Vonnis van 25 maart 2025
Behorend bij A.R. AUA202002833 AR
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
1. [Eiser in conventie, gedaagde in reconventie 1],
wonend in [locatie 1], [woonplaats],
2. [Eiser in conventie, gedaagde in reconventie 2],
3. [Eiser in conventie, gedaagde in reconventie 3],
4. [Eiser in conventie, gedaagde in reconventie 4],
5. [Eiser in conventie, gedaagde in reconventie 5],
6. [Eiser in conventie, gedaagde in reconventie 6], voor zich en voor en namens haar minderjarige zoon sub 7:
7. [Eiser in conventie, gedaagde in reconventie 7],
8. [Eiser in conventie, gedaagde in reconventie 8],
9. [Eiser in conventie, gedaagde in reconventie 9],
de personen genoemd onder 2 tot en met 9: wonend in Aruba,
eisers in conventie,
gedaagden in reconventie,
hierna samen te noemen: [eisers in conventie, gedaagden in reconventie],
gemachtigde: mr. H.F. Falconi,
tegen:
[Gedaagde in conventie, eiser in reconventie],
wonend in Aruba,
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde in conventie, eiser in reconventie],
voorheen procederend in persoon, thans gemachtigde: mr. R.P. Lee.
1. DE VERDERE PROCEDURE
Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis in deze zaak van 29 maart 2023 en de daarin genoemde stukken.
Bij voormeld tussenvonnis is de zaak naar de rol verwezen voor het overleggen van diverse stukken door partijen, waaronder een verklaring van erfrecht met betrekking tot de erflaatster.
Nadat de zaak naar de parkeerrol was verwezen en weer op de rol was geplaatst, hebben eisers bij akte uitlating en overlegging producties van 17 december 2025 stukken overgelegd. Gedaagde heeft geen stukken overgelegd. Tegen hem is akte niet dienen verleend.
Vervolgens is vonnis bepaald.
2. DE VERDERE BEOORDELING
in conventie en in reconventie
Zoals in het tussenvonnis is overwogen, gaat het in dezen om de verdeling van de nalatenschap van de op 3 januari 2015 te Aruba overleden erflaatster, mevrouw [erflaatster]. De erflaatster is de moeder van eisers sub 1 tot en met 5. Zij was gehuwd met de op 23 november 2012 overleden [echtgenoot van erflaatster] (hierna: [echtgenoot van erflaatster]). De erflaatster en [echtgenoot van erflaatster] zijn de ouders van gedaagde en van de op 17 juni 2004 overleden [overleden zoon] (hierna: [overleden zoon]). Eiseres sub 6 is de weduwe van [overleden zoon]. Eisers sub 7 tot en met 9 zijn de kinderen geboren uit het huwelijk van [overleden zoon] en eiseres sub 6.
Eisers in conventie, gedaagden in reconventie] vorderen - kort gezegd - dat de verdeling wordt gelast van de tot de nalatenschap van de erflaatster behorende onroerende zaak gelegen aan de [adres 1] in [locatie 2], Aruba, door de verkoop van deze onroerende zaak aan een derde en de verdeling van de verkoopopbrengst onder de erven. Ook gedaagde wil dat de verdeling wordt gelast, maar stelt zich op het standpunt dat voormelde onroerende zaak geheel aan hem toekomt (omdat het de bedoeling van zijn ouders was om de eisers sub 1 tot en met 5 te onterven en zijn broer [overleden zoon] is vooroverleden). Tevens wil gedaagde dat eisers worden veroordeeld hun medewerking te verlenen aan de afgifte van het ten behoeve van hem in het testament van de erflaatster opgenomen legaat.
Bij voormeld tussenvonnis zijn eisers verzocht (i) een verklaring van erfrecht met betrekking tot de erflaatster in het geding te brengen, alsmede (ii) het volledige testament van de erflaatster, (iii) concrete informatie over het huwelijksgoederenregime van de erflaatster en [echtgenoot van erflaatster], (iv) een verklaring van erfrecht met betrekking tot [overleden zoon], (v) een overzicht van de omvang van de eventuele huwelijksgoederengemeenschap van de erflaatster en [echtgenoot van erflaatster] en (vi) een opgave van hetgeen volgens eisers tot de nalatenschap van de erflaatster behoort. Bij akte uitlating en overlegging producties hebben eisers goeddeels aan het verzochte voldaan.
Gedaagde is verzocht het testament van [echtgenoot van erflaatster] te overleggen, een verklaring van erfrecht met betrekking tot [echtgenoot van erflaatster] en een concrete en gespecificeerde opgave van de volgens gedaagde tot de nalatenschap van de erflaatster behorende activa en passiva. Door gedaagde zijn geen stukken overgelegd.
Blijkens de overgelegde verklaring van erfrecht van 6 november 2025 was de erflaatster met [echtgenoot van erflaatster] in gemeenschap van goederen gehuwd en heeft zij bij uiterste wil van 7 mei 1993 over haar nalatenschap beschikt. In het testament is geen erfstelling voorzien. De erflaatster heeft daarom als haar wettelijk erfgenamen achtergelaten gedaagde en eisers sub 1 tot en met 5, ieder voor een/zevende (1/7) onverdeeld aandeel van haar nalatenschap en eisers sub 7 tot en met 9 de kinderen van [overleden zoon] bij wijze van plaatsvervulling, ieder voor 1/21 onverdeeld aandeel van haar nalatenschap.
Eiseres sub 6 heeft geen aanspraak op de nalatenschap van de erflaatster. Niet alleen is [overleden zoon] een vooroverleden kind (zodat ten tijde van zijn overlijden de nalatenschap van de erflaatster nog niet was opengevallen), ook is in het testament van de erflaatster bepaald dat hetgeen uit haar nalatenschap wordt verkregen zal niet vallen in enige gemeenschap van goederen.
Blijkens de verklaring van erfrecht worden de erfgenamen, met uitzondering van eiser sub 7, geacht de nalatenschap zuiver te hebben aanvaard. Omdat eiser sub 7 ten tijde van het overlijden van de erflaatster minderjarig was, wordt eiseres sub 6 geacht de nalatenschap van de erflaatster namens eiser sub 7 beneficiair te hebben aanvaard.
Beneficiaire aanvaarding brengt mee dat de nalatenschap van de erflaatster moet worden vereffend voordat deze kan worden verdeeld. De verzoeken van partijen om de nalatenschap van de erflaatster te verdelen zijn daarom prematuur en zullen om die reden worden afgewezen. Ditzelfde geldt voor alle met de verdeling samenhangende verzoeken.
Voor wat betreft de te zijner tijd plaats te vinden verdeling geldt als volgt.
Blijkens het testament van de erflaatster is het tot haar nalatenschap behorende onverdeelde aandeel van de erflaatster in de onroerende zaak te [adres 2] aan gedaagde en [overleden zoon] gelegateerd. Dit aandeel in deze onroerende zaak komt op grond van het testament derhalve aan gedaagde en [overleden zoon] gezamenlijk toe. Nu [overleden zoon] echter is vooroverleden en in het testament daarover niets is bepaald, is het legaat aan hem vervallen en is deze onverdeelde helft van het onverdeelde aandeel in deze onroerende zaak teruggevallen in de nalatenschap. De stelling van gedaagde dat de onroerende zaak alleen aan hem toekomt, is daarom niet juist. Het door gedaagde in reconventie in het tussenvonnis in 2.3 onder b gevorderde is niet toewijsbaar. Ditzelfde geldt voor de gevorderde veroordeling van eisers om aan de afgifte van het legaat mee te werken zoals door gedaagde is gevorderd. De nalatenschap moet worden vereffend en in dat kader kan het legaat (al dan niet na omzetting in een geldschuld) worden voldaan.
Voor wat betreft de onroerende zaak gelegen aan de [adres 1] geldt als volgt. Zoals hiervoor is overwogen zijn eisers sub 1 tot en met 5 erfgenamen van de erflaatster. Dat de erflaatster, zoals gedaagde stelt, de bedoeling had deze eisers te onterven, is op geen enkele manier aannemelijk gemaakt. Maar ook als dat wel zo was, dan geldt dat dit niet door de erflaatster bij uiterste wilsbeschikking is beschikt en daarom gedaagde niet kan baten. De stelling van gedaagde dat (ook) deze onroerende zaak enkel aan hem toekomt, faalt derhalve. De door gedaagde gevorderde verklaring voor recht dat deze onroerende zaak volledig aan gedaagde is gelegateerd (zoals weergegeven in het tussenvonnis in 2.3 onder c) wordt afgewezen. Omdat de erflaatster en [echtgenoot van erflaatster] in gemeenschap van goederen waren gehuwd, behoort de onroerende zaak tot de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap en valt het onverdeelde aandeel van de erflaatster in deze onroerende zaak in haar nalatenschap. Dit aandeel zal bij de vereffening (en daarna verdeling) moeten worden betrokken.
Voor wat betreft de belastingschulden en de (door eiseres betaalde) kosten van de uitvaart geldt dat deze schulden van de nalatenschap uit de nalatenschap moeten worden voldaan.
De in het kader van deze procedure gemaakte kosten voor de notaris en de kosten van het opvragen van de stamboom dienen door partijen gezamenlijk te worden gedragen. Eisers hebben onderbouwd met stukken gesteld dat zij Afl. 2.175,- aan notariskosten hebben betaald en Afl. 190,- voor de aanvraag van de stamboom, derhalve in totaal Afl. 2.365,-. Gedaagde heeft dit niet weersproken. Dit betekent dat gedaagde is gehouden het bedrag van Afl. 1.182,50 aan eisers te betalen. Gedaagde zal daartoe worden veroordeeld.
In de familierelatie tussen partijen ziet het Gerecht aanleiding de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
3. DE UITSPRAAK
Het Gerecht:
in conventie en in reconventie
veroordeelt gedaagde tot betaling aan eisers van Afl. 1.182,50;
verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.M. Tijhuis, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 25 maart 2026 in aanwezigheid van de griffier.