Parketnummer: P-2025/01011
Zaaknummer: 395 van 2025
Uitspraakdatum: 16 januari 2026 (op tegenspraak)
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de strafzaak tegen de verdachte:
[Verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1982 in [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats], op het adres [adres],
thans gedetineerd in het [detentieplaats],
hierna: de verdachte.
1. Onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 8 december 2025. Het onderzoek is gesloten op 16 januari 2026.
Ter terechtzitting waren aanwezig de officier van justitie mr. E.D. Schwengle, de verdachte en zijn raadslieden mr. C.H. Lejuez en mr. R.P. Lee, advocaten in Aruba.
2. Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd:
dat hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2025 tot en met 25 februari 2025 in Aruba tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een hoeveelheid cocaïne, in elk geval enige bereiding van deze stof, heeft uitgevoerd en/of afgeleverd en/of heeft vervoerd en/of in bezit en/of aanwezig heeft gehad.
3. Voorvragen
Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
4. Beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bepleit dat de verdachte geen betrokkenheid heeft gehad bij het tenlastegelegde en dan ook dient te worden vrijgesproken, wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.
Bewezenverklaring
Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande:
dat hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2025 tot en met 25 februari 2025 in Aruba tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een hoeveelheid cocaïne, in elk geval enige bereiding van deze stof, heeft uitgevoerd en/of afgeleverd en/of heeft vervoerd en/of in bezit en/of aanwezig heeft gehad.
Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.
1. De verklaring van de verdachte, op 8 december 2025 afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting, voor zover inhoudende, -zakelijk weergegeven-:
Ik heb [medeverdachte 1] twee keer met mijn auto afgezet bij [bedrijf 1]. Toen de politie binnenviel heb ik een mobiele telefoon in de reservetank van de wc gegooid.
2. Een proces-verbaal eerste verhoor verdachte, d.d. 23 mei 2025, nr. 2505230615.V01, bijlage 68 van het dossier, voor zover inhoudende, als verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 1], -zakelijk weergegeven-:
Ik heb twee mobiele telefoons. Beide zijn van het merk Samsung. Alleen ik maak gebruik van deze mobiele telefoon. Een van de mobiele telefoons had ik van mijn vriend [verdachte] gekregen. De mobiele telefoon staat geregistreerd op de naam van [alias]. Ik heb een nep paspoort onder deze naam, [alias], gebruikt om een vracht te versturen. Ik moest deze vracht voor mijn vriend [verdachte] versturen. Ik werd hiervoor betaald. Ik heb geen auto. [Verdachte] reed mij waar ik moest gaan. Hij heeft een grijze Hyundai Accent.
Aan de verdachte werd een mobiele telefoon getoond waarbij in het hoesje zich een persoonsnummerbewijs van de belasting onder de naam [medeverdachte 2] bevond:
Dit had mijn vriend [verdachte] aan mij gegeven om voor de vracht te gebruiken. Hij had mij geïnstrueerd om dit te doen. De vracht betrof kisten met onder andere beeldschermen, lampen, piano en andere muziekinstrumenten. De vracht was uit Colombia gekomen. [Verdachte] had zelf de vracht van Colombia naar Aruba laten komen. Volgens mij was de vracht in november of december 2024 gekomen. De vracht was de hele tijd thuis bewaard. Het stond in de achtertuin. Op de dag waarop de vracht werd verstuurd had iemand een witte pick-up gebracht. [Verdachte] had dit geregeld. [Verdachte] had voor de verzendkosten betaald. De vracht moest naar Nederland. [Verdachte] had mij het adres gegeven waar de vracht heen moest. Hij had de gegevens van afzender en ontvanger van de vracht verzorgd. De afzender ging onder de naam van een vrouw en de ontvanger ging onder de naam van een man.
3. Een proces-verbaal tweede verhoor verdachte, d.d. 14 juni 2025, nr. 2506141135.V01, bijlage 69 van het dossier, voor zover inhoudende, als verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 1], -zakelijk weergegeven-:
De inbeslaggenomen mobiele telefoon met de inbeslagname code CBC188.A.01.02.01 is aan de verdachte getoond:
Ongeveer twee maanden geleden had [verdachte] de mobiele telefoon aan mij gegeven. [Verdachte] had mij op 28 februari 2025 en 10 maart 2025 naar het logistiek bedrijf gebracht.
4. Een proces-verbaal voorgeleiding en bewaring, d.d. 26 mei 2025, opgemaakt door mr. U.I.D. Luydens, rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in dit Gerecht voor zover inhoudende, als verklaring van [medeverdachte 1] -zakelijk weergegeven-:
Ik weet waarvan ik word verdacht, van uitvoer van cocaïne. Ik heb iemand geholpen door een gunst voor hem te doen. U vraagt mij of ik de gunst op verzoek van [verdachte] heb gedaan. Ja, ik woon bij hem thuis sinds juli 2024. Hij hielp mij door mij onderdak te geven en daardoor heb ik hem geholpen. Ik volhard bij mijn verklaring afgelegd bij de politie. Ik heb de spullen zelf gebracht en heb alles ontladen. U vraagt mij waarom ik een paspoort gebruik die niet op mijn naam staat. De zoon van [verdachte] heeft een ‘fake’ paspoort voor mij gemaakt. Zij ([verdachte] en zijn zoon) hebben zelf alles via e-mail geregeld. Ik kreeg geld van [verdachte] om voor de cargo te betalen.
5. Proces-verbaal verdenking d.d. 3 april 2025, nr. 2504031200.AMB, met bijlagen waaronder proces-verbaal van bevinding van Departamento di Aduana Aruba, sectie Douane Recherche en Informatie, d.d. 3 april 2025, nr. 019-BVEV/2025, bijlage 4 van het dossier, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven-:
Op 3 april 2025 ontving het onderzoekteam een vracht met registratienummer [registratienummer], van de douane. In de vracht werden door de douane acht instrumentkisten aangetroffen. Bij het controleren van de acht instrumentisten, gaf de speurhond van de douane een positieve melding. Er werd door de douane een onderzoek gedaan aan de instrumentkisten, door een gaatje te maken in het zaagsel van de kisten om de aanwezigheid van cocaïne te laten testen. De test viel positief uit op de aanwezigheid van cocaïne. Via de verkregen documentatie van de douane bleek dat de afzender de volgende persoon was: [medeverdachte 2].
De getuige [getuige 1], werkzaam bij het bedrijf [bedrijf 1] waar de vracht werd onderschept, was degene die de vracht had behandeld. Hij verklaarde het volgende: in de maand februari was een man naar hun kantoor gekomen om over de prijzen te vragen voor vrachten richting Nederland. Aan de man werd de vrachtgegevens verzocht zodat zij deze in orde konden maken. Op 25 februari 2025 kwam de man met de vracht naar het bedrijf en had deze hier achtergelaten. Op 27 februari 2025 had de man via Whatsapp zijn paspoort en een persoonsnummer doorgestuurd. Echter bleek het persoonsnummer niet tot de man te behoren. De naam van de man was [alias]. Op 28 februari 2025 had [getuige 1] aan [alias] gevraagd hoe het met het persoonsnummer zat. Vervolgens stuurde [alias] een foto van een rijbewijs die tot [medeverdachte 2] behoorde. Op 10 maart 2025 kwam [alias] langs het kantoor met de persoonsnummerkaart van [medeverdachte 2]. Tevens had [alias], kort voordat de vracht zou worden verstuurd, het paspoort van [medeverdachte 3] doorgestuurd via Whatsapp als geadresseerde.
Bijlage B-4: op 3 april 2025 is aan het Korps Politie Aruba, Unit Narcotica, overgedragen een zending van acht stuks muziek instrument kisten, toebehorende aan douanedocument met registratienummer [registratienummer], met als afzender/exporteur [medeverdachte 2] te Oranjestad.
6. Ambtshandeling wegen en testen verdovende middelen, d.d. 4 april 2025, nr. 2504041020.OIG, bijlage 61 van het dossier, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven-:
Waarmerken
De inbeslaggenomen geperste houten platen gemengd met verdovende middelen werden met letters gewaarmerkt:
- Doos 1: A
- Doos 2: B
- Doos 3: C
- Doos 4: D
- Doos 5: E
- Doos 6: F
- Doos 7: G
- Doos 8: H
Wegen
Op 3 april 2025 is onderzoek ingesteld aan de inhoud en samenstelling van inbeslaggenomen verdovende middelen die in geperste houten platen waren, behorende aan de verdachten [medeverdachte 2] en [alias] en [medeverdachte 3]. Het betroffen acht muziek instrument kisten. Opmerkelijk is dat de cocaïne in de geperste houten platen van de kisten waren gemengd.
Fieldtest
Wij hebben de acht dozen met geperst hout gewogen, dit betrof in totaal 61050 gram. Wij hadden een kleine hoeveelheid van de geperste houten plaat met waarmerk F1 gesneden en in een buisje bestemd voor het testen van cocaïne gedaan en vervolgens de zogenaamde fieldtest genomen. De test viel positief uit, in die zin dat nadat de vloeistof in het buisje in aanraking was gekomen met de substantie, deze in een blauwe kleur veranderde, hetgeen de aanwezigheid van cocaïne en/of haar zouten aanduidt.
Monsterneming cocaïne
Wij hadden een kleine hoeveelheid van de geperste houten platen met waarmerken A1 t/m A3, B1 t/m B3, C1 t/m C3, D1 t/m D3, E1 t/m E3, F1 t/m F3, G1 t/m G3 en H1 t/m H3, gesneden en elk in aparte potjes gedaan. Voornoemde potjes zullen naar de toxicoloog worden verzonden.
7. Een geschrift, zijnde een rapport van [toxicoloog], toxicoloog, d.d. 4 april 2025, bijlage 62 van het dossier, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven-:
Verdachten: [alias], [medeverdachte 3], [medeverdachte 2].
Onderzoek
Kenmerk omschrijving conclusie:
A1 Monster geperste houten platen bevat cocaïne
A2 Monster geperste houten platen bevat cocaïne
A3 Monster geperste houten platen bevat cocaïne
8. Een geschrift, zijnde een rapport van [toxicoloog], d.d. 24 juni 2025, bijlage 62 van het dossier, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven-:
Verdachten: [alias], [medeverdachte 3], [medeverdachte 2].
Onderzoek
Kenmerk A1 t/m A3, B1 t/m B3, C1 t/m C3, D1 t/m D3, E1 t/m E3, F1 t/m F3, G1 t/m G3 en H1 t/m H3: conclusie telkens: bevat cocaïne.
Van het gekregen materiaal is 15,3 gram (M1) gebruikt voor het verrichten van onderzoek. Uit het onderzoek van (M1) is een hoeveelheid cocaïne van 2,3 gram gevonden (C1). Gelet op het feit dat uitgaande van het proces-verbaal dat er sprake is van een totaal gewicht van 61050 gram geperste houten platen, is het volgende berekend:
C1 = 2,3 gram
M1 = 15,3 gram
61050 x C1/M1 = 9177 gram cocaine.
Conclusie: de 61050 gram geperste houten platen bevatten 9177 gram cocaïne.
9. Proces-verbaal onderzoek woning, d.d. 23 mei 2025, nr. 2505230600.AMB, bijlage 12 van het dossier, als relaas van de verbalisant, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven-:
Onderzoek woning te [adres].
Verdachten: [verdachte] en [alias], die later bleek te zijn [medeverdachte 1].
Tijdens het binnentreden probeerde de verdachte [verdachte] een zwarte mobiele telefoon van het merk Apple IPhone, model 11 te vernietigen door deze in de reservetank van de wc te plaatsen.
De navolgende voorwerpen werden aangetroffen:
- een zwarte mobiele telefoon van het merk Samsung, model Galaxy A05, toebehorende aan [medeverdachte 1]) – code CBC188.A.01.01.01.
- en een zwarte mobiele telefoon van het merk Samsung, model Galaxy A06 – code CBC188.A.01.02.01.
- een zwarte mobiele telefoon van het merk Apple IPhone, model 11 (behorende aan [verdachte]) – code CBC188.F.01.01.01, plaats: in de reservetank van de wc in de badkamer;
- een donkerblauwe mobiele telefoon van het merk Apple IPhone, model 12 Pro Max in een grijs hoesje (behorende aan [verdachte]) – code CBC188.I.01.02.02.
10. Proces-verbaal bevinding mobiele telefoon, d.d. 5 juli 2025, nr. 2507051045.AMB, bijlage 15 van het dossier, als relaas van de verbalisant, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven-:
Op 23 mei 2025 werd de verdachte [verdachte] aangehouden, alwaar zijn mobiele telefoon werd aangetroffen en inbeslaggenomen. Er werd een onderzoek verricht naar de verkregen data van de mobiele telefoon. Tijdens het onderzoek werd vastgesteld dat:
- de meest voorkomende locatie van de mobiele telefoon [appartementencomplex] te [adres] is;
- de WIFI van [appartementencomplex] het meest wordt gebruikt door de mobiel telefoon;
- de gebruiker van de telefoon zijn naam had opgeslagen als [artiestennaam] in de applicatie Whatsapp;
- het telefoonnummer van de mobiele telefoon [telefoonnummer] is.
11. Proces-verbaal getuige verhoor, d.d. 26 juni 2025, nr. 2506261250.G06, bijlage 98 van het dossier, als verklaring van de getuige [getuige 2], voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven-:
Vraag: zegt het telefoonnummer [telefoonnummer] jou iets?
Ik ken hem als [verdachte]. Ik had dit telefoonnummer in mijn telefoon verwijderd. Vorige week kwam de moeder van [verdachte] bij mij en zij had tegen mij gezegd dat haar zoon problemen met de politie had gekregen en om het telefoonnummer van [verdachte] te verwijderen. Ik heb sinds 10 maanden tot 1 jaar contact met [verdachte] via het nummer [telefoonnummer]. [Verdachte] kan ik omschrijven als lang, hij heeft een dikke postuur, een baard en is van licht bruine huidskleur. Ik weet ook dat hij een grijze Hyundai heeft.
Aan de getuige werd een foto van [verdachte] getoond.
Ja, deze persoon is [verdachte], die ik zonet bedoelde.
12. Proces-verbaal Signal gesprek tussen [artiestennaam], [medewerker 1], [medewerker 2], [medewerker 3] en [medewerker 4], d.d. 17 juni 2025, nr. 2506171200.AMB, bijlage 57 van het dossier, als relaas van de verbalisant, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven-:
De gegevens van een mobiele telefoon, toebehorende aan [verdachte], voorzien van telefoonnummer [telefoonnummer], werd onderzocht. Er werd een Signal gesprek onderzocht, dat ging tussen [artiestennaam], [medewerker 1], [medewerker 2], [medewerker 3] en [medewerker 4]. Met [artiestennaam] wordt bedoeld de gebruiker van de mobiele telefoon en met [medewerker 1], [medewerker 2], [medewerker 3] en [medewerker 4] worden bedoeld de deelnemers, het gaat om een groepschat.
Ik zag dat de deelnemer met de naam [medewerker 4] een video in het gesprek had gestuurd. In de video hield een man een stuk papier vast met daarop de datum 22-05-2025, vervolgens had hij verschillende containers gefilmd en het pand van een bedrijf [bedrijf 2]. Uit onderzoek blijkt dat dit pand in de haven van Rotterdam is gevestigd. Opgemerkt moet worden dat in het gesprek werd gesproken over het in- en uitvoeren van verschillende kisten.
Berichten:
22 mei 2025:
1:31:00 PM: Bericht van [medewerker 1]: Hoeveel denk je dat minimaal nodig is om zoiets te maken? Ongeveer 20 om te oefenen, of 50, wat denk jij?
2:14:44 PM: Berichten van [artiestennaam] aan [medewerker 1]: Mk ja het is een doos. Minimaal 100.
2:16:05 – 2:17:36 PM: Berichten van [medewerker 1]: Ik breng je daar. Bij een expert is dat. Om die doos te plaatsen, als de jouwe niet zo ervaren zijn. Deze man weet veel omdat hij uit Santa Marta komt en je weet dat het daar heet is, dus je moet de dingen goed doen. En hij kent die dozen, weet waar hij de plekken heeft om alles te werken.
2:17:51 – 2:20:25 PM: Berichten van [artiestennaam] aan [medewerker 1]: Beter (…) De mijne is niet zo’n expert (…). Hier kopen we een andere om het originele stuk eruit te halen (…). Maar ik vind het leuk dat jij de meester hebt. Zo brengen we niet te veel mensen erin.
2:34:32 PM: Bericht van [medewerker 1]: 180 keer van 2 dozen lukte ze het in te voeren met die man.
2:42:00 PM: Bericht van [medewerker 1]: Die man heeft het echt hard gemaakt met het geld.
2:43:35 PM: Bericht van [artiestennaam] aan [medewerker 1]: Dit doen we stilletjes voor het geld en we maken winst.
2:45:17 PM: Bericht van [medewerker 1]: Zo is het, en zonder al te veel lawaai.
13. Proces-verbaal bevinding onderzoek fotogalerij mobiele telefoon [verdachte], d.d. 16 juli 2025, nr. 2507150920.AMB, bijlage 16 van het dossier, als relaas van de verbalisant, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven-:
Er werd een onderzoek verricht in de fotogalerij van de mobiele telefoon van [verdachte], die tijdens de doorzoeking werd aangetroffen, zijnde een donkerblauwe Apple IPhone 12 Pro Max met inbeslagnamecode CBC188.I.01.02.02. Er werden verschillende foto’s aangetroffen die te maken hebben met de onderschepte vracht inhoudende cocaïne:
P. 2: foto werd op 28 december 2022 opgeslagen. Op de foto is een telefoonscherm te zien met daarop de naam [alias].
P. 3: foto werd op 6 februari 2025 opgeslagen. Op de foto is een hand van een vrouw te zien die een foto van een Nederlands paspoort behorende aan [medeverdachte 3], vasthoudt. Dezelfde foto werd gebruikt in deze zaak om de vracht naar Nederland te versturen, de naam/foto werd gebruikt als die voor ontvanger van de vracht in Nederland. Opgemerkt wordt dat de foto in bezit was van verdachte [verdachte] voordat de foto van het paspoort van [medeverdachte 3] werd gebruikt om de vracht naar Nederland te verzenden.
Tijdens het verhoor van [getuige 3] verklaarde zij dat zij deze foto had gemaakt en deze naar [verdachte] had doorgestuurd.
14. Proces-verbaal bevinding onderzoek mobiele telefoon [medeverdachte 4], d.d. 23 mei 2025, nr. 2505231010.AMB, bijlage 13 van het dossier, als relaas van de verbalisant, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven-:
Op 23 mei 2025 werd de mobiele telefoon van de man [medeverdachte 4], een zwarte IPhone 11 Pro Max, inbeslaggenomen. Er werd een onderzoek verricht in de mobiele telefoon. Er werden in de fotogalerij van de mobiele telefoon foto’s aangetroffen die op 27 februari 2025 waren genomen. Een van een Colombiaans paspoort die op naam staat van [medeverdachte 1], en de andere twee paspoorten op naam van [alias]. Opgemerkt moet worden dat op de pasfoto van [medeverdachte 1] en op een van de paspoorten van [alias] dezelfde foto te zien is.
Gedurende onderzoek in de applicatie Whatsapp van voornoemde mobiele telefoon werd in een gesprek tussen [medeverdachte 4] en vermoedelijk zijn vader, verdachte [verdachte] gezien dat [medeverdachte 4] op 27 februari 2025 het valse paspoort van [medeverdachte 1] naar zijn vader had gestuurd.
15. Proces-verbaal bevinding onderzoek fotogalerij mobiele telefoon, d.d. 20 juni 2025, nr. 2506171040.AMB, bijlage 56 van het dossier, als relaas van de verbalisant, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven-:
Er werd een onderzoek verricht naar de mobiele telefoon van de verdachte [medeverdachte 1], zijnde een zwarte Samsung Galaxy A6 in een doorzichtig hoesje met de inbeslagnamecode CBC188.A.01.02.01. Opgemerkt moet worden dat in het hoesje een bewijs van het persoonsnummer op naam van [medeverdachte 2] met persoonsnummer werd aangetroffen. In de fotogalerij van voornoemde mobiele telefoon werden verschillende foto’s en video’s aangetroffen die te maken hebben met de onderschepte vracht inhoudende cocaïne.
Opmerking Gerecht: gelet op bewijsmiddel 3 (tweede verhoor [medeverdachte 1]) gaat het Gerecht ervan uit dat deze mobiele telefoon (in elk geval) tot en met maart 2025 bij de verdachte [verdachte] in gebruik was.
[Afbeelding met tekst 1]
[Afbeelding met tekst 2]
[Afbeelding met tekst 3]
[Afbeelding met tekst 4]
[Afbeelding met tekst 5]
Bewijsoverweging
Het Gerecht is – anders dan de verdediging – van oordeel dat op grond van de gebezigde bewijsmiddelen wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde. Daarbij hecht het Gerecht met name belang aan de initiële verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1], aangaande de rol en betrokkenheid van de verdachte bij de betreffende partij verdovende middelen.
Alhoewel [medeverdachte 1] later op deze verklaring is teruggekomen, acht het Gerecht deze verklaring betrouwbaar, nu dit op belangrijke onderdelen steun vindt in de overige gebezigde bewijsmiddelen, zoals hiervoor is weergegeven. Ook neemt het Gerecht hierbij in aanmerking dat de medeverdachte bij zijn verhoor bij de rechter-commissaris heeft volhard bij deze verklaring.
De verklaring van de verdachte, inhoudende dat hij geen enkele betrokkenheid had bij het tenlastegelegde, acht het Gerecht ongeloofwaardig en gelet op de gebezigde bewijsmiddelen onaannemelijk. Zoals gezegd, heeft de medeverdachte [medeverdachte 1] verklaard dat verdachte niet alleen betrokken was, maar ook een aansturende rol had. Deze verklaring vindt ondersteuning in verschillende onderzoeksbevindingen. Zo blijkt uit het dossier dat de verdachte beschikte over zowel de foto van het door zijn zoon vervalste paspoort van [alias], als over de persoonsgegevens van [medeverdachte 2], alsook over de foto van het paspoort van [medeverdachte 3]. Dit betreffen allen documenten die zijn gebruikt voor de uitvoer van deze partij verdovende middelen.
Daarnaast blijkt uit onderzoek naar een mobiele telefoon, die blijkens de verklaring van de medeverdachte op dat moment bij verdachte in gebruik was, dat de verdachte vanaf januari 2025 reeds betrokkenheid had bij de betreffende kisten inhoudende cocaïne, waarbij ook de (valse) documenten zoals voornoemd werden gebruikt. Ook blijkt uit onderzoek naar een andere mobiele telefoon, die de verdachte op het moment van de inval door de politie in de wc gooide, dat hij in mei 2025 in versluierde taal contacten onderhield aangaande - kort gezegd- het bewerken van dozen, de in- en/of uitvoer daarvan waarmee geld verdiend wordt en winst wordt gemaakt; dat er niet teveel mensen in gebracht moeten worden en het stilletjes moet gebeuren zonder lawaai. Dit duidt er naar het oordeel van het Gerecht op – mede in het licht van de overige bewijsmiddelen - dat de verdachte op dat moment bezig was met het organiseren van een drugstransport. Dat hij de betreffende telefoon op dat moment toevallig in bezit had en dat die van [medeverdachte 1] was, acht het Gerecht gelet op al het bovenstaande onaannemelijk.
Het Gerecht acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich samen met onder meer medeverdachte [medeverdachte 1] schuldig heeft gemaakt aan de bewezenverklaarde handelingen met betrekking tot de partij cocaïne. De verweren worden verworpen.
5. Kwalificatie en de strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid onder A, B en C, van de Landsverordening verdovende middelen,
strafbaar gesteld bij artikel 11 van de Landsverordening verdovende middelen.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.
6. Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dan ook strafbaar.
7. Oplegging van straf
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, met aftrek van voorarrest.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft in het kader van de strafmaat verzocht om de verdachte een straf op te leggen die gelijk is aan het gedeelte dat hij nu in voorarrest heeft doorgebracht.
Het oordeel van het Gerecht
Bij het bepalen van de straf heeft het Gerecht rekening gehouden met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Het Gerecht heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van de verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich samen met een of meer anderen schuldig gemaakt aan – kort gezegd – uitvoer en bezit van verdovende middelen. Van verdovende middelen is algemeen bekend dat deze verslavend werken en voor de gezondheid van gebruikers daarvan zeer schadelijk zijn. De verspreiding van en handel in verdovende middelen gaat gepaard met veel andere vormen van (zware) criminaliteit en vormt dus een groot maatschappelijk probleem. De verdachte heeft met zijn handelen hieraan bijgedragen.
Het Gerecht heeft kennis genomen van een uittreksel justitiële documentatie betreffende de verdachte van 2 oktober 2025, waaruit blijkt dat hij niet eerder voor soortgelijke of andersoortige strafbare feiten is veroordeeld.
Het Gerecht heeft acht geslagen op de oriëntatiepunten straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid van het Hof en de Gerechten in eerste aanleg zijn neerslag heeft gevonden. Daarin wordt voor de uitvoer van cocaïne met een omvang van 5.001 gram – 10.000 kilogram als indicatie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden gegeven. Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde ook niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat een onvoorwaardelijk gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.
8. Het beslag
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ten aanzien van de inbeslaggenomen acht kisten inhoudende cocaïne gevorderd dat deze worden onttrokken aan het verkeer. Ten aanzien van de inbeslaggenomen mobiele telefoons en geldbedragen van 3720 AWG en 1518 USD heeft de officier van justitie gevorderd dat deze verbeurd worden verklaard. Ten aanzien van de overige voorwerpen is de teruggave aan de rechthebbende verzocht.
Het standpunt van de verdediging
Ten aanzien van de inbeslaggenomen telefoons en de geldbedragen heeft de verdediging aangevoerd dat de teruggave aan de rechthebbende dient te worden gelast.
Het oordeel van het Gerecht
Het Gerecht beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven verdovende middelen, op de beslaglijst onder 1, te weten acht kisten inhoudende cocaïne. Het ongecontroleerde bezit van de voorwerpen is in strijd met de wet en het algemeen belang.
Het Gerecht verklaart verbeurd de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen op de beslaglijst onder:
3. Een zwarte mobiele telefoon van het merk Apple IPhone, model 11 en een donkerblauwe mobiele telefoon van het merk Apple IPhone, model 12 Pro Max in een grijs hoesje.
Deze voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring. De voorwerpen behoren immers toe aan de verdachte en zijn voorwerpen met behulp waarvan het bewezen verklaarde is begaan of voorbereid.
Het Gerecht gelast de teruggave aan de rechthebbende van de nog niet teruggegeven voorwerpen op de beslaglijst onder:
2. Een blauwe agenda, een groen notitieboek, een blauw notitieboek met opschrift “Little Big Book”, een huurovereenkomst document;
4. Geldbedragen van 3720 AWG en 1518 USD.
Het Gerecht is van oordeel dat zich geen strafvorderlijk belang verzet tegen teruggave aan de rechthebbende van deze voorwerpen. Ten aanzien van de geldbedragen overweegt het Gerecht het volgende. De officier van justitie heeft betoogd dat het gaat om uit misdrijf afkomstig geld, zodat het verbeurd dient te worden verklaard. De verdachte heeft verklaard dat het geld afkomstig is van zijn werkzaamheden als taxichauffeur en dat dat een ‘cash business’ is. Er zijn vraagtekens te plaatsen bij deze verklaring van verdachte, onder meer omdat zijn vrouw verklaart dat hij werkloos is en niet als taxichauffeur werkt. Tegelijkertijd kan niet worden vastgesteld dat het hier gaat om geld dat van misdrijf afkomstig is en al helemaal niet dat het geld is verdiend met het onderschepte drugstransport waar deze zaak over gaat. Voor verbeurdverklaring bestaat daarom geen rechtsgrond.
9. Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:67, 1:68, 1:74, 1:75 en 1:123 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, en de artikelen 3 en 11 van de Landsverordening verdovende middelen, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.
BESLISSING
Het Gerecht:
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 30 (dertig) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen genoemd onder 1 van de beslaglijst, te weten acht kisten inhoudende cocaïne;
verklaart verbeurd de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen genoemd onder 3 op de beslaglijst, te weten een zwarte mobiele telefoon van het merk Apple IPhone, model 11 en een donkerblauwe mobiele telefoon van het merk Apple IPhone, model 12 Pro Max in een grijs hoesje;
gelast de teruggave aan de rechthebbende van de voorwerpen op de beslaglijst genoemd onder nummer 2. een blauwe agenda, een groen notitieboek, een blauw notitieboek met opschrift “Little Big Book”, een huurovereenkomst document, en onder nummer 4. geldbedragen van 3720 AWG en 1518 USD.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Gerrits, rechter, bijgestaan door mr. J. van der Vegte (zittingsgriffier), en op 16 januari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht.
INHOUDSINDICATIE: