ECLI:NL:OGEAA:2026:2

ECLI:NL:OGEAA:2026:2, Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 13-01-2026, AUA202403877

Instantie Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak 13-01-2026
Datum publicatie 13-01-2026
Zaaknummer AUA202403877
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Invoerrechten. Verhuisboedelvrijstelling. Belanghebbende heeft de auto buiten de twaalf maandstermijn ingevoerd. Daarnaast houdt de invoer van de auto geen (rechtstreeks) verband met de overbrenging van de normale verblijfplaats van belanghebbende, omdat de auto is achtergebleven omdat de autolening nog niet was afbetaald en om die reden niet kon worden geëxporteerd. Het beroep is ongegrond.

Uitspraak

Uitspraak van 13 januari 2026

BBZ nr. AUA202403877

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening beroep in belastingzaken van:

[Belanghebbende], wonende te Aruba,

belanghebbende,

gericht tegen:

DE INSPECTEUR DER INVOERRECHTEN EN ACCIJNZEN, zetelend te Aruba,

de Inspecteur.

1. PROCESVERLOOP

Belanghebbende heeft op 22 augustus 2024 een verzoek ingediend om vrijstelling van invoerrechten op grond van artikel 128, eerste lid, sub 8, onderdeel d, van de Landsverordening in-, uit- en doorvoer (LIUD), de zogenoemde verhuisboedelvrijstelling, voor een personenauto “2021 RAM 1500 MODEL 150” (hierna: de auto).

Bij beschikking van 29 augustus 2024 heeft de Inspecteur bovengenoemd verzoek afgewezen.

Belanghebbende heeft op 4 september 2024 bezwaar gemaakt tegen de beschikking van de Inspecteur.

De Inspecteur heeft bij uitspraak van 8 oktober 2024 het bezwaar ongegrond verklaard.

Belanghebbende heeft op 7 november 2024 beroep ingesteld tegen de uitspraak van de Inspecteur. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van Afl. 25.

De Inspecteur heeft op 20 januari 2025 een verweerschrift ingediend.

De zitting heeft plaatsgevonden op 21 augustus 2025 te Oranjestad. Belanghebbende is verschenen samen met zijn gemachtigde mr. [A]. Namens de Inspecteur zijn verschenen [B] en [C]. Partijen hebben ter zitting een pleitnota ingebracht en voorgedragen.

2. FEITEN

Belanghebbende heeft de Arubaanse nationaliteit. Hij heeft voor een periode in [plaats 1] (V.S.) gewoond en gewerkt en is vervolgens met zijn gezin teruggekeerd naar Aruba.

Belanghebbende heeft de auto op 11 maart 2021 in [plaats 1] (V.S.) aangeschaft. De auto is voor een deel gefinancierd en hiervoor is aan “[X]” een pandrecht (“lien”) verstrekt op de auto. Belanghebbende heeft na afbetaling van de auto, op 19 juli 2024 de eigendomsverklaring “[plaats 1] Certificate of Title” van de auto gekregen.

De termijn voor de huurwoning van belanghebbende in [plaats 1] (V.S.) liep af op 31 juli 2023.

De stempel in het paspoort van belanghebbende vermeldt als datum van terugkomst 31 juli 2023. De datum waarop belanghebbende zich bij de Dienst Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister (Censo) op Aruba heeft ingeschreven is 18 augustus 2023.

Tot het procesdossier behoort een voor de auto afgesloten verzekering (“[plaats 1] personal auto policy declaration”) van 27 februari 2024 bij [Y] ([plaats 1]). De verzekering staat op naam van [D]. De verzekeringsperiode is 26 februari 2024 tot 26 augustus 2024.

Op 22 augustus 2024 is door [Z] aangifte ten invoer gedaan. In het verzoek om vrijstelling van invoerrechten voor de auto (zie 1.1) heeft belanghebbende onder meer de volgende informatie verstrekt:

“(…)

4. Gegevens met betrekking tot de normale verblijfplaats

A

Land van herkomst:

USA – [plaats 1]

B

Datum vertrek uit land van herkomst:

8 / 18 / 2023

C

Datum van aankomst:

8 / 18 / 2023

D

Had u eerder uw normale verblijf plaats op Aruba?:

ja

E

Zo ja, hoe lang bent u in het buitenland geweest?:

2 jaar en 10 maanden

F

Wat is de reden van uw verblijf buiten Aruba?:

werk / leven

G

Bent u ingeschreven in het bevolkingsregister van Aruba?:

ja

5. Gegevens met betrekking tot de over te brengen goederen

A

Behoren alle op bijgaande lijst vermelde goederen tot uw verhuisboedel?

ja

B

Bevinden zich onder uw verhuisboedel motorvoertuigen, sportvliegtuigen en/of pleziervaartuigen?

ja

C

Hebt u genoemde motorvoertuigen / (lucht-) vaartuigen ten minste 6 maanden voor de datum waarop u uw normale verblijfplaats in het buitenland heeft opgegeven, in bezit, eigendom en gebruik gehad?

ja

D

(…)

(…)

E

(…)

(…)

F

(…)

(…)

G

(…)

(…)

H

(…)

(…)

I

(…)

(…)

J

Is uw inboedel compleet overgebracht? Let op: U dient de resterende inboedel binnen 12 maanden over te brengen!

ja

K

Zo niet (bij5i), wat is de reden? Let op: lijst van nog over te brengen goederen binnen 2 weken overleggen.

nee

6. Omschrijving van de goederen

Benaming

Aantal colli

Factuurwaarde

2021 RAM 1500 MODEL 150

1STKS

[“0000”]

(…)”

Belanghebbende heeft de auto ingevoerd tegen betaling van een borgsom.

3. GESCHIL

In geschil is of de Inspecteur het verzoek om toepassing van de verhuisboedelvrijstelling terecht heeft afgewezen.

4. OVERWEGINGEN

Wettelijk kader

Artikel 128 aanhef en eerste lid, sub 8, letter d, van de LIUD bepaalt dat van de heffing van invoerrecht zijn vrijgesteld goederen uitsluitend bestemd voor het persoonlijk gebruik door bepaalde categorieën of groepen van personen, voor zover het betreft verhuisboedels, voor zover zij uit gebruikte goederen bestaan (de verhuisboedelvrijstelling).

Artikel 128, zevende lid LIUD geeft de mogelijkheid om met betrekking tot de toepassing van de vrijstelling bij landsbesluit de nodige voorschriften hieromtrent vast te stellen. In het Vrijstellingenbesluit (AB 1989, no. GT 55, laatst gewijzigd bij landsbesluit van 1 november 2006, AB 2006, no 61) (hierna: het vrijstellingenbesluit) zijn de voorschriften ter uitvoering van de vrijstellingsbepalingen opgenomen.

Artikelen 7 en 7a van het vrijstellingenbesluit hebben betrekking op de verhuisboedelvrijstelling.

In artikel 7, tweede lid, van het vrijstellingenbesluit staat dat voor onder andere motorvoertuigen geldt dat deze goederen – behoudens bijzondere gevallen - , ten minste zes maanden voor de datum waarop de belanghebbende zijn normale verblijfplaats in het buitenland heeft opgegeven, in bezit en eigendom zijn geweest en in zijn vroegere normale verblijfplaats zijn gebruikt.

In artikel 7, achtste lid, van het vrijstellingenbesluit staat dat de met vrijstelling in te voeren goederen binnen twaalf maanden nadat de normale verblijfplaats is overgebracht dienen te zijn ingevoerd, zodanig dat de aangever over de goederen beschikt. Dit kan geschieden in een of meer zendingen. In bijzondere gevallen kan de Inspecteur toestaan dat ook vrijstelling wordt verleend indien de goederen zullen worden ingevoerd nadat de twaalf maandstermijn is verstreken.

In de nota van toelichting bij de wijziging van het vrijstellingenbesluit van 1 november 2006 staat, voor zover van belang, het volgende vermeld:

“(…) Op grond van het achtste lid moeten de goederen die met vrijstelling worden ingevoerd binnen een termijn van twaalf maanden nadat het hoofdverblijf is overgebracht worden ingevoerd. Het is toegestaan de goederen in meerdere zendingen over te brengen, indien dit maar binnen de termijn van twaalf maanden geschiedt. De invoer van het verhuisgoed behoeft derhalve niet gelijktijdig plaats te vinden met de overbrenging van de normale verblijfplaats. De vrijstelling wordt echter niet toegepast indien de goederen na de overbrenging van de normale verblijfplaats om bepaalde redenen zijn achtergebleven, bijvoorbeeld omdat zij aan derden zijn uitgeleend, of verhuurd. Een rechtstreeks verband tussen de overbrenging van het hoofdverblijf en de invoer van de inboedel is dan niet meer aanwezig. (…)

Inhoudelijk

Het Gerecht stelt voorop dat op belanghebbende de bewijslast rust dat aan de vereisten voor toepassing van de verhuisboedelvrijstelling is voldaan. Tussen partijen is niet in geschil is dat de auto tot de verhuisboedel van belanghebbende behoort en dat aan de zes maanden ‘bezits- en de eigendomseis’ van artikel 7, tweede lid van het vrijstellingenbesluit wordt voldaan.

Belanghebbende stelt dat alhoewel hij op 31 juli 2023 met zijn gezin is aangekomen op Aruba hij zelf pas later op 18 augustus 2023 de beslissing heeft genomen om zich alhier permanent te vestigen. Eerst op dat moment was immers duidelijk dat hij aan het werk kon op Aruba. Indien hij opnieuw werk had gevonden in de V.S., was hij daar naar teruggekeerd. Zijn partner en kinderen zouden in dat laatste geval op Aruba blijven. Voor de datum waarop hij zijn normale verblijfplaats naar Aruba heeft overgebracht dient volgens belanghebbende dan ook te worden uitgegaan van 18 augustus 2023. De auto is ter verscheping naar Aruba opgehaald in [plaats 1] op 30 juli 2024. De auto zou op 3 augustus 2024 in Miami en uiterlijk 12-13 augustus 2024 in Aruba aankomen. Echter, door weersomstandigheden (Hurricane Debby) is de auto pas op 9 augustus 2024 in Miami aangekomen en op 17 augustus 2024 naar Aruba verscheept. Belanghebbende stelt verder dat hij de auto niet eerder naar Aruba heeft kunnen laten kunnen verschepen, omdat hij daartoe niet bevoegd was nu hij de lening voor de auto nog niet had afbetaald. De laatste aflossing heeft plaatsgevonden op 17 juli 2024. Dit is ook de reden dat de verzekering voor de auto op naam van een derde heeft gestaan (zie 2.5).

De Inspecteur stelt dat voor de datum waarop belanghebbende zijn normale verblijfplaats heeft overgebracht moet worden uitgegaan van 31 juli 2023 en niet de datum van inschrijving bij Censo op 18 augustus 2023. De auto is ingevoerd op 22 augustus 2024 en derhalve buiten de twaalf maandstermijn. Van bijzondere omstandigheden op grond waarvan van de twaalf maandstermijn kan worden afgeweken als bedoeld in artikel 7, achtste lid, van het vrijstellingenbesluit is geen sprake. Daarnaast is volgens de Inspecteur sprake van strijd met de vrijstellingsvoorwaarden, omdat de in de V.S. achtergebleven auto door een derde werd gebruikt. Hierdoor ontbreekt volgens de Inspecteur het verband tussen de overbrenging van de normale verblijfplaats en de invoer van de auto.

Ingevolge artikel 7 lid 8 van het vrijstellingsbesluit geldt de vrijstelling alleen voor goederen die binnen een jaar na de overbrenging van de normale verblijfplaats, worden ingevoerd. Alleen in die gevallen geldt dat sprake is van “invoer van goederen die verband houden met de overbrenging van de normale verblijfplaats”. In de nota van toelichting (zie 4.4) is in dit verband vermeld dat de vrijstelling niet wordt toegepast indien de goederen na de overbrenging van de normale verblijfplaats om bepaalde redenen zijn achtergebleven.

De auto is op 22 augustus 2024 ingevoerd. Indien ervan wordt uitgegaan – zoals belanghebbende stelt – dat de normale verblijfplaats op 18 augustus 2023 is overgebracht, dan is de auto buiten de twaalf maandstermijn ingevoerd. Reeds om deze reden kan de vrijstelling niet worden toegepast. Het Gerecht neemt ook het volgende in aanmerking. De auto is achterbleven omdat de autolening nog niet was afbetaald en om die reden niet kon worden geëxporteerd. Naar het oordeel van het Gerecht houdt de invoer van de auto (pas) in 2024 daarom geen (rechtstreeks) verband met de overbrenging van de normale verblijfplaats van belanghebbende in 2023.

De Inspecteur kan volgens desbetreffende wetsbepaling in bijzondere gevallen toestaan dat ook vrijstelling wordt verleend indien de goederen worden ingevoerd nadat de twaalf maandstermijn is verstreken. De Inspecteur heeft hiertoe een discretionaire bevoegdheid. Het Gerecht dient zich derhalve te beperken tot de marginale toets of de Inspecteur in redelijkheid geen bijzondere omstandigheden aanwezig heeft kunnen achten. Volgens de Inspecteur komt de vertraagde invoer door het niet afbetaald zijn van de auto geheel voor rekening en risico te komen van belanghebbende. Voorts ontbreekt objectief en verifieerbaar bewijs voor de gestelde overmacht door de orkaan. De Inspecteur heeft hierin geen aanleiding gezien de twaalf maandstermijn te verlengen. Het Gerecht acht dat niet onredelijk.

Tot slot is het Gerecht van oordeel dat de enkele stelling dat de Inspecteur in met het onderhavige geval vergelijkbare gevallen wel vrijstelling zou hebben verleend, tegenover de betwisting van de Inspecteur, onvoldoende voor het oordeel dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden.

Gelet op het voorgaande heeft de Inspecteur terecht afwijzend beschikt op het verzoek om toepassing van de verhuisboedelvrijstelling. Het beroep is ongegrond.

5. PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT

Het Gerecht ziet geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten of het griffierecht.

6. DE BESLISSING

Het Gerecht verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gegeven door mr. D.J. Jansen, rechter, en is uitgesproken op 13 januari 2026, in tegenwoordigheid van de griffier mr. L.M. de Leeuw van Weenen.

De griffier, De rechter,

Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………….. aan partijen verzonden.

HOGER BEROEP

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)

J.G. Emanstraat 51

Oranjestad

Aruba

U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener,

b. de dagtekening,

c. waartegen u in beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie:

belastinggriffie@caribjustitia.org.

Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:

- natuurlijke personen: Afl. 75

- personenvennootschappen en rechtspersonen: Afl. 300

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. D.J. Jansen

Griffier

  • mr. L.M. de Leeuw van Weenen. De

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl CFN 2026/05 met annotatie van -
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?