ECLI:NL:OGEAA:2026:221

ECLI:NL:OGEAA:2026:221

Instantie Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak 19-08-2026
Datum publicatie 31-08-2026
Zaaknummer AUA202403853
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Civiel. Eisers zijn niet-ontvankelijk in hun primaire vordering tot buitenwerkingstelling van de Landsverordening normering topinkomens (Lnt) en in hun subsidiaire vordering, waarin zij aanvoeren dat de toepassing van de Lnt jegens hen een onrechtmatige daad oplevert. Eiser sub 2, 3 en 4 zijn aan de Lnt onderworpen en kunnen op grond van artikel 12 Lnt een besluit uitlokken over de rechtmatigheid daarvan, waaronder de toepassing van artikel 9 Lnt, dat het normbedrag vaststelt op maximaal Afl. 329.000. Tegen een dergelijk besluit staat de bestuursrechtelijke rechtsgang open. Voor de burgerlijke rechter is daarom geen taak weggelegd.

Uitspraak

Vonnis van 19 augustus 2026

Behorend bij A.R. nr. AUA202403853

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon DE CENTRALE BANK VAN ARUBA,

hierna ook te noemen: CBA,

2. [Eiser 1],

hierna ook te noemen: [eiser 1],

3. [Eiser 2],

hierna ook te noemen: [eiser 2],

4. [Eiser 3],

hierna ook te noemen: [eiser 3],

allen te Aruba,

eisers,

hierna gezamenlijk ook te noemen: CBA c.s.,

gemachtigde: de advocaat mr. A.A.D.A. Carlo,

tegen:

de publiekrechtelijke rechtspersoon HET LAND ARUBA,

te Aruba,

gedaagde,

hierna ook te noemen: het Land,

gemachtigde: mr. A.F.J. Caster (DWJZ).

1. DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, met producties;

- de conclusie van antwoord, met producties;

- de conclusie van repliek tevens houdende een wijziging van eis, met producties;

- de conclusie van dupliek.

Op verzoek van CBA c.s. heeft op 8 april 2026 fysiek pleidooi plaatsgevonden. De CBA en [eiser 1] zijn toen bij hun gemachtigde ter zitting verschenen, en [eiser 2] en [eiser 3] zijn samen met hun gemachtigde verschenen. Het Land is verschenen bij zijn gemachtigde. Partijen hebben in twee termijnen het woord gevoerd – beiden mede aan de hand van deels voorgedragen en overgelegde pleitaantekeningen, die van CBA c.s. voorzien van toegelaten producties - en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen. Partijen hebben ook vragen van het Gerecht beantwoord, waaronder begrepen de vraag of het oordeel ter zake van de vraag of te dezen sprake is van onrechtmatige en daarom voor CBA c.s. onverbindende wetgeving zoals door hen gesteld al dan niet is voorbehouden aan de bestuursrechter en niet aan de burgerlijke rechter.

Vonnis is nader bepaald op heden.

2. HET GESCHIL

CBA c.s. vorderen om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

primair

i. de Landsverordening normering topinkomens (hierna: Lnt) buiten werking te stellen voorzover die op CBA c.s. betrekking heeft, althans de Lnt buiten toepassing te laten ten aanzien van CBA c.s., althans te dezen enige andere juist voorkomende beslissing te nemen;

subsidiair

ii. voor recht te verklaren dat de Lnt wegens het ontbreken van een financiële noodzaak om de uitgaven van het Land op enige wijze te verlagen, in strijd is met artikel 1 Eerste Protocol van het EVRM en jegens eisers een onrechtmatige daad oplevert;

iii. voor recht te verklaren dat de Lnt door het Openbaar Ministerie en de medische specialisten wel van de toepassing van de wet uit te zonderen en de CBA niet, althans “eisers sub 2 en 3” niet, discriminerend is jegens CBA c.s. en daardoor in strijd is met artikel I.1 van de Staatsregeling van Aruba en op grond daarvan onverbindend is met betrekking tot CBA c.s. en/of jegens hen een onrechtmatige daad oplevert;

iv. voor recht te verklaren dat de Lnt bij de berekening van de totale beloning van de minister-president bij het pensioen onjuist heeft berekend en de fiscale bijtelling van de bedrijfsauto voor privégebruik achterwege heeft gelaten, waardoor de bepaling van de grens van de bezoldiging op het bedrag van Afl. 329.000,-- onjuist is en een onrechtmatige daad oplevert jegens CBA c.s.;

v. voor recht te verklaren dat de Lnt wegens de toepassing van een overgangsregeling die afwijkt van de overgangsregeling van de Nederlandse Wet normering topinkomens (hierna: Wnt) een onrechtmatige daad oplevert jegens CBA c.s.;

vi. in alle hiervoor genoemde gevallen te bepalen dat de door CBA c.s. geleden schade in een daaropvolgende schadestaatprocedure zal worden vastgesteld;

primair en subsidiair

vii. het Land veroordeelt in de proceskosten.

Voor zover van belang voor de uitspraak worden de stellingen van partijen hierna besproken.

3. DE BEOORDELING

Niet in geschil tussen partijen is het volgende. De CBA is ingevolge het eerste lid van artikel 2 sub b en d van de Landverordening normering topinkomens (hierna: Lnt) onderworpen aan de toepassing van de Lnt. Aldus is de CBA een zogeheten Lnt-rechtspersoon. Artikel 1 Lnt definieert een topfunctionaris, voorzover thans van belang, als een lid van de hoogste uitvoerende en toezichthoudende organen van een Lnt-rechtspersoon. Het eerste lid van artikel 17 van de Centrale Bankverordening bepaalt dat de leiding van de CBA ligt bij de president, bijgestaan door de directeuren. [Eiser 1] is de president van de CBA, en [eiser 2] en [eiser 3] zijn beiden de directeuren van de CBA. Aldus zijn zij allen onderworpen aan de toepassing van de Lnt.

Het eerste lid van artikel 9 Lnt bepaalt dat de bezoldiging van een topfunctionaris per kalenderjaar ten hoogste Afl. 329.000,-- bedraagt.

Het eerste lid van artikel 12 van Lnt luidt als volgt: “De Minister kan op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van partijen in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad besluiten dat partijen een bij dat besluit vast te stellen bezoldiging kunnen overeenkomen die hoger is dan de maximale bezoldiging, bedoeld in artikel 9, eerste lid.”. Uit artikel 1 Lnt volgt dat CBA c.s. partijen zijn in de zin van artikel 12 Lnt.

Naar het oordeel van het Gerecht kunnen CBA c.s. krachtens artikel 12 bij het bestuursorgaan een besluit uitlokken ter zake van de (on)rechtmatigheid van de omstandigheid dat zij ieder voor zich zijn onderworpen aan de toepassing van de Lnt, en dan met name aan de toepassing van het eerste lid van artikel 9 van die Landsverordening en het krachtens die bepaling vastgestelde normbedrag van maximaal Afl. 329.000,--. Daarmee wordt de weg geopend naar de bestuursrechter, die een voor CBA c.s. onwelgevallige beslissing van het bestuursorgaan op het bezwaar tegen een voor CBA c.s. onwelgevallig besluit van het bestuursorgaan kan toetsen. Aldus kan de bestuursrechter de vraag beantwoorden of met betrekking tot CBA c.s. ieder voor zich sprake is van onrechtmatige en aldus buiten toepassing te laten wetgeving zoals door CBA c.s. gesteld. Die bestuursrechtelijke rechtsgang is met voldoende waarborgen omkleed, en staat of stond in dit verband open voor CBA c.s.. Dat betekent dat te dezen voor de burgerlijke rechter geen taak is weggelegd, met als gevolg dat CBA c.s. niet-ontvankelijk zullen worden verklaard in het door hen primair verzochte. Het subsidiair door CBA c.s. gevorderde deelt in dat lot, omdat met de beoordeling daarvan de facto alsnog het oordeel gegeven moet worden dat aan de bestuursrechter is voorbehouden.

CBA c.s. zullen, als de niet-ontvankelijk te verklaren partijen, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van het Land, tot aan deze uitspraak begroot op nihil omdat de procesvertegenwoordiger van het Land een in dienst van het Land zijnde ambtenaar is.

Ten overvloede wordt nog het volgende overwogen. Het Gerecht volgt het Land in zijn standpunt dat aan de wetgever ruime beleidsvrijheid toekomt ter zake van de vraag of sprake is van een financiële noodzaak om de uitgaven van het Land op enige wijze te verlagen (met in dit geval onder meer de Lnt (zie vordering ii.)). Verder is naar het oordeel van het Gerecht met de op pagina 21 en 22 van de conclusie van repliek geschetste door de wetgever bepaalde en uitgevoerde berekeningsmethode niets mis (zie vordering iv.). Ook te dien aanzien komt aan de wetgever ruime beleidsvrijheid toe. De autonome Arubaanse wetgever kan en mag om voor hem moverende redenen met betrekking tot (de overgangsbepalingen die zien op) de Lnt afwijken van (de overgangsbepalingen die zien op) de Wnt indien daarmee redelijke en objectieve doelen zijn gediend (zie vordering v.). Dat levert geen strijd op met artikel 39 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden en/of met enige andere wettelijke (verdrags)bepaling. De vordering van CBA c.s. die is gegrond op artikel I.1 van de Staatsregeling van Aruba (vordering iii.) miskent dat met betrekking tot de in dat verband door CBA c.s. genoemde gevallen geen sprake is van gelijke gevallen die gelijk moeten worden behandeld. Tot slot wordt ten overvloede verwezen naar de overwegingen en beslissingen van het Hof zoals neergelegd in het bij partijen genoegzaam bekende vonnis van het Hof van 31 maart 2026 met als zaaknummer AUA2024H00385.

4. DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

-verklaart CBA c.s. niet-ontvankelijk in het door hen gevorderde;

-veroordeelt CBA c.s. in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van het Land, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 19 augustus 2026 in aanwezigheid van de griffier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.H.M. van de Leur

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand