ECLI:NL:OGEAA:2026:224

ECLI:NL:OGEAA:2026:224

Instantie Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Datum uitspraak 19-08-2026
Datum publicatie 02-09-2026
Zaaknummer AUA202404485
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Niet naar Bac, beroep gegrond

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

[Appellant],

DE MINISTER BELAST MET JUSTITIËLE AANGELEGENHEDEN,

Uitspraak van 19 augustus 2026

Lar nr. AUA202404485

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:

wonend in Aruba,

APPELLANT,

procederend in persoon,

gericht tegen:

zetelend te Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. J.J.S. Poeran (DWJZ).

PROCESVERLOOP

Bij brief van 14 november 2022 heeft appellant verweerder op grond van de Landsverordening openbaarheid van bestuur (Lob) verzocht om openbaarmaking van de interne correspondentie met betrekking tot de aangifte van de directeur van DIMAS tegen de Minister van Arbeid, Integratie en Energie en alle correspondentie tussen DIMAS en het Openbaar Ministerie betreffende die aangifte.

Bij beschikking van 8 december 2022 heeft verweerder het verzoek van appellant afgewezen.

Daartegen heeft appellant op 5 januari 2023 bezwaar gemaakt.

Bij beslissing op bezwaar van 7 november 2024 (bestreden beschikking) heeft verweerder het bezwaar van appellant ongegrond verklaard.

Daartegen heeft appellant op 19 december 2024 beroep ingesteld bij dit gerecht. De gronden van het beroep zijn op 24 januari 2025 aangevuld.

De zaak is op de regiezitting van 17 december 2025 verwezen naar de reguliere zitting voor mondelinge behandeling. Mr. T.T.J. Loopstok is verschenen namens verweerder, waarnemend voor mr. J.J.S. Poeran. Appellant is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.

De zaak is vervolgens mondeling behandeld ter zitting van 1 april 2026. Verweerder heeft zich ter zitting laten vertegenwoordigen door mr. T.T.J. Loopstok, waarnemend voor mr. J.J.S. Poeran. Appellant is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, wederom niet ter zitting verschenen.

De uitspraak is nader bepaald op vandaag.

OVERWEGINGEN

wettelijk kader

Op grond van artikel 15 van de Lar stelt het bestuursorgaan, tenzij het het bezwaarschrift op grond van artikel 12, eerste lid, of artikel 14, tweede lid, niet-ontvankelijk heeft verklaard, het bezwaarschrift en de daarop betrekking hebbende stukken in handen van de bezwaaradviescommissie:

a. uiterlijk binnen twee weken na ontvangst van het bezwaarschrift, of

b. indien toepassing is gegeven aan artikel 14, eerste lid, uiterlijk binnen twee weken na ontvangst van het antwoord van de indiener of na het verstrijken van de daarvoor gestelde termijn.

Op grond van artikel 2, eerste lid, van de Lob kan een ieder de minister schriftelijk verzoeken om informatie, neergelegd in documenten.

Op grond van artikel 4, eerste lid, geeft de minister gevolg aan het verzoek door van de documenten waarop het verzoek betrekking heeft:

a. kopie te geven of de letterlijke inhoud in andere vorm te verstrekken,

b. een schriftelijke samenvatting van de inhoud te verstrekken,

c. lezing van de inhoud toe te staan, of

d. mondeling informatie omtrent de inhoud te doen verstrekken.

Op grond van het tweede lid, wordt bij het kiezen van de vorm waarin aan het verzoek gevolg wordt gegeven, rekening gehouden met de voorkeur van de verzoeker, met het belang van een vlotte voortgang van de werkzaamheden van de administratie en met de artikelen 8 en 9.

beoordeling

3. Bij de bestreden beschikking heeft verweerder de afwijzing van het verzoek van appellant om openbaarmaking, als omschreven in 1.1, gehandhaafd. Verweerder heeft daaraan ten grondslag gelegd dat noch hij, noch zijn bureau beschikt over de door appellant gevraagde informatie.

4. Naar het oordeel van het gerecht betoogt appellant terecht dat de bestreden beschikking wegens strijd met artikel 15 van de Lar niet in stand kan blijven. Verweerder heeft ter zitting desgevraagd verklaard dat de onderhavige zaak niet voorkomt op de geraadpleegde lijst van zaken die aan de bezwaaradviescommissie (Bac) zijn voorgelegd. Gelet hierop is niet gebleken dat het bezwaarschrift overeenkomstig artikel 15 van de Lar in handen is gesteld van de Bac.

Nu het bezwaarschrift niet op een van de in artikel 15 van de Lar genoemde uitzonderingsgronden niet-ontvankelijk is verklaard, heeft verweerder de bestreden beschikking in strijd met die bepaling genomen. Het gerecht verwijst in dit verband naar de uitspraak van het Hof van 8 september 2009 (ECLI:NL:OGHNAA:2009). Reeds hierom komt de bestreden beschikking voor vernietiging in aanmerking. Het beroep is daarom gegrond. De bestreden beschikking zal worden vernietigd en verweerder zal worden opgedragen een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak.

5. Volledigheidshalve overweegt het gerecht dat de bestreden beschikking evenmin met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid en onvoldoende is gemotiveerd. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de verzochte informatie zich niet bij zijn bureau of diensten bevindt. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is echter niet gebleken of, en zo ja op welke wijze, onderzoek is verricht naar de aanwezigheid van de gevraagde informatie. Evenmin is gebleken hoe verweerder is omgegaan met de mogelijkheid dat de gevraagde informatie zich bij een andere overheidsdienst, te weten het Openbaar Ministerie, bevindt en of in dat verband aanleiding bestond om het verzoek van appellant door te zenden. Het Hof heeft in zijn uitspraak van 29 mei 2024 (ECLI:NL:OGHACMB:2024:61) uiteengezet op welke wijze een verzoek op grond van de Lob dient te worden beoordeeld en getoetst. Uit de bestreden beschikking blijkt niet dat verweerder dit toetsingskader heeft gevolgd. Nu verweerder een nieuwe beslissing op het bezwaar dient te nemen, geeft het gerecht verweerder in overweging bij die beslissing met het voorgaande rekening te houden.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing op bezwaar van 7 november 2024;

bepaalt dat verweerder binnen drie maanden na dagtekening van deze uitspraak een nieuwe beslissing dient te nemen op het bezwaar van appellant;

gelast de teruggave van het door appellant gestorte griffierecht van Afl. 25,-.

Deze beslissing is gegeven door mr. A.J. Martijn, rechter in dit gerecht, bijgestaan door mr. A.A. Wever, griffier, en bij vervroeging uitgesproken ter openbare terechtzitting op 19 augustus 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak kunnen alle partijen hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.

Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dagtekening van deze uitspraak.

Het hoger beroep moet worden ingediend bij het gerecht dat de uitspraak heeft gedaan.

De indiener van het hoger beroep moet in ieder geval:

Partijen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om binnen de gegeven hoger beroepstermijn te volstaan met een pro-forma hoger beroepschrift. Dit betekent dat de hoger beroepsgronden op een later moment worden ingediend.

Voor het instellen van het hoger beroep is griffierecht verschuldigd.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.J. Martijn

Griffier

  • mr. A.A. Wever

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand