ECLI:NL:OGEAA:2026:20

ECLI:NL:OGEAA:2026:20

Instantie Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak 21-01-2026
Datum publicatie 02-02-2026
Zaaknummer AUA202503614 EJ
Rechtsgebied Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

EJ. Verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst. Afwijzing.

Uitspraak

Beschikking van 21 januari 2026

Behorend bij AUA202503614 EJ

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

PRO-TEC MECHANICAL CONTRACTORS ARUBA N.V.,

te Aruba,

verzoeker,

hierna ook te noemen: Pro-Tec,

gemachtigde: de advocaten mrs. G. de Hoogd en G. Glas,

tegen:

[Verweerder],

te Aruba,

verweerder,

hierna ook te noemen: [verweerder],

gemachtigde: de advocaat mr. E.E. Rosenstand.

1. DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties 1 tot en met 12, ingediend op 4 november 2025;

- het verweerschrift met één productie;

- de mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van 5 december 2025.

Ter zitting zijn verschenen namens Pro-Tec de heer [directeur] (directeur van het moederbedrijf van Pro-Tec), de heer [medewerker] (medewerker Pro-tec) bijgestaan door mr. Glas voornoemd en [verweerder], bijgestaan door mr. Rosenstand voornoemd. Partijen hebben tijdens de zitting het woord gevoerd en hebben kunnen reageren op elkaars stellingen.

Beschikking is nader bepaald op heden.

2. DE FEITEN

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende bestreden alsmede op grond van overgelegde producties voor zover niet of onvoldoende bestreden staat onder meer het volgende vast tussen partijen.

Verweerder] is sinds 22 oktober 2012 in dienst bij Pro-Tec in de functie van leidinggevend monteur.

Op 27 juli 2016 heeft [verweerder] een eerste schriftelijke waarschuwing gekregen in verband met verschillende keren te laat komen op het werk. In de schriftelijke waarschuwing is, voor zover hier van belang, het volgende vermeld:

“In eerdere gesprekken hebben wij reeds aangegeven dat uw veelvuldig te laat komen niet acceptabel is. (…) Wij verzoeken u nogmaals dringend om voortaan op tijd op de werkvloer aanwezig te zijn (…) Wanneer blijkt dat deze maatregel onvoldoende effect heeft zijn wij genoodzaakt tot zwaardere sancties. Wij gaan er echter van uit dat u zult laten blijken dat dit niet nodig is.

Wij willen u er op wijzen dat deze waarschuwing naar Directie Arbeid verzonden zal worden nadat deze waarschuwings brief getekend is door beide partijen.

Na drie (3) waarschuwings brief zijn wij genoodzaakt u op staande voet te ontslaan”

Bij brief van 14 januari 2020 heeft Pro-Tec aan [verweerder] medegedeeld dat hij is geschorst van 14 tot 21 januari 2020, omdat hij heeft geweigerd opnieuw een drugstest af te nemen nadat deze twee keer is gedaan en is mislukt.

Op 6 mei 2022 heeft Pro-Tec aan [verweerder] een brief gestuurd met de volgende inhoud:

“Hierbij ontvangt [verweerder] werkzaam bij Logistiek team, zijn schorsing/waarschuwing om reden van:

In bijzijn van andere werknemers heeft verkondigd dat “als ik geen vrij krijg meld ik me ziek”

o 25 April heeft de heer [verweerder] via een verlof brief aangevraagd voor 2 dagen zijnde donderdag 28 april en vrijdag 29 april. Verlof brief is niet akkoord voor leidinggevende omdat we al twee werknemers vrij hadden gegeven en bovendien het werk niet toelaat. Dit is ook aan [verweerder] ter plekke medegedeeld. Zie bijlage.

o Op 6 mei is de heer [verweerder] geschorst voor 3 dagen zonder loon doorbetaling

o We verwachten de Heer [verweerder] weer op 11 mei 2022

(…)

Wij willen u er op wijzen dat deze waarschuwing naar Directie Arbeid verzonden zal worden. Tevens zal deze waarschuwing in uw dossier worden opgenomen. (…) Na drie (3) waarschuwings brieven zijn wij genoodzaakt u op staande voet te ontslaan.”

In een brief van 4 september 2025 van Pro-Tec aan [verweerder] is, voor zover hier van belang, het volgende vermeld:

“Hierbij ontvangt [verweerder] werkzaam bij Mechanical Projects zijn 2e en laatste waarschuwing om reden van:

Herhaaldelijk overtreden van bedrijfsreglement, meer specifiek betreffende het niet houden aan werktijden, het niet volgens procedure communiceren met leidinggevende en algehele negatieve houding

Op 4 September was [verweerder] ingedeeld om om 07.00 uur (normale tijd) te verschijnen op locatie woonhuis [adres 1] te [adres 2] om te werken aan installatie van solar hot water heater bij klant. Om 07.34 uur was [verweerder] nog altijd niet aanwezig, zonder enig bericht aan leidinggevende.

Verder weigert [verweerder] om redelijke instructie tot uitvoering van werk door direct leidinggevende uit te voeren (…)

Op maandag 2 september en dinsdag 3 september is [verweerder] vroegtijdig danwel gedurende werktijd vertrokken zonder melding aan leidinggevende

In 2024 en 2025 tot heden zijn er regelmatig gesprekken geweest met [verweerder] met zijn leidinggevende en manager betreffende zijn negatieve houding, inzet en prestatie, vaak gerelateerd aan niet tijdig aanwezig zijn op werkplek (…)

Voor Pro-Tec zijn de aanhoudende gedragsissues, overtredingen bedrijfsreglement en negatieve houding onacceptabel. Bovenstaande feiten leiden ertoe dat [verweerder] een drastische verandering van gedrag moet laten zien, anders volgt bij volgend incident automatisch 3e waarschuwing en ontslag.

(…)

Bij de 3e schriftelijke waarschuwing volgt onmiddellijk ontslag op staande voet.”

Pro-Tec heeft [verweerder] op 6 oktober 2025 ontslagen. In de ontslagbrief van diezelfde dag heeft Pro-Tec aan [verweerder] het volgende medegedeeld:

“Hierbij delen wij u mede dat uw arbeidsovereenkomst met Pro-Tec (…) per direct wordt beëindigd wegens een dringende reden, zoals bedoeld in artikel 7A:1615o van het Burgerlijk Wetboek van Aruba.

Ondanks herhaalde schriftelijke waarschuwingen op 14 januari 2020 (herhaaldelijk weigeren drugstest), 6 Mei 2022 (ongeloofwaardige ziekmelding) en 4 september 2025 ( te laat op werk zonder bericht – niet houden aan werktijden – niet opvolgen redelijke werkinstructie) heeft u zich stelselmatig niet gehouden aan de geldende huisregels, in het bijzonder met betrekking tot het tijdig verschijnen op het werk. U bent herhaaldelijk te laat gekomen zonder voorafgaande kennisgeving of geldige reden. Deze gedragingen verstoren de bedrijfsvoering en ondermijnen het vertrouwen dat wij als werkgever in u moeten kunnen stellen. Naast de schriftelijke waarschuwingen bent u door leidinggevenden de afgelopen periode hier herhaaldelijk op gewezen – mondelinge waarschuwingen op het gebied van inzet, prestatie, houding en gedrag.

Tijdens ons gesprek op 4 September hebben wij u uitdrukkelijk gewezen op het feit dat bij een volgend incident ontslag zal volgen.

Op 6 Oktober stond u ingepland om op 07.00 uur (normale aanvang werktijd) werkzaamheden te beginnen bij [werklocatie]. U bent bij [werklocatie] gearriveerd om 07.20 en daarmee wederom te laat zonder kennisgeving. Wij hebben u geconfronteerd met het te laat zijn en ontslag aangezegd. (…)

Gezien de ernst en herhaling van deze gedragingen, en het feit dat eerdere waarschuwingen geen verbetering hebben gebracht, achten wij het voortzetten van de arbeidsovereenkomst onaanvaardbaar. Het incident van vanochtend is voor ons de spreekwoordelijke druppel die de emmer doet overlopen. Wij zijn van mening dat sprake is van een dringende reden die een onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt.”

Bij brief van 27 oktober 2025 heeft [verweerder] de nietigheid van het ontslag ingeroepen.

3. HET VERZOEK

Pro-Tec verzoekt het Gerecht bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, de arbeidsovereenkomst tussen partijen, voor zover die nog bestaat, te ontbinden tegen 15 november 2025, althans een door het Gerecht vast te stellen datum, met veroordeling van [verweerder] in de proceskosten.

Aan haar verzoek legt Pro-Tec samengevat het volgende ten grondslag. [Verweerder] komt structureel te laat op het werk. Daarnaast heeft hij in het verleden geweigerd een drugstest af te leggen. Ook houdt hij zich niet aan het verlofbeleid van Pro-Tec en andere regels uit het huishoudelijk reglement. [Verweerder] is meerdere keren aangesproken op zijn gedrag, maar dat heeft niet tot verbetering geleid. Toen [verweerder] op 6 oktober 2025 weer te laat kwam, is hij ontslagen. Er is geen sprake meer van een werkbare arbeidsrelatie tussen [verweerder] en Pro-Tec. De arbeidsovereenkomst tussen partijen dient, voor zover die nog bestaat, te worden ontbonden. Aan [verweerder] komt geen vergoeding toe, omdat de omstandigheden die tot de ontbinding hebben geleid voor rekening en risico van [verweerder] komen.

Verweerder] heeft verweer gevoerd.

Het Gerecht zal hierna, waar nodig, nader op de standpunten van partijen ingaan.

4. DE BEOORDELING

Aan de orde is de vraag of sprake is van gewichtige redenen om de arbeidsovereenkomst tussen Pro-Tec en [verweerder] te ontbinden.

Gesteld noch gebleken is dat het verzoek tot ontbinding verband houdt met de aanwezigheid van een opzegverbod.

Ieder van partijen is te allen tijde bevoegd zich tot de rechter te wenden met het verzoek de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen te ontbinden (artikel 7:685 BW). Als gewichtige redenen worden beschouwd omstandigheden die een dringende reden als bedoeld in artikel 7:677, eerste lid, BW zouden hebben opgeleverd indien de arbeidsovereenkomst om die reden onverwijld zou zijn opgezegd, alsook veranderingen in de omstandigheden die van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen.

Het Gerecht begrijpt uit de stellingen van Pro-Tec dat zij primair stelt dat sprake is van een dringende reden als bedoeld in artikel 7:677 lid 1 BW en subsidiair veranderingen in de omstandigheden die een ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigen. De feiten en omstandigheden waar Pro-Tec zich op beroept zijn de volgende. [Verweerder] heeft in 2016 een schriftelijke waarschuwing gekregen voor te laat komen op het werk. In januari 2020 is [verweerder] geschorst omdat hij een drugstest weigerde. In mei 2022 is [verweerder] wederom geschorst wegens het dreigen met een ziekmelding als zijn verlofaanvraag zou worden afgewezen. In september 2025 heeft [verweerder] een tweede schriftelijke waarschuwing gekregen voor te laat komen op het werk. In oktober 2025 kwam [verweerder] opnieuw te laat op het werk. Het Gerecht zal hierna voornoemde incidenten achtereenvolgens behandelen.

Ten aanzien van de waarschuwing in 2016 heeft [verweerder] erkend dat hij destijds diverse keren te laat is gekomen op het werk. Als reden daarvoor heeft [verweerder] gegeven dat zijn ex-partner in die periode een zware zwangerschap had en dat hij een aantal keer op hulp heeft moeten wachten voordat hij naar werk ging. Pro-Tec heeft hier niets tegen ingebracht, zodat het Gerecht uitgaat van de juistheid van de stelling van [verweerder]. Dat [verweerder] te laat was omdat hij zijn ex-partner niet alleen kon achterlaten, rechtvaardigt het te laat komen weliswaar niet, maar naar het oordeel van het Gerecht kan er gelet op de toelichting van [verweerder] niet te zwaar aan dit incident worden getild, te meer omdat dit incident zich bijna tien jaar geleden heeft voorgedaan.

Verweerder] heeft eveneens erkend dat hij een drugstest heeft geweigerd in 2020. Als toelichting heeft [verweerder] gegeven dat hij marihuana had gerookt en dat het opnieuw testen - na twee positieve testen - zinloos zou zijn, omdat hij wederom positief zou testen. Ook hier heeft Pro-Tec niets tegen ingebracht. Verder staat als onweersproken vast dat [verweerder] bij een volgende test negatief heeft getest op drugs en dat deze situatie zich tot op heden niet heeft herhaald, terwijl het incident inmiddels vijf jaar geleden is.

Ten aanzien van zijn schorsing in 2022 heeft [verweerder] verklaard dat hij altijd heeft ontkend dat hij zou hebben gezegd dat hij zich ziek zou melden als zijn verlofaanvraag zou worden afgewezen. Uit een door Pro-Tec overgelegde brief van de adjunct-directeur blijkt echter dat [verweerder] zich in de bedoelde periode daadwerkelijk heeft ziekgemeld en dat verschillende medewerkers van Pro-Tec hebben bevestigd dat [verweerder] een dergelijke uitspraak heeft gedaan. Gelet hierop acht het Gerecht het voldoende aannemelijk dat [verweerder] zich niet heeft gehouden aan de regels van Pro-Tec omtrent verlof en verzuim.

Verweerder] heeft onweersproken verklaard dat hij op 4 september 2025 op het werk is verschenen ondanks een behoorlijke blaar op zijn voet, omdat hij zich niet wilde ziekmelden. Pro-Tec heeft [verweerder] toegelaten tot het werk ondanks dat hij gedeeltelijk niet in staat was om te werken. Bij deze stand van zaken kan Pro-Tec [verweerder] niet verwijten dat hij bepaalde werkinstructies niet heeft uitgevoerd. Pro-Tec had moeten weten dat [verweerder] bepaalde werkzaamheden niet zou kunnen uitvoeren in verband met zijn blessure. [Verweerder] betwist verder dat hij de tweede waarschuwingsbrief van 4 september 2025 heeft ontvangen. Ook betwist hij dat aan hem is medegedeeld dat hij bij een volgend incident zou worden ontslagen. Pro-Tec heeft in reactie hierop geen andere feiten- en/of omstandigheden gesteld, zodat ervan moet worden uitgegaan dat [verweerder] die waarschuwingsbrief inderdaad niet heeft gekregen en er ook niet van op de hoogte was dat een ontslag dreigde. Als [verweerder] dat wist, was hij wellicht bewuster geweest van zijn gedrag in de toekomst.

Tot slot heeft [verweerder] erkend dat hij op 6 oktober 2025 twintig minuten te laat was op het werk. [Verweerder] heeft hierover verklaard dat zijn auto stil viel bij het naar school brengen van zijn kinderen en dat hij zijn leidinggevende niet kon bellen omdat hij geen belsaldo had. Pro-tec heeft deze verklaring van [verweerder] niet gemotiveerd betwist en het Gerecht acht dit een plausibele verklaring voor wat er is voorgevallen, ook omdat [verweerder] maar twintig minuten te laat was.

Uit het voorgaande blijkt dat de feiten en omstandigheden die Pro-Tec aan haar verzoek ten grondslag legt – die [verweerder] grotendeels gemotiveerd heeft betwist – niet zo ernstig zijn als Pro-Tec doet voorkomen en bovendien deels ook te lang geleden zijn. Die omstandigheden zijn in ieder geval onvoldoende om – zoals gesteld door Pro-Tec - een dringende reden op te leveren als bedoeld in artikel 7:677 lid 1 BW, maar ook voor het aannemen van veranderingen in de omstandigheden die maken dat de arbeidsovereenkomst dient te worden ontbonden. Niet aannemelijk is, zoals Pro-Tec stelt maar in het licht van het gemotiveerde verweer van [verweerder] niet genoegzaam onderbouwt, dat de arbeidsverhouding dermate is verstoord dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst tussen partijen niet mogelijk is. Het verzoek van Pro-Tec wordt daarom afgewezen.

Pro-Tec zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [verweerder], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,- aan salaris voor de gemachtigde.

5. DE BESLISSING

Het Gerecht:

-wijst af het door Pro-Tec verzochte;

-veroordeelt Pro-Tec in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [verweerder], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,-- aan salaris voor de gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 januari 2026 in aanwezigheid van de griffier.

---

---

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?