Uitspraak van 21 augustus 2026
BBZ nrs. AUA202402995 en AUA202402996, AUA202403000 tot en met AUA202403006 en AUA202403025
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening beroep in belastingzaken van:
[Belanghebbende], wonende te Aruba,
belanghebbende,
gericht tegen:
DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Aruba,
de Inspecteur.
1. PROCESVERLOOP
Aan belanghebbende zijn naheffingsaanslagen Belasting over bedrijfsomzetten (BBO), Bestemmingsheffing AZV (BAZV) en Belasting additionele voorzieningen projecten (BAVP) opgelegd over de maanden november en december 2020, januari tot en met september 2022, en januari tot en met april 2023. Daarbij zijn er ook verzuimboetes wegens het te laat betalen en voor het niet doen van de aangifte opgelegd. In onderstaande schema worden de naheffingsaanslagen en verzuimboetes weergegeven.
Middel
Tijdvak
Dagtekening
Bedrag belasting
Bedrag verzuimboete aangifteverzuim
Bedrag verzuimboete betalingsverzuim
BBO
Nov 2020
19 februari 2021
Afl. 1.500
Afl. 250
Afl. 250
BAZV
Nov 2020
19 februari 2021
Afl. 1.250
-
Afl. 250
BBO
Dec 2020
22 maart 2021
Afl. 1.500
Afl. 250
Afl. 250
BAZV
Dec 2020
22 maart 2021
Afl. 1.250
-
Afl. 250
BBO
Jan 2022
17 juni 2022
Afl. 13.200
-
Afl. 1.200
BAZV
Jan 2022
17 juni 2022
Afl. 13.200
-
Afl. 1.200
BBO
Feb 2022
17 juni 2022
Afl. 1.100
-
Afl. 100
BAZV
Feb 2022
17 juni 2022
Afl. 1.100
-
Afl. 100
BBO
Mrt 2022
17 juni 2022
Afl. 1.250
Afl. 125
Afl. 125
BAZV
Mrt 2022
17 juni 2022
Afl. 1.125
-
Afl. 125
BBO
Apr 2022
18 juli 2022
Afl. 13.450
Afl. 250
Afl. 1.200
BAZV
Apr 2022
18 juli 2022
Afl. 13.200
-
Afl. 1.200
BBO
Mei 2022
16 augustus 2022
Afl. 13.450
Afl. 250
Afl. 1200
BAZV
Mei 2022
16 augustus 2022
Afl. 13.200
-
Afl. 1.200
BBO
Juni 2022
19 september 2022
Afl. 13.450
Afl. 250
Afl. 1.200
BAZV
Juni 2022
19 september 2022
Afl. 13.200
-
Afl. 1.200
BBO
Jul 2022
15 november 2022
Afl. 13.450
Afl. 250
Afl. 1.200
BAZV
Jul 2022
15 november 2022
Afl. 13.200
-
Afl. 1.200
BBO
Aug 2022
18 november 2022
Afl. 13.450
Afl. 250
Afl. 1.200
BAZV
Aug 2022
18 november 2022
Afl. 13.200
-
Afl. 1.200
BBO
Sept 2022
13 december 2022
Afl. 13.450
Afl. 250
Afl. 1.200
BAZV
Sept 2022
13 december 2022
Afl. 13.200
-
Afl. 1.200
BBO/BAVP
Jan 2023
24 april 2023
Afl. 13.621,43
Afl. 250
Afl. 1.371,43
BBO/BAVP
Jan 2023
24 april 2023
Afl. 13.028,57
-
Afl. 1.028,57
BBO/BAVP
Feb 2023
15 mei 2023
Afl. 13.621,43
Afl. 250
Afl. 1.371,43
BAZV
Feb 2023
15 mei 2023
Afl. 13.028,57
-
Afl. 1.028,57
BBO/BAVP
Mrt 2023
13 juni 2023
Afl. 13.621,43
Afl. 250
Afl. 1.371,43
BAZV
Mrt 2023
13 juni 2023
Afl. 13.028,57
-
Afl. 1.028,57
BBO/BAVP
Apr 2023
10 juli 2023
Afl. 13.621,43
Afl. 250
Afl. 1.371,43
BAZV
Apr 2023
10 juli 2023
Afl. 13.028,57
-
Afl. 1.028,57
Belanghebbende heeft op 16 oktober 2023 tegen de naheffingsaanslagen BBO(/BAVP) en BAZV voor de tijdvakken november en december 2020, januari 2022 tot en met september 2022, januari 2023 tot en met april 2023 pro forma bezwaar gemaakt.
De Inspecteur heeft op 28 juni 2024 uitspraken op bezwaar gedaan.
Belanghebbende heeft op 26 augustus 2024 een pro forma beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar. Op 4 oktober 2024 heeft belanghebbende de gronden van het beroepschrift aangevuld.
De Inspecteur heeft op 4 november 2024 een verweerschrift ingediend.
De zitting heeft plaatsgevonden op 10 juli 2025 te Oranjestad. Belanghebbende is verschenen. Namens de Inspecteur zijn verschenen mr. [A] en [B]. De zaken zijn samen behandeld men de zaken met nummers AUA202402824 en AUA202402825 (BBO/BAZV over het jaar 2018) en AUA202403995 en AUA202403996
(BBO/BAZV voor de tijdvakken februari t/m oktober 2020).
2. FEITEN
Belanghebbende is sinds 27 oktober 2006 eigenaar van de eenmanszaak genaamd ‘[X]’. De eenmanszaak staat bij de Kamer van Koophandel geregistreerd op het adres [Adres 1]/ [Adres 2].
Belanghebbende heeft over de onderhavige tijdvakken niet binnen de wettelijke termijnen aangiften gedaan en ook geen belasting betaald. De Inspecteur heeft om die reden naheffingsaanslagen en verzuimboetes opgelegd.
Naar aanleiding van de opgelegde naheffingsaanslagen en verzuimboetes heeft belanghebbende alsnog aangiften ingediend. De Inspecteur heeft de naheffingsaanslagen vervolgens overeenkomstig de aangiften verminderd. De verzuimboetes wegens het niet doen van aangifte en te laat betalen van de verschuldigde belasting voor de tijdvakken gelegen in de jaren 2022 en 2023 zijn verminderd tot nihil. De verzuimboetes wegens het te laat betalen van de verschuldigde BBO en BAZV over de tijdvakken november en december 2020 is voor elk tijdvak verminderd tot een bedrag van (eenmaal) Afl. 125.
In het verweerschrift is vermeld dat belanghebbende de verschuldigde belastingbedragen over de jaren 2020 tot en met 2023 niet heeft betaald en ook geen winst uit onderneming heeft aangegeven in de aangifte inkomstenbelasting voor de jaren 2020 t/m 2022.
Ook in de zaken die samen zijn behandeld met de onderhavige zaak gaat het geschil over opgelegde verzuimboetes wegen het niet doen van aangifte en het niet betalen van BBO en BAZV.
3. GESCHIL
In geschil is of sprake is van een ontvankelijk bezwaar over de periode november en december 2020. Zo ja, is de vervolgvraag of de aan belanghebbende opgelegde verzuimboetes, ter hoogte van Afl. 125 voor elk tijdvak, wegens het te laat betalen van de verschuldigde BBO en BAZV terecht zijn opgelegd.
4. BEOORDELING VAN HET BEROEP
Vooraf:
Uit vaststaande feiten blijkt dat de naheffingsaanslagen (2021, 2022 en 2023) in overeenstemming met de aangiften zijn verminderd en dat de verzuimboetes wegens het niet tijdig doen van aangifte zijn verminderd tot nihil. Ook de verzuimboetes (2022 en 2023) wegen te laat betalen van de belastingen zijn verminderd tot nihil. Op de zitting heeft belanghebbende desgevraagd bevestigd dat het geschil alleen ziet op de verzuimboetes wegens te late betaling van de maanden november en december 2020. Gelet op het voorgaande is het beroep inzake de voormelde naheffingsaanslagen en verzuimboetes wegens het ontbreken van een procesbelang niet-ontvankelijk.
Ontvankelijkheid bezwaar verzuimboete november en december 2020
In artikel 17, lid 1, van de Algemene landsverordening belastingen (hierna: ALB) is bepaald dat degene die bezwaar heeft tegen een hem opgelegde belastingaanslag of beschikking, binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet een gemotiveerd bewaarschrift kan indienen bij de Inspecteur.
De boetebeschikkingen voor de maanden november en december 2020 zijn gedagtekend op 19 februari 2021. Het bezwaarschrift is op 16 oktober 2023 ingediend. Dit bezwaarschrift is dus buiten de wettelijke termijn van twee maanden ingediend.
Belanghebbende heeft verklaard dat hij de boetebeschikkingen nimmer heeft ontvangen. Hij heeft aangevoerd dat de Inspecteur gebruik heeft gemaakt van het adres [adres 2], terwijl belanghebbende reeds geruime tijd is ingeschreven op het adres [adres 1]. Hij stelt eerst door diverse dwangafschriften van de Ontvanger van 3 oktober 2023 bekend te zijn geworden met de aanslagen en verzuimboetes.
De Inspecteur heeft in dit verband aangevoerd dat de aanslagen zijn verzonden naar het juiste adres, te weten het in het handelsregister vermelde [adres1] / [adres 2]. Volgens de Inspecteur is het dan ook niet aannemelijk dat belanghebbende de aanslagen niet zou hebben ontvangen.
Het Gerecht stelt voorop dat, indien een naheffingsaanslag de belanghebbende niet bereikt heeft als gevolg van een aan de Belastingdienst toe te rekenen fout, zoals een onjuiste adressering, van een rechtsgeldige bekendmaking geen sprake is en de bezwaartermijn eerst aanvangt op het moment waarop de naheffingsaanslag de belastingplichtige feitelijk bereikt (ECLI:NL: OGEAC:2020:48; ECLI:NL:OGHACMB:2020:131). Naar het oordeel van het Gerecht is daarvan in dit geval geen sprake.
Het Gerecht heeft geen reden om te twijfelen aan de juistheid van het door de Inspecteur gehanteerde adres. Dit is immers het adres waarop de eenmanszaak van in het handelsregister is ingeschreven en bovendien is niet gebleken dat belanghebbende een adreswijziging heeft doorgegeven aan de Belastingdienst omdat dit adres fout is. Daarbij komt dat belanghebbende de verminderingsbeschikkingen die ook naar dit adres zijn gestuurd wel allemaal heeft ontvangen. De verklaring van belanghebbende dat hij de onderhavige boetebeschikkingen niet heeft ontvangen acht het Gerecht in het licht van het voorgaande, zonder nadere onderbouwing, niet geloofwaardig. De dagtekening van de boetebeschikkingen geldt daarom als datum van bekendmaking. Het bezwaar is daarom niet tijdig ingediend.
Een niet-ontvankelijkverklaring van een bezwaar op grond van termijnoverschrijding blijft echter achterwege, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het bezwaar in verzuim is geweest. Belanghebbende heeft geen omstandigheden aangevoerd op grond waarvan de termijnoverschrijding verschoonbaar is te achten. De Inspecteur heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ongegrond.
Redelijke termijn
Belanghebbende heeft betoogd dat de boetes moeten worden verminderd omdat de redelijke termijn is overschreden. Overschrijding van de redelijke termijn behoort te leiden tot vermindering van de boete, afhankelijk van de mate waarin de redelijke termijn is overschreden. De Hoge Raad hanteert als uitgangspunt dat de redelijke termijn is overschreden als de rechter niet binnen twee jaar uitspraak doet na het moment dat jegens de beboete een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat aan hem een boete zal worden opgelegd (vgl. HR 22 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AO9006).
Van de datum dat de aanslagen november en december 2020 (zie 1.1) zijn opgelegd tot de onderhavige uitspraak van het Gerecht (21 augustus 2026) zijn meer dan twee jaar verstreken. Bijzondere omstandigheden die een langere termijn zouden rechtvaardigen zijn gesteld noch gebleken.
Nu de verzuimboetes (voor elk tijdvak) minder bedragen dan Afl. 1.000 zal het Gerecht volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden (Hoge Raad 19 januari 2024, ECLI:NL:HR:2024:50 en Hoge Raad 14 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:853).
5. PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
Het Gerecht ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en/of vergoeding van het griffierecht.
6. BESLISSING
Het Gerecht:
- verklaart het beroep inzake de verzuimboetes voor te late betaling voor de maanden november en december 2020 ongegrond en voor het overige niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gegeven door mr. D.J. Jansen, rechter, en is uitgesproken op 21 augustus 2026, in tegenwoordigheid van de griffier N.N. Noel- van der Biezen BSc.
De griffier, De rechter,
Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………….. aan partijen verzonden.
HOGER BEROEP
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)
J.G. Emanstraat 51
Oranjestad
Aruba
U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener,
b. de dagtekening,
c. waartegen u in beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie:
belastinggriffie@caribjustitia.org.
Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:
- natuurlijke personen: Afl. 75
- personenvennootschappen en rechtspersonen: Afl. 300