GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:
[Appellante],
wonende in Aruba,
APPELLANTE,
gemachtigde: de advocaat mr. E.E. Rosenstand,
gericht tegen:
DE MINISTER BELAST MET VREEMDELINGEN- EN INTEGRATIEBELEID,
zetelend in Aruba,
VERWEERDER.
INLEIDING
Op 23 september 2025 heeft appellante verweerder, via Dimas, verzocht om een vergunning tot tijdelijk verblijf, met als doel arbeid in loondienst.
Bij beschikking van 21 november 2025 heeft verweerder dit verzoek afgewezen, met als reden dat de aanvraag niet in behandeling kan worden genomen vanwege ontbrekende noodzakelijke stukken, zoals een arbeidsovereenkomst.
Appellante heeft op 16 december 2025 daartegen bezwaar gemaakt en bij haar bezwaarschrift een ongedateerde en door haar niet getekende arbeidsovereenkomst tussen haar en de werkgever, “[X]” overgelegd.
Appellante heeft hierna beroep ingesteld, door indiening van een beroepschrift bij dit gerecht op 5 februari 2026.
OVERWEGINGEN
De ontvankelijkheid
2. Het gerecht doet hierbij, op grond van artikel 32 van de Lar, onmiddellijk uitspraak omdat het van oordeel is dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Het gerecht legt hierna uit hoe het tot dit oordeel is gekomen.
Op grond van artikel 23, eerste lid, van de Lar kan degene die rechtstreeks in zijn belang is getroffen door een op een bezwaarschrift genomen beslissing, daartegen beroep instellen bij het gerecht. Het tweede lid bepaalt dat het uitblijven van een beslissing op een bezwaarschrift binnen de in artikel 20, eerste lid, bedoelde termijn, wordt gelijkgesteld met een afwijzende beslissing.
Bedoeld beroep wordt, op grond van artikel 26 van de Lar, aanhangig gemaakt door indiening van een beroepschrift bij het gerecht. De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt, volgens artikel 27, acht weken indien het beroepschrift betrekking heeft op het uitblijven van een beslissing op het bezwaarschrift. Deze termijn gaat in op de dag waarop het bestuursorgaan in gebreke raakt, tijdig op het bezwaarschrift te beslissen.
Voor zover hier van belang wordt, op grond van artikel 28, eerste lid, van de Lar, een beroepschrift nietontvankelijk verklaard indien het is ingediend voordat de termijn is ingegaan.
3. Appellante heeft haar bezwaarschrift op 16 december 2025 ingediend. Op grond van artikelen 15, aanhef en onder a (2 weken), 19, eerste lid (4 weken) en 20, eerste lid van de Lar (6 weken), diende verweerder binnen 12 weken na indiening van het bezwaarschrift, dus uiterlijk op 9 februari 2026 hierop te beslissen. Ten tijde van het indienen van het beroepschrift op 5 februari 2026 was verweerder dus nog niet in gebreke geraakt om tijdig te beslissen, en was de beroepstermijn nog niet aangevangen.
4. Gelet op het voorgaande is het beroep prematuur ingesteld en dient het niet-ontvankelijk te worden verklaard.
BESLISSING
De rechter in dit gerecht:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op woensdag 19 augustus 2026, in aanwezigheid van de griffier, mr. D. Saavedra.
Informatie over hoger beroep
Tegen deze uitspraak kunnen alle partijen hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dagtekening van deze uitspraak.
Het hoger beroep moet worden ingediend bij het gerecht dat de uitspraak heeft gedaan.
De indiener van het hoger beroep moet in ieder geval:
Partijen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om binnen de gegeven hoger beroepstermijn te volstaan met een pro-forma hoger beroepschrift. Dit betekent dat de hoger beroepsgronden op een later moment worden ingediend.
Voor het instellen van het hoger beroep is griffierecht verschuldigd.