GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
[Appellant],
DE MINISTER BELAST MET VREEMDELINGEN- EN INTEGRATIEBELEID,
Uitspraak van 19 augustus 2026
Lar nr. AUA202502634
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:
domicilie kiezend in Aruba,
APPELLANT,
gemachtigde: de advocaat mr. J.J.C. Odor,
gericht tegen:
zetelend in Aruba,
VERWEERDER.
PROCESVERLOOP
Appellant heeft op 21 augustus 2025 een pro-forma beroepschrift bij dit gerecht ingediend, gericht tegen de beslissing van verweerder van 14 juli 2025 op zijn bezwaar van 8 juli 2024 tegen de in de hem verleende vergunning opgenomen voorwaarde, dat de vergunning niet zal worden verlengd.
Appellant is in de gelegenheid gesteld om uiterlijk op 29 september 2025 de gronden waarop zijn beroep berust, in te dienen.
Appellant heeft geen beroepsgronden ingediend.
De uitspraak is vervolgens bepaald op heden.
OVERWEGINGEN
Op grond van artikel 23, eerste lid van de Lar, kan degene die rechtstreeks in zijn belang is getroffen door een op een bezwaarschrift genomen beslissing, daartegen beroep instellen bij het gerecht.
Op grond van artikel 26 van de Lar wordt het beroep aanhangig gemaakt door indiening van een beroepschrift.
Op grond van artikel 29, eerste lid, van de Lar bevat het beroepschrift ten minste de gronden waarop het beroep berust (sub c).
Op grond van artikel 31, eerste lid van de Lar, wordt, indien niet is voldaan aan enig bij wettelijk voorschrift gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het beroepschrift, de indiener na de ontvangst daarvan in de gelegenheid gesteld het verzuim binnen een bepaalde termijn te herstellen. Op grond van het tweede lid kan het beroepschrift, indien het verzuim niet wordt hersteld, na het verstrijken van de daarvoor gestelde termijn niet-ontvankelijk worden verklaard.
In dit geval ontbreken in het beroepschrift de gronden waarop het beroep berust. Appellant is op de voet van het bepaalde in artikel 31, eerste lid van de Lar in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen een bepaalde termijn te herstellen. Appellant heeft dit nagelaten.
Gelet op het bovenstaande, stelt het gerecht vast dat appellant niet heeft voldaan aan een van de wettelijk gestelde vereisten voor het in behandeling nemen van het beroepschrift. Het beroepschrift zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.
BESLISSING
Het Gerecht:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, in samenwerking met de griffier, mr. D.L. Saavedra, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 augustus 2026 in aanwezigheid van de griffier.
Informatie over hoger beroep
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (LAR-zaken).
Het hoger beroepschrift moet worden ingediend bij de griffie van dit Gerecht.
U wordt verzocht bij het indienen van het hoger beroepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het hoger beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het hoger beroepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,
b. de dag van ondertekening,
c. waartegen u in hoger beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Afl. 75 verschuldigd.