei 2026 in aanwezigheid van de griffier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J. Brandt

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand